Met grote affiches, een uitgebreid programma aan films, series en games, en tal van randactiviteiten lokten de organisatoren dit jaar veel schoon volk naar de Koningin der Badsteden. Zo kwam regisseur Jan Verheyen er samen met de cast zijn nieuwste film ‘Los’ voorstellen, en mocht de Nieuwpoortse avonturier Dixie Dansercoer de documentaire over zijn recente Zuidpoolexpeditie In The Wake of the Belgica van een inleiding voorzien. Tussen de voorstellingen door werden zowel de veteranen als de neofieten van het witte doek in de spotlights gezet. Terwijl de wereldberoemde Britse acteur Richard Gibson alias Herr Otto Flick, de legendarische Gestapo-officier uit de BBC-sitcom 'Allo 'Allo!, met de British Comedy Day het openingsweekend mocht aftrappen, trok de jonge Oostendse cineast Sebastien Momerency een week later alle aandacht naar zich toe met de avant-première van zijn debuutfilm Aquarelle. En terwijl Darth Vader en zijn Stormtroopers de nieuwe Star Wars videogame kwamen promoten, mochten onder meer Dimitri Karakatsanis (Small Gods) en Koen Mortier (Ex-Drummer) even verderop de lichtzwaarden kruisen op de Dag van de Professional, een trefpunt voor mensen uit de tv- en filmwereld gekoppeld aan een debat met en over de nieuwe generatie Vlaamse filmmakers. Als kers op de rijkelijk gedecoreerde taart kregen zowel centrale gast Tom Barman (frontman van dEUS en regisseur van Any Way the Wind Blows), als de gebroeders Dardenne (die met hun nieuwste film Le Silence de Lorna het festival mochten openen), als de Britse actrice Jennifer Saunders (die de nieuwe afleveringen van The Vivien Vyle Show kwam voorstellen, maar vooral bekend is van haar rol in Absolutely Fabulous) een ster op de Walk of Fame op de Oostendse Zeedijk.
Het filmfestival van Oostende werkt. In de fantasie van Tom Barman is het één van oudste van Europa. In de fantasie van de bezoeker is het Hollywood aan de Noordzee. Niet alleen commercieel, maar ook strategisch en logistiek lijkt alles te kloppen. De organisatoren vullen met het festival de leemte tussen het zomerseizoen in de bioscoop en het filmnajaar, ze slagen er telkens in om grote namen en avant-premières te strikken, en bovendien bogen ze met Kinepolis aan de zeedijk en Ciné Rialto in de Oostendse uitgaansbuurt op een uitstekende locatie van de deelnemende bioscopen.
De doelstellingen van het FFO zijn ambitieus, zoveel is duidelijk. De bezoeker krijgt de indruk dat een toekomstig spelletje haasje over met pakweg het Filmfestival van Gent voor de organisatoren nu al een gewonnen zaak is. Met hun enthousiasme en uitstraling kunnen ze meteen Cannes achterna. Maar achter de blinkende façade en de verblindende glamour en glitter gaan helaas nog een aantal kinderziektes schuil.
Het grote pijnpunt bleek de coördinatie van de zalen en de ticketing. Aan de kassa was het telkens even nerveus zoeken naar de tickets van geaccrediteerden. Het zaalpersoneel bleek dan weer vaag tot zelfs helemaal niet op de hoogte van de geplande voorstellingen of het festivalgebeuren in het algemeen. Dat had wellicht vooral te maken met het blinde vertrouwen in de sensorische zeteldetectie, een systeem dat in theorie elke manuele controle van het ticket overbodig moet maken. Maar dat plan bleek niet volledig waterdicht: nu eens waren de zitjes overboekt, dan weer kwam je als bezoeker in de verkeerde zaal terecht omdat zaalwissels vooraf niet waren gecommuniceerd. En dat wordt helaas pas duidelijk wanneer de projector al even aan het draaien is. Heb je dan even pech als de film in de juíste zaal al tien minuten bezig is… Minder erg maar al even pijnlijk was de complete stroomonderbreking tijdens een avondvoorstelling in een zaaltje van Ciné Rialto, zonder dat iemand van het personeel daar blijkbaar erg in had. Tot een habitué dan maar de duisternis trotseerde om orde op zaken te gaan stellen. Onder de zes aanwezige toeschouwers is er gelukkig geen chaos uitgebroken…
De overwegend lege zalen en de ogenschijnlijk lage opkomst staan overigens in schril contrast met de officiële cijfers. Volgens de organisatoren zouden de voorstellingen in Kinepolis, Rialto en in de horecazaken alles samen 20.200 bezoekers hebben gelokt. Vooral de laatste factor moet dan de doorslag hebben gegeven, want de grote toppers buiten beschouwing gelaten waren de bioscoopzalen zelf gemiddeld hoogstens voor een kwart gevuld. Zelfs tijdens het regenachtige slotweekend was de opkomst eerder matig naar grote festivalnormen.
De balans blijft voorlopig een moeizaam compromis. De bovenbouw staat er, maar aan de fundamenten is het nog even sleutelen. Maar een ambitieus festival met uitstraling dat de luxe heeft om de Belgische avant-premières van topfilms / publiekstrekkers als The Bank Job, Gomorra, Hellboy II: The Golden Army, Mirrors, Tropic Thunder en Burn After Reading (een zeer geslaagde slotvoorstelling) te programmeren, ligt zeker nog een mooie toekomst in het verschiet. Met de eigenzinnige focus op tv-series en games houdt het FFO bovendien twee sterke troeven achter de hand. Als het festival de komende jaren blijft bevestigen en groeien, is alles mogelijk. En misschien ‘Cannes’ het er dan ooit nog van komen…