Mooi, onstuimig, getalenteerd volk bij elkaar. Met een minimum aan middelen maakte het een moderne filmklassieker. Brussels by Night legde de Vlaamse film definitief in een andere plooi. Gedaan was het met de eeuwige verfilmingen van stokoude romans: De Loteling, Pallieter, Brugge-die-stille, Mira, De Witte van Sichem. Mannen met petten, seks met de wulpse niet al te snuggere meid in de hooiberg, de koe die niet kan kalveren en de boer die akkerdjië akkerdjieë schreeuwt. Dat er voor Brussels by Night alleen maar boerenfilms waren, is een misvatting. In 1980 draaide Patrick LeBon Hellegat, dat is vijf jaar na Guido Henderickx' Verbrande Brug. Voor die tijd waren dat geen onaardige films maar welbeschouwd zijn ze van een totaal andere orde dan Marc Diddens regiedebuut.
Het idee voor de film broeide al toen Didden nog rockjournalist was bij het weekblad Humo. Na een cursus scenarioschrijven vatte hij moed en zette hij zich voor zijn typemachine. Hij had al toneelstukken geregisseerd maar had nul komma nul ervaring met cinema. Zijn vriend Erwin Provoost was de logische keuze als producer. Veel kiezen was daar niet aan. Didden en Provoost hadden weinig connecties in de filmwereld en hadden elkaar voordien in zowel nuchtere als beschonken toestand beloofd samen grootse cinema te maken.
Het duo had het puike idee Dominique Deruddere te betrekken in hun plannen. Die had al een viertal opgemerkte kortfilms gedraaid waarvan Killing Joke (met een nog erg jonge Marcel Vanthilt) en Wodka Orange de bekendste zijn. De 26-jarige Deruddere was de man met ervaring op de set. Hij zette Diddens ruwe ideeën om in beelden. Didden was de man van het verhaal en de sfeer, Deruddere de man met verstand van techniek die de crew uitlegde wat Didden wilde bereiken.
Wie Didden zegt in de Vlaamse film zegt ook Deruddere. Wie Brussels by Night zegt, zegt ook Crazy Love. Beiden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Crazy Love is een van die andere films die steevast een keerpunt in de Vlaamse cinema genoemd worden (net als Any Way the Wind Blows, De Man die zijn haar kort liet knippen en De Zaak Alzheimer).
Marc Didden, Erwin Provoost en Dominique Deruddere hadden meer met elkaar gemeen dan een grote passie voor cinema. Het zijn ook drie ingeweken Brusselaars. Didden en Deruddere hebben Limburgse roots, Provoost is een Oost-Vlaming. Hun film is een hevige liefdesverklaring aan hun nieuwe thuis. Zoals vaker zijn ingeweken stedelingen enthousiaster, fanatieker en chauvinistischer over hun stad dan de autochtonen. Dat is ook bij hen het geval. Dit is een film van Brusselaars in hart en nieren, ook al zijn ze er niet geboren.
Dat de naam van de stad in de titel staat, is geen toeval. Brussel vormt een personage op zich. Toch is het absoluut geen lieflijk, Amélie Poulain-achtig eerbetoon. Didden toont de harde en gure kant van zijn woonplaats. De stad die weerloze inwoners met haar en huid verslindt. Het is opvallend dat Brussel ook in latere Vlaamse films zo grijs en onaangenaam wordt voorgesteld. Het is een toevluchtsoord. Je gaat er heen om te verdwijnen in de massa. Brussel is geen bestemming op zich: voor de filmpersonages is de plek die ze ontvluchten belangrijker dan de plek waar ze belanden. In Dorothée Van den Berghe's delicate vrouwenportret Meisje (2002) verlaat de bleke Muriel (Charlotte Vanden Eynde) haar provinciestad om in Brussel een nieuwe start te maken. Ze laat het kneuterige achter zich, gooit de ketens van zich af. Harry- het hoofdpersonage in Frank Van Passels onvolprezen Manneken Pis – wil in Brussel het verleden achter zich laten en de liefde vinden. Bekijk Brussels By Night, Meisje en Manneken Pis na elkaar en het huilen staat je nader dan het lachen.
Diddens debuut is met voorsprong de meest duistere van de drie Brusselfilms. Het is de zwartste, minst hoopgevende film die ooit in Vlaanderen gemaakt is. Het verhaal speelt zich voornamelijk 's nachts af in verlaten straten. De personages zijn eenzaten en verschoppelingen. Hoofdpersonage Max (François Beukelaers) schuift in de openingsscène een pistool in de mond. In plaats van zijn zelfmoordplan uit te voeren, neemt hij de trein naar Brussel. De veertiger heeft geen doel. Hij neemt een taxi en laat zich rondrijden tot zijn 500 Frank op is. Dan belandt hij in een sfeerloos café.
Brussels by Night is quasi plotloos. De actie wordt gedreven door de dialogen en Max' toevallige ontmoetingen. Cafébazin Alice (Ingrid De Vos) is zijn eerste compagnon de route. Ze wil actrice worden en tapt in afwachting van haar doorbraak pinten voor zielige venten. Trambestuurder Abdel (Amid Chakir) is een van haar vaste klanten. Op straat loopt Max een gepensioneerde oud-collega tegen het lijf: Louis (Michiel Mentens), die op een appartementje woont met zijn ongehuwde dochter, een oude vrijster die nooit van straat zal geraken.
Max, Alice, Abdel en Louis vormen een ongebruikelijk kwartet dat met elkaar optrekt omdat ze geen andere, echte vrienden hebben.
Uit Max is het laatste menselijke gevoel verdampt. Hij is oncontroleerbaar, cynisch, onbetrouwbaar, uitdagend, arrogant en egoïstisch. Een man aan het eind van zijn Latijn. Hoe hij zo diep is kunnen zinken, wordt pas helemaal aan het einde van de film duidelijk.
Met zijn grimmige sfeer en onaantrekkelijke personages die hun gevoel voor humor zijn kwijtgeraakt is Brussels By Night geen vrijblijvende zaterdagavondcinema. De film kwam net na de punkperiode, de hoogdagen van alles-moet-kapot en no future. De torenhoge werkloosheid, de economische crisis, Thatcher aan de macht in Engeland... De film is een product van zijn tijd. Het moet nogal een sales pitch geweest: “Beste potentiële investeerder. Ik ben Erwin Provoost en ik wil samen met Marc Didden een film maken waarin geen flikker gebeurt. Het hoofdpersonage is onsympathiek, de sfeer is troebel, de acteurs zijn goed maar onbekend bij het grote publiek, de regisseur en ikzelf hebben geen relevante filmervaring. Hoeveel geld stopt u in ons project?” Weinig verrassend dat het budget niet enorm was.
Toch werd Brussels by Night een succes. De film werd goed onthaald door pers en publiek. Anno 2009 maakt hij een wat geforceerde en gedateerde indruk. Dit is nog cinema in de oude Vlaamse stijl met dialogen in afgrijselijk verkavelingsvlaams. In het begin van de jaren tachtig werd in Vlaanderen een film of twee per jaar gemaakt. De acteurs kwamen uit de klassieke toneelscholen en waren vooral actief in het theater. Dat is duidelijk te zien aan de vertolkingen. Hun stijl is theatraal en zwaar op de hand. Het is toneel op pellicule. Een ander typisch fenomeen uit die tijd is de invulling van de bijrollen. Vlaanderens bekendste snor Guy Mortier – yep, de Humoconnectie – speelt een agent, Daniël Van Avermaet een taxichauffeur, Jan Reussens een hoteleigenaar. Rolletjes geven aan vrienden en bekende gezichten was toen een irritante gewoonte die intussen gelukkig tot het verleden hoort.
De keuze voor de cast was al even baanbrekend als de stijl van de film. Didden koos resoluut voor een 'Brusselse' cast, waarmee hij vooral uitdrukkelijk niet opteerde voor de traditionele 'Antwerpse' usual suspects: Jan Decleir, Frank Aendenboom, Julien Schoenaerts, Herbert Flack die toen in zowat iedere Vlaamse film meespeelden. Vergelijk het met het verfrissende effect van Dagen Zonder Lief en Aanrijding in Moskou tegenwoordig: kijk eens aan, het kan dan toch: een film zonder Koen De Bauw of Filip Peeters! François Beukelaers en Amid Chakir zouden later nog opduiken in Diddens en Derudderes andere films.
Beukelaers is vervelend sterk. Hij geeft niet toe aan de verleiding zijn personage sympathieker en menselijker voor te stellen dan het geschreven is. Hij speelt de vleesgeworden hopeloosheid met een angstaanjagende diepgang. Amid Chakir en Ingrid De Vos worden verbaal geterroriseerd. Ze ondergaan de actie, letterlijk en figuurlijk. Ze vangen de mentale klappen die Beukelaers uitdeelt zo goed mogelijk op, maar krimpen ineen telkens een nieuwe uitbarsting dreigt.
Andere gezichten, een ander geluid en vooral een ander beeld. Visueel is Brussels By Night een verbluffende film, zeker gezien de beperkte financiële en logistieke middelen. Humo's legendarische huisfotograaf Herman Selleslaghs hielp mee de locaties kiezen en had een belangrijke adviserende rol. Het licht en de camerastandpunten zijn fenomenaal. Hoewel de crew er een sport van heeft gemaakt om alleen lelijke stukken van de stad te filmen, is Brussels by Night optische verwennerij. De soundtrack van Raymond van het Groenewoud versterkt het onwezenlijke gevoel. Het gelijknamige liedje bestond trouwens al, het is niet speciaal voor deze film geschreven.
Na Brussels by Night lachtte de toekomst Marc Didden toe. Hij wist toen niet dat zijn eerste film als regisseur meteen ook zijn beste zou zijn. Istanbul – waarin Dominique Deruddere opduikt als acteur – is een onevenwichtige road movie, Sailor's Don't Cry flopte net als Mannen maken plannen. Regelmatig dook Didden op als acteur. Vaak in een kleinere rol zoals in Orlow Seunkes Oh Boy!, maar ook in serieuze rollen. De best daarvan speelt hij in Hugo Claus' Het Sacrament (1989) als de pafferige Brusselaar Gigi.
Eigenlijk heeft Didden zich altijd meer scenarist gevoeld dan regisseur. Hij schreef mee aan Dominique Derudderes succesvolle regiedebuut Crazy Love. De laatste jaren werden zijn scenario's van de tv-series De Kavijaks, Koning van de Wereld en De smaak van de keyser met wisselend succes verfilmd.
Didden werd na Brussels by Night overvleugeld door zijn assistent-regisseur Dominique Deruddere. Crazy Love was de overweldigende start van diens carrière die een hoogtepunt zou bereiken met de Oscarnominatie voor Iedereen Beroemd. Producer Erwin Provoost kan een indrukwekkend lijstje films voorleggen. Het zijn niet allemaal artistieke toppers, maar de kassa heeft een paar keer flink gerinkeld. Een greep uit zijn filmografie: het Jacques Vermeiren-verhikel Max, Windkracht 10: Koksijde Rescue, Ben X, De Zaak Alzheimer en Koko Flanel.
Is Brussels by Night een keerpunt in de Vlaamse film? Ontegensprekelijk. De film gaf jonge, onafhankelijke filmmakers het zelfvertrouwen hun eigen scenario's te schrijven, trouw te blijven aan hun ideeën en compromisloos te filmen. Didden had een gitzwarte film in gedachten en heeft die helemaal gemaakt zoals hij hem wilde maken. Zijn doorzettingsvermogen en liefde voor cinema haalde het van de financiële beperkingen. In 1983 zette Marc Didden de Vlaamse cineasten aan tot groots denken en handelen.
REEKS (4) - DE EERSTE KEER
In dit deel van "De Eerste Keer" bespreken we Brussels by Night, het speelfilmdebuut van Marc Didden, de man die aan de wieg stond van de moderne Vlaamse cinema.