Het is niet de eerste keer dat Disney af te rekenen krijgt met tegenvallende box office- resultaten, minderwaardige producties en competitie. Toen de Walt Disney Studio’s in de jaren ’80 teleurstellende resultaten boekten en flauwe films realiseerden (al blijft het atypische, donkere The Great Mouse Detective – De Speurneuzen – uit 1986 toch één van onze favorieten) wisten andere animatie-iconen als Don Bluth (zelf een ex-medewerker van Disney) met juweeltjes als The Secret of NIMH, An American Tail en The Land Before Time van die teloorgang te profiteren. Het was pas met de release van The Little Mermaid in 1989 dat de Disney Studios opeens weer ‘in’ waren. Toen ook aan dat succesverhaal een einde kwam, ondernam de filmmaatschappij verschillende wanhopige pogingen om opnieuw de publiekslieveling te worden. Dat resulteerde uiteindelijk in de misplaatste ontbinding van de 2D-animatiestudio en een verhoogde concentratie op computeranimatie, een genre dat Disney-partner Pixar perfect onder de knie heeft.
Toen Toy Story-regisseur Lasseter de leiding kreeg over Walts rijk, besloot hij meteen enkele veranderingen door te voeren. Hij bracht de traditionele animatiefilm terug tot leven (na een kort intermezzo van het aardige Enchanted zien we daar eind dit jaar met The Princess and the Frog de eerste resultaten van) en wierp een kritische blik op de films die al in productie waren. In Meet The Robinsons uit 2007 kon Lasseter zijn invloed al even laten gelden, maar de productie was al te ver gevorderd om nog grote aanpassingen door te voeren. Toch was het in die film reeds duidelijk dat Disney opnieuw interesse in plot en personages begint te tonen, en dat de studio minder bezig is met het bedenken van nieuwe gimmicks.
Met Bolt lijkt er een voorzichtig evenwicht te zijn gevonden. De Pixar-producties buiten beschouwing gelaten is het niet alleen één van de visueel knapste computeranimatiefilms van de laatste jaren, bovendien kijkt het (toegegeven, voorspelbare) verhaaltje lekker weg, en wordt de film in enkele zalen ook nog eens in 3D vertoond.
Als we voor het eerst kennismaken met Bolt, is hij nog een puppy die in de handen van het meisje Penny terechtkomt. De spectaculaire actiescène die er meteen op volgt, toont dat de hond een regelrechte superheld is de meest groteske schurken uitschakelt om zijn baasje te beschermen. Wat de hond echter niet weet, is dat hij een acteur is in een televisieserie. Alle medewerkers en acteurs (Penny incluis) geven de hond het gevoel dat hij en zijn baasje zich echt in levensgevaarlijke situaties bevinden. Het is The Truman Show, maar dan met dieren. Als een poging om de kijkcijfers de hoogte in te jagen ervoor zorgt dat Bolt ontsnapt en in de buitenwereld terechtkomt, gaan de poppen aan het dansen. Bolt zal, met de hulp van enkele nieuwe vrienden, de confrontatie met zichzelf moeten aangaan als hij zijn geliefde Penny ooit wil terugzien.
Al van bij de eerste scène in de dierenwinkel is het duidelijk dat Bolt ver boven het niveau van recente Disney-films als Chicken Little en Home on the Range uitstijgt. De schattige puppy beweegt en reageert als een echte hond, en er is bijzonder weinig sprake van antropomorfismen (waarbij menselijke eigenschappen aan dieren worden toegekend). Vervolgens belanden we in een zinderende achtervolgingsscène die herinneringen oproept aan het beste van The Incredibles. De sequentie waarin Bolt en Penny achterna gezeten worden door gemotoriseerde hulpjes van de kwaadaardige Doctor Calico (stem van Malcolm McDowell), zet meteen de juiste toon en laat zien dat Disney met deze film voluit gaat. Er hangt een “nu of nooit”-gevoel over Bolt. De toekomst zal uitwijzen of de film een nieuw creatief hoogstaand tijdperk inluidt.
Eens Bolt in de buitenwereld terechtkomt, neemt de plot een voorspelbare – maar daarom niet minder aangename – wending. Bolt ontmoet er, naast enkele geschifte duiven, de kat Mittens (een erg leuk personage dat aanvankelijk als een soort straatzwendelaar wordt voorgesteld) en Rhino, de meesterzet in de film. Rhino is een door Bolt geobsedeerde hamster die in een plastic bol leeft en van een leven als actieheld droomt. Hij is de fan die je nooit hoopt te ontmoeten. Terwijl Mittens pogingen onderneemt om Bolt duidelijk te maken dat hij geen superkrachten heeft, doet Rhino net het tegenovergestelde. De scènes waarin de personages onderling kibbelen en door Bolt op sleeptouw worden genomen, zijn dan ook erg grappig.
De rest van de film ontspint zich als een variant op Toy Story. Ook daarin was één van de personages (Buzz Lightyear) ervan overtuigd dat hij tot meer in staat was dan de werkelijkheid toeliet, en was er een ander personage (Woody in Toy Story, Mittens in Bolt) dat de eerste weer met beide voeten op de grond moest brengen. In dat opzicht is Bolt allesbehalve origineel of verrassend. Maar toch zorgt dit brave, maar goed gemaakte tussendoortje ervoor dat we de wrange nasmaak van een erg middelmatig decennium kunnen doorspoelen.
Het stemmenwerk is overwegend uitstekend. Zelfs onze twijfels bij John Travolta als het titelpersonage en tieneridool Miley Cyrus als Penny waren meteen van de baan. Het is echter Mark Walton, een storyboard-tekenaar die af en toe zijn stem aan een nevenpersonage leent, die het meest indruk maakt als de hilarische Rhino. De scène waarin hij het juk van zijn plastic kooi van zich afgooit en diabolisch lachend uit de bol ontsnapt, is één van de leukste momenten van het prille filmjaar.
Bolt hoort nog lang niet thuis in het rijtje van de Pixar-producties en de betere ‘standaard’ Disney-films, maar de beloofde verbeteringen zijn duidelijk zichtbaar. En met de terugkeer naar animatiefilms, die rond de kerstperiode in de zalen komen, breekt er voor Disney een nieuw tijdperk aan. Eén waarin het oude met het nieuwe wordt vermengd, alle mogelijkheden een kans krijgen, en het talent op de juiste plaats zit. Om met het favoriete stopwoord van Rhino te beëindigen: awesome!
Titel: Bolt
Genre: Animatie
Speelduur: 1u36
Regisseur: Chris Williams & Byron Howard
Acteurs: John Travolta, Miley Cyrus, Susie Essman, Mark Walton, Malcolm McDowell (OV); Kevin Janssens, Barbara Sarafian, Chris Van den Durpel, Tine Van den Wijngaert (NV)