De plotontwikkeling is volledig ondergeschikt aan de tekening van de vele personages. Dridi neemt zijn tijd om hen te introduceren. Het begin is daardoor een beetje sloom, maar de studieperiode betaalt zich dubbel en dik uit. In het eerste deel bouwt Dridi een stevig sociaal referentiekader dat later helpt om de evolutie van de personages te duiden en hun (re)acties te plaatsen.
De 11-jarige Marco is de centrale figuur. Hij is – niet voor de eerste keer – ontsnapt uit een jeugdinstelling. Hij zakt af naar het zigeunerkamp waar hij is opgegroeid en waar zijn vader en vrienden wonen. Hij wil afscheid nemen van zijn stervende oma. Lang staat hij niet stil bij haar nakende dood. Binnen de korste keren heeft hij zijn oude leven hernomen. Marco heeft slechte, heel slechte en door-en-door verrotte vrienden. Dat kan niet goed gaan. Hij steelt en rooft.
Khamsa speelt zich af in de buurt van Marseille. Dridi haalt het maximum uit dat fotogenieke decor. De regio ademt van nature een zekere agressiviteit uit, Dridi gebruikt die vibe in zijn voordeel. Net als in zijn vorige films is de clash tussen verschillende culturen het hoofdthema.
Marco’s wonderjaren in het zigeunerkamp zijn niet vrolijk. Het is ieder voor zich, ook 11-jarigen staan er alleen voor. De buitenwereld kijkt neer op zigeuners. Zigeuners kijken neer op de buitenwereld. Binnen de denkbeeldige muren van het kamp woedt een harde strijd om macht en aanzien.
Khamsa ademt een documentaireachtige sfeer uit. De regisseur neemt zijn personages niet in bescherming. Hij moffelt hun scherpe kantjes niet weg, evenmin vergroot hij ze uit. De grote verdienste van Khamsa is de neutrale en menselijke benadering van de zigeunergemeenschap. Zonder naïef te zijn, toont Karim Dridi de vele gedaantes van de kampbewoners. In kleine, fragmentarische scènes illustreert hij hoe ze hun leven organiseren en vorm geven. Scheldpartijen en fysieke confrontaties volgen op tedere tekenen van liefde en samenhorigheid. Soms zijn ze lief en aaibaar, vaak tonen ze zich van hun meest onbetrouwbare en leugenachtige kant. Alles dat Dridi toont, kan echt gebeurd zijn.
Khamsa sluit nauw aan bij de neorealistische stroming. Er is weinig hoop, de kansen die zich aandienen worden door de personages zelf verkwanseld, alsof ze niet gelukkig willen zijn, alsof ze eeuwig in het kamp willen blijven. Het is hun keuze en dat ze keer op keer in de fout gaan, is wrang.
De vertolkingen zijn puntgaaf: niet één acteur valt uit de toon. De jonge gasten bruisen van de energie. De niet-professionele acteurs spelen zichzelf met brio. Ze passen perfect binnen het ongepolijste kader van de film. Marc Cortes is een ontdekking: een grote brok zenuwen, explosief, gevaarlijk en speels.
Als groepsportret is Khamsa geslaagd. Dridi dringt diep door in de microcosmos. Hij schetst ook heel knap de botsing van de gesloten zigeunergemeenschap met de Maghrebijnen. Twee groepen die het moeilijk hebben. In plaats de handen in elkaar te slaan, staan ze elkaar naar het leven.
Als socioloog en psycholoog verdient Karim Dridi een grote onderscheiding. Als verhalenvertellen haalt hij een nipte voldoende. Marco’s traject van kleine criminaliteit tot zware misdaad is al tientallen keren eerder verfilmd. Zijn avonturen zijn te herkenbaar en missen daardoor hun dramatische impact. In andere films woont de Marco van dienst in de achterwijken van Berlijn, Rio de Janeiro of Rome. Het enorme potentieel van het personage is maar gedeeltelijk ontgind waardoor Khamsa gewoon een goede film is en geen meesterwerk.
Gezien op het 23ste Festival van de Franstalige Film in Namen 2008
Titel: Khamsa
Genre: Drama
Speelduur: 1u43
Regisseur: Karim Dridi
Acteurs: Simon Abkarian, Raymond Adam, Marc Cortes, Magali Contreras, Tony Fourmann, Ezaï Canlay, Mehdi Laribi