Misschien maar goed, want Jin-gyu Cho’s humor en visie werkt gewoon veel beter in de typisch Koreaanse gangstersetting. Er volgde een al even succesvolle sequel onder leiding van een andere cineast. Maar toch waren de fans en kenners het er over eens dat Jin-gyu Cho’s origineel stukken beter was. Hun gebeden werden – ongetwijfeld dankzij een rijkelijke cheque – verhoord en in 2006 maakte de man Jopog Manura 3, ofwel My Wife Is a Gangster 3.
Maar om even de verwarring weg te halen: de prent wordt in onze contreien door Splendid uitgebracht onder de titel Killerlady. Het gaat hier om een derde film uit een franchise, maar gelukkig heeft deze prent niets te maken met de twee succesvolle voorgangers. De sfeer, de look en de algemene uitwerking blijven wel hetzelfde. Gelukkig maar!
Eerst doen we even het verhaal uit de doeken: de mooie, maar kattige Aryong (Shu Qi) wordt ervan beschuldigd een rivaal van haar invloedrijke vader (Ti Lung) uitgeschakeld te hebben. Ze wordt door haar vader naar Korea gestuurd om daar een veilig onderkomen te vinden en zo aan de in Hongkong heersende bendeoorlog te ontkomen. In Korea wordt ze door Ki-chul (Lee Beom-Soo) en zijn twee onhandige handlangers opgevangen. De drie doen er alles aan om haar voor alle gevaren in het gangsterleven te behoeden en verliezen haar geen moment uit het oog. Maar Aryong is echter geen katje om zonder handschoenen aan te pakken en ze laat zich niet zomaar opsluiten in een doosje. Wanneer enkele huurdoders uit Hong Kong Aryong op het spoor komen, dreigt haar verleden opnieuw naar boven te komen en moet Ki-chul al snel erkennen dat de mooie dame uit Hongkong meer capaciteiten heeft dan verwacht. Ze is namelijk zéér goed in staat om zichzelf te verdedigen! Voor Aryong het weet, zet ze de volledige Koreaanse onderwereld op zijn kop.
In de hoofdrol herkennen we de duizelingwekkend knappe Shu Qi, die enkele jaren geleden ook in het Westen bekend werd dankzij haar hoofdrol in de internationale kaskraker The Transporter. Hoewel de actrice dankzij haar frêle verschijning en kleine gestalte aanvankelijk niet echt als een dreiging overkomt, slaagt ze er met vlag en wimpel in om het tegendeel te bewijzen. Ze is geloofwaardig als expert in vechtsport en ook haar hele uistraling is ‘bad-ass’. Tussen de spectaculaire en overigens erg fraaie gevechtschoreografieën door geeft ze het personage de nodige menselijke warmte.
Ook de rest van de cast levert prima acteerwerk af. Lee Beom-Soo, bekend uit onder meer Gingko Bed en uiteraard The City of Violence, is het perfecte tegengewicht voor Shu Qi en de charismatische acteur heeft een goed gevoel voor komische timing. Liefhebbers van de Shaw Brothers films en het vroege werk van John Woo zullen overigens blij zijn om te vernemen dat niemand minder dan Ti Lung een belangrijke rol vertolkt in de film. De krasse zestiger is nog steeds even boeiend om naar de kijken en geeft deze sequel best een meerwaarde.
Buiten enkele duizelingwekkende en spectaculaire actiescènes die stuk voor stuk erg knap in beeld zijn gebracht, bevat de film heel wat humor. Hoewel veel grappen en grollen verloren gaan in de vertaling en regisseur Jin-gyo Cho regelmatig dezelfde grap opvoert (ironisch genoeg over de miscommunicatie tussen het Chinese en Koreaanse personage), is het merendeel van de grappen geslaagd te noemen en hebben we regelmatig hardop zitten schateren en gniffelen. Het niveau is niet allemaal even hoog, maar dat kan de pret niet drukken.
Maar vergis je ondanks al de grappen en grollen echter niet, want ondanks de lichte ondertoon bevat de sequel behoorlijk wat geweld en bloed. In Amerika resulteert humor in actiefilm meestal tot een halfzachte boel die een beetje vlees noch vis is. In Zuid-Korea vergeet men nergens het onderwerp uit het oog en blijft een actiescène een kwestie van leven of dood voor de personages. En het is net dat fijne huwelijk van harde actie en geslaagde humor zonder aan elkaar afbreuk te doen dat de My Wife Is a Gangster-reeks zo populair maakte. Z
Zo hoort het ook. My Wife Is a Gangster 3 (Killerlady) is dan ook een erg geslaagde actiefilm, met geslaagde humor en een stevige geut charmante romantiek.
Na Hong Kong Legends, Worlwide Cinema en Asiamania is er een nieuwe kaper op de kust. Splendid, een Duitse distributeur van genrecinema, besluit onder de vlag van “Amazia”ook in de Benelux nu een selectie van de fijnste Aziatische films uit te brengen. Dit is uiteraard een mooie marketingslogan, maar het moet gezegd dat het schijfje van Killerlady technisch dik in orde is. Het anamorfische 2.35:1-beeld is verbluffend qua scherpte en contrast, met een prima schaduwdetail en levendige kleuren. De Koreaanse/Chinese Dolby Digital 5.1-track lost eveneens al de verwachtingen in, met een breed en ruimtelijk geluidsbeeld. De dialogen klinken helder en zijn netjes verstaanbaar gedurende heel de speelduur. Qua extra’s laat Splendid wel een steekje vallen, aangezien we het alleen moeten doen met een ruime collectie (promotionele) trailers. Toch wordt dit een beetje goed gemaakt door de fraaie goudkleurige stalen verpakkingen. Dus voor een zacht prijsje zeker een fijne aanwinst voor de liefhebbers!
(Met dank aan Splendid )
In de volgende Legends of Asia blijven we in de sfeer van sterke vrouwen en laten we ons onderdompelen in de decadente wereld van de zogenaamde ‘Pinky Violence’, met besprekingen van maar liefst vier (!) genreclassics: Criminal Woman – Killing Melody, Terrifying Girls High School – Lynch Law Classroom, Girl Boss Guerilla en Delinquent Girl Boss – Worthless To Confess. Sayonara!
Regie: Jin-gyu Cho
Cast: Shu Qi, Lee Beom-Soo, Hyeon Yeong, Oh Ji-ho, Ti Lung
Land van herkomst: Zuid-Korea/China
Productiejaar: 2006
Filmlengte: 111 min.
Adviesleeftijd: 16