In 2006 kocht McKee de filmrechten van het boek Red van de Amerikaanse horrorschrijver Jack Ketchum. Na twee jaar zwoegen om de financiering rond te krijgen, konden de camera's eindelijk beginnen draaien, maar na amper drie weken werden de opnames alweer stilgelegd en mocht McKee vertrekken. Hij was het niet eens met de producenten over hoe de film moest eindigen en hield het zaakje voor bekeken. De Noorse regisseur Trygve Allister Diesen kreeg de ondankbare taak om de rest van de film in te blikken. Red was te zien op het Brussels Festival of Fantastic Film en werd door het publiek positief onthaald. Maar voor de anders zo optimistische McKee betekent dat niks. Voor hem was het hele project een flop, een aaneenschakeling van teleurstellingen. Moviegids vroeg zich af of hij al van de schok bekomen was en nodigde hem uit voor een gesprek.
U hebt het niet gemakkelijk om uw films gemaakt of gezien te krijgen, zeker in het geval van Red. Bent u daardoor meer op uw hoede als filmmaker?
Zeker weten. Dat is ook een van de redenen waarom ik nu in Oklahoma woon en niet meer in Los Angeles. Ik ben helemaal geen harde zakenman, dat zit niet in mij. Ik denk nog te vaak: als ik iets wil maken, zullen er vanzelf wel mensen komen om me te helpen en te steunen. Ik vind het heel moeilijk om voor een Hollywoodstudio te werken. Misschien heb ik ook zoveel pech omdat ik telkens met de verkeerde mensen werk. Toen ik nog in L.A. woonde, had ik het gevoel dat mijn creativiteit werd aangetast. Elke keer als ik een idee had, werd het op alle mogelijke manieren in vraag gesteld. Ik kon mezelf niet meer zijn. Dat is voor mij een akelige ervaring omdat ik altijd gewend was mijn eigen ding te doen. Ik ben opgegroeid op het platteland en daar had ik enkel mijn strips en mijn verhalen. Ik kon ongestoord in mijn eigen wereldje leven. Maar ja, film maken is nu eenmaal een commerciële kunstvorm. En als je veel geld van iemand anders uitgeeft, wil die persoon natuurlijk ook een vinger in de pap hebben. Ik probeer altijd wel interessante projecten te doen met fatsoenlijke budgetten, maar het is erg moeilijk om te werken met mensen die je kunt vertrouwen. Ik ben misschien ook iets té jong begonnen. Maar je hebt nu eenmaal van dit soort onaangename ervaringen nodig om te kunnen groeien als filmmaker. Ik weet niet of dit een antwoord is op je vraag?
Toch wel, al is het een beetje ontnuchterend.
Uiteindelijk maakt het allemaal niets uit want ik kan in principe altijd films draaien als ik dat wil. Sony maakt hele handige, kleine camera's … (lacht). Ik hoef me dus nergens zorgen over te maken. Je komt enkel in de problemen als je in de spotlights wilt staan en veel geld wilt verdienen. Maar daar is het me allemaal niet om te doen. Begrijp me niet verkeerd, ik heb ook heel wat goede ervaringen opgedaan. Dankzij het succes van May heb ik The Woods kunnen draaien en Sick Girl kunnen doen voor Masters of Horror. Het is belangrijk om te onthouden dat je niet bij de pakken mag blijven zitten als het eens niet lukt. Trouwens, ik mag nog van geluk spreken dat ik op deze manier mijn boterham kan verdienen. Zo hoef ik tenminste niet bij Taco Bell te werken (lacht).
Red stond hier op het programma. Bent u nog gaan kijken?
Ja, het was zelfs de eerste keer dat ik hem volledig heb gezien. Maar ik vond er niet zoveel aan. Het is vreselijk om te moeten zien hoe iemand anders jouw film afmaakt. Je herkent nog wel de scènes die je zelf hebt gedraaid, maar als alles wordt gemonteerd door iemand die niet precies weet waar wat hoort, levert dat toch een vreemde film op.
De hoofdrol in Red wordt op indrukwekkende wijze gespeeld door Brian Cox. Hoe bent u bij hem terechtgekomen?
Gewoon, via de traditionele kanalen. Ik had niemand specifiek in gedachten en ben dus acteurs blijven ontmoeten tot ik de juiste tegenkwam. Cox leek me bijzonder geschikt voor de rol. Hij is uiteindelijk ook aan boord gekomen als producent. Amanda Plummer en Robert Englund (die de ouders spelen van een van de jongens, nvdr.) heb ik ontmoet via een gemeenschappelijke vriend en zij hebben meegespeeld om mij een plezier te doen.
Brian Cox heeft in Red een adembenemende scène van tien minuten waarin hij in één lange monoloog het verhaal vertelt van de moord op zijn vrouw en zoon. Hoe bereidt u zo'n scène voor?
De scène die in de film zit is niet door mij geregisseerd. Die is pas opgenomen toen de nieuwe regisseur het project al had overgenomen. Die scène was voor mij de essentie van de film, maar is in zijn huidige versie niet zoals ik ze voor ogen had. De regisseur herinnerde zich misschien nog een beetje hoe ik het wilde doen, maar het is toch niet helemaal gelukt.
Hoe heeft het toch zo ver kunnen komen dat u bent opgestapt?
Halverwege de productie ontstonden er plots problemen en de opnames werden door de producenten stilgelegd. We kregen onenigheid over de manier waarop de film afgewerkt moest worden. Het was mijn bedoeling om langzaam te beginnen en dan steeds sneller te gaan, net als een western. Maar dat zagen de producenten anders en ik besloot dus maar om op te stappen. Naderhand zijn ze zonder mij doorgegaan. Red is een miskraam en ik praat er eigenlijk niet graag over.
Dan zullen we razendsnel van onderwerp veranderen. U zei dat u in uw jeugd veel strips las. Welke personages hebben u het meest beïnvloed? En zou u ingaan op een aanbod van een grote studio om een dure stripverfilming te draaien?
O ja, ik had een moord gedaan om Spider-Man, Hulk of The Fantastic Four te kunnen doen. De Marvel-strips waren mijn favorieten. Zoals gezegd ben ik op het platteland opgegroeid en we gingen misschien een of twee keer per jaar naar de film. En als we al eens gingen, was het Star Wars of een film van Steven Spielberg. Ik kan me ook herinneren dat ik erg onder de indruk was van The Dark Crystal, die heb ik voor het eerst gezien toen ik een jaar of acht was. Mijn verhalen werden vroeger altijd beïnvloed door de visuele ideeën uit strips. Ik wilde oorspronkelijk striptekenaar en -scenarist worden. Het enige probleem was dat ik niet zo goed kon tekenen als mijn grote voorbeelden dus ben ik me maar op film gaan focussen. Toen ik een jaar of twaalf was, kregen we een videorecorder en kon ik eindelijk films gaan huren. Vanaf dat moment keek ik bijna onophoudelijk films, natuurlijk ook veel horrorfilms. Vooral Frankenstein was een grote invloed, het verhaal is geweldig. Ik ben altijd weer verbaasd hoeveel sympathie het monster opwekt. Als ik naar de films kijk die ik tot nu toe zelf heb gemaakt, merk ik dat ik ook altijd personages opvoer die in wezen verschrikkelijke dingen doen, maar toch de sympathie van de kijker wegdragen. Neem nu Roman: tijdens de opnames zeiden mijn collega's vaak “Och, arme Roman”. Maar ik zei dan: “Hee, wacht eens even, die kerel heeft net een meisje gewurgd! Hoe kunnen jullie hem dan zielig vinden?” Ik vind het altijd erg leuk om op die manier met gevoelens te spelen. Alfred Hitchcock was daar een meester in. Norman Bates in Psycho is eigenlijk een gestoorde maniak, maar toch vinden we hem allemaal een beetje sneu.
Zijn er naast Hitchcock nog andere regisseurs die u hebben beïnvloed?
Da's een moeilijke vraag. Het zijn er veel. Ik ben een enorme fan van de films van Michael Powell en Eric Pressburger, zoals Black Narcissus. Dat zijn films waarvan ik denk “dit zal ik nooit kunnen”. Hun films hebben de gelaagdheid van een grootse roman. En Guillermo del Toro vind ik momenteel een van de beste cineasten ter wereld. El Laberinto del Fauno heeft me diep ontroerd. Ik vond het de perfecte combinatie van alles wat film zo geweldig maakt. Ik heb ook veel bewondering voor Kurosawa, Truffaut en John Cassavetes. En natuurlijk Brian De Palma. Ik vergeet hem altijd, terwijl ik zowat alles van hem op dvd heb. Van zijn films kan ik altijd wel wat leren, zelfs van de films die nu niet meteen tot zijn beste werk behoren. De films van Dario Argento zie ik graag omdat hij zich net als ik laat inspireren door klassieke kunst en cultuur. Film is nu eenmaal een combinatie van alle kunstvormen en het zou stom zijn om je enkel en alleen door film te laten beïnvloeden.
Wat denkt u van de huidige trends binnen het horrorgenre, zoals de extreem gewelddadige 'torture porn'-films en de eindeloze reeks remakes en vervolgen?
Al die gewelddadige films van nu verschillen in wezen niet van de films met Vincent Price uit de jaren '50. Een film als Hostel 2 is niet zo heel anders dan bijvoorbeeld The Pit and the Pendulum. Het is allemaal wat explicieter, maar ze hebben dezelfde roots. Horrorfilms zijn er altijd al geweest. De films van nu zijn enkel veel directer omdat de mensen vandaag de dag meer gewend zijn. Wat voor mij belangrijk is bij een horrorfilm, en trouwens ook bij andere films, is dat je personages moet hebben waar het publiek om geeft. Anders wordt het snel vervelend. En dan val ik in slaap.
Maakt het feit dat u zelf acteert het voor u makkelijker om acteurs te regisseren?
Niet echt, want elke acteur is helemaal anders. Als regisseur moet ik me altijd aan hun stijl aanpassen, dat is het geheim. Sommige acteurs hebben heel veel aandacht nodig, anderen hoef je enkel een schouderklopje te geven en het is al in orde. Mij maakt het ook niet zoveel uit hoe ze werken, zolang hun acteerstijl het werk van de veertig andere mensen op de set maar niet vertraagt. Acteren doe ik ergens wel graag, maar dat is voor mij een bijkomstigheid. Het was puur toeval dat ik die rol in Roman voor mijn rekening heb genomen. We hadden al eens geprobeerd om de film op kleine schaal te maken met andere acteurs, maar omdat ik met May al een gelijkaardige film had gedraaid, was ik bang dat ik me zou gaan herhalen. Toen ik hoorde dat Angela Bettis zo enthousiast was over het script, vroeg ik of zij niet wilde regisseren. Ze ging akkoord, op voorwaarde dat ik dan de rol van Roman zou spelen. We hebben dus gewoon van job gewisseld. Heel cool eigenlijk.
U werkt vaak samen met Angela Bettis. Wat is jullie relatie en zijn jullie van plan om in de toekomst nog samen te werken?
Oh, ik denk dat we tot het einde der tijden samen zullen werken. Wij zijn verwante zielen, “she's my sister”. Ook voor Red hebben we samengewerkt (Bettis speelde oorspronkelijk de rol van de journaliste, nvdr.), maar toen de opnames werden stilgelegd, heeft ook zij besloten om op te stappen. In dit soort situaties ontdek je tamelijk snel wie je echte vrienden zijn.
Veel mensen die aan May hebben gewerkt, hebben ondertussen zelf carrière gemaakt zoals Rian Johnson (de regisseur van Brick) of Chris Silvertson (de regisseur van I Know Who Killed Me). Hebt u die jongens bewust opgezocht om met je te werken?
Dat was vanzelfsprekend! Ik ken ze immers al sinds ik zeventien ben. We hebben allemaal samen gestudeerd en sliepen in de campus op dezelfde etage. Ik had mijn kamer op het einde van de gang, Rian woonde naast mij, daarnaast sliep cameraman Steve Yedlin, daarnaast Chris en twee deuren verder woonde mijn beste vriend Jaye Barnes Luckett die de muziek voor al mijn films heeft geschreven. Het leek wel of we op magische wijze op een hoopje waren gegooid. We zijn altijd vrienden gebleven en helpen elkaar nog steeds als dat nodig is. We zijn ook geen concurrenten omdat we allemaal iets anders doen. Wij willen gewoon graag dat onze films gezien worden. Het is een gek gevoel om tegenwoordig een videotheek binnen te stappen en je eigen films in de rekken te zien staan. Een paar jaar geleden waren we nog stomme studenten die amateuristische filmpjes op onze studentenkamers maakten en nu draaien onze films over de hele wereld in de bioscopen. En in alle talen! “How cool is that?”
U schrijft, regisseert, acteert en produceert. Wat doet u het liefst?
Schrijven. Da's echt iets creëren en dat doe ik graag. Ik werk momenteel samen met een vriendin (Vanessa Menendez, nvdr.) aan een geïllustreerd sprookjesboek. Ze heeft meegewerkt aan een paar van mijn films en ze kan geweldig tekenen. Het boek wordt heel bijzonder. Heel persoonlijk, maar tegelijk ook episch, een beetje zoals Lord of the Rings. Met als enige verschil dat wij het met z'n tweetjes in mijn studio in Oklahoma maken (lacht). Ik denk trouwens dat het een prachtige film zou opleveren, maar als het enkel bij het boek blijft, kan ik als een gelukkig man sterven.