New York, jaren ‘50. Op de straten van de West Side heerst een bittere rivaliteit tussen twee jeugdbendes. Wanneer de vonken overslaan tussen Tony – oud-oprichter van de Jets – en Maria – het jongere zusje van de leider van de Puertoricaanse Sharks – krijgt het conflict een persoonlijke kant. Kan liefde haat overwinnen?
West Side Story begon haar carrière op Broadway en was meteen een enorm succes, ook bij de critici die vooral te spreken waren over de “moderne en baanbrekende” choreografie. Op dit ogenblik is de musical voor haar vijftigste verjaardag opnieuw op de New Yorkse planken te bewonderen, al is het stuk nooit echt weg geweest. Het werd en wordt altijd wel ergens ter wereld opgevoerd en liedjes als “America”, “Maria” en “I Feel Pretty” hebben zich in het collectieve geheugen genesteld.
Een verfilming liet niet lang op zich wachten. Aanvankelijk zat Jerome Robbins – de choreograaf van het Broadwaystuk – in de regiestoel, maar toen ongeveer 60% van de film was opgenomen, begonnen de kosten het budget te overschrijden en werd Robbins vervangen door Robert Wise, die enkele jaren later met de Sound of Music nog een hitmusical aan zijn palmares zou toevoegen.
Robbins’ eerder opgenomen bijdragen en choreografieën werden gelukkig wel behouden, en net zoals bij het toneelstuk zijn het ook in de film de danspartijen die de sterkste indruk maken.
De romance blijft immers al bij al oppervlakkig. Liefde op het eerste gezicht is hier wel erg letterlijk te nemen. Tony en Maria zien elkaar, bezingen hun grote liefde in een duet en weten meteen dat er voor hen nooit meer iemand anders zal zijn. Zelfs Romeo en Juliet hadden meer tijd en dialoog nodig...
Het feit dat er niet echt veel chemistry sprankelt tussen de té afgebostertelde Richard Beymer (Tony) (we stellen ons een ex-leider van de Jets toch iets ruiger voor) en de mooie Natalie Wood (Maria), voor de gelegenheid met Spaans accent, verbetert de zaak niet. Het liefdesaspect van het verhaal voelt ongeloofwaardig en naïef aan, zeker voor de meer kritische kijker.
Wat vijftig jaar na datum nog altijd brandend actueel blijft, is de vijandigheid tussen de jeugdbendes, jongeren die doelloos door hun straten zwerven en met hand en tand hun territorium opeisen en tegen indringers verdedigen. De schitterende proloog (na de muzikale suite van vijf minuten die de film opent) confronteert de kijker meteen met deze rivaliteit. Op het ritme van Bernsteins magistrale muziek dansen beide groepen de agressie en woede uit het lijf. Hoewel ook het geruzie in het begin naïef (“Cokes voor iedereen!” – ja, de frisdrank – stelt Riff, de leider van de Jets, op een krijgsraad voor) en soms zelfs speels lijkt, wordt het bittere ernst wanneer er onverwacht doden vallen. De spelers worden wakker geschud en wraak- en eergevoel drijven de spanning verder op.
Alles wordt ook op hun niveau gehouden. Wanneer de overheid wil ingrijpen om het escalerende geweld tegen te gaan, stoot ze bij beide bendes op een muur van stilzwijgen en ontkenning. Of ze is het mikpunt van spot en kritiek, zoals in het erg grappige en geslaagde lied “Gee, Officer Krupke” dat de draak steekt met de besluiteloosheid van de sociale instanties.
Wat niet gezegd wordt in de film, wordt gedanst of gezongen. De dialogen binden de liedjes aan elkaar, want zij zijn het die naast de choreografie de meeste aandacht van de kijker opeisen en verdienen. Componist Leonard Bernstein en tekstschrijver Stephen Sondheim (de man achter de Sweeney Todd musical) trekken alle registers open. Meeslepende ballades (“Maria”, “Somewhere”, “Something Comin’”), swingend donkere fuga’s (“Cool”), tedere romantiek (“One Hand, One Heart”, “I Had a Love”), een agressieve samenzang (“Quintet”) en speelse intermezzo’s om de kijker en toeschouwer even op adem te laten komen (“America”, “I Feel Pretty”, “Gee, Officer Krupke”), de liedjes dragen elke emotie die de personages voelen.
De meeste acteurs zongen niet zelf hun teksten in. Enkel George Chakiris en Rita Moreno (gedeeltelijk) waagden zich aan de noten. Beiden werden voor de moeite beloond met een Oscar, al zal deze erkenning uiteraard voornamelijk geweest zijn voor hun uitstekende vertolking van respectievelijk Bernardo, leider van de Sharks, en Anita, zijn vurige vriendinnetje.
De Oscars voor mannelijke en mrouwelijke bijrol zijn niet de enige exemplaren die de productie mee naar huis nam. In totaal won de film 10 Academy Awards, waaronder beste film en beste regie (gedeeld door Robbins en Wise). Enkel Ben Hur, The Lord of the Rings: The Return of the King en Titanic deden beter.
Verdiend? West Side Story heeft alvast de tand des tijds goed doorstaan. De vernieuwende choreografie en het tijdloze karakter van het verhaal maken de film nog altijd zeer genietbaar. Het magere liefdesverhaal wordt verstopt in een snelle opeenvolging van muzikale nummers. Het wordt letterlijk weg gedanst.