SCARLETT JOHANSSON DOORGELICHT

Uniek talent of overschat poppetje?

Cinéart
Op 22 november 1984 zag Scarlett Johansson het levenslicht. De jonge beauté - nu te bewonderen in Woody Allens Vicky Cristina Barcelona - deed al vroeg van zich spreken. Nog voor haar dertiende verjaardag werkte ze met Sean Connery en Laurence Fishburne (Just Cause), Ben Stiller (If Lucy Fell) en topregisseur Rob Reiner (North). Ze was veertien toen ze de show stal in The Horse Whisperer, een film van monstre sacré Robert Redford. Vriend en vijand voorspelden haar een geweldige toekomst. Vandaag dringen belangrijke vragen zich op: is de roem die haar wordt toebedeeld niet overdreven en is haar talent overroepen?

Na The Horse Whisperer stond Johansson op het verlanglijstje van alle grote regisseurs. Voor ze definitief doorbrak, speelde rolde ze al van het ene bijrolletje in het andere. Zo is ze opvallend kranig in de ruige actiescènes van Just Cause, een middelmatige thriller met Sean Connery. De Amerikaanse haalde de inspiratie voor haar vertolking uit The Silence of the Lambs, een film die ze zag toen ze acht was. De hoofdrol in het niet zo bekende Manny & Lo leverde haar een nominatie op voor een Independent Spirit Award. Na een paar desastreuze filmkeuzes (waaronder het oerbelachelijke Home Alone 3), stormde de opkomende ster de world of fame binnen. Als Grace MacLean – het fysiek en mentaal gekwetste meisje – brak ze in The Horse Whisperer de harten van het snotterende publiek. De verfilming van het gelijknamige boek lokte verdeelde reacties uit, maar over de bijdrage van Johansson waren de critici het roerend eens: zinderend en beloftevol. De puber ging slapen als een actrice en werd de ochtend na de wereldpremière wakker als een wereldster. Die status behouden, was niet gemakkelijk, om het zacht uit te drukken.

Het leek ook lange tijd te mislukken. Een ongeschreven wet in Hollywood zegt dat een actrice maar zo goed is als haar laatste rol. Het krediet dat ze opbouwde met The Horse Whisperer verdampte met de geflopte jeugdfilm My Brother the Pig. Publiek en critici hekelden haar matige vertolking.
Johansson nam een sabbatjaar in 2000 wat de scherprechters extra argumenten gaf haar te bestempelen als te vroeg opgebrande ster. Een jaar later trad ze aan de Coen-Brothers’ The Man Who Wasn’t There, maakte ze een uitstapje naar Hongarije voor An American Rhapsody en viel ze op in Terry Zwigoffs cultfilm Ghost World. Thora Birch speelde weliswaar de hoofdrol maar Johansson kreeg de aandacht.

Hoe onoordeelkundig ze haar rollen kiest, blijkt uit het aardverschuivend slechte Eight Legged Freaks. Johansson die op pasticheachtige manier in een spinnenweb wordt gevlochten? Misschien is het de droom van vele mannen, maar in deze film was er geen lol aan te beleven. Gelukkig was haar rol zo klein en werd de film in de meeste landen rechtstreeks op video uitgebracht.

2003 werd het jaar van de grote doorbraak. Eerst blonk ze uit in – ongetwijfeld haar beste film –Lost in Translation. Tegenspeler Bill Murray is grandioos, Johansson ronduit verbluffend. De chemistry spat van het scherm. Johansson bewees helemaal klaar te zijn voor stevige rollen met meer inhoud en karakter. Kort daarop trad ze aan in Girl with a Pearl Earring. In 2003 werd Johansson bestempeld als de grootste filmsensatie van de planeet. Dat is niet eens overdreven want beide vertolkingen waren niet minder dan briljant. De ingetogen speelstijl van de toen nog altijd maar 19-jarige actrice charmeerde, betoverde en intrigeerde. In de twee rollen vermengt ze poëzie en mysterie met haar natuurlijke klassieke schoonheid. Het duurde dan ook niet lang voor ze niet alleen gezien werd als topactrice maar ook gebombardeerd werd tot supersekssymbool van haar generatie. Of je daar als artieste blij mee moet zijn, is niet zeker.

Alle deuren zwaaiden open en filmmakers schoven in rijen van twee aan in de hoop de nieuwe Marylin Monroe te kunnen strikken. De onaangename kanten van de job – zoals de eeuwig voortdurende roddels – nam ze aanvankelijk voor lief. Al snel bleek dat de buitenproportionele aandacht en hoogspannen verwachtingen bij iedere nieuwe film haar zuur opbraken. Plots was ze moreel verplicht zich telkens te overtreffen. Het is dan ook niet verrassend dat haar werk in 2004 verbleekt bij dat van het jaar voordien. Ze werkte hard, het leek op een bepaald moment op bandwerk. Nooit imponeerde ze. Vooral in de het luchtige genre schoot ze tekort. Zo speelde ze de dochter van Dennis Quaid in het intussel al lang weer vergeten In Good Company en trad ze aan in de mislukte en geflopte tienerkomedie The Perfect Score.

De films waarin ze terecht kwam, waren niet geweldig en zelfs was ze allesbehalve een toonbeeld van stabiliteit. A Love song for Bobby Long was behoorlijk, haar vertolking leverde haar een Golden Globe-nominatie op. En ze bleef goed afwisselen met zwak.

Door op te duiken in een reeks films die voor geen meter deugen, kreeg haar reputatie een ferme een knauw. Haar drukke schema liet haar niet toe te ontspannen, waardoor ze steeds de foute keuzes maakte. De vicieuze cirkel leek doorbroken te worden door een auto-ongelukje zonder veel erg. Haar gedwongen rustpauze bracht geen raad.

Het miserabele The Island uit de blockbusterfabriek van Michael Bay werd het dieptepunt van haar carrière. De film werd een artistieke en commerciële ramp. De producers schoven de schuld van de mislukking lafhartig in de schoenen van Johansson en Ewan McGregor.

De samenwerking met Woody Allen leek oorspronkelijk een stap vooruit. Match Point was veel beter dan verwacht, vooral dankzij de seksuele chemie tussen Johansson en Jonathan Rhys-Myers. Scoop was opnieuw een tegenvaller.

In Brian DePalma’s film noir The Black Dahlia liet ze de sigarettenrook haar acteerwerk doen, ook in The Prestige laat ze geen memorabele indruk na. The Other Boleyn Girl was een slappe hap. In Vicky Cristina Barcelona is ze voor het eerst sinds Match Point weer zichzelf: onweerstaanbaar sexy en ongrijpbaar.

Hopelijk slaag ze er nog eens in om in meer dan twee sterke films na elkaar te spelen. Haar talent kan niet verdwenen zijn. Binnenkort is ze te zien in Frank Millers The Spirit waarin ze als femme fatale de digitale achtergronden komt helpen verblinden…