INTERVIEW JO DE MEYERE

Wij, heren van de televisie

Foto: Wesley Schoonjans
Levende legende Jo De Meyere speelde in zijn carrière 90 theater- en 70 televisierollen, waaronder 25 tv-series. Een moeilijke opdracht dus om een compleet overzicht te maken van zijn werk. We laten de acteur zelf aan het woord over zijn belangrijkste rollen.

Wij, heren van Zichem
“Dit was mijn grote start voor het grote publiek. We zitten dan eind jaren ’60. Maurits Balfoort, de regisseur, was op zoek naar zijn cast en die is naar het theater komen kijken. Ik speelde toen in het Nederlands Toneel Gent. Hij zag mij in een klein rolletje emotioneel afscheid nemen van mijn twee zussen in een bepaald toneelstuk en hij vond me meteen geschikt voor de rol van Herman Coene.

Maurits was op zoek in het theater, zoals voetbalmanagers gaan kijken naar matchen om te rekruteren. Dit is mijn geluk geweest en betekende de start van mijn verdere carrière. We hebben drie jaar gewerkt om 26 delen in te blikken. De serie kende een enorm succes. Niemand zegt dat, maar de hoogste kijkdichtheid zit nog altijd bij Wij, heren van Zichem. We zaten toen boven de drie miljoen kijkers per zondag. Er was nog geen commerciële tv, maar Hard Labeur en Het Pleintje haalden maar twee miljoen, om maar te vergelijken.

Wij, heren van Zichem was echt een topper van jewelste. Het kon rekenen op prachtig geschreven scènes en er werd voortreffelijk geacteerd door onder meer Luc Philips, Robert Marcel, Dora van der Groen en Jenny Tanghe als Moeder Cent. Dat was een hele goede bezetting en dat sloeg aan.”

Dagboek van een herdershond
“Ik werkte toen los als acteur en ik had nog nooit van mijn leven gestempeld. ’s Morgens lag mijn brief klaar om te gaan stempelen in Merelbeke en een uur voordat ik wou vertrekken, krijg ik plots telefoon uit Nederland met de vraag of ik Erik Odekerke wou spelen in Dagboek van een herdershond. Echt waar!

Luk De Koninck zou oorspronkelijk die rol spelen, maar plots werd hij overvallen door faalangst. Hij had schrik de rol niet aan te kunnen. Via Bob Storm (Robert Lussac), die mijn norse vader speelde in Wij, heren van Zichem, kreeg ik van de grote Willy van Hemert de kans om auditie te doen. Ik kreeg een tekst uit de Bijbel, de Bergrede. Ik kreeg een uur om me voor te bereiden om daarna te komen preken. Ik studeerde de tekst wat in en heb daarna een zodanige preek gegeven in het Joods Cultureel Centrum van Amsterdam, dat het plafond bijna aan diggelen ging. Deze auditie was enorm belangrijk voor me, want alles hing er vanaf. Ik werd meteen aanvaard.

De donderdag deed ik de test en de maandag stond ik al te preken in een kleine kerk in Heisden (Nederland) voor een massa volk, waaronder al de groten uit Nederland, zoals Guus Hermus, Jan Teulings, … Dagboek van een herdershond heeft in 16 landen gedraaid. Dit was mijn grootste succes, want we hadden in Nederland iedere zondag maar liefst 7 miljoen kijkers. Ik ben nu nog altijd, na al die jaren, voor de Nederlanders de Kapelaan. Ze kennen me wel van Heterdaad en Flikken, maar die rollen hadden niet dezelfde impact. Niemand weet dit, maar ik had voordien al een rolletje gespeeld in de Nederlandse serie Een mens van goede wil.”

Hard Labeur
“Dat was de rol die ik eigenlijk het liefst gespeeld heb in mijn carrière. Omdat ik me graag transformeer. Ik had onder andere mijn haar laten zwarten en anderhalf jaar fitness gedaan. Dat was een fantastische ervaring. Anderzijds was het een zware, zeer realistische serie.”

Het Pleintje
“Ward de Ravet zou die rol oorspronkelijk doen. Het was geschreven voor een volle, Bourgondische man. Ward werd echter ziek en toen kwamen ze naar mij. Omdat ik al een gelijkaardige rol speelde in Dagboek van een Herdershond, weigerde ik in eerste instantie om in Het Pleintje mee te doen.

Ik zat echter in een moeilijke positie, omdat ik verbonden was aan het dramatische gezelschap van de BRT. Ik zei hen dat ik de rol wou aanvaarden op voorwaarde dat ik geen toga moest dragen, zodat ik niet specifiek als geestelijke zou rondlopen. Bedenker Jan Matterne vond dit schitterend en is het personage meteen beginnen herschrijven. Hij maakte er een alternatieve burger van die ging joggen en die tegen alles en nog wat inging. Er waren ook prachtige scènes met Johnny Voners en René Verreth. Ik vond het een zeer mooie rol.”

Alfa Papa Tango
“Ik liep altijd met een valse pruik op. Ze riepen daardoor Maurice Toupet naar me. In de serie zei ik altijd: “Alstublieft, hé seg!”. Dit had een immense impact bij de mensen. Ik ben een geweldige voetbalfan, en in die tijd op het voetbalveld, als de arbiter iets verkeerd floot of er werd getackeld, riep de tribune: “Alstublieft, hé seg!”. Dat was grappig.”

De bossen van Vlaanderen
“De journalist Constant Reynaert heb ik heel graag gespeeld. De serie heeft ook vrij veel succes gehad. Met al die moorden van Beernem en de actualiteit die daar nog een klein beetje inzat. De man die ik eigenlijk naspeelde was De Lille uit Maldegem. Dat was de Reynaert van toen, die in de actualiteit kwam met zijn strijd rond de moorden. Het was een zeer vermoeiende rol, want het speelde zich af in verschillende periodes. Aangezien ze alle scènes door elkaar draaiden, was ik ’s morgens soms een man van 45 en ’s avonds één van 70.”

Heterdaad
“John Nauwelaerts is daar gecreëerd, ontstaan door de fantastische schrijver Ward Hulselmans. Er is niks mooiers, en dat hebben we met Heterdaad gedaan, dan stoppen in volle glorie. We hadden hoge kijkcijfers, maar ook Hulselmans zag het creatief niet meer zitten. Commercieel is het dan misschien lastig om te stoppen, maar je bewijst er jezelf altijd een dienst mee.”

Stille Waters
“Na vier jaar Heterdaad kwam Stille Waters. Ward Hulselmans heeft die serie speciaal voor mij geschreven. Hij kende me dus al door en door. Hard Labeur heb ik het liefst gespeeld, maar in Stille Waters zette ik mijn sterkste prestatie neer. Dat was voor mij een prachtig uitgeschreven rol, vooral op karakterieel vlak. Het bevatte heel wat drama, was van deze tijd en dus zeer actueel. Voor een acteur echt het einde om te doen.”

Flikken
“Na Stille Waters heb ik eventjes ademgehaald en artistieks iets heel moois kunnen doen en dan nog zes jaar Flikken. Anders gezegd, ik heb tien jaar een flik gespeeld en ik was blij dat het gedaan was. Voor mij moesten ze niet zoals bij FC De Kampioenen nog langer doorgegaan zijn. Ik voelde aan dat ik met mijn rol op het randje van de automatische piloot zat, en er niks creatiefs meer kon mee doen. Dat is dan het moment om te stoppen. Ook met theaterrollen is het zo.

Een ander punt dat meespeelde, was mijn leeftijd. Toen we stopten, was ik 69 jaar. Er is geen enkele commissaris in heel België die tot zijn 69 blijft werken. Dan zijn er altijd mensen die dit flauwekul vinden en voorbeelden geven als Frost en Derrick, die ook op latere leeftijd dergelijke rollen bleven spelen. Ik vond echter dat het rond was.”


De besproken series zijn, met uitzondering van Alfa Papa Tango, verkrijgbaar op dvd. Het Pleintje werd onlangs uitgebracht door Bridge Entertainment.

“Een gelukkig man”

Je bent vooral bekend van je rollen op tv. Waarom heb je niet meer films gedaan? Was dit een bewuste keuze?

“Nee, zeker niet. Ik deed echter zoveel televisie, dat de tijd te beperkt was om me ook te verdiepen in films. Jan Decleir is vrijwel uitsluitend te zien in films en doet weinig theater. Ik heb altijd, tot op heden, blijven voort spelen op theater, in combinatie met mijn tv-werk. Dat was heel zwaar en lastig.

Ik heb vier films gedraaid (De Zaak Alzheimer, De Leeuw van Vlaanderen, Dood van een non en Laat de dokter maar schuiven), wat natuurlijk te weinig is. Daarbij heb ik 25 à 30 jaar heel veel radio gemaakt met series en luisterspelen, waaronder drie jaar Het Boerenparlement. Laat je me toe iets onbescheiden te zeggen? Ik mag eigenlijk wel fier zijn op wat ik gemaakt heb. Als ik die 45 jaar bekijk, dan ben ik een tevreden en gelukkig man."

Inderdaad, je hebt een schitterende carrière. Wat mogen we de komende maanden nog verwachten?

"Vooral theater en cabaret in Gent. Als ik gezond blijf, ben ik zeker van plan om nog verder te acteren. We zien wel wat er uit de lucht valt.”
[KADERTEKST END]