THE NIGHT OF THE HUNTER

Of hoe liefde en haat dicht bij elkaar liggen

Paul Gregory Productions
Wie het ooit aandurft om zich voorbij de poorten van een filmacademie te wagen, zal er vroeg of laat geconfronteerd worden met de persoonlijke voorkeuren van de docenten. Vaak leunen die dichter aan bij de films uit de vroege jaren van de cinema en hechten ze minder waarde aan de beeldenstorm die we vandaag over ons heen krijgen. Een van de genres waarmee de filmhonger van gretige filmstudenten wordt gestild is de film noir. De ingenieuze scenario’s, de strakke beeldregie, de diepe schaduwen en verwrongen motieven van de personages bieden steevast een stevige basis voor iedereen die de waarde en de mogelijkheden van film wil doorgronden.

Een van de films die door liefhebbers als een icoon van de film noir wordt aanzien is het beruchte The Night of the Hunter uit 1955. Charles Laughton (vooral bekend als acteur door zijn rol als Gracchus in Kubricks Spartacus) nam de regie voor zijn rekening (op een onofficiële bijdrage aan The Man on the Eiffel Tower na zijn enige en net daarom zo iconische regie) en herwerkte met scenarist James Agee het gelijknamige boek van Davis Grubb. Het resultaat is een donkere, bevreemdende en zelfs zwartkomische thriller geworden waarin hoofdacteur Robert Mitchum de show steelt.

Los gebaseerd op het waargebeurde verhaal over ene Harry Powers, die opgehangen werd voor de moord op twee weduwen en drie kinderen, verhaalt de film over Harry Powell; een religieuze fanaticus en seriemoordenaar. Als hij tijdens een kort verblijf in de gevangenis hoort over de verborgen buit van een overval - en meent te weten waar hij het geld kan bemachtigen - besluit hij zijn kans te wagen om het geld voor zichzelf op te eisen.

Zijn zoektocht brengt hem naar West Virginia. Daar ontmoet hij de weduwe Willa (Shelley Winters) en haar twee kinderen John (Billy Chapin) en Pearl (Sally Jane Bruce). Willa’s ondertussen geëxecuteerde man Ben, de overvaller, heeft aan de kinderen de locatie van het geld toevertrouwd en Powell beseft algauw dat hij de macht in het gezin moet overnemen. Terwijl Willa door haar omgeving in een huwelijk met Powell wordt gedwongen, onderneemt de dodelijke infiltrant verwoede pogingen om het geheim bij de kinderen te ontfutselen.

Al meteen bij de openingsscène voel je dat The Night of the Hunter iets anders is. Het is een prent die zelfs tijdens zijn oorspronkelijke release als een buitenbeentje werd gezien (de reacties van de critici en het publiek waren allesbehalve lovend) en is door de jaren heen een echte cultfilm geworden. Veel heeft te maken met de dodelijke uit de bijbel citerende, tegen God palaverende Powell. Hoewel het personage een maniakale moordenaar is, slaagt Mitchum er toch in om hem bijna komisch, zelfs cartoonesk neer te zetten; zonder ook maar een moment de dreiging te verliezen. Het is een manier van acteren die we vandaag niet meer gewoon zijn en aanvankelijk weet je niet goed hoe je zijn vertolking moet interpreteren.

Mitchums Powell is een absurd theatrale verschijning die zelfs tijdens de suggestieve “horrorscènes” een eigenaardige waardigheid behoudt. Shelley Winters houdt moedig stand tegen Mitchums vertolking en slaagt er vreemd genoeg in om zo mogelijk nog minder “natuurlijk” te acteren; wat in haar geval tot prima resultaten leidt. Winters vertolkt Willa als een “gevallen” vrouw; een nogal dwaze jonge weduwe die door de streken van haar man in schande leeft. Onvergetelijk is de scène waarin ze tijdens haar huwelijksnacht haar lusten niet langer kan bedwingen en Powell haar verbaal afstraft.

Het is niet alleen grappig maar ook erg interessant om te zien hoe de filmmakers en de acteurs zich voorzichtig rond – in die tijd – gewaagde onderwerpen manoeuvreren. Laat er echter geen twijfel over bestaan: The Night of the Hunter gaat over moord, kindermishandeling, hebzucht, partnergeweld, roddel als de oorzaak van onheil, religie en meer van dat soort “licht vertier”. Het beste moment van de film is een ongemakkelijk tafelgesprek tussen Powell en de kinderen waarin hij hen op de rooster legt over de locatie van het geld. De manier hoe Mitchum van een vriendelijke, bezorgde vader naar een nietsontziende wolf overschakelt, blijft knap om te zien.

Mitchum mag dan wel de ster van de film zijn; wie evenveel eer verdient is de regisseur. Charles Laughton besloot om de typische film noir stijlkenmerken grondig aan te passen en leverde een bewust kunstmatige prent af waarbij het vaak lijkt alsof de kijker naar een toneelstuk zit te kijken. De laatste confrontatie tussen Powell en Willa (waarbij Powell zijn linkerhand met de woorden HATE op de knokkels als gehypnotiseerd voor het raam in het maanlicht houdt) en vooral de vlucht van de kinderen zijn hier de uitgelezen voorbeelden van. Als John en Pearl eindelijk hun kans zien om uit de klauwen van Powell te ontsnappen reizen ze met een bootje over het water. Terwijl we het bootje voortdurend zien voorbijvaren ontwaren we op de voorgrond in het beeld dieren als kikkers en konijnen die de jonge mensen in het bootje nieuwsgierig gadeslaan. Uiteindelijk brengen de kinderen de nacht door in een schuur en terwijl de maan zich langs het nachtelijke hemelgewelf verplaatst komt de dreigend zingende Powell, die de achtervolging te paard inzet, steeds dichterbij. Laughton liet zich duidelijk inspireren door het Duitse expressionisme van de jaren ’20, kiest voor bizarre cameraperspectieven en toont zijn personages in silhouet tegen een donkere, dreigende achtergrond.

De derde act van de film, waarin de kinderen onder de zorg van een oudere dame komen, verliest aan kracht door een anticlimax; het is moeilijk te geloven dat Powell zich laat verrassen door een huiskat en vooral nadat we de hele film gezien hebben dat Powell een mythische schurk is die later ongetwijfeld model zou staan voor heel wat andere beroemde psychopaten (over hem zegt John: “slaapt die man ooit?” en meteen dachten we aan de kwaadaardige wilskracht van Halloween-boeman Michael Myers). Het moraliserende slot is ook iets dat vandaag eerder op de lachspieren werkt maar The Night of the Hunter is, net als veel “oude” films”, een prent die we in de context van de tijd moeten zien.

Robert Mitchum zou niet veel later nog een ander monster spelen in Cape Fear maar met Harry Powell, de predikant uit de hel, wist hij alvast een onvergetelijke filmschurk neer te zetten!