BRUSSELS FILM FESTIVAL 2009

Brussels Calling

Sabotage Films
Het Brussels Film Festival zoog negen dagen lang het beste uit de vier windhoeken van Europa naar zich toe. Op de affiche stonden dertig eerste en tweede Europese films uit alle genres, die voor het eerst in België vertoond werden. Moviegids hield op het Flageyplein de vinger aan de pols, en zag onder meer Machan, de winnaar van de Golden Iris, en Mammoth, de winnaar van de prijs van het publiek.

In 2004 verdween een volledige handbalploeg uit Sri Lanka tijdens een tornooi in Duitsland. Deze originele immigratietechniek was de inspiratiebron voor de eerste langspeelfilm van Uberto Pasolini (producer van o.a. The Full Monty). In de sloppenwijken is de ene man er al erger aan toe dan de andere. Manoj heeft nog een baantje in een hotel, terwijl zijn vriend Stanley zich verstopt voor zijn schoonbroer die hij in de schulden heeft gestort. Als ze een folder in handen krijgen over een handbaltornooi in Beieren, rijpt er een plan om aan de ellende te ontsnappen. Zo’n geniale vondst kan natuurlijk nooit lang geheim blijven en binnen de kortste keren is de ploeg met manager, dokter, verpleger, en meer reservespelers dan er op het veld mogen compleet. De manier waarop de noodzaak om het geluk elders te zoeken, wordt duidelijk gemaakt, is een van de sterkste punten van de film. Zo verliest een oude man zijn job als handenafdroger aan een elektrische heteluchtblazer. Ondanks de miserie houdt de film een luchtig toontje aan en net dit sfeertje is het grote minpunt van Machan (**). Hoelang kan je de kijker geboeid houden met halve karikaturen die wisselen tussen kameraadschap en ruzie in een poel van matige grappen? Misschien net negentig minuten, maar twintig minuten later is de versheiddatum al aardig overschreden. Komt daar nog bij dat de acteerprestaties verre van inspirerend zijn, waardoor het initiële medelijden voor de personages na een tijd omslaat in irritatie. Pasolini wilde een film maken die een boodschap overbracht, zonder belerend te zijn, maar heeft daarvoor (in contrast met een film als Slumdog Milionnair) niet de juiste formule gevonden. (sru)

Met Mammoth (***) slaat de Zweedse regisseur Lukas Moodysson het internationale pad in. Het is zijn eerste volledig in het Engels gedraaide film, in de cast zitten internationale sterren als Gael García Bernal en Michelle Williams en de scoop van de film vergroot hij van Amerika tot Thailand en de Filippijnen. De opzet van zijn film is groots en ambitieus, maar jammer genoeg overspeelt de regisseur een beetje zijn hand. Het verhaal begint bij een rijke Amerikaanse familie die zo hard werkt dat ze de zorg van hun dochtertje moeten overlaten aan de Filippijnse kindermeid Gloria. De nanny is op haar beurt van Manilla naar New York verhuisd om haar twee kinderen aan de andere kant van de wereld een betere toekomst te geven. De dollars die ze verdient met de opvoeding van andermans dochtertje stuurt ze naar haar eigen zonen om de bouw van hun nieuw huisje te bekostigen. Ondertussen reist de man des huizes naar Thailand om een belangrijke deal te sluiten, maar hij ontdekt er in de armen van een plaatselijk meisje het soort ongerepte romantiek dat zijn poepsjiek penthouse hem niet biedt. Moodysson heeft goed over zijn film nagedacht. Opbouw, thematiek en uitwerking zijn nagenoeg perfect. Maar de Zweed heeft zo aan Mammoth zitten timmeren en verbouwen, dat de prent ook potdicht zit en alle spontaniteit en originaliteit verliest. De driedubbele climax is van te ver aangekondigd. De gebruikte symbolen en metaforen liggen er vingerdik bovenop. Mammoth is zonder twijfel Moodyssons meest toegankelijke film. Wat hij wil vertellen is ambitieus en belangrijk, maar de manier waarop hij dat doet, voelt te gelikt en gemaakt aan. Daardoor verliest de authenticiteit en boodschap een beetje aan kracht. (hdw)

Valdis Oskarsdottir won verschillende prijzen als editor. Ze monteerde onder meer Eternal Sunshine of the Spotless Mind, Festen en Finding Forrester. Country Wedding (*½) is haar regiedebuut. Het uitgangspunt van de film is niet echt origineel, maar heeft potentieel. Na een relatie van drie jaar, besluiten Ingibjorg en Bardi om in het huwelijksbootje te stappen. Het plan om dat te doen in een idyllische kerk, op een uurtje rijden van Reykjavik, is aanlokkelijk, maar de praktische uitwerking blijkt de hel. In de twee bussen met familie en schoonfamilie ontstaan al snel de nodige ruzies en vetes. De witte kerk met het rode dak blijkt niet zo eenvoudig te vinden, en als snel loopt de zaak uit de hand. Oskarsdottir zit de ruziënde personages met een losse schoudercamera voortdurend dicht op de huid. Het nerveuze, kinetische camerastandpunt gaat in combinatie met de ratelende personages al snel op de zenuwen werken. Aanvankelijk is het nog lachen geblazen met de ene (pijnlijke) onthulling na de andere, maar halfweg dooft Country Wedding gewoon langzaam uit. Het half door de cast geïmproviseerde scenario lijkt op een avondje doorzakken met vrienden: op café zijn de grappen altijd beter dan achteraf. (hdw)

Fans van de Paul Kalkbrenner moeten Berlin Calling (**) nauwlettend in het oog houden. In deze film van Hannes Stöhr (die niet toevallig de voorzitter van de jury is op dit festival) speelt de Duitse DJ een rol die hem op het lijf geschreven is. Hij kruipt in de huid van DJ Ickarus, die net de laatste hand legt aan zijn nieuwe album. Zijn relatie en zijn carrière staan echter zwaar onder druk door zijn geëxperimenteer met drugs. Als hij op een avond iets te veel van een gevaarlijk goedje inneemt, loopt het mis en belandt hij in een afkickcentrum. Ickarus neemt de zaak eerst nogal licht op. De terugkerende vlagen van psychose houden hem in het centrum, waardoor de platenrelease in het gedrang komt. Het hele verhaal sleept zich vanaf dat moment naar het einde. Er wordt nooit een keuze gemaakt tussen realisme en absurditeit, waardoor de film een beetje tussen wal en schip valt. Aan de ene kant wordt er een mooi portret geschetst van het Berlijnse nachtleven. Aan de andere kant zijn de inwoners van het afkickcentrum gekker dan de gemiddelde psychopaat. Stöhr heeft bovendien moeite om in zijn film te knippen. Hij schiet mooie beelden, maar buiten het feit dat we ze allemaal al eens eerder hebben gezien in andere films, is de vraag of ze ook iets bij brengen aan het verhaal. De soundtrack van de film is dé (enige) reden om de film in de bioscoopzaal te gaan bekijken. Deze werd volledig bij elkaar geschreven door Kalkbrenner zelf. Zijn muziek vraagt erom om door een zware geluidsinstallatie te worden gepompt en daaraan voldoen de luidsprekers in de filmzaal ruimschoots. Het idee zelf aanwezig te zijn in de club is een effect dat je nooit zal kunnen opwekken voor je TV. (sru)

In zijn eerste fictiefilm vertelt Rune Denstad Langlo het verhaal van Jomar, een voormalige skiatleet wiens stoppen op een dag plots zijn doorgeslagen. Sindsdien verslijt zijn dagen drinkend en TV-kijkend als beheerder van een skilift. Ergens in het hoge noorden van het land heeft hij een zoon, die hij noodgedwongen (hij steekt zijn skistation per ongeluk in de fik) besluit op te zoeken. Op zijn tocht ontmoet hij personages die allemaal nog vreemder zijn dan hijzelf. Een Noorse roadmovie, dat moet mooie beelden opleveren. Hierin stelt Nord (**) niet teleur. De woestheid en ontoegankelijkheid van het sneeuwlandschap straalt van het scherm. Maar het onderkoelde, melancholische Scandinavische sfeertje leidt af en toe tot momenten van verveling. Veel langer dan 78 minuten had de film dan ook niet moeten duren. De belangrijkste boosdoener is de uitdieping van de karakters. In andere atypische roadmovies zoals the Straight story hebben alle personages ook een eigen verhaal, maar veel verder dan nog-net-een-vijsje-meer-los-dan-het -hoofdpersonage komen de figuren uit Nord niet. Er worden een paar suggesties gegeven, maar voor je er het fijne van weet, is Jomar al weer vertrokken. De gebeurtenissen en ontmoetingen rond hem zijn vreemd, maar net niet absurd genoeg om grappig te zijn. De film probeert de dunne lijn tussen humor en melancholie te bewandelen, maar zakt helaas te vroeg door het ijs. (sru)

Met zijn smalle, donkere steegjes openbaart de nochtans feeërieke havenstad Genua zich in Michael Winterbottoms nieuwe film als een heus personage. De stad fungeert in Genova (***) als een pars pro toto voor nieuwe kansen. Die hebben Joe (Colin Firth) en zijn twee dochters Mary en Kelly wel nodig nadat de moeder in een tragisch verkeersongeluk is omgekomen. Eens verhuisd van Chicago naar Genua toont Winterbottom zich als een observator van wat zo’n tragedie met een familie kan aanrichten. De vader probeert er, naast zijn job als docent op de plaatselijke universiteit, altijd te zijn voor zijn kinderen, maar weet niet altijd zo goed hoe hij tot hen kan doordringen. De jongste dochter voelt zich vreselijk schuldig en ziet haar dode mama door de straten van de stad dwalen. De puberdochter stort zich in het Italiaanse uitgaansleven en probeert haar verdriet te vergeten in de armen van donkergebruinde macho’s. Er gebeurt weinig en toch veel in Genova. Winterbottom laat opzettelijk een aantal vragen onbeantwoord. Hij velt geen oordeel en tracht de tragedie niet als een citroen uit te persen. Zeemzoeterige emoties of overdreven pathos is niet aan hem besteed. In een slechte bui denk je dan: Winterbottom maakt geen keuzes en weet niet goed wat hij precies wil vertellen. In een goede bui wordt dat: hij is beheerst en zelfzeker genoeg om de touwtjes strak in handen te houden. Genova is niet zijn beste werk, maar wel vakwerk. (hdw)

Als het op potentiële liefdescomplicaties aankomt, spannen muezzin Musa en de katholieke Clara uit het Turkse Wrong Rosary de kroon. Eva en Eric zijn een goede tweede in het Zweedse In your Veins (I Skuggan av Värmen) ***. De mooie bewakingsagente en de sterke, knappe politieagent worden halsoverkop verliefd op elkaar. Eva zegt hem niet dat ze al jaren kampt met een heroïneverslaving. Een junk die het doet met een flik. Het lijkt vergezocht maar de film is gebaseerd op waargebeurde feiten. Eva moet haar verslaving natuurlijk geheim houden. Dat wordt steeds moeilijker naarmate de relatie hechter wordt en het koppel meer tijd met elkaar doorbrengt. Wat zal er gebeuren als Eric haar geheim ontdekt? Regisseuse Beata Gardeler bewijst in haar eerste film haar talent als vertelster van psychologisch sterk onderbouwde verhalen. Ze zet haar personages duidelijk neer zonder aan subtiliteit in te boeten. Gardeler creëert de onmogelijke hoop dat Eric er nooit zal achterkomen dat Eva spuit. Dat zij de rest van haar leven shotjes kan zetten zonder dat er problemen van komen, dat ze lang en gelukkig leven. De leugenachtige situatie is te verkiezen boven de harde waarheid. Hoofdrolspelers Malin Crépin (Eva) en Joel Kinnaman (Eric) spelen hun eerste belangrijke rol. Ze zijn verbluffend. Het tweede deel van de film is minder sterk al blijft de bizarre relatie boeiend en ongewoon. De raadselachtige slotscène is de kers op de taart. Binnenkort komt de bezwerende Zweedse film Let the right one in – een absolute aanrader! – bij ons in de zalen. Als die het goed doet aan de kassa, zal ook In Your Veins wel aangekocht worden door een distributeur. Dat zou goed nieuws zijn want de ingehouden klasse en stijlvastheid van In Your Veins verdient meer aandacht dan de twee vertoningen hier in Brussel. (mvw)

Bestaan er vrolijke mozaïekfilms? De vraag dringt zich op na Promeny (Changes) *** een Tsjechische film van Tomás Rehorek waarin de levens van een aantal doodongelukkige mensen elkaar kruisen. Een jong koppel krijgt te horen dat de spermakwaliteit van de man te laag is, zodat kinderen krijgen erg moeilijk zal zijn. Een knappe jonge vrouw verdient te weinig in de schoenenfabriek om haar jonge twee kinderen te onderhouden. De vader heeft de plaat gepoetst. Een atletiektrainer heeft de beste jaren van zijn jonge leven geïnvesteerd in de ontwikkeling van het talent van anderen terwijl hij zelf stil is blijven staan. Een grootmoeder vereenzaamt in haar grote huis met indrukwekkende tuin. Het is bij mozaïekfilms wachten op en uitkijken naar de manier waarop de verhaallijnen samen zullen komen. Het pleit voor Tomás Rehorek dat hij zijn best gedaan heeft om originele oplossingen te bedenken. Er zijn meerdere kruispunten wat hem uitgebreid de kans biedt het verhaal uit verschillende hoeken te bekijken en herbekijken. Tot het einde regent het verrassingen en extra, cruciale informatie. Deze visueel erg verzorgde film steunt op sterke, sobere vertolkingen. Promeny is een uiterst elegante film van een regisseur met frisse ideeën die zijn eigen stijl nog moet ontwikkelen. De flair en de branie heeft nu, nu nog leren om ziel en een kloppend hart in zijn films te stoppen (mvw).

Het Franse Donne-moi la main (* ½) duurt amper 75 minuten. Dat is kort voor een doorsnee bioscoopfilm maar toch te lang voor regisseur Pascal-Alex Vincent. Hij krijgt de tijd nauwelijks gevuld. Tweelingsbroers Antoine en Quentin – gespeeld door Victor en Alexandre Carril – gaan te voet naar Spanje om de begrafenis van hun moeder bij te wonen. Ze hebben haar nooit gekend maar ze gaan er toch heen omdat hun vader het hen gevraagd heeft. Waarom die vader hen geen 100 Euro gegeven heeft zodat ze met een lowcostmaatschappij naar Barcelona konden vliegen, is mysterieus, maar goed dit is cinema en in cinema is alles mogelijk. Antoine en Quentin gaan dus wandelend en liftend op weg naar Catalonië. Tijdens de reis zullen ze elkaar en zichzelf beter leren kennen. De confrontatie zal niet altijd meevallen en hun leven zal voorgoed veranderen. Blablabla... Donne-moi la main is de mooist gefotografeerde film van het festival tot nu toe. Vooral de scènes in de water zijn magnifiek. Daarmee is het beste gezegd. Het verhaal is een aaneenschakeling van ontmoetingen tijdens hun reis. Die zijn wisselvallig van kwaliteit. De korte scènes met Anaïs Demoustier helemaal aan het begin van het begin vormen het hoogtepunt van de film. Demoustier speelt de twee broers van het doek. Met haar theeft de brutale blik en scherp gevoel voor humor vangt ze al het licht. Wat volgt, is volstrekt voorspelbaar, overbodig en incoherent. Zeker wanneer de wegen van de broers scheiden is er nog maar weinig te beleven (mvw).

's Ochtends poetst Hélène hotelkamers. Een paar keer per week maakt ze in de namiddag schoon bij dokter Kröger, een Amerikaan die al een eeuwigheid in het dorp woont. Het leven gaat zijn gangetje. Puberdochter Lisa is ondankbaar en lastig, haar man werkt hard. Rust en evenwicht in Corsica. Tot ze een Amerikaans koppel ziet schaken op het terras van de hotelkamer die ze onder handen neemt. Hélène is direct in de ban van het spel. Ze leert zichzelf spelen en raakt gaandeweg verslaafd aan de gecompliceerde denksport. Dokter Kröger (Kevin Kline) helpt haar. Ze raakt zo in de ban van haar nieuwe hobby dat ze haar huishouden en huwelijk begint te verwaarlozen. De rol van Hélène lijkt Sandrine Bonnaire op het lijf geschreven. De schaaksport is natuurlijk een metafoor. Het is filmmaakster Caroline Bottaro ook niet te doen om het spel zelf. Ze filmt de stukken niet tijdens de partijen. Ze richt de camera op de gezichten van de spelers om de reacties op de opeenvolgende tactische manoeuvres te monsteren. De simpele poetsdame die uitblinkt in een denksport voor intellectuelen, de brave moeder en volgzame echtgenote die op haar veertigste haar onvermoede talent ontdekt en dat ten volle ontwikkelt. Joueuse (***) is een behoedzaam opgebouwde feel good film die zorgvuldig de valkuilen van hen genre vermijdt. Kevin Kline is verrassend goed in het Frans. Joueuse is een intelligente, fascinerende, breekbare, kleine – in de goede betekenis van het woord – film van een regisseuse die met dit breek-uit-jezelf verhaal een beloftevol visitekaartje afgeeft (mvw).

Carty wil niets liever dan deel uitmaken van The Pack, een bende crapuul dat de straten van Liverpool (en omstreken) onveilig maakt. Zijn vriend Elvis hoort bij de bende. Carty hoopt via hem geïntroduceerd te worden. Had Pat Holden duidelijk kunnen maken waarom Carty zich zo vereenzelvigt met een troep gewelddadige hersenloze bruten dan had Awaydays (* ½) nog enige relevantie gehad. De actie vindt plaats aan het eind van de jaren zeventig. De muziekscene werd gedomineerd door zwartjassen: Joy Division, The Cure en Wire. Over de soundtrack van de film niets dan goeds, maar het is een teken van de wand als de muziek van een film het eerste positieve element is dat vernoemd wordt. Meestal wil dat zeggen dat ze rest niet veel soeps is. Carty heeft de kunstacademie gelaten voor wat ze is en werkt nu op een saai kantoor waar zijn oom baas is. Veel werken doet hij niet, hij tekent een beetje en gaat 's avonds naar de pub. Misschien is het uit verveling dat hij mee wil doen met de ruige jongens. Misschien heeft hij de dood van zijn moeder niet verwerkt, maar dat zou een beetje simpel zijn. Bambi werd ook geen crimineel nadat zijn mama stierf. Door de hardste en gemeenste van de groep te zijn, dwingt Carty respect af van zijn medeknokkers. Intussen stelt hij zijn jongere zus teleur die zijn hulp en steun best kan gebruiken. Awaydays overtuigt enkel in de vechtscènes. Het gaat er hard, smerig en bloederig aan toe. In de scènes met dialogen gaat het helemaal fout. Ook de vriendschap tussen Carty en Elvis is totaal onbegrijpelijk. Ze hebben elkaar niets te bieden, vullen elkaar niet aan en ze lachen nooit wanneer ze samen zijn. Waarom zijn ze dan vrienden? Regisseur Pat Holden komt met een aantal verklaringen die geschreven zijn door de Flairpsycholoog. Zeer on-Brits zijn de slechte vertolkingen. Nicky Bell en Liam Boyle hebben het woord subtiliteit geschrapt uit hun woordenboek en schmieren er lustig op los. De close-ups wanneer ze schuimbekkend een supporter van de tegenpartij in elkaar rammen zet de belabberde vertolkingen extra in de verf. Enkel Stephen Graham houdt zich staande. In wezen speelt hij dezelfde rol als in This is England: de aanvoerder van een stelletje ongeregeld. De vergelijking met This is England is onvermijdelijk. Awaydays kan er niet eens aan tippen (mvw).

Wrong Rosary (Uzak ihtimal) *** ½ is een teer kleinood uit Turkije over de moeilijke liefde tussen Musa en Clara. Musa (Nadir Saribacak) wordt muezzin in een moskee in Istanbul. Clara (Görkem Yeltan) is zijn devote, katholieke buurvrouw die zorgt voor een bij haar inwonende stervende non. Stomende seks is niet voor meteen, zeker niet wanneer twee gelovige kwezels elkaar moeten vinden. Zoals de meest Turkse arthouse – Uzak, Three Monkeys, Iklimler, Takva – films ligt het tempo niet al te hoog. De debuterende regisseur Mahmut Fazil Coskun geeft de personages alle ruimte tijd om zich te ontwikkelen. De voorzichtige toenadering tussen de potentiële geliefden is teder en grappig tegelijkertijd. Ze stelen hun momenten maar maken zelden echt contact. Vanop een afstandje zijn ze toch samen. Of zoiets. De heerlijk naïeve smoel van Nadir Saribacak en het bleke, engelachtige gezicht van Görkem Yeltan lijken gemaakt voor dit soort films. De film gaat niet voorbij aan de tragiek boven hun levens – de beperkingen die hun geloof hen oplegt – en heeft een scherp oog voor de sociale druk op Musa. Een film maken over leegte, onvermogen en eenzaamheid die poëtisch, lichtvoetig en onderhoudend is. Mahmut Fazil Coskun is er wonderwel in geslaagd. Hij won de Tiger Award in Rotterdam. Het zou geen heel grote verrassing zijn mocht hij ook in Brussel in de prijzen vallen (mvw).

De Brit Peter Strickland hield de touwtjes strak in handen bij zijn filmdebuut. Hij schreef, regisseerde en produceerde Katalin Varga (***), een drama dat zich afspeelt in het Hongaars sprekende gedeelte van Roemenië. Het titelpersonage wordt door haar man aan de deur gezet nadat hij er achter is gekomen dat hij niet de natuurlijke vader is van hun tienjarige roman Orbán. Met paard en kar keren moeder en zoon terug naar de bron van alle ellende. De reis gaat dwars door de Roemeense Karpaten, een prachtig gebied waar nog bruine beren wonen in de bossen en waar wolven een bedreiging vormen voor boerderijdieren. Tegenover de natuurpracht staat de niet-geëvolueerde houding die de mannen er aannemen tegenover (hun) vrouwen. Katalina Varga is een beklemmende road movie waarin een vrouw wraak neemt op de mannen die haar leven verwoest hebben. Er zijn subplots noch zijsprongetjes: Strickland heeft het enkel en alleen over de vrouw en de rekeningen die ze vereffent. De rijke geluidsband met levendige zigeunerklanken en bezwerende volksmuziek waarin opvallende achtergrondgeluiden zitten verweven benadrukt de urgentie van Katalina’s missie. Hilda Péter is erg zuiver in de hoofdrol. Ze gaat vastberaden en secuur te werk. Het helpt natuurlijk dat de dialogen helemaal uitgebeend zijn. Ze zegt geen woord te veel. Al even interessant en verrassend zijn de visuele keuzes van Strickland. Hij gaat volop voor de warme kleuren van het glooiende landschap, voor de visuele fantasie en ongewone camerastandpunten. Dat de goed geacteerde, inventief in beeld gebrachte film niet voor de volle honderd procent overtuigt heeft te maken met het gebrek aan echte verrassingen in het verhaal. Zijn ernstige thema is tijdloos en universeel. Zwart-wit denken kan hem niet verweten worden, hij heeft ook oog voor het karakter en de motieven van de mannen. Artistiek is Katalin Varga een triomf: de manier waarop beeld en klank samensmelten en één verstikkend geheel vormen, is magnifiek. Ergens over de helft zakt de film een beetje in en kan de kijker zich loswringen uit de emotionele houdgreep waar hij van bij het begin inzat. De laatste tien minuten zijn opnieuw dwingend (mvw).

Na een tegenvallende openingsfilm vorig jaar – de Frans-Libanese komedie Une chanson dans la tête – pakt het Brusselse festival van de Europese film dit jaar uit met een absolute topper. Dat de organisatoren daarvoor hun regels ruim moeten interpreteren hebben, nemen we hen niet kwalijk. Het festival in het majestueuze Flageygebouw richt de schijnwerper op jonge Europese filmmakers. Alexis Dos Santos, de regisseur van Unmade Beds (*** ½), is een Argentijn, maar hij woont al jaren in Engeland, de cast is volledig Europees en het verhaal speelt zich af in Oost-Londen. Unmade Beds is de tweede film van Dos Santos die in 2006 indruk maakte met Glue - Historia adolescente en medio de la nada, een prent die geselecteerd werd voor festivals op de vijf continenten. Hij bevestigt al het goede uit zijn eerste en heeft geleerd zich te beheersen. Alexis Dos Santos heeft geen verhaal nodig om een film te maken. Hij volgt de jonge Spanjaard Axl (Fernando Tielve) en de Franstalige Vera (Déborah François). Axl is in Londen op zoek naar zijn vader die hem verliet toen hij nog een peuter was. Vera werkt in een boekenwinkel - ze is waarschijnlijk de slechtste winkelbediende aller tijden – en heeft een relatie met de X-ray man (Michiel Huisman). Vera en de X-ray man kennen elkaars voornaam niet en wisselen bewust geen telefoonnummers uit. Alx en Vera wonen in een groot kraakpand zonder dat van elkaar te weten. Hun levenslijnen zullen elkaar vroeg of laat kruisen. Unmade Beds laat zich niet in een vakje stoppen. Er zitten elementen in van de Franse nouvelle vague en van de mozaïekfilm. Flarden coming-of-age volgen op nihilistische scènes. De film moet het volledig hebben van de charme en van de unieke ambiance in het kraakpand. De prominent aanwezige soundtrack helpt daar uitstekend bij. Stilistisch sluit Unmade Beds perfect aan bij Glue: een visuele tractatie met grove korrel afgewisseld door extreme close-ups, schokkende beelden en lang aangehouden shots. De beeldkeuze is altijd verrassend, net als de uitbundige kostuums en de kleurrijke decors. Af en toe flirt Unmade Beds met arty farty gedoe, maar de grens wordt nooit overschreden. Daarvoor zijn de acteurs veel te goed. Fernando Tielve is een ontdekking: een zeer innemende kerel met een niet-te-temmen kapsel. Deborah François is eerder ongrijpbaar, cool en hip met haar geheimen en licht dominante houding die doet uitschijnen dat ze de situatie volledig onder controle heeft. Ja, Vera en Ax zullen elkaar tegen het lijf lopen. Die ontmoeting is een schoolvoorbeeld van de manier waarop Dos Santos verhalen vertelt: vol verrassingen, enigszins chaotisch en gelardeerd met offbeat humor. Niet iedereen zal houden van deze grillige, meanderende film maar als opener van het festival kan Unmade Beds alvast tellen (mvw).


Het Europees filmfestival van Brussel loopt van 27 juni tot 5 juli 2009 - Flagey www.brusselsfilmfestival.eu