Vier jaar geleden trok Michel met zijn cameraploeg langs de oevers van de Congo-rivier. Op de montagetafel herwerkte hij zijn beeldmateriaal tot een collage over economisch verval. Verkende hij met Congo river, au-delà des ténèbres nog de ruggengraat van de regio, dan is hij met Katanga Business in het economisch hart van Congo aanbeland: de mijnontginning.
Als zoon van een mijnwerker uit ‘Le Pays Noir’ (Charleroi) kent Michel de industrie als zijn broekzak. In zijn jeugdjaren maakte hij er twee documentaires over: Pays Noir, Pays Rouge en Chronique des saisons d'acier. Ze markeerden het einde van een tijdperk. In Katanga liggen de kaarten vandaag anders. Na de industriële boost tijdens het kolonialisme, en het daaropvolgende verval onder Mobutu, kent de zuidelijke Congolese provincie (intussen uitgesmeerd over vier nieuwe provincies) vandaag een tweede industriële revolutie. De achterliggende economische processen zijn echter altijd dezelfde gebleven: sinds de Belgische koloniale overheersing worden de gigantische bodemrijkdommen in Katanga (koper, kobalt, uranium, zink, tin) bestendig geëxploiteerd door vreemde mogendheden en internationale ondernemingen.
De sociale conflicten die daaruit voortvloeien, kristalliseren zich langs twee breuklijnen: de traditionele noord-zuidtegenstelling van kapitaal versus arbeid, en de relatief recente oost-westtegenstelling waarbij economische groeilanden als China en India in een grondstoffenoorlog met het westen verwikkeld raken. Ze verdiepen de kloof tussen de politici, de industriële elite, de maffia en de speculanten enerzijds, en de artisanale gravers, die plaats moeten ruimen voor de nieuwe machines en ontginningsmethodes, anderzijds. Het is precies in dat kluwen van tegenstellingen en sociale spanningen dat Michel met Katanga Business opereert.
In de eerste plaats richt de cineast zijn camera op de hoofdrolspelers in de Congolese mijnindustrie. De meeste aandacht gaat uit naar Moïse Katumbi, de alomtegenwoordige gouverneur van Katanga. Hij treedt op als bemiddelaar en fraudebestrijder, maar hij is ook een gladde mooiprater met commerciële motieven. Hij zalft, maar heelt de wonden niet. Hij belooft hervormingen en deelt dollars uit aan de noodlijdende bevolking, maar staat zelf met beide voeten in de mijnexploitatie. Het is een populist van het zuiverste water. In Katumbi’s kielzog passeren nog vijf industriëlen de revue: de Canadese mijnbouwspecialist Paul Fortin, topman (indertijd door Kabila benoemd) van het staatsbedrijf Gécamines met sites vol grondstoffenvoorraden “als een bankrekening”, de Belg George Forrest, “Koning van Katanga”, de grootste ondernemer en werkgever in Congo, de Congolese directeur van Boss Mining Laurent Décalion, de Belgische mijningenieur René Nollevaux, en de Chinese ingenieur Min, ‘de man van 9 miljard dollar’, een pragmaticus die infrastructuurwerken uitvoert in ruil voor toegang tot Katanga’s ertsrijkdommen.
Door de breed uitgesponnen elite-interviews continu af te wisselen met beelden van betogingen die worden uiteengeslagen, scènes waarin stakers door regeringsgezanten worden verplicht om het werk te hervatten, historische beeldfragmenten, en korte gesprekjes met de verpauperde bevolking en de getroffen gravers zelf, dringt Michel de kijker de centrale vraag op wie uiteindelijk de rekening zal betalen. Hoe zullen de sociale spanningen evolueren als de ambachtelijke creuseurs blijven verjaagd worden door de multinationals? Wat als de huidige strategische allianties op de helling komen te staan? Hoe moet het verder met de economie van een land waarin de mediërende instellingen volledig buitenspel staan, en waarin bedrijfsleiders enkel bij regeringsdecreet kunnen benoemd en afgezet worden? En wat gebeurt er met de werkgelegenheid en de ‘welvaart’ als de mijnen volledig leeggeplunderd zijn?
Het zijn vragen die onbeantwoord blijven. Michel suggereert elementen van mogelijke ontwikkelingen, maar laat de interpretatie van het conflict volledig aan de kijker over. De regisseur is bijzonder zuinig met achtergrondcommentaar. Hij wil niet verklaren of informeren, maar registreren. Het is een inhoudelijke keuze die als voordeel heeft dat Katanga Business nooit moraliserend of belerend wordt. Maar er zijn ook nadelen aan verbonden. De kijker die niet vertrouwd is met de politieke, economische en humanitaire situatie in Congo, blijft deels in het ongewisse. Zeker als je weet dat Michel prangende thema’s als kinderarbeid (wel aanwezig in Congo river), politieke belangenvermenging en de verpletterende verantwoordelijkheid van het westen – én het oosten – quasi volledig links laat liggen.
Daartegenover staat dat hij de sociale onrust en de economische tegenstellingen in Katanga erg sterk in beeld brengt. Michel toont de bijna organische lotsverbondenheid tussen alle grote en kleine spelers in het conflict (dat is ook duidelijk af te lezen op de affiche van de film). Op die manier staat zijn industriële saga symbool voor de verwachtingen en de ontgoochelingen die globalisering en economisch imperialisme met zich kunnen meebrengen. Hoewel Katanga Business als documentaire te weinig weerhaken vertoont, blijft het een beklijvende reportage over een ongehoord geologisch schandaal waarbij miljarden dollars en honderdduizenden mensenlevens op het spel staan.
Gezien op het Cinema Novo Festival 2009.
Titel: Katanga Business
Genre: Documentaire
Speelduur: 1u59
Regisseur: Thierry Michel
Cast: Moïse Katumbi, Paul Fortin, George Forrest