Je komt uit Parijs. Hoe is het idee ontstaan om in het grote Amerika aan films te gaan werken?
Ik deed decoratieve kunsten aan diverse Parijse scholen en had helemaal geen idee hoe films tot stand kwamen. Na een tijdje kreeg ik toch interesse in het ontwerpen van creaturen. Nog niet echt filmmonsters, maar dat veranderde toen ik de film The Thing van John Carpenter zag. Ik was echt onder de indruk van de effecten. Een dikke week later kreeg ik tijdens mijn verblijf in Griekenland een nummer van “Cinefex” in handen, waar ik voor het eerst mensen filmcreaturen zag boetseren. Vanaf toen wist ik: dat wil ik ook doen! Ik ben dan ook direct keramische klei gaan kopen, hoewel die niet echt geschikt is om monsters uit te kneden. Toch wist ik een aantal zaken te creëren en met deze stukken trok ik naar Los Angeles. Die reis verliep uiteraard niet zoals gepland, want mijn koffer is terechtgekomen in Amsterdam en een ontmoeting met mannen als Stan Winston en Rick Baker kreeg ik niet rond. Een dag voor ik terug zou keren naar Europa bleek dat maar één kleine maatschappij mijn werk had gezien en dat is ironisch genoeg mijn geluk geweest. Ze hadden niet direct werk, maar ze vonden mijn creaties goed en beloofden me om mij te contacteren. Na amper een maand in Griekenland kreeg ik telefoon. Zo is de bal aan het rollen gegaan.
Welke film zette je dan echt op de kaart?
Dankzij mijn ontwerpen voor Bram Stoker’s Dracula (Tatopoulis staat overigens niet op de credits omdat hij toen nog niet wettelijk ingeschreven was, nvdr.) vroeg Roland Emmerich me om voor Stargate de wezens te ontwerpen. Ik had toen nog geen bedrijfje en het was zijn plan om de ontwerpen door te sturen naar iemand zoals Rick Baker. Ik stelde echter voor om het zelf te doen en ik kreeg de baan. Stargate was dus echt wel een doorbraak, waarna ik zelf een bedrijfje kon oprichten. Een jaar later mocht starten aan Independence Day. Tussendoor deed ik ook kleinere films als Beastmaster 2 en Super Mario Bros.
Je hebt recent ook je regiedebuut afgeleverd met de high-profile prequel Underworld: Rise of the Lycans. Hoe ben je bij dat project terechtgekomen?
Tijdens mijn carrière als creature designer heb ik met veel studio’s gewerkt en vaak kreeg ik daar te horen dat ik eens moest regisseren. In het begin vond ik het niet echt bij me passen, maar hoe meer ik in het wereldje werkte, hoe meer ik me realiseerde dat ik toch verschillende zaken wilde proberen. Ik ontwerp graag monsters, maar doe ook graag kostuums en sets. Dat is in essentie ook alles in goede banen leiden, een beetje als regisseren. Het is uiteraard niet helemaal hetzelfde, maar het aspect is daar. Mensen waarmee ik gewerkt heb, vonden dat ik de juiste eigenschappen had. Dus ik heb er niet om gevraagd, maar het is me in de schoot geworpen. (lacht)
Wat een gepriviligeerde situatie!
Ik was toch niet zeker wat ik ervan moest denken en was toch wat ongerust over de film. De eerste was geweldig, maar nummer twee was al heel wat minder. Ik moest dan deel drie in goede banen leiden, zonder Kate Beckinsale. Dus ik vond het toch gevaarlijk. Maar dan las ik het script en het was minder ingewikkeld, meer ‘to the point’ dan de tweede film. Omdat de toon en sfeer ook anders zou zijn, vond ik dat ik film moest doen. Het resultaat is ondertussen uitgebracht in de Verenigde Staten en de film heeft het daar vrij goed gedaan (de 35 miljoen dollar kostende Underworld: Rise of the Lycans bracht wereldwijd al bijna 90 miljoen dollar op, nvdr.). Het was mijn kans op te laten zien wat ik in mijn mars heb qua regisseren. Nu kan ik beginnen denken over eventuele projecten die ik écht wil doen. Ze hebben me overigens al gevraagd om Underworld 4 ook in te blikken, maar die zou ik enkel en alleen willen maken als Kate Beckinsale opnieuw meedoet. En ik vrees dat die kans er niet direct inzit, aangezien Kate niet vaak hetzelfde wil doen.
Je hebt twee films in de pijplijn zitten als regisseur. Kan je ons daar al wat meer over vertellen?
Ik ben al een tijdje aan het overleggen met Imagine Entertainment - de productiemaatschappij van Ron Howard - over mijn eigen concept van Bride of Frankenstein waar ze compleet weg van zijn. Toevallig werd ik dan ook net benaderd voor het project I, Frankenstein, wat dan weer iets compleet anders is. Het is Sin City meets Frankenstein. Het is geen komedie of Van Helsing, maar iets donker. Een stijlvolle film-noir dat het monster compleet zal heruitvinden. Echt wel een droomproject voor mij! Ik hoop echt dat het doorgaat, want dat is in Hollywood - waar vaak diverse dingen tegelijk op het spoor worden gezet - niet altijd even evident.
Met het monster in Outlander heb je weer een gedenkwaardig monster gecreëerd. Hoe kom je eigenlijk op die ontwerpen? Hoe gaat het hele creatieve proces vervolgens in zijn werk?
Meestal ga ik eerst samen zitten met de regisseur. Sommige filmmakers hebben geen enkel idee wat ze willen, terwijl andere komen aanzetten met uitgebreide notities en ideeën. Daarna maak ik enkele schetsen op papier. Ik open overigens geen enkel boek, want ik wil door niets beïnvloed worden. Dat is tegenwoordig niet zo makkelijk, aangezien er al zoveel gedaan is. Met Outlander wist ik dat het een Vikingcreatuur zou worden afkomstig uit de ruimte, dus ik verwerkte veel klauwen in het gezicht van het monster. Als iedereen blij is met het basisontwerp, keer ik met de regisseur terug naar het script en kijken we of elk element wel werkt met mijn idee. Zo valt het niet zelden voor dat na het monsterontwerp het scenario moet aangepast worden. Als het lijkt dat mijn monster bijvoorbeeld kan zwemmen, dan kan er een sequentie bijgeschreven worden waarin het creatuur zwemt. Dat is soms wel leuk aan het hele creatieve proces.
Werk je soms tegelijk aan monsters voor verschillende films?
Heel vaak. Je kunt ook niet anders als je aan het hoofd staat van een bedrijf. Het werk moet blijven binnenkomen. Gelukkig kent mijn team mij al heel goed, want ik kan natuurlijk niet alles zelf doen.
Om nog even verder te borduren op Outlander. Hoe was het om de film te bekijken met een publiek?
Omdat het al zo vaak gebeurd is, ben ik het wel al een beetje gewend. Het doet je natuurlijk altijd wel iets, maar het is niet te vergelijken met de eerste keer dat mijn naam op een groot bioscoopscherm verscheen. Dat was bij mijn eerste film uiteraard echt wel magisch! Met grote trots heb ik dan ook mijn ouders opgebeld! (lacht) Maar je geraakt er aan gewoon. Met mijn regiewerk aan Underworld: Rise of the Lycans was ik terug erg zenuwachtig. Natuurlijk zie je direct je eigen fouten en ben je bang dat de mensen in de zaal er aanstoot aan zullen nemen. Ik ken dan ook een boel regisseurs die het vertikken om hun eigen films te bekijken met publiek. Toen ik vernam dat de film het goed deed, hebben een aantal vrienden me toch kunnen overtuigen en heb ik een reguliere vertoning bijgewoond. Was best amusant! (lacht)
Je werkte mee aan enkele van de grootste kaskrakers van de laatste twintig jaar. Wat is je persoonlijke favoriet?
Mijn favorieten zijn net die films die geen blockbusters waren. Mijn favoriete monster komt uit Pitch Black. Ik durf zelfs stellen dat het mijn beste ontwerp is dat ik ooit gemaakt heb. Iedereen verwacht Godzilla of iets dergelijks, maar niets is minder waar. Ik ben ook erg tevreden met mijn set design voor Dark City. Mijn persoonlijke film is I Am Legend. Ik vond het creatuurontwerp fantastisch. Helaas is het er met de CGI niet goed uitgekomen. Geef toe: dat zag er echt niet uit! Ik heb jammer genoeg de originele ontwerpen niet bij me, maar die zagen er zo goed uit. Achter mijn rug heeft men er iets compleet anders van gemaakt. Toen ik terug op de set kwam, was ik echt gechoqueerd!
Was het de bedoeling dat de monsters met de computer zouden gecreëerd worden?
We zijn gestart met make-up, maar de eerste testen waren niet zo geweldig. Francis Lawrence vroeg me dan toch om CGI-creaturen te ontwerpen. Waarna ik vier uitermate gedetailleerde bustes heb ontworpen. Die zagen er super uit. Dus ik was echt teleurgesteld met wat er maar op het scherm te zien was toen de film uitkwam. Het is overigens extra tragisch dat de film zelf zo goed is.
Je zei aan het begin van ons gesprek dat je zo beïnvloed bent geweest door The Thing, een film vol klassieke make-upeffecten. Wat is je mening over de opmars van digitale effecten?
Je kunt eigenlijk niet anders dan het aanvaarden. Het is in ieder geval de toekomst. Het probleem met praktische effecten is dat de techniek een beetje ter plaatse is blijven trappelen. Er zit geen evolutie meer in, terwijl de kwaliteit van computereffecten maar blijft groeien. Bovendien duurt het ook enorm lang om met de klassiek gemaakte monsters te filmen. Met CGI gaat het allemaal zoveel sneller en het is ook nog eens goedkoper. De gemiddelde producent is dan ook sneller geneigd om voor computereffecten te kiezen. Dat neemt echter niet weg dat de meeste filmmakers - als het enigszins kan - nog steeds het liefst de oude werkwijze gebruiken. Ik probeer in elk geval nog steeds zoveel mogelijk te combineren tussen de twee technieken. Ik ben op dit moment trouwens creaturen aan het ontwerpen voor een aantal projecten waar ik verder niets mag over zeggen waar het lichaam CGI zal zijn, maar het gezicht niet. Daar werken we old school. Een gezicht moet dan ook het geloofwaardigst zijn.
Je bent erg beroemd geworden met je werk aan de Amerikaanse Godzilla, een duidelijk combinatie van zowel praktische, als computereffecten. Minder bekend is echter je medewerking aan de Japanse Godzilla: Final Wars van Ryuhei Kitamura. Dat moet toch echt wel back to basics voor jou geweest zijn?
Ironisch genoeg is mijn ontwerp in die prent het enige monster dat compleet is opgetrokken uit enen en nullen! Grappig genoeg was het een beetje wraak van de Japanners voor de Amerikaanse Godzilla.
De film kreeg inderdaad niet de beste kritieken…
Ik was gisteren aan het praten met medejurylid Ishii Katsuhito (cineast van Shark Skin Man and Peach Hip Girl, nvdr.) en hij vertelde me dat de Amerikaanse Godzilla in Japan goed ontvangen is geweest. Maar om op de vraag terug te komen: ze brengen ‘mijn’ Godzilla gewoon even op het toneel om er de grond mee aan te vegen. Erg lollig mannen, dank u wel! (bulderlach) Maar even serieus: ik vond Godzilla: Final Wars erg leuk om te doen. Ik ben dan ook een grote Godzilla-fan. Het monster hoort eigenlijk een man in een pak te zijn en geen CGI. Ik ben de eerste die dat toegeeft.
We hadden het net over Kitamura, die recent zijn Amerikaans debuut heeft gemaakt met Midnight Meat Train. Volgens geruchten was dat een regieproject van jou?
Dat was inderdaad de bedoeling en ik was echt bezig met de film al ver voor Underworld, maar het budget geraakte maar niet rond en het project bleef stilstaan. Toen vroeg Len Wiseman of ik wilde meewerken aan Die Hard 4.0 en ik kon natuurlijk niet blijven wachten. Nadien kwam Underworld 3 ook nog eens op mijn pad en ik vond ook direct dat die film beter bij me paste. Daarna ben ik Midnight Meat Train gewoon kwijt gespeeld en misschien is dat nog het beste.
Wat vind je van Kitamura’s film en wat had je zelf anders gedaan?
Ik vond de film erg goed, maar ik had zowat alles anders gedaan. (lacht) Begrijp me niet verkeerd, ik hou echt van zijn stijl en visie en ben een fan van zijn werk. Maar ik wilde van Mahogany meer een angstaanjagende babyface maken, iemand die net lijkt weggelopen uit Full Metal Jacket.
Wie zou je gecast hebben?
Zover ben ik nooit geraakt. Ik speelde wel met het idee om een typische Roemeense acteur te casten. Het is een project dat gewoon niet mocht zijn voor mij. Maar de film is gemaakt en ik vond het eindresultaat erg goed.
Bedankt voor je tijd!
Graag gedaan en het was leuk jullie te ontmoeten.