Toy Story (1995) - Tot in de eeuwigheid en verder
“Computers aan het werk zetten en software ontwikkelen is namelijk één ding, maar levensechte personages uit het niets toveren en een behoorlijk verhaal aan elkaar breien is een ander paar mouwen. Geen probleem echter in deze Toy Story: je hebt de indruk dat het speelgoed echt leeft, ze hebben een ziel. Geen prentjes uit een boek, maar personages van vlees en bloed.” (hdw)
A Bug’s Life (1998) – Mijn leven als een mier: take 2
“We zijn vier jaar verder, en dat zullen we geweten hebben. A Bug's Life is immers een streling voor het oog geworden, stukken complexer dan Toy Story, een heel stuk kleurvoller ook. En net als bij Toy Story is het een regelrechte familiefilm geworden. En dat is misschien ook wel het grootste verschil met Antz. Die richtte zich toch wel meer tot een volwassener publiek met z'n neurotische Woody Allen in de rol van Z.” (jas)
Toy Story 2 (1999) - De eeuwigheid en nóg verder
“Weinigen beseffen dat technisch vakmanschap slechts triomfeert bij gratie van een goed verhaal. Niet de 1.200 verschillende animatieclusters of de 18 verschillende sets maken van Toy Story 2 de film die hij is. Het is de vriendschap en emotie, het opofferingsvermogen en de diepte in de gevoelens van de karakters die het wonder van Toy Story 2 uitmaken.” (hdw)
Monsters, Inc. (2001) - We scare because we care
“Ook Monsters Inc. steunt op de band tussen zijn twee leads, ook hier krijg je een opeenvolging van hilarische grappen en zinderende actie. Het laatste deel van de film (een deurenrace in de fabriek) overtreft alles wat je tot nu toe qua animatieactie gezien hebt. Technisch doet Monsters Inc. weer een reuzenstap vooruit. Grootste uitdaging voor de animatoren was deze keer de vacht van Sullivan, die maarliefst drie miljoen individuele haartjes telt. Het resultaat is verbluffend.” (hdw)
Finding Nemo (2003) – Blijven zwemmen
“Net zoals de vorige Pixar-films is Finding Nemo een totaalbelevenis zoals je die niet te vaak ervaart. Technisch gezien is dit weer een grote sprong vooruit in vergelijking met Toy Story. De onderwaterwereld is een lust voor het oog en je kan je bijna niet voorstellen hoe de animatoren daar ooit aan begonnen zijn. De dieren zelf hebben een geweldige expressie en Stanton is er in geslaagd om elk personage een eigen karakter mee te geven. Knap, erg knap. Verhaaltechnisch tapt Pixar uit het bekende vaatje.” (hdw)
The Incredibles (2004) – Showtime!
“The Incredibles is een echte jongensfilm en heeft dan ook niet heel erg veel te bieden voor jonge meisjes op de manier dat Monsters Inc. en A Bug's Life dat wel konden, maar de prognose is dat deze demografische versmalling meer dan voldoende goedgemaakt gaat worden door een wat ouder publiek. Hoe dan ook, The Incredibles is weer een juweeltje uit de stal van Pixar en doet je je afvragen of er ooit nog wel eens een slechte film uit de handen van John Lasseter en zijn team zal komen.” (mat)
Cars (2006) - Ka-Chow!
“Pixar maakt het zichzelf niet makkelijk door te kiezen voor een wereld waar auto’s het voor het zeggen hebben. In tegenstelling tot de speelgoedpoppen, insecten, monsters en vissen uit eerdere films hebben de auto’s van nature niets menselijks. Het kost dan ook meer moeite om je mee te laten sleuren in een wereld waar auto’s bezoekjes brengen aan een stadion, rechtszaken hebben en verliefd kunnen worden. Met behulp van vindingrijke en grappige details weet de film de autowereld toch tot leven te wekken.” (jhe)
Ratatouille (2007) - Pixar à la carte
“Ook aan het scenario van Ratatouille is weer hard gewerkt, en dat is eraan te zien. Niet alleen slagen regisseur Brad Bird en co-scenarist Jan Pinkava erin een groepje vieze ratten tot echte schatjes om te toveren, zij geven ook het aloude basisconcept van de buddy movie weer een nieuwe draai. Het meest verrassende van al is echter dat de Pixar-films steeds vaker op volwaardig speelfilms lijken en ze het vertrouwde format van de klassieke tekenfilm ver achter zich laten. Net als The Incredibles en Cars duurt ook Ratatouille bijna twee uur, wat zeker voor een animatiefilm voor een ongekende breedte zorgt. De personages komen écht tot leven, omdat ze kans krijgen zich te ontplooien.” (jwo)
Wall-E (2008) – Out there
“De hele film is een handige parabel over hoe de mens ten onder gaat aan de enorme afval die hij zelf produceert. Als groene reclamespot is Wall-E krachtiger dan Shyamalans The Happening. De samenleving die de film aan boord van het moederschip schildert, is een krachtig signaal waar we met al onze luxe naartoe gaan. Hoe sterk en kritisch de symbolen en metaforen ook zijn, Wall-E brengt ze in de eerste plaats gelukkig met een gigantisch gevoel voor humor. Een bont allegaartje aan personages – een maniakale schoonmaakrobot voorop – rolt probleemloos richting hartkamers.” (hdw)