Beetje bij beetje is het onderzoekswerk Max’ belangrijkste levensdoel geworden. Euclid is zo gegroeid dat de computer bijna alle beschikbare ruimte in Max’ appartement inneemt. Ook menselijk contact vermijdt hij zoveel mogelijk. De enige persoon die hij nog regelmatig bezoekt, is zijn oude leermeester Sol Robeson (Mark Margolis). Max heeft last van steeds terugkomende crisissen waardoor hij een scherpe hoofdpijn ontwikkelt en bewusteloos geraakt. Dankzij pillen en inspuitingen kan hij de aanvallen nog een beetje onder controle houden.
Toevallig ontmoet hij de chassidische jood Lenny (Ben Shenkman), die hem vertelt over het numerologische onderzoek dat hij uitvoert op de Torah. Hij staat er op dat Max hem bezoekt in de synagoge om zijn werk te bespreken. En dan zijn er nog de talrijke telefoontjes van een mysterieuze vrouw die heel erg benieuwd is naar het werk dat Max uitvoert over het voorspellen van de beurscijfers.
Wanneer Euclid op een dag een moeilijke berekening maakt van de beurs, crasht hij terwijl hij een 216-cijferig getal uitprint. Max begrijpt het niet en gooit de code weg. Hij vraagt raad aan Sol, die toegeeft dat hij ooit ook zo een cijfer heeft ontdekt na een crash maar dat hij gestopt is met zijn onderzoek omwille van zijn gezondheid. Max beseft dat dit cijfer belangrijk is en gaat er opnieuw naar op zoek. Hiervoor moet hij een belangrijke chip van Euclid vervangen die gesmolten is tijdens de laatste crash.
Pi is volledig opgenomen in hoog contrast zwart-wit wat al onmiddellijk voor een eigenzinnige visuele stijl zorgt. Vooral in de iets donkerdere scènes vergroot de korrel tot het bijna onmogelijk wordt om nog duidelijk te zien wat er gebeurt. Dit zorgt voor nachtmerrieachtige taferelen. Het was de laatste keer dat Aronofsky er nog voor zou kiezen om kleurloos te filmen. Al zijn volgende films zijn in kleur opgenomen.
Toch is in Pi al duidelijk Aronofsky’s persoonlijke regisseerstijl herkenbaar. De zeer korte, snel op elkaar volgende shots die Requiem for a Dream kenmerkten, zijn hier al aanwezig. Een ander handelsmerk van hem is het gebruik van de SnorriCam, een camera die gemonteerd wordt ter hoogte van de onderbuik van de acteur en die zijn bovenlijf en hoofd filmt, terwijl de achtergrond rond hem beweegt. Hierdoor krijg je een heel persoonlijke ervaring. De techniek werd uitgebreid gebruikt in Requiem for a Dream, beperkter in The Fountain en The Wrestler, hoewel men in The Wrestler zou kunnen zeggen dat Aronofsky met zijn SnorriCamshots eerder de achterkant van acteur filmt in plaats van de voorkant.
Darren Aronofsky is een veelzijdig talent en een onwetende toeschouwer zou het moeilijk hebben om te zien dat The Wrestler, The Fountain en Pi door dezelfde man gemaakt zijn. Het is niet gemakkelijk om een duidelijke lijn te vinden in zijn werk. Iedere keer staat de kijker voor een verrassing, waardoor het voor de Newyorker geen sinecure is om het nodige budget voor zijn films bijeen te schrapen. Toch zijn er een paar vaste waarden die telkens terugkomen.
Het meest duidelijke is natuurlijk Clint Mansell, die de muziek verzorgt in al zijn films. Pi is ook Mansells filmdebuut en het begin van een zinderende carrière. Hij is vooral bekend omwille van zijn klassieke filmscores, maar in Pi klinkt zijn technoachtergrond nog volop door. Hij schreef twee drum 'n bass nummers die als het ware de ruggengraat van de film vormen. De beat volgt het tempo van de knipperende cursor op Euclids computerscherm. Mansell selecteerde ook nummers van onder andere Aphex Twin, Orbital, Roni Size, Massive Attack en David Holmes, wat zorgt voor een zwaar industriële ondertoon die Pi voortstuwt. In Pi speelt Clint Mansell trouwens ook zijn enige acteerrol tot nu toe, als de fotograaf die Max op de hielen zit. Voor de volgende films kiest Mansell voor een eerder klassieke soundtrack, hoewel gelicenseerde muziek ook een belangrijke rol speelt in Requiem for a Dream en in The Wrestler.
Een andere constante in Aronofsky's films zijn de acteurs die hij gebruikt. Mark Margolis speelde al in elke film van hem tot nu toe en bijna heel de cast van Pi keert terug in Requiem for a Dream. Toch heeft hij geen hoofdrolspelers waar hij vast mee werkt. Iedere keer kiest hij voor totaal andere personages die onmogelijk steeds door dezelfde acteur kunnen gespeeld worden.
Ondanks de zeer beperkte release kreeg, werd Pi een succes. De film werd gemaakt voor 60 000 dollar over een periode van 30 dagen en bracht meer dan 3,2 miljoen dollar op. Pi kreeg overwegend positieve kritieken en won heel wat filmprijzen, waarvan die van beste regisseur op het Sundance film festival van 1998 de belangrijkste is.
Ook na meer dan 10 jaar blijft Pi een erg goede film. De vele computerreferenties die nu hopeloos verouderd zijn hebben iets tijdloos over zich gekregen en storen niet. De pompende soundtrack stuwt Pi vooruit en zorgt voor memorabele scènes. De crux van het scenario mag dan wat naïef zijn en verraden dat we met een erg jonge regisseur te maken hebben, dit wordt ruimschoots goed gemaakt door de schwung van de film. Hij is momenteel bezig aan remake van Robocop die in 2010 in de zalen verschijnt. Wij zijn nu al benieuwd hoe deze duizendpoot de kitschklassieker zal interpreteren.
REEKS (2) - DE EERSTE KEER
In dit deel van "De Eerste Keer" bespreken we het debuut van Darren Aronofsky, de New Yorkse regisseur wiens The Wrestler onlangs nog bedolven werd onder de prijzen. Voor Aronofsky dit meesterwerk maakte, had hij al een grillig parcours afgelegd. The Fountain was een romantische science fiction film, Requiem for a Dream een snoeihard verslavingsdrama. Nog daarvoor was er Pi, een film die zich heel moeilijk kort laat omschrijven.