SERAPHINE

Twee halve portretten

Cinéart
De Franse kunstenares Séraphine de Senlis is onterecht in de vergeetput van de kunstgeschiedenis beland. De filmbiografie van Martin Provost zal haar daar niet uithalen. Haar bizarre levensloop is nochtans geknipt materiaal voor een boeiende film. Séraphine is academisch verantwoorde cinema, maar jammer genoeg ook aan de saaie en langdradige kant.

In het MOMA in New York hangt een doek van Séraphine de Senlis. Haar werk is te zien in tientallen musea in Frankrijk. Tijdens haar leven kende ze niets dan ellende, pas na haar dood kwam er enige erkenning. De Duitse kunsthandelnaar Wilhelm Uhde ondekte haar werk per toeval in de periode dat Séraphine bij hem schoonmaakte. Een blik op één van haar mini-schilderijtjes volstond om in haar een ruwe diamant te ontdekken.

Wilhelm Uhde is geen prutser. Hij geldt als een van de eerste verzamelaars en ontdekkers van Pablo Picasso en Georges Braque en hij onderhield goede banden met Henri Rousseau. Na de eeuwwisseling vestigde hij zich in Senlis, een stadje in de Oise. De ware reden van zijn verhuizing onthult de film niet maar het lijkt er sterk op dat hij behoefte heeft aan rust en (mentale) vrijheid. Hij leeft teruggetrokken, werkt aan een boek en zegt alleen het hoogstnodige. De dorpsbewoners kennen zijn naam maar blijven lang in het ongewisse over zijn professionele activiteiten.

Terwijl Uhde nadenkt en schrijft, boent Séraphine op handen en knieën zijn vloer. Overdag poetst de ultradevote sloor de huizen van de bourgeoisie, ’s nachts schildert ze. Slapen doet ze tussen twee klussen door. Haar werk houdt ze verborgen. Het is een geheim dat ze deelt met de Heilige Geest die haar influisterde dat ze geen poetsdame is maar een artieste. Die Geest zal haar de rest van haar boodschappen en opdrachten blijven geven. Boodschappen waar ze aan moet gehoorzamen.

Séraphine is het type personage waar je wel van moet houden. Ze is de absolute underdog, het miskende genie dat vecht tegen de bierkaai. Ondanks alle tegenslagen blijft ze werken, ze klaagt niet, ze schildert naarstig verder.

Een doorzichtig from zero to hero-verhaal kondigt zich aan, maar Martin Provost kiest een andere weg. Hij focust meer op de psychologische gezondheid van Séraphine dan op haar kunst. Haar naïviteit, beperkte IQ, godsdienstwaanzin en wankele mentale sterkte komen uitgebreid aan bod. De film zou de waarheid geweld aandoen door zijn hoofdpersonage te presenteren als een heldin. Twee historische gebeurtenissen stonden haar doorbraak in de weg. Bij de start van de Eerste Wereldoorlog moet Wilhehlm Uhde noodgedwongen Frankrijk ontvluchten. Vijftien jaar later crasht de beurs in Wall Street en raken Uhde en Séraphine hun doeken aan de straatstenen niet meer kwijt.

De Brusselse Yolande Moreau kreeg voor haar vertolking een eervolle vermelding op het Filmfestival van Gent. Ze doet het zeker niet onaardig al werken haar maniëristische tics en nerveuze oogopslag na een poos ferm op de zenuwen. Ze moet ook opboksen tegen de overdaad aan details die Provost in zijn film stopt. De kleding – dat hoedje!, het taalgebruik, haar manier van stappen, het meubilair in haar kamertje: in alles benadrukt de regisseur haar kansarmoede.

De subtiliteit die ontbreekt in het vrouwelijke hoofdpersonage zit wel in Wilhelm Uhde, krachtig gespeeld door de Duitser Ulrich Tukur. In wezen draait de film ook om hem. Hij is de man die aan de touwtjes trekt. De handelaar is interessanter dan de kunstenares. Provost verdeelt zijn aandacht over hen beiden zodat we ze alle twee niet beter leren kennen.

De film blijft erg oppervlakkig over het werk van Séraphine. Een bioscoopfilm is niet bedoeld als een wetenschappelijk verantwoorde les in kunstgeschiedenis, maar Provost maakt er zich wel heel gemakkelijk van af. Hij toont een aantal doeken en koortsige scènes waarin Séraphine als een bezetene met een goddelijke opdracht schildert. Daar blijft het bij. Andere biopics over kunstenaars – Pollock, Basquiat, Frida – maakten wel nieuwsgierig, zorgden voor een heropleving van de belangstelling voor hun werk. Niet dat die films zo fantastisch zijn, maar ze vatten het genie van de kunstenaar. Séraphine is te traag en te klassiek om dat effect te sorteren. De herhaalde fade outs halen het tempo volledig uit de film. Het beeld gaat iedere keer op zwart waarna de film zich opnieuw op gang moet trekken. Dat lukt niet.

Ondanks de fraaie vormgeving en de opvallend sterke bijrollen is Séraphine een maat voor niets. Twee halve portretten in een humorloos kader, daar ligt niemand wakker van. Wie echt iets wil weten over de Franse kunstenares huurt beter een boek in de bibliotheek.

Gezien op het 35ste Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent


Titel: Séraphine
Genre: Biografie
Speelduur: 2u05
Regisseur: Martin Provost
Acteurs: Yolande Moreau, Ulrich Tukur, Anne Bennent, Geneviève Mnich , Adelaide Leroux, Nico Rogner, Françoise Lebrun