SCANDINAVISCHE FILMS

Het leven in Lego-blokjes

Spader Knekt
Met films als Fucking Åmål, Open Hearts of Lilja 4-ever daalden de voorbije tien jaar ijzersterke films uit het hoge noorden af naar onze contreien. De nieuwe golf Scandinavische films krijgt helaas niet de kans die hij verdient in het reguliere bioscoopcircuit. Om het goed te maken: vier recente, onterecht ondergesneeuwde parels in één artikel besproken.


Rechtstreeks naar een filmtitel uit dit artikel: Darling | Kotwica Musta jää (Black Ice) | Låt den rätte komma in (Let the Right One in) | Hvordan vi slipper af med de Andre (How to Get Rid of Others) 

Dé Scandinavische film bestaat niet. De Denen, Noren en Finnen verschillen al evenzeer van elkaar als de Belgen, Fransen of Duitsers en hun films zijn even divers als hun culturele achtergrond. En toch: ze vergalopperen zich niet snel, daar in het hoge noorden. Hun films lijken opgetrokken uit stevige constructies. Werelden gebouwd uit duizenden Lego-blokjes, waarin mannetjes en vrouwtjes vervaardigd uit Deense kunststofsteentjes rondlopen. Zulke constructies vereisen een meticuleus uitgewerkt scenario en veel discipline.

Studie van eenzaamheid
Twee jaar geleden stelde het vaktijdschrift Variety, naar aanleiding van de zestigste verjaardag van het filmfestival van Cannes, een lijst op van zestig regisseurs die in de toekomst het gezicht van de Franse badstad zouden kleuren. Eén man op die lijst was een 45-jarige Zweed: Johan Kling, een onbekende tv-producent die hard aan de weg heeft getimmerd om het te maken als schrijver en regisseur. Zijn doorzettingsvermogen werd beloond: hij schopte het tot in Cannes en maakte met Darling (***½) de beste Scandinavische film van 2007.

De regisseur houdt de vinger aan de pols van een stad die hij als geen ander kent: Stockholm. Uit de miljoen inwoners die er dagelijks door de straten lopen, focust hij op twee uitersten. Eva is een 24-jarige vrouw die alles in het leven heeft zonder er zelf iets voor te hoeven doen. Ze woont bij haar rijke ouders en werkt enkel om de verveling te verdrijven in een chique boetiek. Haar vrienden circuleren in hippe cafés en trendy bars. Ze dragen modieuze kleding, millimeteren hun haar en verzorgen elke beweging. Als sfinxen stappen ze vervolgens in hun Mercedes of BMW. Alles aan hun handelingen is doordacht of vals.

Ver weg van de dure winkelstraten sloft de 61-jarige Bernhard door de straten. Hij is pas ontslagen en gescheiden en is, een eeuwig koffertje in de hand, bijna wanhopig op zoek naar een nieuwe baan. Zijn naïef optimisme is aandoenlijk. Zelfs na een zoveelste opdoffer – een dynamisch bedrijf kan niets aanvangen met een uitgezakte zestigplusser – blijft hij in zijn toekomst geloven. Hij heeft geen keuze: niet alleen heeft hij het geld broodnodig, maar zijn honger naar enige vorm van sociaal contact is onstilbaar.

Het tempo waarmee Kling zijn film opbouwt is als de tred van Bernhard: hij schuifelt en sjokt in plaats van er stevig de pas in te zetten. Het eerste uur van de film observeert hij zijn personages. Bernhards volharding levert hem uiteindelijk een job op bij McDonalds, waar hij met een glimlach op het gezicht hamburgers smeert en in doosjes stopt. Eva tuimelt met een harde klap van de sociale ladder. Wanneer haar ouders naar het buitenland vertrekken, wordt ze plotseling het kleine bange meisje in de grote boze stad. Het poepsjieke ouderlijke huis wordt een eenkamerflat. Een one night stand trekt een streep door haar relatie en hypothekeert haar vriendenkring.

Wat gebeuren moet, gebeurt: de knappe, dure Eva belandt met een zuur gezicht in McDonalds en ontmoet Bernhard. De oude, uitgebluste man toont meer energie dan het jonge, kakelverse meisje. Het samenspel van de lamme goedzak (Michael Segerström) en de koele ijskoningin (Michelle Meadows) is subliem. Eva lijkt wel de vrouwelijke tegenhanger van Bjorn Borg, de tennisser die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig het mannentennis beheerste en van wie men zich afvroeg of er bloed dan wel ijs door zijn aderen stroomde.

Aan de hand van deze twee figuren – elk op hun manier eenzaam en op zoek – schetst Kling een mooi beeld van de maatschappij. Zijn penseelstreek is tegelijk hard en zacht. Eva en haar vrienden zijn emotieloze human statues voor wie liefde en vriendschap niets te betekenen heeft. Bernhard is een softie die te goed is voor deze wereld, maar – eerlijk gezegd – de wereld ook niet veel te bieden heeft. Hij kan een raam herstellen, maar is verder dodelijk saai en meandert maar door in zijn zielige monologen.

Kling is niet naïef: tussen Bernhard en Eva ontstaat geen sprookje. De violen duiken niet op uit het struikgewas. Ze zijn even tot elkaar veroordeeld, maar worden geen vrienden, laat staan geliefden. Ze eten een muffin in de 7-Eleven en gaan samen naar de bioscoop. Maar in het keiharde laatste kwart van de film zien we dat het allemaal weinig uithaalt. Iedereen heeft zijn leven en het is bijna onmogelijk om daaruit te ontsnappen. Soms trekken twee tegenpolen elkaar aan, maar uiteindelijk is de afstoting toch krachtiger.

Het geniale eindbeeld loopt als een straaltje ijswater over de ruggenwervel. Met het finale slotakkoord – Eva in een auto en Bernhard in de bus – laat Kling toch een beetje hoop. Misschien is er voor beide protagonisten uit Darling op het einde uiterlijk niets veranderd; diep vanbinnen is niets meer hetzelfde. Soms verschuift de juiste ontmoeting dan toch een radertje in hoofd en hart.

Maskers af
Regisseur Petri Kotwica is geen Zweed, maar een Fin. Zijn stad is niet Stockholm maar Helsinki, en vooral Espoo, de snelst groeiende stad van het land. Het milieu waarin Kotwica Musta jää (Black Ice) (***) zich situeert is even glazig als dat uit Darling. De hoofdpersonages zijn een succesvolle gynaecologe en een chique architect. Het huis waarin ze wonen is een architecturaal orgasme. Over geld hoeven ze zich geen zorgen te maken.

De film gaat van start met een stomende seksscène tussen Leo (Martti Suosalo) en Saara (Outi Mäenpää). Afgaande op de manier waarop ze zich onder, tussen en boven de lakens kronkelen, zit de mot nog niet in hun huwelijk. Een gynaecologe en een architect weten de juiste plekjes zitten. De stoeipartij dient een dubbel doel: het koppel wil dolgraag een kind, en Saara viert haar veertigste verjaardag. Leo is het soort man die daarbij, de gitaar om het naakte lichaam geslingerd en een bos rozen in de hand, het bed opspringt en een serenade zingt.

Wat later arriveren Leo’s zus Lea en haar man Ilkka voor het verjaardagsdiner. Vlak nadat de champagne ontkurkt is, wordt het feest verstoord door een ontdekking die in eerste instantie aan een sketch uit In de Gloria doet denken. Saara ontdekt in de gitaarkist van haar echtgenoot een pakje van vijf condooms, waarvan er twee ontbreken. Leo probeert er zich uit te lullen, maar de kijker heeft intussen al door dat de architect/docent er een vrijage op nahoudt met de knappe studente Tuuli (Ria Kataja).

De boel siddert en ontploft, maar niet met de explosiviteit die je zou verwachten. Saara zegt dat ze bedenktijd nodig heeft en verschanst zich in een appartement dat ze inricht met meubels die misschien wel uit de Ikea komen. In plaats van de scheiding aan te vragen of een potje te gaan kniezen, speelt ze hoog spel. Ze zoekt Tuuli op, schrijft zich in voor de lessen karate die ze geeft, en cirkelt als een gier rond Tuuli’s persoonlijk leven. Met geheime telefoontjes tussen Leo en Tuuli is het dansen op een slappe koord.

De emoties in Black Ice zijn aanvankelijk even koud en koel als de onvermijdelijke sneeuwlandschappen in en rond de Finse hoofdstad of de peperdure, hypermoderne gebouwen die de architecten er neerplanten. Aanvankelijk ga je als kijker vlot mee in Saara’s doen en laten. Tenslotte is zij een slachtoffer. Maar in goede Hitchcockiaanse traditie is zij ook een sterke vrouw. Ze wikkelt Tuuli niet alleen om de vinger maar ook om het hart. In het begin wil ze vooral dingen over haar echtgenoot te weten komen (hij gaat al langer vreemd), maar langzaamaan ontvouwt zich een plan om keihard wraak te nemen.

Kotwica werkte zes jaar aan Black Ice. In die tijd kan je een hele boel meubeltjes in elkaar schroeven. Helaas kent de regisseur geen maat. Hij blijft maar schroeven en draaien, tot zijn voortdurend uitgebouwde kast niet mooi meer is. Het verhaal ontspoort. Niet alleen knalt Leo op een bepaald moment met zijn auto tegen een boom, maar ook de film begint te slippen op de spekgladde wegen waarop het scenario zich voortbeweegt.

De emoties grijpen als een veelkoppig monster in het rond. Het perfect uitgekiende meesterplan krijgt teveel soapachtige allures. Kotwica moet zich in allerlei bochten wringen om zijn verhaal uiteindelijk verteld te krijgen.

Bloedbroeders
Op de Nederlandse cover van Laat de ware binnenkomen, de vertaling van John Ajvide Lindqvists superbe roman Låt den rätte komma in (Let the Right One in) (***½), loopt een in de mist gehuld meisje met een rode jurk doorheen een kerkhof vol enge graven en vreemde beelden. Laat dat beeld nu net niet weergeven waar het boek, en de film, over gaan. De roman die Lindqvist - een voormalig student literatuurwetenschappen, stand-upcomedian en illusionist - in 2004 schreef, heeft weliswaar een vampier in de hoofdrol, maar het is alsof dat thema slechts bijzaak is. Deze vampier mag dan wel bloed drinken en allergisch zijn aan licht; van knoflook, crucifixen of een staak door het hart, is hier geen sprake.

Voor de Zweedse filmversie – in het Engels vertaald als Let the Right One in – adapteerde Lindqvist zelf zijn meer dan 500 pagina’s tellende roman. Hij snoeide in de nevenplots en trimde de diverse hoofdstukken tot hij enkel een perfect uitgepuurd verhaal overhield dat zo strak zit als een zomertopje bij vijfendertig graden. De 12-jarige Oskar (Kåre Hedebrant) speelt de hoofdrol. Hij is een hoogblond, kwetsbaar mannetje dat gepest wordt op school en zich nauwelijks durft te verweren.

In het begin van de film zien we hem door het raam van zijn slaapkamer gereflecteerd, een belangrijk beeld dat ook later in de film nog een aantal keren terugkomt. Hij knipt sensationele moordverhalen uit de krant om ze in een knipselboek bij te houden. ’s Avonds slentert hij alleen rond op de permanent ondergesneeuwde binnenplaats van het troosteloze appartementsblok waar hij met zijn gescheiden moeder woont. Het leven voor Oskar is zwaar knudde.

Tot hij er kennismaakt met Eli. Op blote voeten en in korte mouwtjes komt zij door de sneeuw gedrenteld. Haar lange zwarte haren en donkere ogen vormen een tegengewicht voor Oskars bleekheid. Ze sluiten een vriendschap zoals alleen twaalfjarigen dat doen – compromisloos - zelfs wanneer Oskar vermoedt dat Eli een vampier is. Dat maakt niet uit: hij is verliefd op haar. Hun slaapkamers grenzen aan elkaar en ze communiceren door middel van morsecode.

In de pers wordt de nu 41-jarige John Ajvide Lindqvist de Zweedse Stephen King genoemd, en die vergelijking snijdt hout. Net als in het beste werk van King houdt Lindqvist de horrorelementen lange tijd aan de zijlijn. Ze sluipen slechts langzaam het verhaal binnen.

Hij focust zich in de eerste plaats op de interactie van zijn personages. Die tekent hij zo sterk dat alles wat erna komt makkelijker te aanvaarden is. Dat Eli een vampier is die al tweehonderd jaar twaalf is, komt nauwelijks als een verrassing, laat staan als een belemmering. Ook stilistisch herinnert Lindqvist aan King. Hun stijl is soms poëtisch, maar even vaak hoekig en onaf. De korte zinnen zijn mals als boter: je klieft er zo doorheen. Door onverwacht van perspectief te verwisselen, wordt de lezer vaak op het verkeerde been gezet.

De verfilming van regisseur Tomas Alfredson is nagenoeg foutloos. Alfredson trok met zijn ploeg naar het hoge Noorden. In Blackeberg, een voorstadje van Stockholm waar het verhaal zich ontvouwt, moet het immers voortdurend sneeuwen. Alfredsons tempo en cameravoering is van een bewonderenswaardige rust en eenvoud. Hij bestudeert en registreert wat de personages doen, en op die manier ontplooit zich bijna achteloos een verhaal.

Het trage, lijzige tempo zuigt je de film in. De ware onthulling van Eli gebeurt stapje voor stapje: dat ze geen snoepjes lust, of in eerste instantie aangeeft dat ze geen vriendjes kan zijn met Oskar, vormen slechts een eerste indicatie van haar androgyne, vampirisch bestaan. De lijkbleke, bijna ziekelijke Lina Leandersson speelt de rol van Eli perfect. Aan het begin van de film wordt ze vergezeld door de mysterieuze oudere man Hakan, een aan lager wal geraakte ex-leraar met pedofiele neigingen. Zijn aandeel in de film is in vergelijking met het boek bijna nihil. De film gaat ook een beetje voorbij aan het ijzerscherpe portret van de armste laag van de Zweedse samenleving dat in het boek geschetst wordt.

De combinatie van een onmogelijke jeugdvriendschap en het horrorelement maken van Let the Right One in een even vreemde als bijzondere film. Alfredson brengt een ijzersterke Zweedse jeugdfilm vol sentiment en gevoel, maar schuwt een paar keer de grafische horror niet. Door het kleine budget zijn de speciale effecten beperkt. Lindqvist en Alfredson moesten op zoek naar creatieve oplossingen. De in het boek grotesk uitgesmeerde finale bijvoorbeeld, zien we in de film deels van onder water. Het effect van de suggestie is zonder twijfel sterker dan het volledige plaatje.

Galgenhumor
De Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago maakte van extreme uitgangspunten in zijn romans een unique selling proposition. In het recente Stad der Zienden (een soort vervolg op Stad der Blinden) vraagt hij zich af wat er gebeurt wanneer op verkiezingsdag blijkt dat zeventig procent van de kiezers in de hoofdstad van een niet nader genoemd land blanco heeft gestemd.

In Hvordan vi slipper af med de Andre (How to Get Rid of Others) (***½) doet regisseur Anders Rønnow Klarlund iets gelijkaardigs, hoewel het startpunt van zijn film lang niet zo extreem is als de meeste van Saramago’s boeken. Hij toont ons een Denemarken in de nabije toekomst waar een nieuwe wet is uitgevaardigd, de zogenaamde Copenhagen Criteria. Die leggen elke burger als het ware in de weegschaal om te bepalen of ze niet teveel van het verzorgingssysteem profiteren.

De wet lijkt niet zo absurd, zo legt een voice over uit, aangezien zestig procent van het overheidsbudget opgesoupeerd wordt door slechts twintig procent van de bevolking: langdurige werklozen, werkweigeraars, chronische zieken, drugmisbruikers, beroepsstempelaars en andere bevolkingsgroepen die vakkundig door de mazen van het net glippen. Klarlund laat je het idee makkelijk slikken.

In een haast Kafkaëske scène belanden alle profiteurs van het systeem in grote kooien die opgetrokken zijn op een speelplaats van een middelbare school – de overheid heeft immers uitgevlooid dat de grote opruimactie best tijdens de schoolvakantie plaats vindt, omdat alle normale gezinnen dan op vakantie zijn en er zo het minste last van ondervinden.

Klarlund zoomt in op een groepje mensen die een voor een ondervraagd worden door een schijnbaar vriendelijke maar lichtjes fascistoïde legerofficier die liefst klare wijn schenkt en nauwelijks rekening houdt met het ruggengraatloze parlementslid dat hem vergezelt. Wie kan bewijzen dat hij toch nog iets te betekenen heeft voor de Deense staat, mag daar onverwijld mee beginnen. Zo niet, dan wacht de kogel. De man bewijst zijn stelling al bij de eerste ondervraging met passie.

Al van in de beginscène maakt Anders Rønnow Klarlund duidelijk dat hij de situatie graag uitvergroot. Een oude, duidelijk beschonken dame, komt met haar gemotoriseerde rolstoel vast te zitten en belt de hulpdiensten. Enkele minuten later hangt ze met rolstoel en al onder een legerhelikopter te bungelen. Hilarische scène. Maar wanneer Klarlund zo’n frivole scènes links laat liggen, schuilt achter de komedie een accurate politieke satire die tot nadenken stemt, vooral wanneer je te weten komt hoe de Copenhagen Criteria en de naar een politiestaat overhellende situatie eigenlijk tot stand zijn gekomen.

Helemaal evenwichtig is How to Get Rid of Others jammer genoeg niet. De film slaat halfweg iets te onhandig een kronkelig zijpad in, maar kan wel rekenen op een gitzwart einde dat duchtig op de filmbezoeker inbeukt.

Klarlund zet iedereen die dreigt mee te gaan in het makkelijke ultrarechtse discours in zijn onderbroek. Dat wil niet zeggen dat de film een pasklaar alternatief of antwoord biedt. Deze politieke satire kietelt, maar krabt niet.


De in dit artikel besproken films verschenen niet in de Belgische bioscopen, maar Cinema ZED haalde ze voor een aantal exclusieve screenings naar ons land in de reeks New Scandinavian Films.