Momenteel werkt Van Hees aan zijn derde film, The Wasteland, het slotstuk van zijn ambitieuze “Trilogie van Liefde en Pijn”. De film zal pas “ergens volgend jaar” in de zalen te zien zijn, maar in afwachting daarvan leek het Moviegids een goed idee om met Van Hees rond de tafel te gaan zitten en zijn eerdere werk nog eens onder de loep te nemen.
Hoe ben je op het idee voor Linkeroever gekomen?
Aanvankelijk werkte ik samen met Dimitri Karakatsanis aan het script. Dimitri (de regisseur van de Vlaamse roadmovie Small Gods, nvdr.) had een idee over een vrouw die verdwijnt in een zwart gat. Hij wilde daar absoluut samen met mij een scenario over schrijven. We zijn toen midden in de winter vijf dagen in een huisje in de Ardennen gaan zitten om het basisverhaal te schrijven. Het resultaat was een subjectief verhaal over een vrouw die begint te twijfelen aan haar vriend nadat ze ontdekt dat er in haar appartement iemand heeft gewoond die verdwenen is. En uiteindelijk verdwijnt ze in een zwart gat, dat een tijdspoort is, een toegang naar een alternatieve realiteit. Dimitri wilde het verhaal ergens in Noord-Frankrijk situeren. Hij woonde op dat moment op Linkeroever en toen ik voor het eerst bij hem op bezoek kwam, vond ik Linkeroever zo'n angstaanjagende plaats. Hier moest de film zich afspelen, vond ik. Zo griezelig! Dimitri zag het niet zitten, volgens hem was er niets engs aan een paar parken en wat woonflats. Na veel aandringen heb ik hem toch kunnen overtuigen om de film hier te draaien. Maar naarmate het script vorderde, vond hij het ineens te veel een liefdesverhaal worden en heeft hij het project aan mij overgelaten, zodat hij aan het script voor Small Gods kon werken.
Linkeroever heeft een aantal kenmerken die we ook in de Aziatische horrorfilm of in de films van David Lynch terugvinden. Heb je je hierdoor opzettelijk laten beïnvloeden?
Eigenlijk was de plek Linkeroever zelf de grootste invloed. Ik vind het daar zo griezelig. Er zijn maar heel weinig plekken in België met een coherente bouwstijl. In Nederland zie je dat veel, maar in België komt dat zelden voor. Kijk naar Brussel, da's echt een rommeltje. Linkeroever is daarentegen heel strak. En juist die strakheid is voor mij de horror. De bomen staan er kaarsrecht en allemaal op dezelfde afstand van elkaar. En als je naar de gebouwen kijkt, lijken die wel een bos te vormen met die bomen. Via dit soort strakheid kom je volgens mij al snel uit bij het werk van Stanley Kubrick, waar ik veel naar gekeken heb. Zijn films zijn altijd strak maar emotioneel. Veel mensen vinden dat koude films, maar ik vind ze eerder passioneel. Qua genre ligt Rosemary's Baby volgens mij wel dicht in de buurt. Die film is heel lang een psychologische thriller, pas op het einde krijgen de horrorelementen de bovenhand. Natuurlijk zie ik ook heel veel andere soorten horrorfilms. Vooral de Japanse en Koreaanse horrorfilms zijn fantastisch. Die films inspireren me, zeker wat de montage betreft. Bij een Amerikaanse horrorfilm weet je al na vijf minuten wie de hoofdpersonages zijn en wanneer er iets zal gebeuren. Bij Aziatische films, bijvoorbeeld Nightmare Detective van Tsukamoto, duurt het soms een dik halfuur voordat je weet waar het naartoe gaat. De Aziatische acteurs lijken ook allemaal op elkaar, zodat het soms moeilijk is om te zien wie nu wie is (lacht). Die films hebben bovendien een hele rare opbouw en grijpen je heel plots bij de keel. Neem nu Ringu van regisseur Hideo Nakata: eigenlijk alleen maar een meisje met lang zwart haar voor haar gezicht. Hoe kan dat toch zo griezelig zijn? En toch: doodeng. Dit soort minimale spanningsmiddelen wilde ik in Linkeroever absoluut gebruiken. In eerste instantie zat de film nog vol met meer klassieke griezelmomenten, zoals barsten die in het gebouw komen en hoopjes zand die wegwaaien, maar een deel daarvan heb ik tijdens het draaien geschrapt omdat er geen tijd voor was. Andere scènes heb ik wel gedraaid, maar bleken achteraf niet zo goed gelukt omdat we zulke beperkte middelen hadden. Zelfs tijdens de montage heb ik er nog van alles uitgegooid, omdat ik het té veel horror begon te vinden en daardoor minder spannend.
Het positieve einde van Linkeroever staat wel helemaal haaks op de naargeestige, sombere sfeer van de rest van de film. Ben je bewust op zoek gegaan naar zo'n contrast?
Ja, toch wel. Heb je het einde trouwens begrepen? Want er zijn heel veel mensen die er helemaal niets van snapten ...
Volgens ons krijgt het hoofdpersonage aan het einde van de film een tweede kans. Een cadeau eigenlijk, in de vorm van een ander leven. Toch?
Inderdaad. Voor mij verwijst de hele film naar de wedergeboorte. Marie wordt herboren als de dochter van Hella, de vrouw die aan het begin van de film verdwijnt. Ze komt in een alternatieve realiteit terecht, een wereld die hetzelfde is als voordien, maar net een beetje anders. Net iets beter ook. Want in haar eigen leven was Marie niet gelukkig. Als ze kon hardlopen was ze niet gelukkig en als ze niet kon hardlopen was ze ook niet gelukkig. Ik vond het trouwens moeilijk om in te schatten of zo'n twist wel zou werken, omdat dit niet zo heel vaak wordt gedaan. Ik ben dus opgelucht dat een aantal mensen het doorhadden, al waren de meesten helaas niet mee.
En hoe zit dat met de haren die uit haar knie komen? Was dat gewoon een spielerei?
Niet helemaal. De gevoelens van Marie worden langzamerhand door het gebouw geïnfecteerd en al die slechte emoties hopen zich op in haar knie. Daar moet ze naderhand weer van gereinigd worden. Al geef ik toe dat het een wat vergezochte metafoor is (lacht). Toen ik eenmaal besloten had om het verhaal op Linkeroever te situeren, ben ik heel veel research gaan doen om te zien of ik bepaalde elementen uit het verhaal kon linken aan een volksgeloof of oude mythe. Ik ben zo een aantal heel interessante dingen tegengekomen die ik kon gebruiken. Die harige knie heb ik uit een 15e-eeuws volksverhaal gehaald. De vertelling ging over een oude vrouw die bij een boerderij terechtkomt en vraagt of ze mag binnenkomen. Ze maakt kennis met de boerendochter, maar als ze haar knie aanraakt, begint daar plots haar op te groeien. De boer haalt de priester erbij en nadat die de knie heeft aangetikt met de bijbel, barst de knie open en komt er een vieze muis uit gekropen. Ik vond dat zo'n akelig verhaal dat ik het absoluut wilde gebruiken.
Je hebt je film gedraaid in het kader van het 'Faits Divers'-project (een initiatief van VTM en het VAF om jonge filmmakers te steunen, nvdr.), maar in tegenstelling tot andere films uit de reeks, zoals Verlengd Weekend of Aanrijding in Moscou, is Linkeroever een stuk experimenteler. Heb je moeten vechten voor je visie, of heb je vrij spel gekregen?
VTM wilde het script goedkeuren, op voorwaarde dat het einde herschreven werd. Het einde heb ik nooit herschreven (lacht). Ik denk dat ze op dat moment niet zo heel veel goeie scripts hadden klaarstaan en het mijne dan maar hebben gekozen, ook al wisten ze niet precies wat het zou worden. Ze waren wel erg geschrokken toen ze de afgewerkte film zagen, maar gelukkig vonden ze hem ook erg griezelig. Ik hoorde naderhand dat ze bang waren dat ik “weer zo'n genrefilm” had gedraaid. Toch wisten ze niet goed wat ze ermee moesten. Dit konden ze echt niet om acht uur 's avonds om VTM uitzenden (lacht). Ze wilden Linkeroever aanvankelijk liever 's avonds laat op Kanaal 2 tonen, maar uiteindelijk is het een bioscooprelease geworden.
Veel Faits Divers-films zijn digitaal gedraaid, maar jij hebt gekozen voor het klassieke 35-millimeter filmformaat. Was dat een bewuste keuze?
Zeker weten, ook al ging daar wel bijna het hele budget aan op. Ik moest erg zuinig zijn tijdens het draaien en ik heb meestal maar een of twee takes opgenomen. Tijdens de 25 opnamedagen die we hadden, filmden we vaak een stuk of acht scènes per dag. Veel scènes die je normaal gezien in tien shots doet, moest ik dus vereenvoudigen, anders was er gewoon niet genoeg tijd. Ik wilde wel absoluut op pellicule draaien, want als ik die strakheid van Linkeroever wilde benadrukken, moest de film er eerst en vooral goed uitzien. En dan kom je dus al snel uit bij 35-millimeter. Bovendien liet dit mij toe om bijna zonder kunstlicht te draaien. Het filmmateriaal is veel lichtgevoeliger en we hebben bijna nooit extra lichten moeten zetten. Daardoor konden we een stuk sneller werken.
Ook internationaal lijkt Linkeroever het goed te doen. Hoe ervaar je dat zelf?
Ik vind het natuurlijk heel fijn dat de film overal gezien wordt, zeker omdat het eerst de bedoeling was heel kleinschalig te draaien, zoals bij Small Gods het geval was. We hadden het script ingeleverd bij de producenten van Faits Divers in de overtuiging dat ze er niets aan zouden vinden. Dat we het budget rond kregen was dus al geweldig, maar ik had nooit gedacht dat de film naar het buitenland zou gaan. Op het Filmfestival van Edinburgh, toch geen klein festival, is Linkeroever aangekocht door distributeur IFC die de film overal aanbiedt via betaalzenders. Dus zelfs mensen in Oklahoma kunnen de film nu zien. Ik heb er verder geen informatie over dus ik weet niet hoeveel mensen dat effectief doen, maar op zich vind ik het al geweldig. Het is ook leuk om te zien dat de film best een impact heeft. Ik ben al een paar keer naar een buitenlands filmfestival geweest om na de voorstelling een vraag-en-antwoordsessie te doen en je merkt aan de sfeer dat de mensen wat tijd nodig hebben om de film te verwerken. Het buitenlandse publiek kijkt heel anders naar de film dan wij. Zij kennen Linkeroever en Matthias Schoenaerts niet en letten dus meer op de thematiek. Ook de vragen die ze stellen zijn heel anders. Hier krijg ik vaak vragen over de stijlbreuk op het einde, maar in het buitenland lijken kijkers daar veel minder problemen mee te hebben.
Heeft het succes in het buitenland ook internationaal deuren geopend? Ben je bijvoorbeeld al benaderd voor een Amerikaanse remake?
Het opent wel deuren, maar niet meteen de grote poort (lacht). Toch zorgt Linkeroever, zeker in combinatie met Dirty Mind, voor wat bekendheid. Voor Dirty Mind sta ik trouwens op het punt om de remakerechten te verkopen. En dat zou natuurlijk geweldig zijn.
Zou je de remake zelf regisseren?
Ik denk het niet. Ik heb die film al gemaakt. Ik zou wel graag eens draaien in de States, maar dan zou ik liever iets anders doen. Het maken van Dirty Mind was op zich al zo'n leuke ervaring, waarom zou je dat proberen te herhalen? Ik vind het interessanter als iemand anders die remake zou doen. In Amerika worden de rechten voor buitenlandse films vaak gekocht door acteurs, vooral door acteurs die veel komische rollen spelen. Zij hebben vaak hun eigen productiehuis en zijn altijd wel op zoek naar materiaal. Voor mij zou het dus leuk zijn als iemand anders die remake doet en ik dan voor dat productiehuis een nieuwe film zou kunnen doen. Dat lijkt me het ideale scenario.
Is het waar dat je op een gegeven moment aan Linkeroever en Dirty Mind tegelijk aan het werken was? Hoe krijg je dat gecombineerd, maar vooral: hoe houd je de verschillende visies nog uit elkaar?
Dat was praktisch inderdaad allemaal zo uitgedraaid, maar het was een slecht idee. Linkeroever heb ik in februari en maart van 2007 gedraaid, daarna heb ik er een maand aan gemonteerd, toen heb ik zes weken gewerkt aan de voorbereiding voor Dirty Mind en daarna meteen gedraaid. Alhoewel ... tijdens de montage van Linkeroever waren de voorbereidingen voor Dirty Mind eigenlijk al begonnen. Dat was natuurlijk moeilijk, maar ook heel leuk. Als regisseur draai je namelijk niet veel en verlies je wat vertrouwen. Als je eenmaal een paar dagen gedraaid hebt, zit je er weer in. Voor Linkeroever had ik twee weken nodig om los te komen, maar voor Dirty Mind ging dat veel vlotter. Ik kon al mijn opgedane ervaring meteen meenemen naar het volgende project. Als je veel regisseert, begin je tijdens de opnames sneller te denken en goede ideeën te krijgen, maar als je net begint, heb je dat vertrouwen nog niet. Het was dus heel leuk om meteen van Linkeroever over te stappen naar Dirty Mind.
Dirty Mind is qua toon helemaal anders dan Linkeroever.
De film is inderdaad heel anders, maar thematisch zijn er voor mij veel overeenkomsten. Onderwerpen als vriendschap, familie en de zoektocht naar de andere kant van jezelf liggen mij erg na aan het hart en daar ben ik de afgelopen jaren veel mee bezig geweest. Zeker de Jekyll en Hyde-achtige dualiteit van personen spreekt me aan. Dit zit zowel in Linkeroever als in Dirty Mind. In mijn hoofd zijn er dus niet zo heel veel verschillen tussen de twee films; ik vind juist dat ze heel nauw verwant zijn. Ook al zijn er qua uitwerking, toon en genre nogal wat verschillen.
Heb je daarom besloten om de films in een trilogie te kaderen? Of bestond dat idee al langer?
Op een gegeven moment was ik tegelijk aan de scenario's van Linkeroever en Dirty Mind aan het werken. Toen ik die verhalen naast elkaar bekeek en ik aan een derde verhaal begonnen was, vroeg ik me ineens af of ik niet te veel binnen dezelfde thematiek aan het werken was. Toen is het idee gekomen om er maar een trilogie van de maken, dan is zoiets verantwoord (lacht).
Wat is het hoofdthema van het derde deel?
Linkeroever gaat over het lichaam, Dirty Mind over het brein. Het derde deel zou oorspronkelijk over de ziel gaan, maar gaat nu over verval. Het speelt zich dan ook af in Brussel (lacht). Ik ben al sinds oktober vorig jaar aan schrijven, herschrijven eigenlijk, omdat ik vond dat mijn oorspronkelijke verhaal ineens niet meer paste in de reeks. Het script is heel losjes gebaseerd op The Wasteland van T.S. Eliot, maar er zal nog zo veel aan veranderen dat je het nauwelijks nog zal herkennen. Het gaat in wezen over een politieagent met een midlifecrisis die rondzwerft in Brussel. In het boek van Eliot wordt het seksuele verval van dat personage geïllustreerd aan de hand van allerlei mythen. Ik ben nu nog aan het bekijken hoe experimenteel of klassiek de vertelling wordt en of ik hetzelfde donkere gevoel uit het boek wil overbrengen. Daar ben ik nog niet uit. Het is nog zoeken naar het evenwicht.
Weet je al hoe je het technisch wilt aanpakken? Filmen in de straten van Brussel ligt niet voor de hand, dus misschien dat je voor het gemak dit keer wel digitaal wilt werken?
Nee, zeker niet. Ik haat digitaal. Ik ben altijd erg geïnteresseerd geweest in de technische kant van film en ik heb altijd al graag in filmlabo's rondgehangen. Daar heb ik volop kunnen experimenteren en ik heb werkelijk alles geprobeerd dat je met pellicule kunt doen. Ik vind het formaat echt geweldig. Digitaal filmen is weer heel anders. Voor binnenopnames is het perfect, maar zodra je naar buiten gaat, vind ik het er altijd levenloos uitzien. De evolutie gaat zo snel dat het probleem over drie jaar misschien wel opgelost is, maar voorlopig werk ik er niet graag mee. Digitale afwerking vind ik dan weer wel fantastisch, want daarmee kun je echt hele mooie dingen doen. Maar voor mij moet het bronmateriaal gewoon goeie ouwe pellicule zijn. Daar zit tenminste leven in.
Leven zit er ook in de Vlaamse film. Hoe komt dat volgens jou?
Eind jaren '90 en waren er ineens heel veel goeie kortfilms van jonge, getalenteerde regisseurs. Ook mijn kortfilms haalden toen wel eens de competitie van een festival en ik had altijd concurrentie van filmmakers als Koen Mortier, Christof van Rompuy en Fien Troch. We hebben allemaal lang moeten wachten om onze eerste film te kunnen maken, en we hebben er hard voor moeten afzien, maar uiteindelijk is het ons toch allemaal gelukt. Volgens mij kun je de huidige opkomst van Vlaams filmtalent nog het best vergelijken met de Belgische muziekscene van de jaren '90, met bands als dEUS, Soulwax en Zita Swoon. Ik heb het gevoel dat er met de Belgische film nu hetzelfde aan het gebeuren is. Daarnaast blijven de gevestigde waarden als Jan Verheyen en Erik Van Looy hun ding doen, waardoor je een hele brede waaier aan films krijgt die een groot publiek aanspreken.
Zelf maak je films die net buiten de mainstream vallen. Vind je het dan niet jammer dat je grote doorbrak kwam met zo'n commercieel project als Buitenspel?
Och, ik regisseer graag en ik vind het fijn om te kunnen werken. Daarom doe ik ook af en toe reclamespots. Om je vak te leren, moet je kunnen draaien en om te kunnen draaien, moet je af en toe eens een concessie doen. Als je muzikant bent, is het makkelijk om even je gitaar te pakken en wat te spelen. Als filmmaker gaat dat niet. Ik kan niet zomaar een groep acteurs optrommelen om zomaar wat te gaan doen. Vandaar dat je af en toe eens wat voor een ander moet doen. En juist door Buitenspel heb ik subsidies kunnen krijgen voor Linkeroever en Dirty Mind, dus dat was een stap in de goede richting. Maar als ik mijn eigen films maak: no compromise!
Laten we hopen dat dit zo blijft. Bedankt voor je tijd.
Da's graag gedaan.