HUNGER

Een geniale compositie met grijs, stilte en onverzettelijkheid

Paradiso Filmed Entertainment
IRA-activist Bobby Sands is een icoon. De indrukwekkende Britse film Hunger maakt van de wereldberoemde hongerstaker een mens. Geen gewone sterveling zoals u en ik, maar een vechter, een strijder voor zijn idealen, tot de dood er onvermijdelijk op volgt, na zesenzestig dagen zonder eten.

Hunger is het regiedebuut van videokunstenaar, fotograaf en beeldhouwer Steve McQueen die in 1999 de prestigieuze Turner Prize won, de belangrijke onderscheiding voor moderne kunst in Groot-Brittannië. Met zijn eerste fictiefilm won de donkere Londenaar de Caméra d’Or in Cannes, dat is de prijs voor het beste regiedebuut. Hij staat op de erelijst met Jim Jarmusch, Jafar Panahi, Jaco Van Dormael en Mira Nair. Filmonderscheidingen zeggen niet alles, maar winnen in Cannes – in welke nevencompetitie dan ook – is een belangrijke opsteker. Cannes houdt van eigenzinnige, gedreven, zelfverzekerde filmmakers die brutaal de confrontatie aangaan met de kijker. Steve McQueen is er precies zo een.

Op vijf mei 1981 overleed Bobby Sands in de Engelse Maze-gevangenis. De IRA-strijder ging 66 dagen eerder in hongerstaking om af te dwingen dat de Britse regering de gevangen IRA-leden zou erkennen als politieke gevangenen en niet als moordenaars of terroristen. De ijskoude Britse premier Margaret Thatcher plooide niet. Zij weigerde categoriek iedere toenadering. Steve McQueen monteerde fragmenten uit radiospeeches in de film. Volgens recente krantenberichten is de bejaarde Thatcher aan het dementeren. Ze herinnert zich niets meer van wat ze ooit over zei over Noord-Ierland en het IRA. Goed voor haar. Zelfs rekening houdend met de tijdsgeest en de complexiteit van het conflict, flirten haar teksten met de onmenselijkheid.

Hunger oogt als een traditioneel, klassiek opgebouwd drama. Steve McQueen houdt het erg sober. Hij laat het verhaal het werk doen, voegt daar weinig poespas aan toe. De film staat ten dienste van de Sands’ strijd. Te opvallende visuele vondsten, een opdringerige soundtrack of fotogenieke decors zuigen de aandacht weg van de kern van de zaak. McQueen kiest voor waarheidsgetrouwe grijze en donkere tinten.

Hunger is veel meer dan een biografie van Bobby Sands. Het is een film over een tijdsgewricht, over een generatie politieke activisten, over een aanslepend bloedig conflict, over de mensonterende behandeling van gevangenen in een democratisch Europees land. Wat mensonterend – een woord dat te pas en te onpas gebruikt wordt – werkelijk betekent, laat Hunger zien. McQueen vertelt gedetailleerd, hij slaat niets over. De wetenschap dat hij de waarheid vertelt, maakt de film bij momenten ondraaglijk.

Wat gebeurt in de gevangenis is mensenwerk. De film geeft een gezicht aan de martelende en vernederende Engelsen. Eens de dagtaak er op zit, gaan ze naar huis en drinken ze een biertje in de pub. Ze staan bovenaan de hitlist van het IRA, lopen het risico ieder moment afgeknald te worden omdat ze toevallig werken in het cellenblok waar de IRA-gevangenen zitten. Huurlingen voor de foute zaak. De mannen van het IRA hebben waarschijnlijk bloed aan de handen, zijn verantwoordelijk voor onschuldige doden en gewonden.

De kracht van de film komt uit de compositie van de beelden. McQueen stelt zijn camera perfect op, speelt met licht en donker en geeft de omgevingsgeluiden een belangrijke rol. Het schaarse gebruik van dialogen zorgt ervoor dat ieder woord extra belang krijgt.

Eén keer laat McQueen de personages uitgebreid aan het woord. In de sleutelscène van de film zit Bobby Sands tegenover een priester. Minutenlang verroert de camera geen millimeter. Wanneer Sands zijn voornemen bekend maakt in hongerstaking te gaan, ontspint zich een levendige, emotionele en diepgaande dialoog. Het gesprek legt de diepgewortelde woede en de allesoverheersende strijdlust van de IRA-militant bloot. Hij praat rustig, kiest zorgvuldig zijn woorden. Het denkproces is afgerond. Je hoeft niet akkoord te gaan met Bobby Sands of een aanhanger te zijn van het IRA om in te zien dat de redenering van Sands logisch is, dat hem geen andere keuze rest. Politieke motieven en de strijd voor een herenigd Ierland zijn hem dierbaarder dan zijn eigen leven. Een oudere priester die alles al gezien en meegemaakt heeft en een politieke activist die liever sterft dan zijn idealen op te geven, een tafel en een pakje sigaretten. Meer heeft McQueen niet nodig om haarfijn uit te leggen wat in wezen niet uit te leggen is.

Hij krijgt de hulp van Michael Fassbender (Bobby Sands) en Liam Cunningham (de priester). Beiden zijn erg accuraat en brengen hun uitgebeende tekst met brio. Wanneer het gesprek afgerond is, begint Sands aan zijn helletocht richting dood. De snelle aftakeling en zijn verzet tegen iedere behandeling zijn spookachtig indrukwekkend. Ook dan blijft McQueen nuchter. Hunger blijft gevrijwaard van valse sentimenten en medelijden. De film eindigt zoals hij begonnen is: met lange confronterende scènes die door merg en been snijden.

Hoe is het zo ver kunnen komen? Waarom heeft niemand ingegrepen? Hoe kan een moderne, rijke staat als Groot-Brittannië toestaan dat een man zich doodhongert? Bobby Sands is nu een held en een martelaar. Ook in 2008 gaan politieke gevangenen in hongerstaking om respect af te dwingen voor hun rechten en ook nu kijken politieke leiders de andere kant uit. Hoeveel mannen als Bobby Sands zijn er nodig om hen gezond verstand en menselijkheid bij te brengen? Het zijn vragen die niet eenduidig beantwoord kunnen worden.

Hunger is het beste regiedebuut van het jaar. Het is een ongemakkelijke en controversiële film die buiten de lijntjes kleurt en daardoor bij voorbaat kansloos is voor de Oscars. De fysiek grensverleggende vertolking van Michael Fassbender kan niet genoeg bejubeld worden. Dit zinderende staaltje briljante auteurscinema mag geen rechtgeaarde filmliefhebber missen.

Gezien op het 35ste Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent


Titel: Hunger
Genre: Drama
Speelduur: 1u30
Regisseur: Steve McQueen
Acteurs: Michael Fassbender, Liam Cunningham, Larry Cowan, Helena Bereen, Dennis McCambridge, Stuart Graham