Sinds het begin van zijn carrière heeft Woody Allen zijn devote volgelingen. Mannen en vrouwen die ieder jaar trouw naar zijn nieuwste worp gaan kijken in de bioscoop. Hun aantal kalft stelselmatig af. De fans van het eerste uur zijn intussen flinke zestigers die niet meer zo vaak naar de cinema gaan. Voor de jeugd van tegenwoordig is Woody Allen de held van hun ouders en grootouders. Zelf hebben ze geen enkele binding met de New Yorkse neuroot. Enkel wanneer hij Scarlett Johansson of Penélope Cruz cast, willen ze zijn films nog wel eens downloaden.
Vicky Cristina Barcelona was een piekje in een neerwaartse curve. Met Whatever Works gaat de spiraal alweer neerwaarts. De jonge fans die hij mogelijk bijgewonnen heeft, is hij meteen weer kwijt. Na vier keer in Europa gedraaid te hebben is de meervoudige Oscarwinnaar terug in New York. Hij verfilmde een scenario dat meer dan dertig jaar in zijn schuif lag. Oorspronkelijk was het geschreven voor Zero Mostel, een komische acteur die in die jaren zeventig een zekere faam genoot. Mostel stierf onverwacht na een hartaanval en de plannen voor de film werden opgeborgen. Uit de herwerkte, geactualiseerde versie is niet af te leiden waarom Woody Allen nu per se dit scenario opviste. Het is niet meteen zijn scherpste of geestigste werk ooit. Het maakt een belegen en wat aftandse indruk.
Larry David heeft de rol overgenomen van Zero Mostel. De 62-jarige is de ster van de HBO-serie Curb Your Enthusiasm (in Vlaanderen uitgezonden door de digitale zender Acht). De korte verschijningen in New York Stories en Radio Days even negerend is de kalende acteur een debutant in Woody Allens creatieve universum. Hij deelt het doek met de 22-jarige Evan Rachel Wood. Ondanks het leeftijdsverschil zullen Larry David en Evan Rachel Wood met elkaar trouwen. De oude bok en het groene blaadje. The beauty and the beast. De mensenhatende New Yorkse intellectueel en de naïeve Southern Belle.
Boris Yellnikoff en Melodie St. Ann Celestine vormen een onwaarschijnlijk koppel in deze komedie. Gelukkig staat “a new comedy” vermeld op de poster, want een mens zou er aan durven te twijfelen. Zo grappig is het namelijk niet. Whatever Works opent met een viertal koffie drinkende vrienden op een terrasje. Van een echt gesprek is nauwelijks sprake. Yellnikoff voert het hoge woord. Hij fulmineert tegen alles en iedereen. Zijn pilletje vergeten deze ochtend? Uit de reactie van zijn vrienden blijkt dat ze dergelijke aanvallen van verbale diarree al eerder hebben meegemaakt. Ze knikken meewarig en moedigen hem zelfs aan om ons – de kijker – zijn verhaal te vertellen.
Tellen later staat Yellnikoff op en richt hij zich tot de camera. Een lange monoloog volgt. De belangrijkste boodschappen zijn: “Ik ben geen sympathieke vent” en “Dit is niet de beste feel good movie van het jaar”. Er is veel aan te merken op de openingsscène – te lang, te flauw, te veel herhaling – maar Yellnikoff spreekt de waarheid en niets dan de ongefilterde waarheid.
Ooit stond de oud-wetenschapper op de shortlist om de Nobelprijs te krijgen, was hij getrouwd met een mooie briljante vrouw en woonde hij in de Upper East Side. Nu is hij een cynische, verbitterde, misantropische allesbeterweter die schaakles geeft aan kinderen. Na een mislukte zelfmoordpoging heeft hij een slepend linkerbeen. Wonen doet hij in een op te frissen flat in Chinatown. Wat zou er van hem geworden zijn, mocht de dakloze Melodie Sainte Ann Celestine op een doordeweekse avond niet aan zijn deur hebben gestaan?
De jonge vrouw is het thuis afgetrapt. Thuis is in haar geval een boerengat in Mississippi waar ze door haar moeder van de ene schoonheidswedstrijd naar de andere werd gesleept. In New York kent ze niemand. Melodie is blond en een beetje dom. Haar verstandelijke capaciteiten steken schril af tegen die van haar toekomstige echtgenoot. Die laatste laat geen kans onbenut om haar daar op te wijzen. Overweldigd door zijn ingewikkelde theorieën wordt Melodie een beetje verliefd op de oude brombeer.
Whatever Works is een zedenkomedie. De titel slaat op Yellnikoffs idee over het leven: het menselijke bestaan op aarde is zo zinloos en hopeloos dat je moet vasthouden aan de zeldzame elementen die het enigszins draaglijk maken. Als je er maar deugd van hebt, is het ok. Het is met voorsprong het meest zinnige dat hij zegt in de film. Een magere oogst, zeker als je weet dat hij bijna de volle 92 minuten onafgebroken aan het woord is.
Boris Yellnikoff is het Woody Allen-personage van dienst, compleet met verwijzingen naar de psychiater, ingebeelde ziektes en paniekaanvallen. Larry David heeft er goed aan gedaan Allens gestamel en gehakkel niet te imiteren maar de rol naar zijn hand te zetten. Op zijn vertolking is weinig aan te merken en ook Evan Rachel Wood trekt haar plan. Ze kunnen er ook niet aan doen dat hun personages zo zwak en ongenuanceerd geschreven zijn.
Het zelfbeklag dat Woody Allens werk kenmerkt, heeft plaats gemaakt voor verbale vuilspuiterij. Een hoofdpersonage hoeft niet sympathiek te zijn – denk aan Jack Nicholson in About Schmidt – zolang in de loop van de film maar duidelijk wordt waarom hij of zij zo ongelukkig is. Uit het verhaal moet blijken dat de bruut ook menselijke trekken heeft. Dat het iemand is die lief heeft gehad maar op een bepaald moment ontzield geraakte.
Net dat menselijke aspect is Woody Allen vergeten. Het verleden van Yellnikoff is een blinde vlek. Hij herhaalt steeds dat hij een briljante wetenschapper was. Liegt hij? Is hij een fantast? Het blijft onbesproken. De dolle, briesende, blaffende cynicus is geen personage om je mee te vereenzelvigen. Het is geen echte man maar een karikatuur. De tragiek ontbreekt. Zelfs Leatherface in The Texas Chainsaw Massacre heeft meer reliëf dan Yellnikoff. Dat is geen bij het haar getrokken vergelijking maar de bittere waarheid.
De dialogen zijn de zwakste die Allen ooit schreef. Niet één oneliner is het onthouden waard, er zijn wel een pak uithalen die de tenen doen krommen. Het is vooral de neerbuigende toon die het plezier vergalt. Yellnikoff vernedert kinderen van acht die een stomme zet doen op het schaakbord en schoffeert hun moeders. Het zijn gemakkelijke slachtoffers. Het is laf, flauw, pedant. De humor is bovendien gebaseerd op achterhaalde vooroordelen en een misplaatst superioriteitsgevoel. Mensen uit de zuidelijke staten zijn racistisch, godvrezend en onwetend. Het zou voor cynische humor kunnen doorgaan maar bij de timing is zo fout en de uitwerking zo kinderachtig dat enkel plaatsvervangende schaamte past.
Dat Melodie de brutale beledigingen slikt, is niet zuiver te verklaren door haar jeugdige naïviteit of te goede karakter. Het is pure onzin en totaal ongeloofwaardig. Evan Rachel Wood is zo'n straffe actrice dat de verhaallijn overeind blijft, al is het zonder overschot.
Gelukkig duikt na een poos Melodie's moeder op. Patricia Clarkson steelt moeiteloos de show als vrouw die in New York het artistieke licht ziet. Een minuut of twintig krijgt de film vaart en tekenen zich de contouren af van potentieel grappige momenten. Het levert al eens een milde grimlach op maar dan staat ook Melodie's vader (Ed Begley Jr.) voor de deur en is het plezier voorbij. De transformatie die zijn personage ondergaat is zo dwaas en voorspelbaar dat het pijnlijk wordt.
In vergelijking met Vicky Cristina Barcelona zet Allen visueel een enorme stap achteruit. Hij doet niets met het dankbare, fotogenieke kader dat Chinatown is. Gelukkig zijn er de outfits van Evan Rachel Wood en Patrick Clarkson.
Woody Allen blijft met deze komedie ver beneden zijn niveau en mogelijkheden. Hij heeft er zich al te gemakkelijk van af gemaakt met slappe grappen en onnozele intriges. Een gebrek aan zelfkritiek doet hem nogmaals de das om. Whatever Works ruikt naar lui zweet en dat is onaanvaardbaar. Van de 36 films die hij maakte is deze de meest overbodige.
Titel: Whatever Works
Genre: Komedie
Speelduur: 1u32
Regisseur: Woody Allen
Acteurs: Larry David, Patricia Clarkson, Evan Rachel Wood, Ed Begley Jr., Henry Cavill, Michael Mckean, Jessica Hecht