GRENSOVERSCHRIJDEND

De opkomst van de Franse horror

Weinstein Company
Horrorliefhebbers hoeven al vele jaren niet alleen meer hun aandacht te richten op Amerika. Terwijl Groot-Brittannië en Japan al veel genrefilms produceren, is er de laatste vijf jaar enorm veel bloedige activiteit in Frankrijk.

Hoewel de Franstalige bioscoopbezoekers er niet echt van wakker lijken te liggen, zorgden moderne horrortitels als Haute Tension, Ils, Frontiere(s) en A l’intérieur stuk voor stuk voor de internationale doorbraak van de verantwoordelijke makers. Het internationale aanzien en de controverse rond Pascale Laugiers Martyrs moedigen de Franse cineasten uiteraard enkel maar aan om verder te zwoegen, zodat we de komende maanden en jaren zeker zijn van een boel ongetwijfeld moedige, vernieuwende en letterlijk grensoverschrijdende horrorfilms.

Eind jaren zestig, maar ook in de jaren zeventig en tachtig waren de liefhebbers van Eurohorror en Franse horror aangewezen op het oeuvre van cultcineast Jean Rollin. Hoewel je deze excentrieke films moeilijk kan omschrijven als grote kunst, sloeg de mix van erotiek en vampirisme aan en kweekte die met titels als Le Viol Du Vampire (’68), Requiem Pour Un Vampire (’71), Une Vierge Chez Les Morts Vivants (’73), Les Démoniaques (’74), Fascination (‘79) en La Morte Vivante (’82) een heuse internationale fanbase. Ook berucht veelfilmer Jesus Franco maakte een resem Franse genrefilms, die op veel internationale aandacht konden rekenen. Duidelijk geïnspireerd op de films vol bloed, bloot en andere vleselijke excessen van Rollin en Franco, kwam regisseur Alain Robak begin jaren negentig op de proppen met Baby Blood. Deze uitzinnig bloederige monsterfilm uit 1990, met in de hoofdrol de duizelingwekkend rondborstige schoonheid Emmanuelle Escourrou, groeide uit tot een geliefde trashclassic. Tijdens de rest van de jaren negentig doofde het horrorgenre wat uit. De belangstelling was wereldwijd wat minder, maar de inferieure kwaliteit van films uit die periode zal er uiteraard ook veel mee te maken hebben.

Het was echter het succes van Scream (’96) dat regisseur Lionel Delplanque inspireerde om Promenons-nous Dans Les Bois (2000) te maken. Deze gladde slasher lijkt op het eerste gezicht een beschamende kopij van zijn Amerikaanse broertjes, maar in realiteit was het een moderne horrorupdate van Roodkapje. Hoewel Deep In The Woods - zoals de film internationaal werd uitgebracht - in Frankrijk uitgroeide tot een bescheiden kassucces met bijna 700.000 bezoekers, viel de carrière van de inventieve Delpanque nadien bijna compleet stil. Bijna hetzelfde kunnen we zeggen van de carrière van Eric Valette. De talentvolle regisseur maakte weliswaar indruk met zijn één miljoen euro kostende Maléfique, maar toch zou hij – met uitzondering van één episode van een Franse televisieserie – zes jaar niets meer inblikken. 2008 betekende de comeback toen Valette uitgenodigd werd door de bazen van Warner Bros om de remake van One Missed Call in goede banen te leiden. Het zwakke resultaat daarvan is echter stof voor een ander achtergrondartikel.

Terwijl Hollywood zich anno 2003 vergaapte aan horror met veel fantasie en soms humor of slappe remakes, zette Alexandre Aja - met zijn vaste partner-in-crime Grégory Levasseur - de Franse genrecinema op zijn kop met Haute Tension, een verbluffend gewelddadige en uitermate intense horrorfilm. Cécile De France en Maïwenn Le Besco acteren met zoveel overtuiging dat je zonder pardon in de film gezogen wordt en elke emotie, pijn en angst van de hoofdpersonages aan den lijve ondervindt. Philippe Nahon is eveneens briljant gecast en geeft gestalte aan de griezelige incarnatie van het donkere kantje van de mens. Hoewel de film geen unaniem bioscoopsucces werd in zowel Frankrijk en Amerika, was Wes Craven zo van Haute Tension onder de indruk dat Alexandre Aja en Grégory Levasseur beiden mochten verkassen naar Tinseltown. Dit resulteerde in de erg succesvolle remake van The Hills Have Eyes (‘06), een film die niet alleen beter was dan het origineel maar daarbovenop ook één van de beste horrorfilms van de laatste jaren werd, samen met de ook al onderschatte guilty pleasure P2 (‘07), het middelmatige maar succesrijke Mirrors (’08) en de nieuwe versie van cultclassic Piranha 3-D (’09).

In 2004 was het aan onze landgenoot Fabrice Du Welz om te laten zien hoe het moet met de Frans/Belgische coproductie Calvaire. In deze donkere en grimmige prent komt een weinig succesvolle charmezanger terecht op een afgelegen herberg, waar hij in een absolute nachtmerrie beland. Du Welz werd net als Aja geïnspireerd door de donkere jaren zeventig classics als Deliverance en The Texas Chainsaw Massacre en het resultaat levert heel wat afgebeten vingernagels op. Het acteerwerk is sterk (wederom met Philippe Nahon), de spanning is bij momenten ondraaglijk en de sfeer erg macaber. De overweldigend positieve reacties op zijn langverwachte opvolger Vinyan (’08) en de geweldige internationale cast beloven opnieuw een meesterlijke afdaling in het donkere brein van Du Welz. Ga dat zien!

Terwijl de new-wave van moderne horror bekend staat om het vele geweld en bloedvergieten, slaagden David Moreau en Xavier Palud er in om golven te maken met een film die geen druppel bloed bevat. Ils (Them) is gebaseerd op waargebeurde feiten en de makers slagen er in om bijna direct onder je huid te kruipen. De spannende en sfeervolle film betekende net als voor Eric Valette en Aja een opstapje naar Hollywood, maar het is verdomd bizar dat de hoge omes de Franse horrormakers niets anders toekennen dan Amerikaanse remakes van meestal Aziatische films. Moreau en Palud mochten zo The Eye veramerikaniseren, met in de hoofdrol Jessica Alba. Hoewel Alba nog steeds onze natte droom is, was het resultaat platte kost. Wat een verspilling van talent.

Gelukkig wist Xavier Gens deze vloek van Hollywood te omzeilen. Terwijl zijn horrorprent Frontiere(s) uit 2007 nog aan zijn internationale festival- en wereldtournee moest beginnen, was Gens al volop in de weer met zijn ambitieuze Hollywood-debuut Hitman (’07). De videogameverfilming werd een groot succes en bracht wereldwijd 100 miljoen dollar op. Dit zette Frontiere(s) in één klap in het internationale daglicht, met alle positieve gevolgen van dien. Hoewel de film duidelijk in het verlengde ligt van Aja’s briljante Haute Tension en jaren zeventig klassiekers zoals Tobe Hooper’s The Texas Chainsaw Massacre, heeft Frontiere(s) een geheel eigen identiteit en stijl. De prent start als een typische Franse urban-thriller, maar draait voor je het beseft uit op één van de hardste, goorste en meest grimmige horrorfilms van de laatste twintig jaar. Er wordt bovendien sterk geacteerd. Maar het zijn Samuel Le Bihan en de jonge Karina Testa die de sterren van de hemel spelen. De furieuze horrorfilm kreeg terecht veel lof van de internationale horrorgemeenschap en Frontiere(s) werd bekroond met de Zilveren Meliès op het Brussels International Festival of the Fantastic Film van 2008.

2007 was een sterk jaar voor Franstalige horror, want ook A l’intérieur van Alexandre Bustillo en Julien Maury maakte de bioscopen onveilig. Waar Xavier Gens met Frontiere(s) al duidelijk de grenzen had afgetast, werden deze op elk gebied overschreden door de Bustillo en Maury. A l’intérieur is donker, depressief, beestachtig, angstaanjagend, bloedig, genadeloos en schokkend. De cast (met sublieme rollen van diva Béatrice Dalle en Alysson Paradis) acteert zo realistisch en geloofwaardig, dat je als kijker echt in een tweestrijd komt. A l’interieur gooide enorm hoge ogen in het internationale circuit zodat de Weinsteins de twee Franse filmmakers liet overvliegen naar merika. Ze waren een hele tijd in de running om de remakes van Hellraiser in goede banen te leiden, maar focussen zich nu op de langverwachte sequel op Rob Zombie’s Halloween remake. We zijn alvast benieuwd!

De grote vraag is: hoe ver kan men nog gaan? Want na Frontiere(s) en A l’interieur lijkt elke grens overschreden. Als het aan Pascale Laugier ligt in elk geval niet, want zijn Martyrs (’08) werd in Frankrijk bedacht met een 18+ rating. De vele recensies en reacties beloven een ongeziene en onvergetelijke mokerslag van een film, een geweldorgie die toont tot welke beestachtige zaken we allemaal in staat zijn. Pittig detail: Laugier, voordien vooral bekend van de softe horrorprent Saint Ange (’04), is in de laatste stadia om de regie op zich te nemen van de remake van Hellraiser.

Zolang de wereldeconomie en terrorisme het nieuws beheerst, zal de harde, grauwe horror blijven bestaan. Ook in Frankrijk lijkt het tempo enkel maar toe te nemen. Op het moment van schrijven legt Jean-Marc Vincent de laatste hand aan Lady Blood, de langverwachte officiële sequel op de cultklassieker Baby Blood uit 1990. De nog steeds erg bevallige Emmanuelle Escourrou is opnieuw van de partij (en schreef bovendien mee aan het scenario) maar ook regisseur Xavier Gens (Frontiere(s), Hitman) en Phillipe Nahon (Haute Tension, Calvaire) doen mee. De eerste foto’s en posters deden ons alvast watertanden van opwellend sadisme.

Ook op het menu: Mutants, een door David Morlet ingeblikte apocalyptische zombiefilm en Humains, het regiedebuut van zowel Pierre-Olivier Thevenin en Jacques-Olivier Molon. Beiden stonden in voor de afgrijselijk realistische make-up effecten van A l’interieur. Op de affiche staan grote namen als Dominique Pinon en – jawel - Phillipe Nahon! Het is trouwens al horror wat de klok slaat voor Nahon, want hij zal ook zijn opwachting maken in La Meute (The Pack), een Franse horrorprent voorzien voor 2009. La Horde is eveneens voorzien voor 2009 en is het regiedebuut van Frontiere(s) acteur Yannick Dahan en Benjamin Rocher. De productie is in handen van Xavier Gens. Voor de verandering staat acteur Phillipe Nahon eens niet op de castingslijst.

Martyrs loopt vanaf 5 november 2008 in de bioscoop.