Het regiedebuut van Charlie Kaufman (scenarist van onder andere Being John Malkovich en Eternal Sunshine of the Spotless Mind) is de ideale slotfilm van Offscreen. Kaufman maakt met Synecdoche, New York (***1/2) een megalomane mind fuck doorheen het brein van een theaterregisseur die, dankzij het winnen van een prestigieuze theaterprijs, in een gigantische hangar in New York een labyrintisch, allesomvattend toneelstuk op poten zet met als doel zijn eigen, grotendeels mislukt, leven te overdenken en ensceneren. Klinkt ingewikkeld? Dat is het ook. Kaufman tovert werkelijk al zijn stokpaardjes uit eerdere films – de vage grens tussen fictie en realiteit, de krijtlijnen van de liefde, de kracht van geheugen en herinnering – uit zijn hoge hoed en laat ze een bevreemdende rondedans doen. Philip Seymour Hoffman is perfect gecast als hypochonder Caden Cotard, de depressieve maar geniale theaterregisseur waar alles om draait. Eenvoudig is de film niet, en helaas heb je niet het idee alles van de eerste keer ook echt te vatten en begrijpen. Een tweede en wellicht derde visie zijn pure noodzaak. De film davert af op een finale die je bij de strot grijpt, wanneer een dominee in het stuk een monoloog afsteekt om u tegen te zeggen. Kaufman levert met zijn regiedebuut een echte synecdoche af: een film als deel van het geheel. Een stukje werkelijkheid op pelicule. Module: First Off-screenings. (hdw)
Geheel tegen zijn gewoonte in gebruikte William Castle geen speciale gimmicks in Straight-Jacket (**1/2) om het publiek te lokken. Hij vertrouwde erop dat de aanwezigheid van filmster Joan Crawford de zalen zou laten vollopen. Zij speelt Lucy, een vrouw die haar echtgenoot betrapt met een vriendinnetje, compleet door het lint gaat en hen beiden met een bijl het hoofd afhakt. Een erg botte bijl overigens want ze blijft lang genoeg inhakken op het koppel om haar toekijkende dochtertje Carol een trauma te bezorgen. Twintig lange jaren later wordt ze door het gesticht gezond genoeg verklaard om bij haar dochter op de boerderij van haar broer te wonen. Het duurt niet lang voor er weer enkele lichamen het zonder hoofd moeten stellen. Het scenario is van de hand van Robert Bloch, die eerder Psycho schreef. Dat is voor de geïnformeerde kijker eerder een vloek dan een zegen, want wie voorbereid is op een grote plotwending zal – door het beperkt aantal belangrijke personages - al snel door hebben hoe de vork aan de steel zit. Wat overblijft is een vrij duffe film, met schaarse hoogtepunten als iemand er weer eens het bijltje bij neerlegt. In de slachtscènes komt het talent van Castle naar boven. Het heerlijke schaduwspel mag dan wel allesbehalve origineel zijn, hij brengt het wel erg goed in beeld. De montage is slim en de timing zit goed. Dat kan niet gezegd worden van de meeste acteerprestaties. Op Crawford na wordt er gespeeld als in de eerste de beste soap. Wie de clou pas op het einde doorheeft, zal een aangename thriller voorgeschoteld krijgen; de meerderheid moet van deze film enkel de onthoofdingen onthouden. Module: William Castle (sru)
Il profumo della signora in nero (The perfume of the lady in black) (***) vertelt het verhaal van Silvia (Mimsy Farmer), een jonge wetenschapster die in de loop van de film langzaam maar zeker mentaal ten onder gaat. Ze wordt bedolven onder een berg schuldgevoelens over de dood van haar moeder en dat ze het slachtoffer is van een samenzwering onder leiding van haar vriendje maakt haar er ook niet vrolijker op. Als dat laatste u doet denken aan Rosemary’s Baby, dan heeft u het helemaal bij het rechte eind. Regisseur Francesco Barilli speelt ongegeneerd leentjebuur bij collega Polanski, wat een best genietbare film oplevert. De kopie overstijgt nergens het origineel, maar weet niettemin te boeien tot op het einde. Dat mag vooral op rekening worden geschreven van de bijzonder creepy soundtrack van Nicola Piovani –die de geluidsband van Rosemary’s Baby ongetwijfeld in zijn platenkast heeft steken- en de glansprestatie van Mimsy Farmer. Zij slaagt er bijzonder goed in de mentale aftakeling van Silvia op de doek te brengen en speelt daarbij de rest van de cast op een hoopje. Op het einde van de film wijkt Barilli af van het uitgestippelde pad en gooit hij alle remmen los. De aangekochte zakjes nepbloed komen nog aardig van pas zeker in de hallucinante slotscène die de kijker achterlaat met een gevoel dat hij er weer helemaal niets van begrepen heeft. Hierin schuilt zowel de zwakte als de sterkte van de film. Het inconsistente plot werk verwarrend, maar draagt ook bij tot het gevoel van twijfel over wat er realiteit is en wat zich enkel in het hoofd van Silvia afspeelt. Il profumo della signora in nero mag dan niet de meest originele film zijn, hij houdt je toch op het puntje van je stoel. Als de mensen van het festival per ongeluk de buzzers uit the tingler hadden aangezet, was ondertekende ongetwijfeld afgevoerd! Module: Raro Italiano (sru)
Zoals het in een echte giallo betaamt komen we ook in Cosa avete fatto a Solange? (What Have They Done to Solange?) (***1/2) pas helemaal op het einde te weten hoe de vork in de steel zit. Meer nog: tot driekwart film weten we zelfs niet eens wie de Solange uit de titel is, laat staan wat er met haar aan de hand is. Het siert regisseur Massimo Dallamano dat hij zijn film traag en behoedzaam opbouwt. Naar goede Italiaanse traditie krijgen we de seriemoordenaar, die rondwaart in en rond een Londense katholieke meisjesschool, nooit echt te zien. Hij sluipt langs gangen en door deuren. Zijn modus operandi is gruwelijk: met een diepe messteek treft hij de meisjes in de vagina. Dallamano wordt in zijn meticuleus opgebouwde thriller uitstekend geholpen door een heerlijke fotografie van Joe D'Amato, die later zelf als regisseur heel wat minder subtiel op het witte doek zou kladden. Dallamano verlekkert zich met een stoet aan blote borsten en vrouwelijk schoon, maar beperkt het expliciet grafisch geweld dan weer tot bijna nihil. Markant detail: de Italiaanse scenaristen baseerden zich op Edgar Wallaces roman The Clue of the New Pin, maar gunden de romancier geen credit. Cosa avete fatto a Solange? mag dan wel niet de bekendse giallo uit zijn tijd zijn, de film blijft ook vandaag de dag nog ijzersterk overeind als een studie in haast perfect geregisseerde spanningsopbouw. Dan neem je er de af en toe schabouwelijke acteerprestaties maar bij. Module: Raro Italiano. (hdw)
Toen regisseur Corrado Farina in 1973 met Baba Yaga (**) een eigenzinnige verfilming afleverde van de erotische strip Valentina van Guido Crepax, werd de film geen succes. Meer zelfs: Farina had het bij de Italiaanse producenten zodanig verkorven, dat hij nooit meer de kans kreeg een derde film te maken. De Italiaan, die Baba Yaga persoonlijk op het festival van uitleg kwam voorzien, stortte zich dan maar op het regisseren van commercials en het schrijven van boeken, die hij overigens nog altijd graag verfilmd zou zien. Baba Yaga verwierf door de jaren heel een ware cultstatus. Het titelpersonage (gespeeld door Carroll Baker) is een mysterieuze tovenares die de nuchtere modefotografe Valentina (Isabelle De Funès) in haar greep krijgt. Niet alleen vertoont haar fototoestel vreemde kuren, ook verlangt Valentina steeds meer naar een sadistische wereld, ergens tussen droom en werkelijkheid. Farina bewijst zich met Baba Yaga niet als de meest toegankelijke regisseur aller tijden. Vooral de Eisensteiniaanse montage en de moeilijke evenwichtigsoefening tussen wat nu juist realiteit en droom is, vragen vrij veel inspanning van de toeschouwer. Module: Raro Italiano. (hdw)
Eagle vs Shark (***) dateert al van januari 2007, toen de film voorgesteld werd op het Sundance Film Festival. Dat zegt al veel over de trefwoorden die je ermee kan verbinden: onafhankelijk, bizar en vooral recht uit het hart. Regisseur Taika Waititi baseerde dit ongewone liefdesverhaal op eigen ervaringen uit zijn jeugd in Nieuw-Zeeland. Zijn hoofdpersonen zijn geen gebronsde borstkas en geblondeerd fotomotel, maar wel een computerspelletjesnerd met vettig haar en een lelijke bril en een iel fastfoodmeisje met scheve tanden. Het meisje, Lily (Loren Horsley), heeft al een hele tijd een oogje op de jongen, Jarrod (Jemaine Clement), en ziet haar kans wanneer hij binnenstapt in het fastfoodrestaurant waar ze werkt. Verkleed in een haai verzeilt ze vervolgens op een gekostumeerd feestje, en voor ze het goed en wel beseft reist ze met Jarrod naar zijn geboortedorp, waar hij nog een eitje te pellen heeft met een pesterige jeugdvriend. Waititi baadt zijn film in een zeer herkenbaar In De Gloria-sfeertje (de ontknoping van de film zit trouwens letterlijk in een sketch van het tv-programma) en wankelt dus als een koorddanser tussen drama en humor. Om echt met de hoofdpersonages mee te voelen, zijn Jarrod en Lily misschien net iets te bevreemdend en sociaal onaangepast. Het verhaal is bovendien tamelijk voorspelbaar, maar Waititi injecteert de film met mooie stukjes stop motion, een melancholische soundtrack, heerlijke humor en prachtige beelden. Een echte Sundance film, dus. Module: First Off-screenings. (hdw)
Frownland (** ½), het speelfilmdebuut van de Amerikaanse regisseur Ronald Bronstein, is een gemene en provocerende film over Keith Sontag, een obsessief sociopaat die de gekste toeren uithaalt om wat geld te verdienen. Keith kan niet normaal communiceren, draait altijd om de hete brij heen, en heeft veelal gewoon niets te vertellen. En dat is een tikkeltje vervelend, als je weet dat hij als verkoper van deur tot deur gaat om zijn dubieuze boekjes ten voordele van MS-patiënten aan de man te brengen. Bronstein zoekt geen compromissen met de kijker. Hij cultiveert zijn onbehagen. Zijn stijl is zo agressief en zijn personages zijn zo afstotelijk, dat maar weinig mensen het voor elkaar zullen krijgen om de film de volle 100 minuten uit te zitten. Wie het wel zo lang volhoudt, en ook de epileptische beeldenstorm in de staart van de film overleeft, kan alleen maar concluderen dat de doorleefde acteerprestaties van hoofdrolspeler Dore Mann op zijn minst indrukwekkend kunnen genoemd worden. Frownland is een welgemeende fuck you naar alle Hollywood-conventies. De ruwe look, de provocerende stijl en de controversiële thematiek roepen herinneringen op aan Lars von Triers Dogma 95-film Idioterne. Een film die je in elk geval niet gauw vergeet. Module: First Off-screenings. (jdk)
In Tokyo! (***), de officiële openingsfilm van het festival, krijgen we een provocerend drieluik over het leven in de Japanse hoofdstad voorgeschoteld. In het eerste deel richt Michel Gondry (Eternal Sunshine of the Spotless Mind) de camera op een jong koppel dat naar de metropool is afgereisd in de hoop er een woning te vinden. Maar niet alles loopt zoals gepland. In het tweede luik dalen we met Leos Carax (Les amants du Pont-Neuf) in de riolen van Tokio af, waar zich een anarchist met rosse baard en een opvallend melkwit oog schuilhoudt. Hij terroriseert de inwoners van de stad en verslindt alles op zijn weg, voornamelijk bloemen en geld. In het sluitstuk van Joon-ho Bong (Memories of Murder) wordt een hikikomori (een kluizenaar) verliefd op het meisje dat hem zijn pizza’s levert. Maar door een aardbeving worden ze van elkaar gescheiden. Tokyo! is een cinematografische ontdekkingsreis doorheen de straten van een bruisende wereldstad. Verwacht echter geen romantische avondwandeling. De film brengt een surrealistische, existentialistische trip waarin de angsten en de verlangens van de inwoners centraal staan. De thematiek van verlamming, isolatie en vervreemding loopt als een rode draad door de drie microverhalen heen. Die duistere cyclus wordt echter continu doorbroken door poëtische zuchten naar zingeving en nut, artistieke escapades, politieke satire, adembenemende beelden, en de grenzeloze fantasie van de cineasten. Gepolijste avant-garde. Module: First Off-screenings. (jdk)
Nog geen half jaar na de release van The House on Haunted Hill kwam Castle’s tweede – en meteen ook laatste – film met genrefavoriet Vincent Price in de zalen. In The Tingler (**) speelt hij dokter Warren Chapin, een patholoog die de oorzaken van angst onderzoekt. Zijn theorie is dat angst zich als een fysieke entiteit in de ruggengraat manifesteert. Om dat te bewijzen waagt hij zich aan een reeks gevaarlijke, vaak onethische experimenten. Hij komt tot de conclusie dat de menselijke wervelkolom een soort parasitaire duizendpoot herbergt, een wezentje dat enkel kan gestopt worden wanneer het slachtoffer schreeuwt. Het scenario van The Tingler staat volledig in functie van de interactieve ‘percepto’-gimmick, speciale buzzers die onderaan de bioscoopzitjes zijn vastgemaakt om de illusie van elektrische schokken te creëren. Tijdens een sleutelscène in de film, waarin de Tingler via een gleuf in de cinemazaal wordt losgelaten, gaat het scherm op zwart, en horen we enkel nog de stem van Vincent Price. Hij vraagt het publiek om niet te panikeren, maar om te schreeuwen: “Scream! Scream for your lives!” The Tingler rijgt de lauwe dialogen aan elkaar, en is zelden spannend of boeiend. Maar ondanks de zwakke plot en het torenhoge kitschgehalte zijn er genoeg redenen om de film toch een blik waardig te gunnen: Vincent Price is heerlijk als volslagen gestoorde wetenschapper, de opgevoerde parasiet is één van de vreemdste creaturen uit de filmgeschiedenis, en The Tingler is de eerste film waarin een LSD-trip wordt verbeeld. Module: William Castle. (jdk)
Mr. Sardonicus (** ½) is de openingsfilm van de achtdelige retrospectieve rond gimmick-koning William Castle. In de late negentiende eeuw wordt dokter Robert Cargrave ontboden op het kasteel van baron Sardonicus, waar hij tot zijn grote verbazing zijn oude geliefde Maude aantreft. Ze blijkt getrouwd met de baron, een sinistere man die zijn ernstig misvormd gezicht achter een expressieloos masker verbergt. Sardonicus vertelt dat hij enkele jaren geleden het lijk van zijn vader heeft opgegraven om een winnend loterijbriefje terug te vinden. De brede grijns op diens ontbindende schedel vervulde de baron met zoveel afschuw, dat zijn eigen gelaat prompt dezelfde demonische trekken aannam. Sardonicus rekent erop dat Cargrave hem van zijn sardonische glimlach verlost. Wanneer de dokter echter weigert, dreigt de baron ermee Maude te folteren. Mr. Sardonicus is een heerlijke hommage aan de gotische horrorfilms uit de jaren ’30, waarin regisseur Castle psychologische gruwel met goedkope sensatie combineert. Interessante rollen zijn weggelegd voor de houterige Guy Rolfe, die het titelpersonage met de nodige B-filmbrio vertolkt, en voor Oskar Homolka (I Remember Mama), de folterende, eenogige, bloedzuigerminnende kasteelbewaarder Krull. Dankzij de zogenaamde ‘punishment poll’ kan het publiek door middel van stemming bepalen of de baron dood of levend de aftiteling haalt (wie laatst lacht…). Althans, dat wil Castle ons doen geloven. In werkelijkheid was de regisseur sluw genoeg om het stemgedrag van zijn publiek te voorspellen. Het alternatief einde is dan ook enkel op de originele spoel terug te vinden. Module: William Castle. (jdk)