FILMJAAROVERZICHT 2008

Een gevarieerd en verrassend filmjaar

Twentieth Century Fox
2008 is voorbij. Moviegids blikt eigenzinnig terug op een goed, gevarieerd en verrassend filmjaar waarin de traditioneel sterke filmlanden zich herpakten. Knappe films uit Amerika, Groot-Brittannië, Italië en Frankrijk en vooral een tsunami aan Vlaamse films. Die waren niet allemaal even goed, maar wel succesvol aan de kassa.

Vlaanderen
Alsof er hogere krachten aan het werk zijn, haalt Loft uitgerekend op kerstdag 850.000 bezoekers. De film van Bart De Pauw en Erik Van Looy is daarmee veruit de succesrijkste Vlaamse film van het jaar. Meer zelfs: met trots laat de distributeur weten dat Loft het filmische instituut Daens van het podium der best lopende Vlaamse films aller tijden stoot. Conincx behoudt met Koko Flanel en Daens nog wel goud en zilver, maar de films uit 1990 en 1987 behoren tot een ander tijdperk. Het valt nog maar te bezien of überhaupt nog een film zoveel mensen kan mobiliseren. Het succes van Loft stond in de sterren geschreven, met een voor Vlaamse normen unieke ensemblecast, een meticuleus in elkaar gedraaid scenario en een regie die in Hollywood de wenkbrauwen deed fronsen. Voor Erik Van Looy wordt helaas niet zijn tweede film de moeilijkste, maar zijn derde.

De meest gelauwerde Vlaamse film speelt zich niet af in een luxueus dakappartement, maar wel in een Gentse volksbuurt waar bloedworst en stoverij op het bord liggen. Barbara Sarafian speelt in Aanrijding in Moskou puik een verkreukelde huisvrouw die uit haar troosteloos appartement gered wordt door een koene ridder in een mastodont van een gele vrachtwagen. De film vertoont te weinig weerhaken om te kunnen concurreren met de authenticiteit van een film van Felix Van Groeningen, maar de lof die overal ter wereld klinkt, is toch meer dan terecht. Tussen alle prijzen en eervolle vermeldingen, moet Christophe Van Rompaey nog wel het meest blij zijn met de drie prijzen die de film kreeg op het filmfestival van Cannes.

Het boek Los van Tom Naegels zou iedereen moeten gelezen hebben. Niet eens omdat de nogal losse aaneenschakeling van fragmentarische gebeurtenissen zo goed is, maar wel omdat Naegels vrij genuanceerd de vinger aan de pols houdt van ons politiek, maatschappelijk en sociaal leven van vandaag. Jan Verheyen leek in eerste instantie niet de juiste regisseur om het boek te verfilmen, maar slaagde toch mooi in zijn opzet. Met een tegen de camera sprekende hoofdrolspeler doorbreekt hij de vierde wand en spreekt hij het publiek rechtstreeks aan. Daarmee kan hij relativeren, in een ander perspectief plaatsen of net extra commentaar geven. Een beetje jammer wel dat de film nogal oppervlakkig in het vel krast. Met een beetje meer druk zouden de krassen littekens nalaten. Op een echt geëngageerde, politieke mokerslagfilm blijft het vooralsnog wachten.

Linkeroever verdient een plaats in het beste van het Vlaamse filmjaar omdat Pieter Van Hees over een stevig stel ballen bezit. Het duurde acht jaar voor hij zijn film gefinancierd kreeg, en was niet te beroerd om in te tekenen in het VTM-project Fait Divers, dat uiteindelijk voor extra geld zorgde. Samen met onder meer Felix Van Groeningen, Fien Troch, Koen Mortier en de broertjes Dimitri en Nicolas Karakatsanis vormt hij De Generatie Nu van de Vlaamse cinema en kan hij lekker rond stoeien in zijn eigen filmisch universum. Voor Linkeroever ging hij gretig leentjebuur spelen bij klassiekers als The Wicker Man en Rosemary’s Baby en het verhaal van een somber meisje dat in de ban geraakt van een oud, mysterieus appartementsgebouw deed ook wel erg denken aan Japanse griezelfilms als The Ring en Dark Water. Maar vooral het eerste deel van de film bewijst Van Hees zich als een onmiskenbaar filmisch talent dat algauw het flatgebouw zelf als extra personage op de voorgrond schuift, pal tussen de erg sterk acterende Matthias Schoenaerts en Eline Kuppens in. Jammer dan ook dat het einde van de film onevenredig zwak is. Maar dat vergeven we Van Hees nog.

Amerika
De 83-jarige Sidney Lumet wint dit jaar goud in de veteranenklasse. Met Before the Devil Knows You’re Dead brengt hij een uitermate frisse maar toch diepgravende variatie op een al lang uitgemolken thema. Je moet het maar doen. Met de flair en Schwung van een twintigjarige maar de solide ervaring van iemand die vier keer zo oud is, loodst hij twee broers – geweldig geacteerd door Philip Seymour Hoffman en Ethan Hawke – door een overval die volledig uit de hand loopt. De film springt handig heen en weer tussen heden en verleden en schotelt de toeschouwer de scènes in non-lineaire volgorde voor. Dat alles leidt naar een razend knap eindbeeld. Thematisch spit de film in interessante grond: voor je in de hel belandt, mag je hopen dat de duivel je wat respijt geeft om in de hemel rond te hangen. Met andere woorden: pak wat je kan krijgen, voor het te laat is. Dat lijkt in deze tijden een niet onverstandig advies.

Als geen ander laveren de broers Coen zich in No Country for Old Men door de winderige, kurkdroge Texaanse vlakten in het kielzog van de gewetenloze psycho killer Anton Chigurh, gespeeld door een onvergetelijke Javier Bardem. Gewapend met een slachtpistool zit het meest foute kapsel van de eeuw Llewelyn Moss (Josh Brolin) op de hielen, die te midden van wat een mislukte drugsdeal lijkt te zijn een koffer vol geld buit heeft gemaakt. Chigurh is dan weer de grote obsessie van de plaatselijke sheriff Tom Bell (Tommy Lee Jones), die tussendoor nostalgische, filosofische praatjes houdt over de veranderende maatschappij waarin geen plaats meer lijkt voor oude mannen. Lange tijd leek de roman van Cormac McCarthy onverfilmbaar, maar de Coens lijken het boek gewoon letter voor letter in beelden om te zetten. Wie had ooit gedacht dat het een van de beste films van 2008 zou opleveren?

Niet iedereen is het er mee eens, maar Juno is de perfecte film: ernstig en vrolijk, zwaar en licht, diepzinnig en doodgewoon – het hele leven samengebald in anderhalf uur film. Zo dartel en fris als Ellen Page hebben we ze afgelopen jaar zelden gezien. Haar knuffelig personage Juno, dat in deze film ongewild zwanger geraakt, dartelt door de film die vreemd genoeg vaak ook zwaarmoedig aandoet en qua gevoel verwant is met het al even nostalgische Once. Jason Reitmans regie is even opgewekt en pittig als de rest van de film. Juno is een eerlijke, heerlijke en leerrijke film.

De setting van There Will Be Blood is het Californië van de eind negentiende, begin twintigste eeuw. Het scenario is een thematische bom waarin zowel oliewinning, dubbelzinnige familiebanden als geflipte religiebeleving aan bod komen. Maar bovenal staan hebzucht en de gevolgen ervan centraal. In een tijdsperiode die van de eerste lezing tot de laatst geschoten scène zowat twee jaar omspande, maakte Day-Lewis van een naam op papier een personage dat niet completer en volmaakter kon zijn, dat van Daniel Plainview, de eigenaar van enkele oliebronnen in Coyote Hills. There Will Be Blood boogt daarnaast niet alleen op een prachtige fotografie, bovendien lijkt het alweer een tijdje geleden dat iemand de klankband nog zo’n grote eer aandeed.

In 1997 rolde Michael Haneke met Funny Games als een bulldozer door het filmfestival van Cannes. De schijnbare opgewektheid van zijn door en door perfide hoofdpersonages schokte iedereen die een kaartje durfde te kopen. Helaas bereikte Haneke met zijn film nauwelijks het doelpubliek dat hij voor ogen had: de Amerikanen. Met zijn remake voor de Amerikaanse markt ging de filmmaker nauwgezet te werk. Op basis van de originele blauwdrukken uit 1997 liet hij de originele locatie waar het drama zich langzaam ontspint nabouwen. Funny Games heeft nauwelijks aan sterkte ingeboet. Na tien jaar is Hanekes kurkdroge aanklacht tegen verheerlijking van geweld helaas actueler dan ooit. Het moment waarop hij een van zijn kraaknette personages de toeschouwer zelf voor een moreel dilemma laat plaatsen, kruipt onder de huid en blijft daar nog lang natintelen.

Dat een Stephen King-verfilming bijna alle top-10 lijstjes op het einde van een jaar haalt, is sinds The Shawshank Redemption (en in mindere mate The Green Mile) geen verrassing meer. De horrorauteur richt immers evengoed zijn bloederige pijlen rechtstreeks richting hartkamers. Frank Darabont adapteerde Kings sleutelverhaal over angst en godsdienstwaanzin en plantte het geheel in een mooie Amerika-metafoor anno 21ste eeuw. Jammer genoeg kreeg Darabont The Mist niet in zwart-wit de zalen in (daarvoor moeten we de puike DVD kopen), maar hij haalde wel zijn slag thuis met een donker, nihilistisch en diepdroef einde dat de toeschouwer in coma achter laat. Zijn zwartgalligheid is erger dan King, met zijn hoopgevend open einde, had verzonnen. The Mist is horror op zijn best.

Op het einde van Batman Begins, drie jaar geleden, viel de joker spreekwoordelijk uit een spel kaarten. Fans begonnen te hyperventileren van geluk, maar hadden nooit kunnen voorspellen dat nemesis The Joker zo’n onaardse proporties zou aannemen. Dat komt uiteraard door de betreurde Australiër Heath Ledger, die zich voor zijn finale rol maniakaal voorbereidde – en er uiteindelijk ook aan ten onder ging. De griezelig geschifte clown is de ideale tegenstander voor een Batman vol twijfels en tilt The Dark Knight uit boven de gemiddelde superheldenfilm. Een echte superheld is Batman trouwens niet: in tegenstelling tot de gevleugelde superman of spinnende Spider-Man moet hij het doen zonder bovennatuurlijke krachten. Regisseur Christopher Nolan kan zich dus concentreren op de kern van de zaak: de hartverscheurende morele dilemma’s waar The Joker Batman voor plaatst en die uitmonden in een weliswaar zinderende maar daarom niet minder sombere, duistere finale waarin de jager zelf de opgejaagde wordt.

Op animatievlak torent Wall-E zonder concurrentie uit boven de andere digitale tekenfilms. Pixars Negende Symfonie toont na vijftien jaar films maken een bedrijf dat klinkt als nooit tevoren. Vooral het eerste luik van de film, waarin we het woordloze robotje over een desolate, dode, vervuilde planeet zien denderen, grijpt recht naar het hart. De actie versnelt pas als Wall-E oog in oog komt te staan met de vrouwelijke zoekrobot Eve en het tweetal de ruimte in wordt gekatapulteerd. De fletse kleuren van de toekomstige aarde moeten dan plaats ruimen voor een kleurrijk ruimteschip waarop het tweetal allerlei avonturen beleeft. De sterkte van Wall-E ligt – en dat is a-typische voor een moderne tekenfilm – niet in flitsende actie of snelle dialogen, maar in de visuele expressie van de karakters. Wall-E rolt vanaf nu op gelijke hoogte met Woody en Buzz als vaandeldragers van het bedrijf Pixar.

De rest van de wereld
Roberto Saviano moet samen met Osama Bin Laden zowat de meest gezochte man ter wereld zijn. Sinds hij een onthullend boek schreef over de Napolitaanse maffia, is hij permanent op de vlucht. De auteur leeft ondergedoken, vrezend voor zijn leven. Gomorra, de verfilming van zijn boek won de Grand Prix in Cannes en sleepte de vijf belangrijkste European Film Awards in de wacht. De film toont de leefwereld van kleine maffiosi. Dit keer geen prachtige beelden van goedgeklede gangsters maar lijdende sukkelaars die hun dromen stukgeslagen zien wanneer de kruitdampen optrekken. In en rond Napels verspreidt de criminaliteit zich als een onstuitbare, giftige zwarte olievlek. Niemand blijft gespaard. Gomorra is razendknappe, vitale cinema.

Entre les Murs won de Gouden Palm in Cannes. Dat is en blijft de belangrijkste filmprijs ter wereld. Waarschijnlijk is de film van Laurent Cantet ook de beste film van filmjaar 2008. François Bégaudeau speelt de hoofdrol in de verfilming van zijn eigen succesvolle roman over een jonge leraar die les geeft in een multiculturele school in Parijs. Hij gelooft in zijn leerlingen. Hij wil hen leren dialogeren, een eigen mening vormen en opkomen voor hun rechten. Al snel wordt hij geconfronteerd met de gevolgen van zijn lesmethodes. De leerlingen laten zich gelden. De lesuren veranderen in een verbale strijd van het hoogste niveau. Entre les Murs steunt op briljante dialogen, vlijmscherpe analyses van de hedendaagse maatschappij en een gedurfde, moderne visie op het onderwijs die radicaal ingaat tegen de mening geitenwollensokken-profeten die de lof zingen over onze multiculturele samenleving. Op twee uur tijd worden de leraar en leerlingen als het ware een deel van ons leven, gasten die we al jaren kennen, van wiewe meer willen weten. Entre les Murs is nu al een mijlpaal in de Europese cinema.

Het debuut van beeldend kunstenaar Steve McQueen slaat in als een bom. Hij volgt de laatste zes weken van het leven van de legendarische IRA-activist Bobby Sands. Die ging in hongerstaking om een einde te maken aan de onmenselijke behandeling van de IRA-gevangenen in de Britse Maze-gevangenis. McQueen en acteur Michael Fassbender gaan heel ver om de lichamelijke aftakeling en de mentale sterkte van de militante Noord-Ier uit te beelden. Op het eind van de film is hij een levend lijk, nauwelijks nog in staat om te bewegen en te spreken, maar van opgeven wil hij absoluut niet weten. Hunger is een esthetisch en tegelijkertijd realistisch meesterwerk over een van de pijnlijkste momenten in de recente Britse geschiedenis. Deze uitmuntende, gewaagde film legt een pijnlijke knoop in de maag.

Glen Hansard en Markéta Irglová waren de vreemde eend in de bijt tijdens de Oscaruitreiking. Het duo won een Academy Award voor hun song Falling Slowly uit de Ierse film Once, zonder twijfel de goedkoopste topfilm van 2008. Glen Hansard is de zanger van de rockband The Frames. Hij speelt min of meer zichzelf als busker zonder zelfvertrouwen in de straten van Dublin. Hij ontmoet een Tsjechische klassiek geschoolde pianiste die zijn zelfgeschreven liedjes mooi vindt. De boomlange rossige Ier en de frêle Tsjechische beginnen samen muziek te maken. Het klikt niet alleen muzikaal, ook op amoureus vlak vonkt het. Once is een hoogmis voor liefhebbers van ongekunstelde, pure en spontane cinema. In het echte leven vormen Hansard en Irglová een liefdeskoppel. Hun verliefdheid op het scherm is niet gespeeld en daarmee hebben we niets verklapt over de inhoud van deze ontwapenende no-budget minimeesterwerkje. De niet-standaard afwikkeling van het liefdesverhaal en heerlijke songs maken van Once een film om te herbekijken en beluisteren.

De intelligente, maar altijd brave Ang Lee verlegde zijn grenzen met Lust, Caution. Het is niet zijn beste film maar om verschillende redenen wel zijn meest spraakmakende. Onder andere omdat hij fabelachtig mooi gefotografeerd is en omdat de costuums en de decors van een duizelingwekkende schoonheid zijn. Lust, Caution is de doorbraakfilm van de Chinese actrice Wei Tang, die niet alleen buitenaards sexy is maar ook uiterst getalenteerd blijkt te zijn. Ze speelt een jonge studente die tijdens de Tweede Wereldoorlog de leider van de Japanse bezetter moet verleiden. Die kerel wordt gespeeld door Tony Leung. Het is de beste vertolking ui zijn toch al indrukwekkende carrière. Wei Tang begint moedig aan haar opdracht en slaagt er ook in om Tony Leung in haar bed te lokken. Vanaf dan loopt het niet meer zoals gepland. Wei Tang kan niet genoeg krijgen van de harde, soms ongennadige seks met Leung. Een brave Chinese maagd die zich gewillig laat nemen door de Japanse bezetter: de Chinese overheid kon er niet mee lachen en dwong Ang Lee om de film te hermonteren. In Europa is de onopgekuiste versie te zien. Een lekker controversiële, veelgelaagde film die een beetje te kil is en ziel mist maar die visueel buitengewoon aantrekkelijk is.

Een jonge Oekraïense vrouw laat haar dochtertje en moeder achter en trekt naar Oostenrijk, waar ze als schoonmaakster in een mentaal ziekenhuis terechtkomt. Pauli zit tot over zijn oren in de schulden en gaat met zijn stiefvader mee de baan op als verkoper van kauwgombalautomaten. Uiteindelijk belanden ze in een obscure uithoek van Oekraïne. Mensonterende vernedering, brutaal geweld en fundamentele eenzaamheid zijn de thema's van het keiharde Import/Export, de twee uur en vijftien minuten durende Oostenrijkse film van Ulrich Seidl. De Oostenrijkse cineast heeft het niet al te hoog op heeft met de mens. Hij gaat voor authenticiteit en realisme vermengd met wrange humor. Zijn laatste film is een impressionistisch meesterwerk dat een tijd op de maag blijft liggen. Er is nauwelijks een plot en de toon is somber. De natuurlijke vertolkingen van de niet-professionele acteurs maken alles goed. Film moet niet altijd aangenaam zijn, wel Import/Export is dat niet maar is een uiting van uniek verteltalent.

This is England is de provocatieve titel van de geweldige film van Shane Meadows. De jonge Thomas Turgoose is meer dan overweldigend in zijn debuutrol. Hij speelt een ventje dat gepest wordt op school. Hij heeft het foute kapsel, de foute kleding, hij luistert naar stomme muziek, zijn moeder is arm. Hij wordt omarmd door een bende skinheads die hem wel respecteren, serieus nemen en verdedigen tegen zijn belagers. De skinheads vormen zijn nieuwe pseudo-familie. Shane Meadows is een wonderlijke sfeerschepper. Het is onwaarschijnlijk hoe hij die vieze vroege jaren '80 op het scherm tovert. Die onmogelijke kleurencombinaties, foeielijke kapsels, gigantische brillen en klodders make-up! Door de lens van Meadows worden het onmisbare elementen van een groter geheel. This is England is een zinderende coming-of-age film: charmant, pijnlijk en rauw. Hoewel de personages zonder uitzondering naarlingen met verachtelijke politieke ideeën - en bovendien niet op de eerste rij stonden toen het verstand werd uitgedeeld – worden ze door Meadows afgebeeld als kwetsbare mensen van vlees en bloed die door een ongelukkige samenloop van omstandigheden aan de rand van de maatschappij zijn beland. Hij maakt een verschil tussen de personages en hun ideeën en verdient daarvoor uitgebreide lofzangen.

Het is een wonder hoe ze het doen, maar keer op keer schieten de gebroeders Dardenne raak. In 2008 deden ze dat met Le Silence de Lorna. In hun nieuwste film gaat een jonge Albanese vrouw een schijnhuwelijk aan met een junkie (een prachtige vertolking van Jérémie Renier). Ze wil zo snel mogelijk de Belgische nationaliteit krijgen om zich legaal in ons land te kunnen vestigen. Haar strakke plan – trouwen met een junkie die dan 'per ongeluk' een overdosis neemt – valt in duigen wanneer de junkie besluit af te kicken. Lorna is een speelbal van een maffia die voor grof geld schijnhuwelijken arrangeert. Ieder initiatief dat ze neemt, maakt haar situatie uitzichtlozer. De Dardennes laten veel over aan de interpretatie van de kijker die zelf de menselijke horror mag invullen. Zelden zijn Lorna's motieven duidelijk. Ze wedt op verschillende paarden wat het extra moeilijk maakt om haar gedrag en beslissingen te beoordelen.