KORTFILMFESTIVAL LEUVEN

Kort en krachtig: Moviegids op het IKL

organisatie
In het Kunstencentrum STUK liep het Internationaal Kortfilmfestival Leuven. Het festival had alles mee: een sfeervolle locatie, een sympathieke organisatie en een ijzersterke programmatie. Moviegids presenteert de oogst van een week film, kort en krachtig.

Plaats twee personages samen in een afgesloten ruimte en je krijgt op den duur verbaal vuurwerk. De Noorse regisseur Ole Giæver draait in Tommy (***) het concept om. Hij zet zijn pionnetjes in het immense berglandschap van Tromsø, Noorwegen. Het resultaat is hetzelfde. De beminnelijke Arild trekt doorheen het landschap op zoek naar een dagje rust in een trekhut. Plotseling staat een oude bekende voor hem: Kjell, de vader van een vroegere klasgenoot die hij al twintig jaar niet meer gezien heeft. Wat wil Kjell van Arild? In het boeiend gesprek dat zich ontspint bewijzen Anders Baasmo Christiansen en Bjørn Sundquist zich als begenadigde acteurs. De ondertoon van de film is belangrijker dan de boventoon. Als een dode vis komen waarheden en leugens uit het verleden bovendrijven. De beklemmende sfeer tussen de twee protagonisten contrasteert mooi met het wijdse landschap waarin ze zich bevinden.

Op de poster van Interior. Block of Flats Hallway (Interior. Scara de bloc) (*1/2) kijkt de verzamelde cast naar iets beneden op de grond. Wat daar ligt? Een lijk, dat nooit in beeld komt, maar wel het onderwerp uitmaakt van deze door Ciprian Alexandrescu geregisseerde kortfilm. Het lijk ligt in een van de typische, oerlelijke appartementsgebouwen uit Boekarest in Roemenië. De personages zijn drukke praatwatervallen die hun eigen mening vormen over wat er gebeurd kan zijn. Dat wordt nooit echt duidelijk, en doet er ook niet toe. De reacties lijken belangrijker dan de gebeurtenis. Alexandrescu laat een bont allegaartje van acteurs opdraven. Zijn filmische stijl is ruw en bonkig, met onverwacht harde cuts waarbij het beeld op zwart gaat. Jammer genoeg is het idee – gebaseerd op waargebeurde feiten - beter dan de uitwerking. Interior. Block of Flats Hallway weet niet te boeien.

Objectief bekeken is On the Line (Auf der Strecke) (***1/2) misschien niet de sterkste film uit het hele programma, maar subjectief bekeken scoort hij hoog. De plot is eenvoudig maar raak. Een veiligheidsagent bekijkt de hele dag videobeelden van bewakingscamera’s. Hij zoomt graag in op een meisje, Sarah, dat in een boekenwinkel werkt. Dat de man heimelijk verliefd is op haar, wordt al snel duidelijk. De Zwitserse regisseur Reto Caffi is geen onbekende kortfilmer - met diverse films won hij al veertien prijzen – en met On the Line brengt hij vooral een ijzersterke hoofdrolspeler in stelling. Roeland Wiesnekker is de rustige, timide en nooit griezelige eenzaat die op een dag een fatale beslissing neemt en daarna moet leren omgaan met een steeds groter wordend schuldgevoel. Alles aan On the Line klopt: het is een uitstekend opgebouwde, prima geacteerde, rustige film die de toeschouwer niet onbewogen laat.

Belangrijk om te weten: Home Team (Les Couillus) (***) is geregisseerd door een vrouw is en wel degelijk satire. Meer zelfs: de film is een aanklacht tégen partnergeweld. Dat zou je in eerste instantie niet zeggen. Acht kerels komen op een zaterdagochtend in trainingspak samen om te beginnen aan een workshop die hen moet helpen in hun liefdesleven. Volgens de instructeur zijn ze de controle over hun relatie kwijt, en hij weet wel enkele manieren om de touwtjes terug in handen te nemen. Mirabelle Kirkland danst aanvankelijk op een slappe koord, maar duwt gaandeweg het gaspedaal dieper in. Ze plaatst haar mannelijke acteurs in steeds beschamendere situaties. Wie de humor van de film niet begrijpt, kijkt door een verkeerde bril. Lachen is de boodschap.

Lightborne (Alumbramiento) (***1/2) won vorig jaar de prijs voor beste Europese kortfilm. De prent van Eduardo Chapero-Jackson is op zijn heel eigen manier griezeliger en afschrikwekkender dan het betere horrorwerk. Het hoofdpersonage is geen man met bijl of clownsmasker maar een stokoude vrouw die op sterven ligt. Haar doodsstrijd is er een vol hoesten, proesten en bijna stikken. De pijn en wanhoop in haar vermoeide ogen gaan door merg en been. De dood staat bij de deur te wachten, maar weigert het arme schaap mee te nemen. Lightborne toont hoe de familieleden met dit leed omgaan. Moet je lijdzaam toekijken? Of mag je in een uiterste doodsstrijd de dood een handje helpen? Eduardo Chapero-Jackson geeft zijn antwoord, maar zonder roepen of schreeuwen. Zijn mening over een groot taboe is fluisteren, strelen en aaien. Dat maakt de film des te mooier en aangrijpender.

De titel [La Me:r] (*1/2) is een woordspelletje waarvoor je niet lang gestudeerd moet hebben: zowel de zee als de moeder staan in deze kortfilm centraal. Regisseuse Magali Coremans vertelt het verhaal van een jonge vrouw (Clara Cleymans – zus van) die een ongelukkige zwangerschap probeert te verwerken. Om haar nek draagt ze een touwtje met daaraan een schelp, wat haar verbondenheid met de zee moet benadrukken. Narratief blijft [La Me:r] even flou als de in extreem close-up geschoten beelden. De symboliek (het meisje vleit zich op het einde in foetushouding neer op het strand, terwijl het water haar overspoelt) is wel erg zwaar op de hand, maar ook artistiek is deze film geen hoogvlieger. l’Art pour l’art: daar moet beter over nagedacht worden, zelfs voor een eerstejaarswerk.

Bread (Nan) (***) behoort met zijn 27 minuten tot het langere werk van het festival. Regisseur Sahim Omar Kalifa is van Koerdische afkomst en situeert zijn verhaal in en rond Leuven. Een vader en zijn zoon spelen en zingen in de straten om wat geld. Wat later maken we kennis met de rest van het gezin en komen we te weten dat dit Koerdisch gezinnetje zonder papieren in België verblijft. Wanneer de politie hen dreigt op te pakken, loopt het jongste zoontje weg. Hij vindt onderdak bij de minzame wafelverkoper Jan. De problemen beginnen pas echt wanneer ook de rest van het gezin bij de man intrekt. De sobere cameravoering ondersteunt perfect dit eerlijk relaas waarin vooral de knappe acteerprestaties opvallen. Kalifa vertelt bovendien een genuanceerd verhaal. Hij draait en keert de situatie. We begrijpen perfect de uitzichtloze situatie van de Koerden, maar leven ook mee met Jan. De patstelling waarin ze terecht komen, lijkt niet op te lossen.

Een verpleegster (Veerle Baetens) rolt op een hypermoderne step doorheen de gangen van een ziekenhuis. Moeten we daaruit opmaken dat Samaritan (**1/2) zich in de toekomst afspeelt? Misschien wel. De titel verwijst naar een hyperpopulaire televisieshow waarin een loterij centraal staat. Elke dag wordt er een winnaar geloot. Zijn lot is twijfelachtig: door zijn leven te geven, kan deze winnaar vijf andere mensen van de dood redden. Het dilemma dat hieruit voortvloeit is uiteraard interessant: is dit moreel aanvaardbaar of niet? Een vader (Filip Peeters) vindt van niet, en probeert zijn zoontje te redden. Samaritan is een glad gefilmde, mooi en duur uitziende film. De stijl haalt het echter van de inhoud.

Er zit meer vlees aan de personages dan aan het verhaal van We Are So Happy (**). Berdien Dewaele speelt de mollige Claudine, een zestien jarige puber die tegen heug en meug met een olifantenhuid door het leven trekt, en enkel emotioneel geprikt kan worden door haar enige vriend, de ook al volslanke Benny Claessens. Hun speelterrein bestaat uit een sjofele stacaravan en een ronkend snorfietsje. Regisseur Wannes Destoop (vorig jaar al in competitie met tweede jaarswerk Pascal en Patricia. En Joeri) brengt hun wat triest en eenzaam biotoop puik in beeld, maar het verhaal mist drama en spanning. Het verhaaltechnische manco wordt echter goedgemaakt door rake acteerprestaties, sfeervolle beeldvoering en de schitterende pianomuziek van Jan Neve.

Hanif Kureishi is bij het grote publiek bekend als scenarist van Beautiful Laundrette, dat in 1985 verfilmd werd door Stephen Frears, maar hij is ook de auteur van het korte verhaal Het verhaal van de drol (The Tale of the Turd) (**1/2). Ben De Rydt bewerkte het verhaal tot een kortfilm dat het in eerste instantie op de lachspieren gemunt heeft. Hij introduceert de charismatische, door het leven getekende Dan (Ernst Löw) bij de burgerlijke familie van zijn veel jonger liefje. Na de nodige bevreemdende stiltes en moeizame gesprekken, gaat het pas goed fout als Dan dringend naar toilet moet, en zijn drol maar niet krijgt doorgespoeld. Niet iedereen zal het verhaal van de drol weten te smaken, maar De Rydt is een regisseur om in het oog te houden: hij creëert een prima sfeertje, filmt lekker en haalt het beste uit zijn acteurs.

De openingsbeelden van Afterday (***) – een korte, mooi in beeld gebrachte vrijscène – doen vermoeden dat de film gaat over Emma en Jef, respectievelijk gespeeld door Natali Broods en Matthias Schoenaerts. Vreemd dan ook dat Emma op weekend vertrekt met een andere kerel, Thomas (Valentijn D'Haenens). Is hier sprake van een liefdesdriehoek? Niet echt. Het weekendje in de Ardennen is geen uitje van twee geliefden. Hun handelingen lijken banaal: ze wandelen door het bos, slenteren door een dorpje, drinken een goed glas wijn. Mooi hoe regisseur Nico Leunen (monteur van onder meer Een Ander Zijn Geluk en Verlengd Weekend) het allemaal met een grote naturel en flair weet te vertellen en filmen. Het einde van de film boet nauwelijks aan geloofwaardigheid in. Een stille, ingetogen, mooie film die nog eens tot nadenken aanzet ook. 

Soms voel je aan het openingsbeeld al dat een film snor zit wat toon betreft. Een gigantische berenkop zorgt voor dat gevoel in Victor (***). Blijkt dat vier mannen wat zenuwachtig op een bankje zitten te schuifelen tijdens een casting voor een commercial in Berlijn. Een van hen is de blonde krullenbol Victor (Gilles De Schrijver, bekend uit De Laatste Zomer). Vlak voor hij aan de beurt is, wordt de casting stilgelegd. Dubbel pech: een paar minuten later krijgt hij telefoon. Een oude kameraad is gestorven, en hij moet terug naar België. Daar maakt hij aan de bushalte kennis met het speels, dromerig meisje Lisa (Eline Kuppens). Met gevoel voor humor en nostalgie schetst Kobe Van Steenberghe de ontluikende relatie tussen de twee jonge mensen. Met de voeten gekruld in het gras of in de gangen van Droomland. Knap!

In Metro (**) plaatst Gerard-Jan Claes zijn camera in een metro en laat hem vervolgens in documentairestijl registreren wat er allemaal te zien is. Doorheen de voyeuristische slices of life smokkelt hij stukjes fictie, met als belangrijkste verhaallijntje een blijkbaar moeizaam telefoongesprek dat karakteracteur Dirk Roofthooft voert. Net als in een echte metrosituatie moet je er zelf maar bij fantaseren wat er juist aan de hand is. Helaas zijn dat soort bespiegelingen leuker en interessanter tijdens een echte metrorit. De film blijft toch teveel op de oppervlakte. Nadat de deuren enkele keren open en dicht zijn gefloept, heb je het wel gezien.

Een Tarantinoësk maffiaverhaal waarin alles misloopt! Uit België! Robin Pront brengt het met veel bravoure in Plan B (***), waarin twee Antwerpse cokedealende nietsnutten het aan de stok krijgen met de Albanese maffia. Jeroen Perceval en vooral Manou Kesting zijn hilarisch als Gio en Bolle, die hun terugbetalingplan totaal in de soep zien draaien als ze een Nederlandse schrijver in huis nemen om aan het nodige geld te komen. Fijn om regisseurs met visie, ballen en een snedig gevoel voor humor en ritme aan het werk te zien!

Het prijzenparcours van 2 Birds (Smáfuglar) (***1/2) is indrukwekkend. De prima IJslandse kortfilm versierde een Oscarnominatie en kaapte inmiddels op meer dan twintig (!) festivals prijzen weg. Alle lof voor de film van de jonge regisseur Rúnar Rúnarsson is terecht. Zijn tweede film in wat een Crossroad trilogy moet worden (de eerste Síðasti Bærinn / The Last Farm is te zien in de Focus op IJsland) komt aan als een mokerslag. 2 Birds opent nog luchtig met een groepje tieners die van school komen en beslissen binnen te vallen op een feestje. Dat loopt niet goed af, zelfs niet voor de twee uiterst jonge, onschuldige babyfaces. In een ijzingwekkend griezelig shot vraagt Rúnarsson veel van zijn prille protagonisten. Geen feel good film, maar een zware dobber met een einde dat nog even op de maag blijft liggen.

Echt origineel kan je de Italiaanse SF-film Afterville (***) niet noemen, maar intrigerend des te meer. De film duurt exact een half uur, maar verveelt geen seconde. We schrijven 29 februari 2058, en de klok tikt. Letterlijk. Verschillende personages dragen een gadget om de nek of pols dat de uren, minuten en seconden tot het einde van de wereld aftelt. In de Italiaanse stad Torino vielen immers vijftig jaar geleden immense stenen naar beneden, die volgens een beroemd wetenschapper het einde der tijden aankondigen. Klinkt vrij ongeloofwaardig, maar regisseurs Fabio Guaglione en Fabio Resinaro brengen dit dystopsich visueel verbluffend verhaal puik in beeld. Met de nodige culturele referenties is het lachen geblazen, maar het ingebedde verhaal van de jonge filmmaker Sam die de laatste minuten van de countdown gebruikt om zijn verloren liefde Lisa terug te vinden, grijpt naar de keel. Een beetje pretentieus, dat wel, maar tegelijk boeiend en prikkelend.

A Private Lesson (Une leçon particulière) (**1/2) duurt maar tien minuten en werkt best als uitgewerkte grap waarin een 17-jarige jongen zijn liefde maar niet verklaard krijgt aan zijn tien jaar oudere lerares Frans. Hij heeft nochtans een kans voor open doel, want samen bestuderen ze een liefdesgedicht van Victor Hugo. Cécile Ducrocq en Raphaël Goldman zijn prima op dreef als lerares en leerling die meer naast dan met elkaar praten.

Het titelpersonage in René (**1/2) omschrijft zichzelf als een schreeuw zonder echo. Hij wandelt in zijn eeuwige gele regenjas langs verlaten wegen, hopend op een lift, en laat in wc-hokjes boodschappen achter over zichzelf. Zijn doel? De eenzaamheid verdrijven. Debuterend regisseur Tobias Nölle won met zijn bevreemdende, droefgeestige debuutfilm al op het Tampere International Short Film Festival.

“Don't get me wrong, but I've never been fucked in the ass.” Als openingszin kan dat tellen. Aan het woord is Pera, een besnorde, brave huisvader die aan de keukentafel zit met zijn beste vriend. A Mate (Kaveri) (***) is een leuk zwart-wit tussendoortje van de Finse duizendpoot Teemu Nikki. Gebald en kurkdroog.

Sommige kortfilms zeggen weinig en veel tegelijk. In Julie, dear (**) wordt meer gezwegen dan gepraat, en je zou willen dat het anders was. De stiltes tussen dochter (Wine Dierickx) en moeder (Marijke Pinoy) zijn moeilijk en veelbetekenend. De ruzies lopen zelden hoog op, maar de onderhuidse irritatie en frustratie is voelbaar. Annelore Janssens weet dat gevoel mooi te vatten in haar eindexamenfilm over een meisje dat naar het ouderlijk huis terugkeert nadat haar vader een hersenbloeding heeft gekregen.

Helaas doet Stilleven (*) zijn titel alle eer aan. De twintig minuten durende film van Wim De Moor is ronduit saai en bij momenten zelfs potsierlijk. Als episode uit In de Gloria zou Stilleven best grappig zijn, maar het verhaal van een kosteres die heimelijk verliefd is op de pastoor, is zo traag en zwaarwichtig, dat het echt niet leuk meer is. Het enige geinige moment ontspint zich als een brommer vervaarlijk kort langs een ellendige processie sjeest. Had hij er maar recht op in gereden.

Stien De Vrieze filmt raak met Above All Things (***) een prachtig in beeld gebracht en uitstekend geacteerd huiselijk drama over een getrouwd koppeltje dat graag een tweede kindje wil. De angel zit ‘m hierin: de vrouw wil koste wat het kost een meisje, en gaat daarin zo ver dat ze haar huwelijk dreigt op te blazen. Kyoko Scholiers en Bert Haelvoet stralen de nodige naturel uit.

De gefrustreerde meubelfotograaf Robert Deman gooit elke ochtend een bruistablet in een glas water om zijn migraine weg te werken. Tot zover kunnen we nog volgen, maar de verdere betekenis van {M}, Dat is zoals vliegen (*1/2) is ons toch niet helemaal duidelijk. Robert wordt op een vernissage aangesproken door een bloedmooie dame, die hem vraagt het portret te maken van een beroemde fotograaf. Dat de twee mannen daarna met elkaar in bed duiken? Mja, de betekenis daarvan is zo ongrijpbaar als vliegen in de zomer.

Liever de ongein van VerbrandMan (**1/2) dan de pathetiek van Stilleven. Beide films zijn verre van perfect, maar VerbrandMan is duizend keer sympathieker. Het titelpersonage valt in slaap op het strand van Oostende, loopt een ernstige zonnesteek op, en waant zich de superheld VerbrandMan. Samen met zijn hulpje PastopJong trekt hij ten strijde tegen de kwade Weerman, die door zijn belabberde kustvoorspellingen een bedreiging vormt voor het toerisme aan zee. De effecten zijn even knullig als het hele idee, maar de frisheid, vrolijkheid en kleurigheid van deze productie maken veel goed.

Wie een kort verhaal van Elmore Leonard (3:10 to Yuma, Jackie Brown ) kan/mag verfilmen, is op de goede weg. Maar misschien waren de verwachtingen voor The Tonto Woman (**1/2) toch een beetje te hoog gespannen. Genomineerd voor de Oscars dit jaar (net als “onze” Tanghi Argentini), dat wel, maar met zijn 35 minuten rekt en trekt de western veel te lang aan een insteek die te mager is. Regisseur Daniel Barber bouwt The Tonto Woman op als een lange flashback, wanneer de veedief Ruben Vega de kerk binnenstrompelt en, al bloedend, begint te biechten tegen een oude priester. Hoe is het allemaal zover kunnen komen? De flashback over zijn liefde voor een vrouw die al elf jaar gevangen gehouden wordt door Mojave indianen, is erg knap in beeld gebracht, maar het verhaal is even stoffig als de setting. Mooi om naar te kijken dus, maar verhaaltechnisch geven we de voorkeur aan de misdaadromanschrijver in Elmore Leonard. Dat flitst tenminste vooruit. 

De Poolse regisseur Jan Wagner probeert, naar eigen zeggen, de grootsheid van het alledaagse leven weer te geven in zijn korte films. Dat doet hij bijvoorbeeld uitstekend in Porno, waar hij een verhaal over eerste liefde schetst tegen de achtergrond van oerlelijke, verarmde, Poolse woonblokken, maar minder goed in My Brother (Moj Brat) (*1/2). Het verhaal van een grote broer en kleine broer die met elkaar optrekken, mist de spankracht om naar een sterke pointe toe te werken. Wagner is op zijn best als hij met korte pennentrekken het leven van de Poolse onderlaag schetst.

Spending the Night (Myskväll) (****) was al eerder een festivalfavoriet in Stockholm en Berlijn, en mag ook het IKL veroveren. De Zweedse regisseuse Amanda Adolfsson doet perfect wat een kortfilm hoort te doen: in minder dan een kwartiertje de toeschouwer besluipen en bekruipen om hem daarna nog lang onder de huid te zitten. Spending the Night opent ogenschijnlijk vrolijk en onschuldig, wanneer een mooi, jong, lief meisje naar haar vriendje fietst om er samen, wanneer zijn ouders de deur uitzijn, naar een dvd’tje te kijken. Wat er die avond precies gebeurt, brengt Adolfsson zo subtiel in beeld dat het pijn doet. De eindbeelden, waarin het jonge koppel afscheid neemt en de jongen een potje basketball begint te spelen, zijn raak.

Het IKL is dit jaar niet vies van een beetje genrewerk. Naast de western, krijgt ook het horrorgenre de aandacht die het verdient. Bitten (Morsure) (***) was onder meer al eerder te zien op het San Sebastián Horror and Fantasy Film Festival en is een uitstekende vingeroefening van de Franse regisseur David Morley voor zijn langspeler Mutants. Hij opent in volle actie wanneer een dokter al schietend op een vrouw door een bos rent. De vrouw blijkt aangetast door een onbekend virus en transformeert in een groteske, bloederige scène tot een zombie/mutant. Afgaande op het kwartiertje bloedvergieten uit Bitten, heeft Morley het talent en lef, maar het blijft maar de vraag of hij voor zijn doorbraakfilm ook een goed verhaal zal vinden. Dat zal van hem ofwel een capabel B-regisseur maken, of iemand die weet door te stoten tot het echte, grote werk.

De universiteitsbibliotheek van Gent is de schitterende locatie waar cinematograaf Nicolas Karakatsanis (Linkeroever, Small Gods) zich mag uitleven. Regisseur Johann van Gerwen laat ‘m heerlijk poëtisch spelen met licht en donker, scherpte en wazigheid in een verhaal waar de liefde zich voor en tussen de boeken ontspint. Centraal staat een dame (Elsie de Brauw) die ontdekt dat iemand passages onderstreept en korte tekstjes schrijft in de boeken die hij ontleent. Ze begint een zoektocht naar deze romanticus (Johan van Assche). Het verhaal blijft nogal aan de oppervlakte en weet nauwelijks te verrassen, maar Passages (**1/2) is een heerlijk poëtische, sfeervolle vingeroefening. 

Soldiers (Soldater) (*1/2) legt een belangrijk pijnpunt van veel kortfilms bloot: een goed idee is nog geen goede kortfilm. Het uitgangspunt van een achtjarig jongetje dat op zijn eigen manier probeert te rouwen om de dood van zijn broertje wordt onvoldoende uitgewerkt en levert dus een saaie, lamlendige kortfilm op. De locaties zijn mooi, de beelden knap geschoten, maar de uitwerking van het verhaal is onvoldoende.

Pieter De Graeve is geen onbekende in kortfilmland: A Piece of Cake werd in 2003 op het filmfestival van Gent bekroond. Sindsdien komt hij aan de bak als schrijver van Aspe en Witse. Voor zijn tweede kortfilm, Missing the Boat (**1/2) trok hij naar de andere kant van de wereld: Melbourne, Australië. Misschien inspireerde het land hem om alle hoofdpersonages uit te dossen als dieren. De personages maken zich op voor een luxueuze cruise. Janice, een dertiger en nog steeds single, moet wanhopig op zoek naar een geschikte partner. Dat lijkt niet zo eenvoudig. De Graeve is sterk en snedig in zijn commentaar en maakt een punt wanneer hij in de slotbeelden de dieren laat inschepen op de ark van Noah.

Raf Reyntjens is een regisseur die van vele markten thuis is. Hij is reclamefilmer en werkte in diverse hoedanigheden ook mee aan films als Vergeten Straat, Zoenzucht, Mariken en Villa des Roses. Zijn SF-kortfilm A Message from Outer Space met Matthias Schoenaerts was in 2004 en 2005 een festivalhit. Reyntjens cast Schoenaerts opnieuw in de hoofdrol in Tunnelrat (**), een kortfilm van een heel ander kaliber. De film slingert ons meteen richting eerste wereldoorlog. In Ieper worden aan beide kanten van de oorlog ondergrondse tunnels gegraven om de vijand te kunnen aanvallen. Schoenaerts speelt stersoldaat John Atkins die de dag voor zijn verlof vast komt te zitten onder een stukje niemandsland. Hij levert sterk spel, maar het ironische einde zie je in deze productioneel groots opgezette kortfilm jammer genoeg al van ver aankomen.

Voor de vertoning van Abused (****) verschijnt de mededeling dat de film zo’n gruwelijke momenten bevat dat mensen met een zwakke maag maar beter even naar buiten kunnen, wat prompt ook gebeurt. Gelukkig maar, want de marteling die Gene Bervoets ondergaat maakt van de slachtoffers in Saw of Hostel doetjes. Nog enger is dat zijn vrouw het live meemaakt via de telefoon. Het bizarre hersenspinsel – met verrassende pointe – komt uit de pen van veelschrijver Richard Christian Matheson (Amazing Stories, Masters of Horror) en kadert in zijn Shockers project, een reeks ultrakorte horrorfilmpjes voor het internet die allemaal door hem geschreven zijn. Regisseur Jonas Govaerts (Forever, Mobius) bewijst zijn gevoel voor sfeer, timing en vooral pikzwarte humor, ook al kregen we op het IKL nog niet de definitief gemonteerde versie te zien.

Grímur Hákonarson geldt als een van IJslands meest beloftevolle regisseurs. Met Wrestling (Bræðrabylta) (**1/2) won hij recent nog de prijs voor beste kortfilm op het Interfilm Short Film Festival van Berlijn. De film is een rustige, ingetogen contemplatie over het leven, maar wel met een onconventionele insteek: de liefde en vriendschap van twee worstelaars. Hákonarson steekt zijn film vol symboliek (het graven van de tunnels) en metaforiek. De karakterontwikkeling tussen de protagonisten is belangrijker dan de actie. Hákonarson zit als een microscoop op zijn personages, maar wisselt behendig af met wijde shots van het indrukwekkende IJslandse landschap. Mooi hoe Hákonarson, die zelf ook het verhaal schreef, van zijn twee hoofdrolspelers echte mensen van vlees en bloed maakt. Hun belangrijkste worsteling is niet die op de mat tijdens een wedstrijd, maar wel erbuiten, in het echte leven.

In het Spaanse Limoncello (**1/2) proppen drie regisseurs drie korte films in 22 minuten. De film bewijst bovendien dat er in het kortfilmlandschap plaats is voor het westerngenre. De drie verhalen zijn opgenomen in het mooie landschap van Almeria, Andalusië. Jorge Dorado vertelt het verhaal van een priester die overdag alles en iedereen helpt, maar ’s nachts een duister geheim verbergt. In het tweede verhaal is een mooi meisje, met de hulp van een achterlijke jongen, wanhopig op zoek naar een landkaart. Borja Cobeaga regisseert het relaas van een sheriff die zich weigert te wassen. De drie verhalen spelen met een verrassend einde, een inventieve pointe. Knap ook hoe de film zich in geen tijd inschrijft in het westerngenre vol stof, geweren en paarden.

Jonas Odell is een 46-jarige Zweedse liefhebber van het betere knip- en plakwerk. Zijn animatiefilms zijn inventieve patchworks van verschillende stijlen en technieken. Dat merk je ook weer aan zijn nieuwe drieluik Lies (Lögner) (***). Het tempo van de verhalen ligt ontzettend hoog en Odells visuele verbeelding lijkt eindeloos. De drie verhalen draaien, zoals de titel laat vermoeden, rond leugens. In het eerste verhaal is een nachtelijke inbreker aan het woord die zich voordoet als een accountant. Het middelste stuk gaat over een jongen die een misdaad bekent die hij niet heeft begaan. Het mooiste verhaal zit aan het slot: dat van een vrouw die zich heel haar leven voordoet als iemand anders. Een kortfilm als spiegel die zich eventjes richting toeschouwer draait: het werkt.

Lars Damoiseaux – te gast tijdens de openingsavond - is een oude bekende van het IKL. Met Los Taxios won hij exact tien jaar geleden de prijs van het publiek. Elevator (**) toont de zogenaamde last video footage van journalist Dirk Simons die in 2003 verdween tijdens het draaien van een reportage in en rond een flatgebouw. De bewoners hebben er weinig goeds over elkaar te vertellen. Bizar detail: iedereen vermijdt de lift, waar vreemde dingen mee aan de hand blijken te zijn. Damoiseaux presenteert zijn film als een Blair Witch-achtige documentaire vol schokkerige beelden, wegvallend geluid en in beeld zwiepende camera’s, én een summiere hommage aan Dick Maas’ cultklassieker De Lift. Helaas weet de film nooit echt de boeien, op één leuke vondst na als een man besluit de lift te nemen om te bewijzen dat er niets mee aan de hand is: lachen!