Dat de tijd genadeloos niet blijft stilstaan bewijst het volgende filmweetje: het is maar liefst twaalf jaar geleden dat de meest succesvolle film aller tijden – Titanic – in de zalen kwam en aan de hysterie grenzende Leo-mania over de wereld neerdaalde. Zelfverklaard “King of the World” James Cameron bevestigde zijn reputatie als een van de meest megalomane, zelfverzekerde regisseurs en had na de financiële en Oscartriomf ongetwijfeld de projecten voor het uitkiezen. In plaats daarvan verdween Cameron nagenoeg volledig van het toneel en op een paar onderwaterdocumentaires (waarbij hij vooral de technische mogelijkheden en vernieuwingen van camera's aftastte en met het 3D-gegeven speelde) en een gastrol in de HBO-serie Entourage na bleef het frustrerend stil rond de man. Zo zag die andere schreeuwlelijk van Hollywood – Michael Bay – zijn kans om berucht te worden als de meest losgeslagen, dictatoriale regisseur (al zijn er vooralsnog geen berichten dat op de set van Transformers toiletpauzes werden geweigerd; iets wat naar verluidt op de set van Titanic wel voorviel).
Cameron leek een winterslaap te houden en we moesten ons tevreden stellen met geruchten dat hij in het grootste geheim aan een “revolutionair sciencefictionproject” werkte; een productie die de hele filmindustrie op zijn kop zou zetten. Een jarenlang op het internet ronddwalende synopsis van iets dat bekend stond als Avatar zou de bron van al dit gerommel zijn (of de tekst vandaag nog zo eenvoudig te vinden is valt te betwijfelen, maar ook ondergetekende kreeg het enkele jaren geleden onder ogen). Na een decenniumlange flirtperiode en met Titanic ver genoeg in het achterhoofd durfde Cameron het eindelijk aan om de film te maken. Cameron zou echter Cameron niet zijn als hij niet opnieuw met de meest dure, technisch innovatieve monsterproductie op de proppen kwam (een hallucinant bedrag als 300 miljoen dollar doet ons in deze economisch getroebleerde tijden zo mogelijk nog meer duizelen).
Hij verenigde het kruim van de visuele kunstenaars, ontwerpers en digitale tovenaars; is vastbesloten de langste 3D-langspeelfilm ooit af te leveren en gaat er prat op dat hij het 3D-effect niet als een goedkope gimmick zal gebruiken. Anderen zijn hem reeds voorgegaan maar het bleef voorlopig toch vooral bij animatie, kinderproducties, goedkope horrorfilms en concertfilms. Henry Selicks Coraline toonde op meesterlijke wijze dat een dergelijke film meer kan zijn dan popcornvertier, maar die prent flopte én was tevens een - en deze term gebruiken we voorzichtig - “jeugdfilm”. Cameron ziet het groter: hij beweert dat elke film, ongeacht het genre, gebaat is met 3D. Zijn Avatar zal alles bepalen: is 3D een speeltje om de jongsten zoet te houden of is het een revolutie die te vergelijken valt met de opkomst van kleur en geluid?
Hoe dan ook, Avatar komt naderbij; de trailer werd op gemengde reacties onthaald en wij mochten al genieten van een twintigtal minuten durend voorsmaakje op wat komen zal. De preview – in dit geval een vijftal chronologisch maar met weinig context na elkaar gemonteerde scènes – opent met een voorwoord van James Cameron zelf. Hij verzekert het publiek dat de scènes die we te zien zullen krijgen uit het eerste deel van de volgens bronnen bijna drie uur durende film komen.
De eerste scène toont hoe Kolonel Quaritch (een verminkte Stephen Lang) zijn troepen aanspreekt over de gevaren van de planeet Pandora; het buitenaardse oord waar de mensen hun nieuwe grondstoffen halen. De aan een rolstoel gekluisterde Jake (Sam Worthington) meldt zich aan maar kan op weinig reactie rekenen. Quaritch wil iedereen helpen overleven maar weet dat hij zal falen. Zoals gewoonlijk in het werk van Cameron speelt het leger alweer een erg grote rol. Quaritch zou een van de belangrijkste antagonisten zijn; een personage dat herinneringen oproept aan Michael Biehns psychotische militair uit Camerons The Abyss.
Wie overigens dacht dat Avatar volledig computergegenereerd zou zijn, kunnen we geruststellen; de scènes met de mensen zijn live-action (we blijven dus gespaard van een tweede Final Fantasy-debacle), terwijl de gebeurtenissen op de oppervlakte van de planeet volledig CGI zijn.
In een andere scène zien we hoe Jake's “psyche” met behulp van een cynische Sigourney Weaver in het blauwe lichaam van een Avatar Na'vi wordt geplant. Als de andersvalide Jake ontwaakt in het beweeglijke, drie meter hoge lijf van zijn buitenaardse lookalike kan hij zijn geluk niet op. Hij gedraagt zich als een kind in de verkoeverkamer, negeert de bevelen van zijn oversten en zet het op een lopen.
De rest van de scènes spelen zich af in de jungle van Pandora en het is hier dat Avatar het meest indruk lijkt te maken. Vreemde creaturen, die op een of andere manier toch aan aardse wezens doen denken, bewegen door het dichte oerwoud. Wie dacht dat de flora en fauna in Peter Jacksons King Kong al een te overdadige kakofonie van dierengeluiden, vreemde decors en rondzoemende vliegen was kan zich maar beter voorbereiden. Pandora leeft. Het woud en zijn inwoners is agressief, er heerst een meedogenloze “eet of wordt gegeten”- wet van de sterkste en 's nachts doopt Cameron de wereld om in een lichtgevend kleurenpalet dat niet toevallig doet denken aan de onderwaterwereld die hij de voorbije jaren zo vaak heeft bezocht.
Spectaculair wordt het helemaal als Avatar-Jake, bijna een volwaardig lid van de Na'vi, een buitenaardse draak/vogel moet knechten. De Na'vi klimmen naar een gigantisch nest waarin deze wezens leven, Jake slaagt erin om een van de beesten te onderwerpen en ondergaat dan een duizelingwekkende vlucht langs een spectaculair landschap.
Ondanks alle pracht en praal wachten we wijselijk om ons verdict te uiten tot de film op 16 december bij ons in de zalen komt. Onze nieuwsgierigheid is in ieder geval geprikkeld. Toch is het misschien geen slecht idee om de vooral in Amerika sterk aangezwengelde hype enigszins te temperen. Het lijkt er in ieder geval op dat de film narratief niet bijzonder veel te bieden heeft. Avatar laat zich nog het best omschrijven als een Dances with Wolves meets Aliens; met een soldaat die de inheemse gewoontes van een buitenaardse stam leert appreciëren, om dan uiteindelijk een van hen te worden.
Toegegeven, het lijkt Cameron – zoals bij hem wel vaker de gewoonte is – helemaal niet om de plot te doen. Hij wil vooral entertainen en verbazen en hierin lijkt de film alvast te slagen. Als 2009 tot de geschiedenisboeken behoort en de film met de grootste spektakelwaarde zal worden opgezocht is de kans erg reëel dat Avatar in de prijzen valt (sorry, G.I. Joe-fans!).
De Oscar voor de beste visuele effecten is verzekerd; de gezichtsanimaties van de Na'vi zijn vaak erg mooi en subtiel en Cameron vermijdt het probleem van de “Uncanny Valley” (waarbij de ogen van CGI-personages doods lijken; denk maar aan Tom Hanks in The Polar Express). Hij is erin geslaagd om de wezens net voldoende “anders” te maken, zonder dat we de gelaatsuitdrukkingen van de acteurs en actrices die hen vertolken verliezen.
De vraag stelt zich opnieuw; le nouveau cinéma est arrivé of een knap gemaakte maar ook niet meer dan dat spektakelfilm? Momenteel zijn we tegenspartelend geneigd om naar het tweede over te hellen maar we hopen dat Cameron ons in december alsnog omver weet te blazen. Binnen de verwachtingen wordt het internet geteisterd door negatieve berichten over de trailer en een site wist al een vergelijking te maken tussen beelden uit de film en scènes uit de geflopte en door iedereen verguisde animatiefilm Delgo. In deze cynische tijden blijkt de met veel poeha aangekondigde Avatar-Day misschien wel de zwaarste hindernis voor Cameron en zijn epische sciencefictionverhaal. Maar ik meen me te herinneren dat zelfs enkele maanden voor de release niemand de impact van Titanic echt kon voorspellen.