Genrefans kennen Jensen wellicht van Adams æbler (Adam’s Apples), het donkere magisch-realistische sprookje over een gewelddadige neonazi die in het gezelschap van een immer optimistische dominee verlossing vindt en zich tot doel stelt een appeltaart te bakken met appels die groeien aan de appelboom in de tuin van de pastorie. In de film culmineren Jensens obsessies en thema’s – goed en kwaad, schuld en boete, tegenslag en verlossing - maar vooral ook zijn voorliefde voor pikzwarte humor en alledaagse situaties die hopeloos uit de hand lopen. De film is op alle vlakken zó goed – wie vergeet ooit de Pakistaan en de ex-tennisspeler? -, dat elke oprechte filmliefhebber niet anders kan dan gaan spitten in Jensens ander werk.
Voor wie het oeuvre van de nog jonge Deense regisseur (geboren in 1972) niet kent, is dat klusje even schrikken. De man heeft, mits enige overdrijving, nauwelijks de baard in de keel, maar op zijn palmares prijken al meer dan veertig films. Jensen schrijft sneller dan zijn schaduw. Zijn palet is divers in genres, maar constant in niveau. De bewijzen zijn legio. Jensen pende mee aan drie Dogmafilms (Mifune’s Last Song, The King is Alive, Open Hearts) en werkte onder meer aan Wilbur Wants to Kill Himself, Brothers en After the Wedding – om maar een paar films te noemen.
Als regisseur houdt Jensen zijn focus strakker en dringt zijn eigenzinnige stempel dieper in de huid. De hoofdrol wordt meestal vertolkt door een underdog, een schlemiel die naarstig op zoek is naar een beter leven. Die rol wordt in De grønne slagtere (The Green Butchers) bijvoorbeeld perfect neergepoot door Mads Mikkelsen, die een overmatig transpirerende slager speelt die koste wat het kost een eigen zaak wil beginnen. Mikkelsen behoort, samen met onder meer Nikolaj Lie Kaas, Nicolas Bro, Ole Thestrup, Ulrich Thomsen en Tomas Villum Jensen, tot het selecte kringetje topacteurs die Jensen steeds weer rond zich verzamelt. Het samenwerken met een select groepje acteurs stimuleert en doet grenzen verleggen.
Nadat hij in 1988 internationaal doorbrak met de korte film Valgaften (Election Night), maakte Jensen twee jaar later zijn langspeelfilmdebuut met Blinkende lygter (Flickering Lights), een Tarantinesk gangsterdrama dat halfweg een wel heel bijzondere wending neemt. De antiheld van dienst is de wat onhandige gangster Torkild, die in het begin van de film een belangrijke klus de soep ziet indraaien als, aan de haven van Kopenhagen, een Poolse vrachtwagenchauffeur komt aandraven met een gigantische levering sigaretten van het verkeerde merk. Voor Torkild is de tegenslag nefast: al vijf jaar staat hij zwaar op de poef bij zijn baas de Eskimo, die zijn vel wil. Tot overmaat van ramp maakt zijn knappe vriendin het op zijn veertigste verjaardag uit en schiet hij op een verrassingsfeestje bijna zijn beste vriend overhoop.
Geen wonder dus dat Torkild in een knoert van een midlife crisis sukkelt. Veel liever dan op pad te worden gestuurd voor een zoveelste opdracht, wil hij zich terugtrekken op het platteland of desnoods met een gezinnetje een uitstapje naar Disneyland plannen. Wanneer hij tijdens een inbraak bij een steenrijke diplomaat een koffertje vindt met vier miljoen Deense kronen, ziet hij zijn kans schoon. Samen met zijn beste vrienden wil hij letterlijk en figuurlijk aan zijn oude leven ontsnappen.
Het plan bestaat erin om te gaan rentenieren in het zonnige Barcelona, maar de realiteit laat het groepje stranden in de Deense bossen. Torkild blijft niet bij de pakken zitten, en wil een oude, leegstaande herberg in zijn glorie te herstellen. Dat verloopt niet zonder slag of stoot, zeker niet wanneer de Eskimo het vluchtende viertal op het spoor komt.
Met zijn debuutfilm bewijst Jensen zich als een frisse Tarantino zonder poespas. Hij jongleert als een uitgekiende acrobaat met diverse stijlen en genres, is het ene moment ongenadig hard (gaia-aanhangers laten deze film beter links liggen), maar het andere dan weer aandoenlijk meelevend. De grote verdienste van Jensen is dat je vanaf de nochtans bikkelharde openingsscene meeleeft met de mijmerende, nostalgische Torkild. Je gunt hem een beter en ander leven. Je gunt het zelfs zijn trouwe makkers, hoewel die stuk voor stuk een ferme tik van de molen gekregen hebben. Dit bont allegaartje zit ofwel zwaar aan de drugs, heeft een serieuze wapenliefde of is gewoon overmatig sullig. Niet dat de nevenpersonages alledaagser zijn. Vallen te pas en te onpas het in de steigers staande restaurant binnen: een dokter die beter omkan met een fles sterke drank dan met een stethoscoop en een jager die zijn hobby wel heel ernstig blijkt te nemen.
Net zoals in de boeken van Haruki Murakami zit het werk van Jensen vol absurde wendingen en onlogische gebeurtenissen, maar zowel schrijver als regisseur komen daarmee weg. Een slager die mensenvlees door de molen draait om meer kippenboutjes te verkopen? Lijkt absurd, maar niet zo in de logica van The Green Butchers, waar de roep op erkenning tot in het extreme doorgetrokken wordt. Net zomin als een groepje keiharde criminelen die in the middle of nowhere een restaurantje uit de grond stampen. Geen driesterrentent weliswaar, want de vleessaus heeft er, dixit een van de personages, meer weg van een foetus.
Anders dan in bijvoorbeeld de Dogmafilms is Jensen een cineast met oog voor kadrering. Zijn fotografie is tot in de kleinste details verzorgd. Terwijl de hoofdverhaallijn van Flickering Lights baadt in donkere, veelal bruine kleuren, spatten fleurige vlekken van het scherm in de flashbacks. Narratief doen de terugblikken op de ongelukkige jeugd van de hoofdpersonages in het begin een beetje geforceerd aan, maar op het einde blijken ze wel degelijk een doel te hebben. Niets in Jensens films gebeurt zomaar. Leuk om te zien hoe in Flickering Lights de appelboom, die later zo’n belangrijke rol zal spelen in Adam’s Apples, al opduikt in een van de flashbacks.
Anders Thomas Jensen zit niet stil. Als regisseur heeft hij voorlopig geen nieuwe film op de planning staan, maar uit zijn scenariokoker rolden onlangs alweer drie nieuwe projecten. Voor wie kennis wil maken met het gitzwarte, absurde, surrealistische maar altijd optimistische oeuvre van de Deen, is Flickering Lights nog maar een startpunt. Maar opgepast: wie eenmaal van Jensens appeltaart, kippenboutjes of foetussaus proeft, kan niet meer stoppen.
REEKS (5) - DE EERSTE KEER
In de reeks “De eerste keer” (her)bekijken we regiedebuten van regisseurs die het achteraf gemaakt hebben.