DE EERSTE KEER

Hector - Nog choco?

Multimedia-Linden Film
Hector kwam in de bioscopen in 1987, een tijdperk waarin Vlaamse filmlandschap er heel anders uitzag dan nu: de grote bioscoopcomplexen zoals we die nu kennen, waren nog niet eens gebouwd. Kinepolis Brussel zou bijvoorbeeld pas één jaar later de deuren openen. De Belgische / Vlaamse film stond voor velen nog steeds synoniem voor ofwel lokale slapstick ofwel geslaagde maar vooral minder geslaagde verfilmingen van oervlaamse schrijvers als Felix Timmermans, Hendrik Conscience en Stijn Streuvels.

Komiek Urbanus (geboren in juni 1949) had er toen al een lange en succesvolle theater- en televisiecarrière op zitten als humorist annex zanger. Hij stond er vooral om bekend regelmatig tegen heilige huisjes te schoppen, getuige zijn sketch over Het Laatste Avondmaal (waar de apostelen na het geklungel van Jezus uiteindelijk bij een plaatselijke frituur terechtkomen) en zijn kersthit Een Baksken Vol Met Stro. Voor hij zich met debuterend regisseur Stijn Coninx (geboren in 1957 en tot dan toe actief als assistent-regisseur bij enkele Vlaamse producties) terugtrok om aan het scenario te beginnen van wat één van Vlaanderens meest succesvolle films ooit zou worden, trok hij in de lage landen nog volle zalen Urbanus In ’t Echt.

Tijdens die theatershow bekijkt Urbanus de wereld vanuit het standpunt van een vijfjarige kleuter. Dat patroon wordt naadloos overgenomen in Hector, waarin hij de titelrol vertolkt. Hector is een naïeve jongeman die sinds zijn prille jeugd in een weeshuis bij een nonnenklooster zit. Dertig jaar later woont hij er nog altijd omdat er simpelweg niemand is komen opdagen om hem te adopteren. Dat verandert als enkele familieleden van het zevende knoopsgat op de proppen komen tijdens een zomervakantie. Ze nemen Hector tijdelijk mee. Met een verborgen agenda weliswaar want nonkel Achiel Mattheusen (rol van Frank Aendenboom) kan best wat hulp gebruiken in zijn chaotische bakkerij.

Nonkel Achiel wil zich concentreren op de carrière van zoon Jos (Marc Van Eeghem), een kermiscoureur die graag hogerop wil (of beter gezegd: moet, onder druk van zijn vader) maar tijdens de lokale rondjes rond de kerktoren altijd Poulidor-gewijs de duimen moet leggen voor zijn eeuwige rivaal Swa Gijssels (Hein Van der Heijden). Diens vader Grégoire Gijssels (Herbert Flack) is een verzekeringsagent die in zijn vrije tijd aan amateurtoneel doet en in een op stapel staand toneelstuk de hoofdrol deelt met tante Ella (rol van de al overleden Nederlandse Sylvia Millecam), die op haar beurt graag verder wil gaan in de artistieke wereld. Dat is tegen de zin van haar echtgenoot - nonkel Achiel - die uit het toneelspel enkel haar geflirt met Grégoire onthoudt.

Het spreekt voor zich dat Hectors doortocht bij de Mattheusens niet zonder slag of stoot verloopt en gepaard gaat met de nodige catastrofes. Al snel wordt het voor Hector duidelijk dat nonkel Achiel de artistieke carrière van tante Ella niet ziet zitten. Gelukkig is Hector slimmer dan hij er uit ziet. Hij is geen halve gare maar een zachte en gevoelige jonge man die er alles zal aan doen om de droom van tante Ella proberen waar te maken, wat het ook moge kosten.

De naïeve en vaak kinderlijke humor is en blijft de rode draad van de film. Tijdens een recent interview op de Vlaamse televisie riep Urbanus de sequentie waarin Hector een lijkwagen tot de laatste vierkante centimeter opvult met brood, pistolets en ander lekkers uit de bakkerij uit tot de allerbeste humor uit de film. Misschien zijn de scènes waarin – tot twee keer toe! – de koplopers van een wielerwedstrijd bij een rotonde op een voorspelbare doch hilarische wijze de verkeerde richting worden uitgestuurd en daardoor in één klap tot rode lantaarn worden gedegradeerd nog grappiger. In een ander legendarisch geworden fragment automatiseert Hector de bakkerij zodat zowel vader (die nu veel minder werk heeft) als zoon (die bij slecht weer binnen kan trainen) geholpen zijn.

Vaak is de humor subtieler: een blik, een gebaar of een snedige repliek, met als koploper de “het-had-toch-gekund?”-blik van Frank Aendenboom als laatste reactie in de conversatie met Moeder Overste (Ann Petersen) over de seksuele voorlichting die Hector in het weeshuis heeft genoten, of beter gezegd: het gebrek eraan. Zo kunnen we nog wel eventjes doorgaan: de geniale keuze van co-scenarist Walter Van Den Broeck om de te repareren bestelwagen van de bakkerij te vervangen door de al eerder vermeldde lijkwagen of de manier waarop Hector en Jos voor een handvol geld en een hele stapel taarten een nieuwe fiets gaan kopen.

Aan de Belgische bioscoopkassa’s was Hector in 1987 in het pré-Kinepolistijdperk een grandioos succes: met meer dan 900.000 kijkers schoot de film naar de top en liet daarbij de vorige koplopers (de Gaston en Leo-film De Paniekzaaiers uit 1986 met een half miljoen kijkers en De Witte van Robbe De Hert uit 1980 met 550 000 kijkers) ver achter zich. Een tweede Urbanusprent kon dan ook niet uitblijven en in 1990 ramde het duo Stijn Coninx/Urbanus andermaal de Belgische box-office met Koko Flanel. Met deze prent sneuvelde voor het eerst het magische cijfer van één miljoen bioscoopbezoekers, een record dat ruim negentien jaar stand hield en pas in februari van dit jaar werd verbroken door Loft van Erik Van Looy.

Hoewel alles aan Koko Flanel grootser was dan in Hector mist hij het pretentieloze en fijnzinnige karakter van zijn voorganger. Het was meteen ook de laatste samenwerking op het witte doek tussen Coninx en Urbanus. Nadien ging elk zijn weg, met wisselvallig succes. Urbanus zelf maakte nog één keer de overstap naar het witte doek met De Zevende Hemel, geregisseerd door de Franse schrielkip Jean-Paul Lilienfeld die een serieuze Urbanus in zijn film wilde, wat resulteerde in een gigantische commerciële flop. Coninx haalde nog één keer snoeihard uit aan de kassa’s met Daens (850 000 kijkers) waarmee hij bewees ook een neus te hebben voor drama. Hij hield er een Oscarnominatie voor beste niet-Engelstalige film aan over. Nadien ging het iets minder met films als Licht (uit 1998 met Francesca Vanthielen in de hoofdrol, goed voor 110 000 kijkers) en Verder Dan De Maan uit 2003.

In verschillende interviews geeft Coninx voor de stille periode in zijn carrière (twee films in elf jaar tijd!) verschillende verklaringen: de mediaoorlog tussen VTM en VRT die begin jaren negentig een hoogtepunt bereikte. De zenders waren zo druk bezig elkaar te bekampen dat investeren in bioscoopfilms plots de laagste prioriteit werd. Pompte de VRT nog 30 miljoen Belgische Frank (750 000 Euro) in Daens, dan moest Licht het stellen met de schamele vijf miljoen Belgische frank (iets meer dan 100 000 Euro) die VTM investeerde. Ook wordt Coninx vaak beschouwd als de man van net-niet: het aantal projecten waarin hij zijn tanden heeft gezet die omwille van diverse redenen uiteindelijk niet zijn doorgegaan is legendarisch: zijn project rond Pater Damiaan is allicht één van de grootste sissers uit onze Vlaamse filmgeschiedenis.

Coninx heeft – net als het hoofdpersonage uit zijn debuutfilm – het imago van een naïeve lichtgelovige: hij zou zich te gemakkelijk laten inpakken door gladde financiers en producenten. De regisseur ontkent het niet helemaal en geeft toe dat hij al te vaak heeft gedacht dat uit elk serieus voorstel in de filmwereld een film zou resulteren, wat uiteraard niet waar is. Een probleem waar volgens hem ook andere Belgische regisseurs (Jaco Van Dormael, bekend van Toto Le Heros en Le Huitième Jour) en Dominique Deruddere mee te kampen hebben. Zelf heeft Coninx niets dan goeie herinneringen aan Hector en rakelt hij nu, meer dan twintig jaar later, nog steeds de ene anekdote na de andere op: de voorstelling van de prent voor elfhonderd Indiërs bijvoorbeeld, opeengepakt in een zaal in Calcutta die zonder uitzondering allemaal plat lagen van het lachen met de sequentie waarin Hector, onbedoeld uiteraard, verstrikt geraakt in een grote ketel brooddeeg.

Toegegeven: niet alles aan Hector is perfect: Kwam de gemiddelde Vlaamse regisseur voor Hector niet verder dan het oeuvre van Conscience of Streuvels, ook hier passeren alle clichés van het Vlaamse leven op den buiten de revue: het klooster waarin de nonnen tiranniek de scepter zwaaien, de cafés, de kermiskoersen, de wel zeer ambachtelijke bakkerij van vader Mattheusen en zo kunnen we nog wel eventjes doorgaan. Ook het einde van de prent die zich als familiaal entertainment wil verkopen (hoewel de finale plotwending ook nog goed is voor een goeie scheut zwarte humor) is van twijfelachtige kwaliteit. Maar alles wordt op een zodanig fijne en pretentieloze manier gepresenteerd dat die minpuntjes met de mantel der liefde bedekt worden. Een mooie aanrader!


REEKS (1) - DE EERSTE KEER
In de reeks ‘De Eerste Keer’ analyseert Moviegids het regiedebuut van succesrijke, beruchte, befaamde, invloedrijke en belangrijke filmmakers. Is de stilistische hand van de meester al zichtbaar en sluit het werk thematisch aan bij de rest van het oeuvre? Meesterwerk of verdienstelijk probeersel? Niet alle films die we zullen bespreken, zijn even sterk en beroemd als Orson Welles’ legendarische regiedebuut Citizen Kane, maar ze zijn stuk voor stuk razend interessant omdat ze het eerste, nog maagdelijke artistieke teken van leven zijn van artiesten die zouden uitgroeien tot Grote Namen. De Eerste Keer is archeologie voor cinefielen. We trappen af met Hector, het debuut van Limburger Stijn Coninx, wiens Sœur Sourire vanaf woensdag te zien is in het hele land.