Carl Fredericksen is 78 jaar oud, en wil het liefst van al met rust gelaten worden. Dat is echter moeilijk met de projectontwikkelaars die hem koste wat het kost naar een bejaardentehuis willen sturen omdat hij op een felbegeerd lapje grond midden in de stad woont. En dan zijn er nog de scouts die blijven aandringen om hem toch maar een handje te helpen om zo hun goede daad te verwezenlijken.
Op een dag wordt het hem allemaal teveel, en na een aanvaring met een bouwvakker besluit hij om erop uit te trekken. Met een heleboel ballonnen slaagt hij erin om zijn huis in de lucht te trekken en zo koers te zetten naar Zuid-Amerika, een droom die hij altijd al had willen verwezenlijken met zijn inmiddels overleden vrouw Ellie. Bij het opstijgen merkt hij echter niet dat de jonge scout Russell zich vastgeklampt heeft onder het huis en als verstekeling aan de reis begonnen is.
Pixar heeft van zijn personages altijd al meer willen maken dan digitale bits en bytes, en voor het grootste deel slaagt het daar ook in. Waar het in het begin enkel speelgoedfiguurtjes aandurfde, slaagt het bedrijf er nu in om zelfs menselijke figuren echt te laten overkomen. The Incredibles was een geslaagd proefproject te noemen, maar in Up krijg je voor het eerst een persoon van vlees en bloed te zien: Carl.
Dat is allemaal te danken aan de meesterlijke eerste twintig minuten van Up. In een grandioze montage krijg je het leven van Carl en Ellie te zien, met al zijn ups en downs. Pixar durft hier zelfs onderwerpen aan te snijden die nog nooit in een Disneyfilm zijn aangeraakt. Het zou lichtjes overdreven zijn om van een emotionele mokerslag te spreken, maar de waarheid ligt niet veraf. Alleen hiervoor buigen we al heel diep. Het eerste half uur worden echt alle registers opengetrokken (zelfs bloed wordt voor het eerst getoond) en wie dan niet volledig mee is, kan zonder blozen harteloos genoemd worden.
Het is jammer dat na dertig minuten het hoogtepunt van Up al bereikt is. Carl vertrekt op zijn wereldreis, en vanaf dan begint het verhaal voorspelbaar aan te voelen. De jonge scout Russell in combinatie met de oude knar zorgt nog wel voor heel wat hilarische momenten, maar de genialiteit van het eerste half uur wordt niet meer bereikt. Nochtans komen er heel wat nieuwe elementen voorbij: een oude wetenschapper op zoek naar een verloren gewaand dier, sprekende honden, enorme struisvogels… Karl gaat zelfs de Indiana Jones IV toer op als een op leeftijd zijnde acrobaat in de jungle. Best vermakelijk voor de jongere kijkers maar de geloofwaardigheid krijgt een fikse knauw.
En dat is jammer, want op het einde van Up komt even weer de genialiteit van het eerste half uur naar boven en dan blijkt dat er helemaal geen grote actiescènes nodig zijn om de aandacht vast te houden. Wall-E leidde aan dezelfde ziekte: een steengoed begin gevolgd door half geslaagde maatschappijkritiek. Bij Up is dit minder het geval. Dit is mede door de kortere speelduur, maar vooral door Carl die in al zijn norsheid door iedereen begrepen kan worden.
We zullen in ieder geval nooit meer naar onze buurman kunnen kijken die zijn heg aan het afknippen is zonder ons af te vragen welke avonturen er nog allemaal voor hem in petto liggen.
Titel: Up
Genre: Animatie
Speelduur: 96 min
Regisseurs: Pete Doctor, Bob Peterson
Acteurs: Edward Asner, Christopher Plumer, Jordan Nagai, Bob Peterson