Zoals het een moderne spionagesatire betaamt, opent Burn After Reading met een nerveuze Google Earth-sequentie boven het Amerikaanse continent. Na het obligate inzoomwerk strijkt de camera uiteindelijk neer in de wandelgangen van het CIA-hoofdkwartier in Langley, waar we meestappen in de voetsporen van Balkan-expert Osbourne Cox (John Malkovich). Eenmaal op het kantoor van zijn oversten, krijgt hij er de bons wegens alcoholmisbruik. Cox is ziedend (“Who's ass didn't I kiss?”). Hij vermoedt een politieke afrekening, en begint thuis gretig aan zijn memoires te schrijven. Cox’ vrouw Katie (Tilda Swinton) heeft het intussen wel gehad met haar zelfingenomen man. Terwijl ze een affaire begint met Harry Pfarrer (George Clooney), een vloerenminnende, seksverslaafde neuroot met een kaasallergie, bereidt ze zich voor op haar echtscheiding door Cox’ financiële gegevens op een cd-rom te verzamelen.
Na een ongelukkige omzwerving via Katie’s advocate komt het schijfje in handen van Chad Feldheimer (Brad Pitt) en Linda Litzke (Frances McDormand), twee medewerkers bij het plaatselijke fitnesscentrum Hardbodies. Chad is een aan kauwgom en energiedrankjes verslaafde chaoot die zich gedraagt als een vijfjarige ADHD'er, terwijl Linda een datingsites afschuimende narciste blijkt die vastberaden doch vruchteloos de verzekeringen probeert op te lichten voor een reeks esthetische operaties. Kortom: het zijn hopeloze idioten. In de veronderstelling dat ze met Cox’ memoires en persoonlijke boekhouding over ultrageheime informatie beschikken (“secret CIA shit”), beginnen de twee zielepoten de man in kwestie te chanteren. Maar wanneer hun plan dreigt te mislukken (de beenharde Cox geeft geen krimp), besluiten ze dan maar rechtstreeks naar de Russische ambassade te stappen in de hoop daar hun disc te kunnen verpatsen. Alles lijkt gesmeerd te lopen, tot er plots letterlijk een lijk uit de kast valt.
De reactie van de CIA-directeur na het vernemen van zoveel onzin vat de plot van deze film – en a fortiori van elk Coen-product – perfect samen: “Report back to me when... uh… I don't know... when it makes sense.” Het dynamisch kluwen van interpersoonlijke relaties, al dan niet gefingeerde intriges, en absurde veronderstellingen en tegenzetten zorgt voor een soort van complexiteit die je alleen bij de Coen Brothers aantreft. Alsof dat nog niet volstaat, wordt de onoverzichtelijke brei door het regieduo rijkelijk overgoten met maatschappijkritische sneren, pikzwarte humor, brutale geweldplegingen, subtiele hyperlinks, manische paranoia, en haast psychedelische dialogen.
De Coens bedienen zich gretig van clichés, maar weten die steevast te verpakken in een uniek hyperrealistisch, met absurditeiten bezaaid universum. In één van de grappigste scènes uit de film zien we hoe Chad in het holst van de nacht Cox uit zijn bed belt om hem te chanteren met de informatie op zijn cd-rom. Cox is duidelijk ‘not amused’, maar Chad – nog steeds opgewonden als een puber – valt niet uit zijn rol, en probeert met een vervormde stem zijn compleet geschifte verhaal te brengen. De wisselwerking tussen Cox’ zelfingenomenheid en Chads kinderlijke naïviteit is geniaal. Dat blijkt ook in een latere scène, waarin Cox de zelfverklaarde Barmhartige Samaritaan een stevige dreun op zijn neus verkoopt.
Niet alleen de humor roept herinneringen op aan eerdere films van de Coens. Net als in pakweg Fargo en The Hudsucker Proxy zijn de cartooneske, van de pot gerukte personages de motor van het verhaal. De acteurs zetten stuk voor stuk sociaal geïmplodeerde excentriekelingen neer, die gedoemd zijn om op te klimmen tegen de eindeloze wanden van de put die ze voor zichzelf hebben gegraven. Zo kwijt John Malkovich zich met brio van zijn taak als erudiete misantroop op de rand van een zenuwinzinking, versmelt George Clooney moeiteloos met zijn personage als promiscue zenuwpees, en slaagt Frances McDormand er wonderwel in haar egocentrisch wereldbeeld tot een platte lichamelijke obsessie te herleiden (“I've gone just about as far as I can go with this body”). Maar vooral Brad Pitt verdient een eervolle vermelding. Hij incarneert de volslagen idiotie en zuigt met zijn dolkomische interventies alle aandacht naar zich toe. Opvallende bijrollen zijn weggelegd voor J.K. Simmons als geplaagde CIA-baas en Jeffrey DeMunn als opportunistisch plastisch chirurg.
Het zijn twee figuren die ons naadloos bij de maatschappijkritische dimensie van de film brengen. Burn After Reading rijgt de uitvallen naar de heb- en pronkzucht, de hersen- en gewetenloosheid van de Amerikaanse samenleving aan elkaar. Wat zich in de microkosmos van de film afspeelt, is in essentie een subpolitiek machtsspel dat gestuurd wordt door de tirannie van de middelmatigheid. Cox noemt het “a league of morons”, een alliantie waarvan hij ironisch genoeg ook zelf deel uitmaakt. Door zijn zelfingenomenheid heeft Cox immers een belangrijk aandeel in de ontketening van de cirkeldans der idioten, waarvan de centrifugale krachten uiteindelijk niet meer te stuiten zijn. Maar het door alle protagonisten gecultiveerd ‘politiek dynamiet’ is eigenlijk niets meer dan een rookbommetje, een scheet in een fles.
Burn After Reading is na O Brother, Where Art Thou? en Intolerable Cruelty een meer dan geslaagd sluitstuk op de “idiotentrilogie met Clooney”. De film zal na het obligate rijpingsproces ongetwijfeld een plaatsje veroveren in het lijstje der Coen-klassiekers. Het is niet alleen een heerlijke spionagesatire, maar bovenal een intelligente maatschappijkritiek boordevol treffende karikaturen, en een welgemikte schop in het kruis van de gevestigde orde. Wie denkt dat de personages eendimensionaal zijn, en argumenteert dat de complexe plot uiteindelijk als een plumpudding in elkaar zakt, heeft gelijk. Maar dat is precies het handelsmerk van de Coens: succes oogsten door nihilisme te zaaien. Of om met de woorden van Walter Sobchak (John Goodman) uit The Big Lebowski te besluiten: “These men are nihilists, there's nothing to be afraid of.”
Gezien op het Filmfestival van Oostende 2008
Titel: Burn After Reading
Genre: Zwarte komedie
Speelduur: 1u36
Regisseurs: Ethan Coen en Joel Coen
Acteurs: Brad Pitt, John Malkovich, George Clooney, Frances McDormand, Tilda Swinton