Nu valt het met die eigenzinnigheid en exuberante vormgeving van Où est la Main de l'Homme sans tête nogal mee. Of eerder tegen, het is maar hoe je het bekijkt. De scenaristen hebben zich rijkelijk gelaafd aan de Amerikaanse bron. Hun film spiegelt zich aan klassieke psychologische thrillers in de stijl van The Sixth Sense en The Shining.
Cécile de France werd voor haar hoofdrol bekroond op het Festival van de Franstalige film in Namen in 2007. Die bekroning heeft ze heus niet alleen te danken aan het feit dat de Belgische filmster uit Namen zelf komt. Haar aanwezigheid is de belangrijkste, zo niet de enige reden om de film te zien.
Ze speelt een heel sterke rol als Eva Sanders, een getalenteerde, ambitieuze schoonspringster die op het punt staat zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen. Wanneer de beslissende schiftingswedstrijden zich aandienen, wordt ze geplaagd door onverklaarbare angstaanvallen en een verlammende hoogtevrees. Dat is niet handig voor een atlete die van tien meter hoogte met het hoofd naar beneden het water moet induiken. Wanneer ze haar zenuwen niet meer onder controle heeft, raakt ze met haar hoofd de plank en belandt ze in een coma. Eens ontwaakt wil haar vader haar zo snel mogelijk weer in het zwembad. Eva heeft meer tijd nodig om te herstellen van de vreselijke klap.
Sinds de bekroning van Cécile de France lag de film nog twee jaar op de plank van de filmdistributeur. De release werd keer op keer uitgesteld. De reden daarvoor is simpel: het is namelijk geen briljante film. Où est la main de l'homme sans tête zoekt de oorzaak van Eva's angsten en paniekreacties. Hoe kan een getrainde jonge vrouw die al duizenden sprongen gemaakt heeft, ineens met knikkende knieën op de springplank staan? De vraag is vele malen interessanter dan het antwoord dat de gebroeders Malandrin formuleren in hun zelfgeschreven film.
De sterkte van dit soort psychologische, labyrintische thrillers hangt grotendeels af van de geloofwaardigheid van de verklaring van de psychologische problemen van het hoofdpersonage. Die had in dit geval verrassender en spannend gekund.
De Malandrins gaan voortvarend en intrigerend van start met prachtige shots van Cécile de France, springend en trainend in een zwart badpak. Het allereerste beeld verraadt al het naderende onheil. De spanning blijft gradueel stijgen. Lange tijd is het niet duidelijk welke kant dit verhaal op gaat. De introductie van een aantal nevenpersonages helpt om mist te spuien en de kijker op het verkeerde been te zetten.
Oostendenaar Jan Hammenecker (Dikke Lul in Ex-Drummer en een van Vlaanderens meest onderschatte acteurs) is de opvallende priester en conciërge van de basiliek. Eva's broer Mathias (Bouli Lanners) is een kunstenaar die in onmin leeft met zijn vader. En dan is er de man zonder hoofd (Jacky Lambert) die opduikt in Eva's angstdromen. Ze hebben allen hun verdachte aspecten en moeten wel iets te maken hebben met Eva's psychologische ontsporing.
Wanneer de regisseurs de losse eindjes aan elkaar knopen valt op hoe zwak hun opbouw is. De ontknoping zorgt voor een flauw rillinkje, niet voor de verwachte grote schok. Ergens onderweg zijn de Malandrins zelf de draad kwijtgeraakt. Ze hebben te veel aandacht besteed aan details en schijnmanoeuvres en te weinig aan de ontwikkeling van hun mysterie.
De overvloed aan personages en een hoop clichés beletten dat de thriller spannend wordt en het drama waarlijk meeslepend. Eva's strenge, op discipline hamerende vader is een Duitser. Om het verchil met zijn zus te accentueren, is Eva's broer een kunstenaar die een hekel heeft aan sport. Er is een huisdier zoek... Het ontgoochelende gebrek aan vindingrijkheid verbrodt het kijkplezier een beetje.
Gelukkig is de setting erg fraai en zijn de vertolkingen van een hoog niveau. De beelden van de France die balanceert op de rand van de springplank en de torens van de basiliek zijn indrukwekkend. Visueel heeft Où est la main... heel wat te bieden. Inhoudelijk veel minder. Middelmatigheid is troef. De uitwerking is teleurstellend klassiek en braaf. Cécile De France, Ulrich Tukur (de kunsthandelaar in Séraphine en Grubitz in Das Leben der Anderen) en Bouli Lanners houden de kijkers bij de les en voegen de pit toe die aan het verhaal zelf ontbreekt.
Cécile de France – tweevoudige winnares van een César – is een ster in Frankrijk. Ze woont in Parijs en heeft de scenario's van topregisseurs maar voor het uitkiezen. Voor Stijn Coninx' Soeur Sourire en voor Où est la main de l'homme sans tête keerde ze terug naar België. Echt opgetogen over het eindresultaat van beide films kan ze niet zijn. De kritische filmliefhebber is dat ook niet. Het heuglijke feit is dat ze het niveau van de films ver overstijgt.
Dit regiedebuut kan ermee door maar is in zijn geheel te wisselvallig om te bekoren. Voor ieder knap shot is er een net-niet-scène. Bovendien mist de film de tegendraadse touch die de Waalse cinema vaak zo onweerstaanbaar maakt.
Gezien op het festival International du Film Francophone de Namur 2007.
Titel: Où est la main de l’homme sans tête
Genre: Psychologische thriller
Speelduur: 1u44
Regisseur: Guillaume en Stéphane Malandrin
Acteurs: Cécile de France, Ulrich Tukur, Bouli Lanners, Jan Hammenecker, Géraldine Jacques, Tamar van den Dop