Fietsenfabriek Granville is een KMO, met de nadruk op de ‘k’ van klein, in een dorp in Wallonië. Fietsenfabriek Granville produceert op de goede oude manier: traag maar erg degelijk en met veel respect voor het personeel. De fietsen worden één voor één manueel gemonteerd: vakwerk van de bovenste plank.
De nieuwe eigenaar van het bedrijf, het vanuit Parijs geleide consortium New Deal, vindt de manier van werken best sympathiek, maar bovenal ineffeciënt en verouderd. Een jonge, onervaren carrièrebitch moet de fabriek saneren. De verkoop gaat niet meer via traditionele fietsenwinkels maar uitsluitend nog via het internet. Eén van de twee lopende banden moet gesloten worden om de kosten te drukken.
De nieuwe bazin laat de arbeiders in een onderlinge wedstrijd bepalen wie mag blijven en wie moet gaan. Het personeel wordt ingedeeld in twee ploegen die elk een lopende band bedienen. Het team dat de meeste fietsen produceert, mag blijven. Het andere moet op zoek naar een andere job. In de streek zijn de banen dungezaaid. De meeste personeelsleden werken al hun hele leven bij Granville. Ze drinken bier in het café tegenover de fabriek. Van de ene dag op de andere zijn ze niet langer collega’s van elkaar maar concurrenten. Het huis moet afbetaald worden, de kinderen gaan naar school. De teams gaan noodgedwongen de competitie aan.
Het uitgangspunt lijkt simpel, maar het verhaal van Une chaîne pour deux banadert de economische realiteit akelig dicht. Multinationals vergelijken dagelijks de productiecapaciteit van hun verschillende fabrieken en sluiten zonder pardon de minst productieve. Die ene cel in de spreadsheet van de CEO bepaalt het lot van bandwerkers. Het staat iedere dag in de krant.
De film baadt in eenzelfde sfeer als de Britse working class komedies Brassed Off en The Full Monty. De harde realiteit wordt niet aan het gezicht onttrokken, maar Ledoux vertelt in de eerste plaats een verhaal vertellen over kameraderie, solidariteit, het unieke karakter van familiebedrijven en de creativiteit van arbeiders.
De keuze van het onderwerp is al een statement op zich. Fulmineren tegen het grootkapitalisme doet Ledoux niet al laat hij geen enkele kans liggen om de draak te steken met duurbetaalde, netjes in het pak gestoken consultants (een alweer erg sterke Stéphane De Groodt in een korte maar indrukwekkende bijrol), intelligente bedrijfspsychologen en de moderne managementstechnieken.
De kleine Waalse film werkt uitstekend door de knappe, ongekunstelde vertolkingen en de rake dialogen. Aanrijding in Moskou-gewijs geeft de film een warm sfeerbeeld van een arbeidersgemeenschap. Ledoux plaatst maakt grappen zonder hen te bespotten. Hij spreekt hun taal, begrijpt hen en voelt hen perfect aan. Het verhaal komt recht uit het hart van de Waalse arbeidersgemeenschap.
De in Vlaanderen onbekende Renaud Rutten en Gaëtan Wenders zijn ware revelaties als ploegbazen die het tegen elkaar moeten opnemen. Lubna Azabal lijkt geboren voor haar rol als ijskoude manager. Ledoux haalt geen cinematografische kunstgrepen uit. Hij filmt zoals zijn mannen aan de band werken: alles behalve vernieuwend maar zeer gedegen. Grappig en commercieel genoeg om een breed publiek te bereiken, slim en kritisch genoeg om nog een tijd van na te genieten.
Gezien op het 23ste Festival van de Franstalige Film in Namen 2008
Titel: Une chaîne pour deux
Genre: Tragikomedie
Speelduur: 1u32
Regisseur: Frédéric Ledoux
Acteurs: Lubna Azabal, Renaud Rutten, Gaëtan Wenders, Stéphane De Groodt, Patrick Descamps, Philippe Résimont