De laatste jaren gaat het festival breder en trekt het vooral een avontuurlijk mainstreampubliek. De blijvende interesse in fantastische films is goed nieuws voor de filmindustrie. Voor veel, voornamelijk Amerikaanse studio’s, zijn de relatief goedkope horrorproducties (steeds vaker remakes) namelijk een betrouwbare melkkoe. Gelukkig is horror meer dan inspiratieloze recyclage, dat bleek ook dit jaar weer. Het tjokvolle programma (67 films!) was opnieuw een uitstekende staalkaart van alles wat er wereldwijd gebeurt in het genre. Moviegids dwaalde een week lang rond op het festival, de ogen en oren wijd opengesperd, op zoek naar de beste films, bekendste gezichten en de nieuwste trends.
Oud is out
De meest hardnekkige trend in horrorfilmland hebben we al eventjes aangehaald: remakes. Je kunt tegenwoordig geen bioscoop meer binnenwandelen of er draait wel een herwerking van een film van vroeger. Noem ze maar op: The Texas Chain Saw Massacre, Halloween, Black Christmas, Friday 13th, The Omen, moeten we nog doorgaan? Zelfs A Nightmare on Elm Street moet eraan geloven en keert deze zomer terug in een gepimpte versie. Van Robert Englund, de originele Freddy, trouwens geen spoor.
Het BIFFF deed niet mee aan de hype en hield het programma quasi remakevrij. Een uitzondering: de nieuwe versie van The Crazies. Gelukkig niet erg, want het origineel uit 1973 van George A. Romero kon best een opfrisbeurt gebruiken. The Crazies was Romero's eerste grote project na zijn invloedrijke zombiefilm Night of the Living Dead en speelt zich af in een stadje waar de mensen krankzinnig worden na het drinken van vervuild water. Op zich een aardig idee dat door Romero helaas naar de knoppen wordt geholpen door zijn stuurloze scenario en vlakke regie.
De remake van Breck Eisner (bekend van de avonturenfilm Sahara) is nog steeds geen meesterwerk, maar zijn versie heeft in elk geval pit. Het script is beter gefocust en het verhaal wordt niet uitsluitend verteld aan de hand van flarden nieuwsuitzendingen. Toch lijden hoofdpersonages Timothy Olyphant en Radha Mitchell weer aan die typische Hollywood-aandoening waarbij ze in hun eentje op pad gaan terwijl ze beter bij elkaar waren gebleven. Als je ook de schreeuwerige geluidseffecten en het bombastische camerawerk even wegdenkt, is The Crazies nog best een leuke parabel over hoe kwetsbaar onze maatschappij eigenlijk is. Gek genoeg bewees een vulkaan in IJsland zopas dat dit soort rampscenario’s vaak dichter bij de waarheid staan dan we willen toegeven.
Opinions are like
Vooral in tijden van maatschappelijke crisis voelen filmmakers zich geroepen kritisch naar hun land te kijken. Ook in het fantastische filmgenre duiken geregeld films op die stevig geworteld zijn in de problematiek van het land waar ze gedraaid zijn. Op het BIFFF kon je zelfs spreken van een echte trend.
Neem de IJslandse horrorfilm Reykjavik Whale Watching Massace. Achter de onmogelijke titel schuilt uiteraard geen film die tot diepgravende bezinning uitnodigt (dat gaf zelfs regisseur Júlíus Kemp sportief toe), wel zagen we een fraaie slasherfilm die handig speelt met de clichés (en imagokwestie) rond de IJslandse walvisvangst. Een groep maniakken op een walvisvaarder pikt op een avond een groepje walvisspotters op met motorpech. De toeristen hebben de woorden “walvisvangst is slecht” nog niet uitgesproken, of ze mogen zich bewapenen om de gestoorde gekken van zich af te houden. Origineel is vooral hoe sadistisch de slachtoffers tekeergaan om uit de klauwen van hun belagers te blijven. Ja, de moraal is dunnetjes, maar het is een universele waarheid: mensen doen elkaar zonder verpinken de meest afschuwelijke dingen aan, terwijl ze met tranen in de ogen toekijken als iemand een dier doodt.
De Taiwanese regisseur Kevin Ko probeerde met zijn extreem gewelddadige Hostel-kloon Invitation Only meer te vertellen over de kloof tussen arm en rijk die er in zijn land gaapt. De boodschap wordt op niet al te subtiele wijze aangebracht, maar het is wel een frisse insteek voor een verder wat routineuze slasher.
Ook de Thaise regisseur Kongkiat Khomsiri put voor zijn thriller Slice gretig uit de ellende in zijn land. De problematiek rond de Thaise seksindustrie is bekend, maar Khomsiri toont ook de troosteloosheid van het plattelandsleven en de gruwelijke jeugd van de twee hoofdpersonages, mishandelingen en seksueel geweld incluis. De stijl leunt aan bij het hyperkinetische realisme van Bangkok Dangerous (van de Pang Brothers), zodat een vakantiestad als Pattaya enkel schaduwzijdes lijkt te hebben. Het zonnige optimisme uit de reisbrochures is ver te zoeken. De bittere, cynische ontknoping maakt het er alleen maar somberder op.
De hardheid van de maatschappij duikt ook op in de thrillers Heartless en Outcast, respectievelijk gedraaid in het Verenigd Koninkrijk en Schotland. Qua plot hebben de twee films niets met elkaar te maken, qua thematiek des te meer. Beide films spelen zich af in de sociale woonbuurten van hun hoofdsteden, oerwouden van beton en wolkenkrabbers, waar criminelen niet meer te houden zijn en elke muur beklad is met graffiti.
Ook al horen de films duidelijk thuis in het fantastische genre, toch wordt de kijker meegenomen naar een wereld die erg lijkt op de onze; een reis naar een uithoek van de maatschappij waar we al veel over gehoord hebben, maar waarmee we liever niets te maken hebben. Die confrontatie is namelijk veel akeliger dan een aanvaring met tovenaars, monsters of Mefistofelisch zelf.
De Servische ziel
De meest “sociaal geïnspireerde” horrorfilms kwamen dit jaar uit Servië, een land dat tot op heden nauwelijks noemenswaarde films voortbracht. Daar komt nu in één klap verandering in, al zijn zowel The Life and Death of a Porno Gang als A Serbian Film zo extreem dat de reacties niet konden uitblijven. Ook deze twee films vertonen thematische raakvlakken en zijn niet vies van een stevige portie seks en geweld. Porno Gang is de meer toegankelijke film van de twee: een satirisch, gewelddadig en exuberant portret van een paar weirdos die hun boterham verdienen met live seksshows.
Meer moeite hadden we met A Serbian Film. De inhoud en bepaalde handelingen die in de film worden getoond zijn zelfs zo extreem dat we ze hier niet willen neerschrijven. Een korte zoekopdracht via Google zal uitsluitsel brengen, maar zeg niet dat we je niet hebben gewaarschuwd. In het kort gaat A Serbian Film over een gepensioneerde pornoster die van een excentrieke regisseur een unieke kans krijgt: in ruil voor een klein fortuin moet hij meespelen in zijn “porno performancefilm”. Alleen mag de acteur op voorhand niet weten wat er gaat gebeuren.
Uiteraard worden de handelingen tijdens de vier opnamedagen steeds extremer en moet de pornoster zijn grenzen voortdurend verleggen. En verleggen. En verleggen. Tot hij onvermijdelijk afstevent op een wandaad die zo schokkend is dat de BIFFF-organisatie een waarschuwing in het programmaboekje plaatste: “Niet geschikt voor gevoelige zielen”. Een unicum in de geschiedenis van het festival. Uiteraard was het effect averechts en trok de film een volle zaal.
Veel nieuwsgierigen hebben het zich achteraf berouwd; sommigen vonden zelfs dat de film nooit vertoond had mogen worden. Of regisseur Srdjan Spasojevic er met zijn gruwelijke combinatie van harde seks en sadistisch geweld (tegen zowel mannen, vrouwen als kinderen) in geslaagd is om “de door oorlog getormenteerde Servische ziel bloot te leggen” (zoals hij dat zelf zo mooi verwoordt), is twijfelachtig. Feit is wel dat hij een film heeft gedraaid die de komende jaren in één adem genoemd zal worden met Irréversible, Antichrist, Martyrs, À l'Intérieur en Salò.
Japan is uit
Ondanks de aanwezigheid van topregisseur Takashi Shimizu (bekend van The Grudge en het fenomenale Marebito), was het aanbod interessante Japanse genrefilms behoorlijk karig. Dat hadden we een jaar of tien geleden niet kunnen voorspellen. Toen was Japan (en dan vooral de Japanse spookfilm) de geheimtip voor horrorliefhebbers die eens wat anders wilden proberen.
Maar enkele Rings, Grudgen en Dark Waters (en de obligate remakes) later, is de ideeënbron van dat subgenre opgedroogd en worden we opgezadeld met onbegrijpelijke onzin als King of Thorn (we weten nog steeds niet waar die over ging), hermetisch gesloten komedies als Fish Story en de zielloze megablockbusters 20th Century Boys (delen twee en drie). Enkel het trashy Vampire Girl vs. Frankenstein Girl kon even boeien, tot we beseften dat we het allemaal al eerder gezien hadden in The Machine Girl en Tokyo Gore Police. Japan blijft een ongemeen interessant filmland, maar voor de betere horror moet je momenteel elders zijn.
Masters of horror
Geen BIFFF zonder grote namen. De grootste van al was de Franse filmmachine Luc Besson (regisseur van Léon en The Fifth Element), die in wereldpremière zijn fijne avonturenfilm Les Aventures Extraordinaires d'Adèle Blanc-Sec kwam voorstellen. Net als bij de première van Star Trek vorig jaar waren de kaartjes al ruimschoots op voorhand uitverkocht en smulde de propvolle zaal van Bessons sympathieke inleiding. Hij werd zelfs tot ridder in de Orde van de Raaf geslagen, een eer die dit festival eveneens voor acteur Lance Henriksen (de androïde Bishop uit Aliens) en de Belgische regisseur Harry Kümel (Les Lèvres Rouges, Malpertuis) was weggelegd. Ook actrice en juryvoorzitter Dee Wallace (de moeder van E.T.) was niet te beroerd om op verzoek van het publiek even “une chanson, une chanson” te komen zingen op het podium.
Enkel vaste festivalgast Uwe Boll was het geklier van het publiek beu en ging na een korte inleiding voor zijn belabberde Falling Down-ripoff Rampage onder luid boegeroep en met een welgemeende “fuck you” weer naar zijn hotelkamer. Neil Marshall, de regisseur van Dog Soldiers en The Descent, kwam dan weer opdagen zonder dat iemand hem had uitgenodigd. Hij was gewoon in de buurt en had zin om een paar films te kijken met het volgens hem “beste filmpubliek ter wereld”. Dat hoofdgast Tobe Hooper (The Texas Chain Saw Massacre) en de Deense topregisseur Nicolas Windig Refn (Pusher, Bronson) op het laatste nippertje moesten afzeggen, viel bijna niet meer op.
Nog zo’n eigenaardige trend was dat veel nieuwe films van topregisseurs tegenvielen. Enkel Ole Bornedal (Fri Os fra det Onde) en Michael Winterbottom (The Killer Inside Me) wisten echt te boeien. De nieuwe werken van favorieten als Chan-Wook Park (Thirst), Nicolas Windig Refn (Valhalla Rising) en George A. Romero (Survival of the Dead) waren op z'n zachtst gezegd teleurstellend.
De vreemde eend onder de toptitels was Ondine, van Neil Jordan. De Ierse regisseur is vooral bekend van de cultklassieker The Crying Game, maar draaide ook genrefilms als The Company of Wolves en Interview with the Vampire. Ondine leek op het eerste gezicht een sprookje, maar is toch vooral een sfeerschets, een kabbelende vertelling over visser Colin Farrell die een vrouw uit het water vist. Ondine is wat aan de trage kant, maar boeit dankzij het goede acteerspel en het verrukkelijke camerawerk van Christopher Doyle.
Dat kon helaas niet worden gezegd van de nieuwste van cultregisseur Dario Argento. Ooit was Argento eigenhandig verantwoordelijk voor de renaissance van de Italiaanse horror, maar de laatste jaren bakt hij er steeds minder van. Zijn Engelstalige neo-giallofilm Giallo is een absoluut dieptepunt in zijn oeuvre. Het plot raakt kant nog wal, het camerawerk (toch altijd een troef van de Argentofilms) is flets en inspiratieloos, en hoofdrolspelers Adrian Brody en Emanuelle Béart worden gedwongen de meest idiote dialogen uit te spuwen. Een ding was de film echter niet: saai. En zoals het hoort hij een goede slechte film, amuseerde het publiek zich kostelijk. Het leek wel een voetbalwedstrijd. Toeters inbegrepen.
De balans
Na een weekje ronddwalen op het BIFFF kunnen we met zekerheid stellen dat er nog altijd enthousiast geëxperimenteerd en vernieuwd wordt in het genre van de fantastische film. Dat betekent echter ook dat veel films niet meer strikt in één vakje te stoppen zijn. Dé horrorfilm is een hybride van genres geworden, of het nu slasher, thriller, scifi of zelfs sociaal drama is. Ook komen de beste films steeds vaker uit onverwachte, zelfs atypische filmlanden. Thailand, Zuid-Korea, de Scandinavische landen en zelfs roestige ex-Oostblokstaten als Servië hebben genoeg cineasten met talent en durf (of hoe je het ook wilt noemen) om internationaal te scoren.
Dat het aanbod zo divers is, is zeker ook het gevolg van de almaar toenemende democratisering van het medium film. Productietechnieken worden goedkoper, de verspreidingsmogelijkheden nemen toe en het publiek lijkt het steeds minder te kunnen deren uit welk land een film komt. Zolang het maar een goede film is. Dan hoor je niemand klagen.
The Afterman - Apocalyptisch België
Voor liefhebbers van de Belgische cultfilm is The Afterman van Rob Van Eyck het equivalent van de heilige graal. De film werd in meer dan 60 landen uitgebracht en was met 100.000 verkochte tapes zelfs een kaskraker in Japan.
Toch werd The Afterman in eigen land nogal stiefmoederlijk behandeld, met als gevolg dat maar weinig mensen de film eigenlijk hebben gezien. De fraai ogende 25th Anniversary Edition van distributeur Zeno Pictures brengt daar nu verandering in, maar doorprikt meteen ook de mythe achter de film.
Alle internationale pretenties ten spijt is The Afterman namelijk niet meer dan een slaapverwekkende amateurproductie die zelfs de meest volhardende filmliefhebber maar met moeite zal kunnen uitzitten. Op papier is het nogal wat: een man (Jaques Verbiest) verlaat na een niet nader omschreven Apocalyps zijn schuilkelder en dwaalt door een desolaat landschap. Daar ontmoet hij kannibalen, sadistische priesters, zwervers die van anale seks houden, moorddadige lesbiennes, agressieve boeren en veel rondborstige dames die zich gewillig op zijn viriele lijf storten. Zoals gezegd, het is nogal wat.
Helaas heeft Van Eyck niet het talent en de visuele flair om deze typische exploitation-ingrediënten op een enigszins vermakelijke manier aan elkaar te naaien. Veel plot is er ook al niet. Verbiest drentelt het gros van de film gewoon door het “apocalyptische Vlaanderen” (dat sprekend lijkt op de streek rond Scherpenheuvel-Zichem) en bekijkt de meeste actie uitdrukkingsloos van achter het dichtstbijzijnde bosje. Dat hij Zero heet en eigenlijk op zoek is naar de ware liefde, weten we alleen omdat het op het dvd-hoesje staat.
Toch is het geen wonder dat The Afterman in de jaren 80 aansloeg bij de internationale distributeurs. De film bevat genoeg seks en geweld voor een pittige trailer, en omdat er enkel in een onverstaanbaar brabbeltaaltje wordt gesproken, hoefde er niets te worden uitgegeven aan dubbing of ondertiteling. Slim gezien van Van Eyck. Nog maar eens het bewijs dat je in filmland ver kunt komen met een beetje slimme marketing.
The Afterman, 25th Anniversary Edition werd voorgesteld op het 28ste Brussels Festival van de Fantastische Film en is vanaf 10 mei exclusief te koop in de Free Record Shop.
Jos Wolffers
[KADERTEKST END]
De winnaars
De Gouden Raaf (Grote Prijs van de Jury) – Orphan (Jaume Collet-Serra)
De Zilveren Raaf (Speciale Prijs van de Jury) – Thirst (Chan-Wook Park)
De Zilveren Raaf (Speciale Prijs van de Jury) – Symbol (Hitoshi Matsumoto)
7th Orbit Prijs – Symbol (Hitoshi Matsumoto)
Prijs van de Thriller Jury – Cell 211 ( Daniel Monzon) / Speciale vermelding voor de bingohalscène in Rampage van Uwe Boll
De Zilveren Meliès – The Door (Anno Saul) / Speciale vermelding voor Cargo (Ivan Engler & Ralph Etter)
De Pegasus Publieksprijs – Vampires van Vincent Lannoo
De favorieten van Moviegids
Fri Os fra det Onde (Deliver Us from Evil) (Ole Bornedal, Denemarken)
Cheun (Slice) (Kongkiat Khomsiri, Thailand)
The Killer Inside Me (Michael Winterbottom, VS)