The Boat That Rocked vertelt het verhaal van één van de zogenaamde radiopiraten die vooral in de jaren ’50 en ’60 talrijk aanwezig waren. De grote radiozenders weigerden steevast om rock-‘n-roll te draaien, want rockmuziek was niets minder dan immoreel en verwerpelijk en had een slechte invloed op de jeugd. Jongeren die naar populaire muziek luisterden, werden steevast bestempeld als druggebruikend uitschot. De piratenzenders gaven grote bands die elders niet aan de bak kwamen, zoals The Beatles en The Rolling Stones, maar ook The Kinks, The Who, The Turtles en nog anderen airplay van op zee. Piratenzenders groeiden uit tot een gigantisch succes en jaagden verschillende Europese overheden de kast op. Verbieden kon men ze niet, want volgens de letter van de wet deden de piratenzenders niets verkeerd: er was immers geen wet die het uitzenden van op zee verbood. Daar kwam in 1967 verandering in met de uitvaardiging van de Maritime Broadcasting Offences Act door de Britse regering. The Boat That Rocked vertelt het verhaal van zo’n (fictieve) zeepiraat: Radio Rock.
Richard Curtis was naast Ben Elton en Rowan Atkinson één van de schrijvers en bedenkers van Blackadder, de legendarische en onsterfelijke Britse humorreeks. Love Actually was zijn enige eerdere regie. Dat is ook te merken aan The Boat That Rocked, want het is een feelgood komedie geworden, alleen met dat verschil dat die aanpak hier echt werkt en in Love Actually niet. Soms is de humor iets te makkelijk, zoals de grapjes rond het personage van Thick Kevin, maar andere scènes maken gebruik van een originele soort humor en zullen de kijker nog lang bijblijven. Een voorbeeld hiervan is de scène waarin Dave (Nick Frost) vertelt over zijn penibele sekservaring met diarree of de scène waarin Simon om een op zijn minst origineel te noemen reden gedumpt wordt na amper 17 uur huwelijk. Fantastisch is ook de scène waarin The Count (een wederom schitterende Phillip Seymour Hoffman) ‘fuck’ wil zeggen op de radio of de scène waarin hij het opneemt tegen zijn grote radioconcurrent Gavin (“Oh man, I don’t even like Simon!”). En zo zijn er nog een handvol scènes en tientallen oneliners en originele dialogen die het ontdekken waard zijn.
Er mag dus al eens gelachen worden in The Boat That Rocked, maar af en toe sluipt onmiskenbaar tristesse de film binnen. Zo horen we Carl zeggen: “You are the only guys who like me” terwijl een ander bemanningslid het houdt op “I’ve got nowhere else to go.” Wanneer we Radio Rock de dieperik in zien gaan, leven we meer mee dan pakweg bij het zinken van de Titanic.
Verder is de gehele cast geweldig: denk maar aan Philip Seymour Hoffman als The Count of Nick Frost als Dr. Dave, maar laten we ook Quentin (Bill Nighy, u kent hem misschien nog wel van bijvoorbeeld The Constant Gardener) niet vergeten, ongetwijfeld de coolste baas aller tijden. Oké, het scenario is niet altijd even onvoorspelbaar. Zo weten we al lang op voorhand dat de DJ’s gered zullen worden van hun zinkend schip en we weten ook dat alles uiteindelijk wel goed zal komen tussen Carl en Marianne, maar dat kan de pret niet bederven.
En dan uiteraard nog de allergrootste dosis pret: de magistrale soundtrack. We worden bedolven met de prachtsongs uit de 60’s en we horen grote klassiekers afgewisseld met kleine vergeten pareltjes. Een greep uit al het moois dat we te horen krijgen: het onsterfelijke ‘A Whiter Shade Of Pale’ van Procol Harum, het magistrale ‘Nights In White Satin’ van Moody Blues of het onbeschrijflijk mooie ‘Father And Son’ van Cat Stevens. Verder nog muziek van The Who, The Kinks, Otis Redding, The Supremes, The Turtles, The Rolling Stones en nog heel veel anderen. De echte muziekliefhebber zal ongetwijfeld nog meer plezier beleven aan deze film dan de kijker met een doorsnee muziekkennis. Nog meer dan een film over de radiopiraten is The Boat That Rocked dan ook een ode aan de muziek en aan wat het betekent om van muziek te houden, sterker nog: wat het betekent om voor muziek te leven. We zien ook dat muziek de kracht heeft om mensen te verenigen, dat muziek de kracht heeft om mensenlevens met elkaar te verbinden en vriendschappen te doen ontstaan. We zien dat de bemanning van Radio Rock, hoewel de ene meer geliefd is dan de ander, om elkaar geven als leden van een hechte familie. Radio Rock is voor ieder van hen zowat het enige dat ze hebben in het leven.
Ook tijdens de aftiteling gaat de pret gewoon verder, want nadat er gesteld wordt dat de rock ook na het opheffen van de radiopiraten nog een geweldig tot op heden veertig jaar durend parcours heeft afgelegd, verschijnen er heel wat cd-hoezen van recente en minder recente albums om dit statement te staven. Misschien een leuk idee om een quiz te doen in de filmzaal. Enkele tips: ondermeer The Beatles, Jimi Hendrix, U2, Nirvana, Guns ’N Roses en Elbow passeren de revue.
De eerste titel die als vergelijking in me opkomt is de in 2001 verschenen Almost Famous, waarin een veertienjarige als rockjournalist mee op tour ging met een fictieve band. Hoewel anders van thematiek is dit net als deze The Boat That Rocked overduidelijk een film die zich in de eerste plaats richt op de echte muziekliefhebber. De film bezingt meer dan twee uur lang de liefde voor muziek in een grappige, originele en vooral onweerstaanbare komedie. Misschien wordt dit er wel eentje voor de eindejaarslijstjes.
Titel: The Boat That Rocked
Genre: Muzikale komedie
Speelduur: 2u11
Regisseur: Richard Curtis
Acteurs: Phillip Seymour Hoffman, Nick Frost, Rhys Ifans, Bill Nighy, Tom Sturridge