De weg die de Spanjaard bewandelde tussen de première van Pepi in oktober 1980 en die wonderbaarlijke avond op 26 maart 2000 toen Todo Sobre Mi Madre de Oscar voor beste buitenlandse film kreeg, is lang, hobbelig en gaat stijl omhoog. Op dertig jaar tijd evolueerde hij van een wild om zich heen schoppende, provocerende, schuimbekkende, revolutionaire beeldenstormer tot een bejubelde, populaire filmmaker wiens nieuwe films aangekondigd worden door blinkende marketingcampagnes bedacht door hippe, vlotte jongens.
Zelf is hij geen haar veranderd. De wereld is hem anders gaan bekijken naarmate het commerciële en artistieke succes toenam. Hij is nooit gezwicht voor de dollars uit Hollywood en heeft geen artistieke toegevingen gedaan. Die trouw aan zichzelf is zijn grote sterkte gebleken. Hij heeft enkel de films gemaakt die hij echt wilde maken, over de onderwerpen die hem boeiden, omringd door mensen in wie hij rotsvast geloofde. De man heeft voor zichzelf een situatie gecreëerd waar iedere kunstenaar van droomt: kunnen werken in volledige creatieve en financiële vrijheid.
Almodóvar is machtig. Zijn films brengen veel geld op dus knuffelen producenten, investeerders, distributeurs en bioscoopuitbaters hem dood. Hij heeft bijna in zijn eentje Spanje terug op de filmkaart gezet. Waar is de tijd dat alleen de suffe films van Carlos Saura onze bioscopen haalden? De Spanjaard is een autodidactische – de filmschool was afgeschaft door Franco – selfmade man die zijn imperium van de grond af opbouwde. Voeg daar zijn grenzeloze zelfvertrouwen en extravagante karakter aan toe en je krijgt min of meer een verklaring waarom hij het in zijn films zo vaak over zichzelf heeft. Hij is interessant genoeg. En als de hele wereld hem belangrijk vindt, waarom zou hij zichzelf dan niet belangrijk mogen vinden?
De 59-jarige regisseur is het enige en unieke stralende middelpunt van zijn zelfgecreëerde universum. Het is Pedro voor, tijdens en na. Wie dat niet verteert, heeft bij hem niets te zoeken. Het zal ook nooit meer veranderen. Almodóvar is een genre.
Cultureel feestcomité
Pepi, Luci, Bom y otras chicas del montón werd gereleased vijf jaar na de dood van de fascistische dictator Franco die veertig jaar aan de macht was geweest. In de eerste jaren na Franco's dood zocht Spanje een nieuw sociaal, economisch en cultureel evenwicht. De overgang van een dictatuur naar een op westerse leest geschoeide democratie verliep moeizaam. In die transitieperiode ontstond in Madrid de invloedrijke culturele stroming La Movida.
Dat los-vaste collectief bestond uit avant-gardistische punkers en new wavers die hun creativiteit botvierden in alle mogelijke culturele domeinen. In al hun uitingen stond de afkeer van het franquistische verleden centraal. Almodóvar zelf was als acteur betrokken bij het theatergezelschap Los Galiardos waar hij Carmen Maura ontmoette. Hij tekende stripverhalen, schreef artikelen voor tijdschriften en kranten, publiceerde een roman en zong in een glamrockduo. La Movida creëerde een nieuwe Spaanse culturele identiteit na decennia van artistieke verdorring en stilstand. De beweging trok een dikke streep onder de periode Franco waarvan fleurige flamencodanseressen en bloeddorstige stierenvechters de boegbeelden waren.
Uiteraard was de groepering links georiënteerd, maar de leden vonden meer inspiratie in alcohol, drugs en hun seksuele driften dan in de droge geschriften van Marx en Engels. Het culturele feestcomité was onstuimig, hedonistisch, vrijgevochten, exuberant en schreeuwerig. Ze koesterden wat Franco in de marginaliteit duwde: working class heroes, homo's, drag queens, junkies, hoeren, werklozen en transseksuelen en andere ratés. Almodóvars regiedebuut is La Movida’s bekendste en belangrijkste verwezenlijking. Het is het perfecte voorbeeld van de ziens- en handelwijze van de stroming: honderd procent La Movida en tegelijkertijd honderd procent Almodóvariaans.
Na amper tien minuten zijn bijna alle elementen die Almodóvar zo uniek maken de revue gepasseerd. Het begint met de enerverende openingscredits begeleid door een kletterende popdeun van Little Nell. De pancartes met karikaturale tekeningen van de hoofdpersonages hebben een dubbele functie. Ten eerste verwijzen ze naar Almodóvars stripalbum waar het scenario op gebaseerd is. Ten tweede is het een overduidelijke hint dat je deze film niet al te serieus moet nemen. Dit is een pastiche.
Rijke beeldtaal
Het eerste personage dat in beeld komt is Pepi, gespeeld door Carmen Maura. De Madrileense actrice werd Almodóvars fetisjactrice. In de jaren tachtig speelde ze in bijna al zijn films. In 2006 maakte ze een glorieuze comeback in Volver. Kleinere rollen in Pepi zijn er voor Kiki Manver en Cecilia Roth. Ook zij zouden nog veelvuldig opduiken in zijn films. De regisseur werkt vaak met dezelfde mensen. Alberto Iglesias is al jaren zijn vaste componist, broer Agustín zijn producer, José Salcido de monteur.
Titelpersonage Pepi bladert in de openingsscène in een tijdschrift. Ze knipt foto’s uit van Superman. Refereren naar andere films is een constante in zijn werk. In Pepi klinkt muziek uit Alfred Hitchcocks Psycho. Later in zijn carrière gaat hij nog oneindig veel verder. Mujeres al borde de un ataque de nervios (1988) is één lange hommage aan Hitchcock. In Carne Tremula (1997) gebruikt hij beelden van Luis Buñuels Ensayo de un crimen als flash forward. Tacones Lejanos (1991) bevat een fragment uit Ingmar Bergmans Herfstsonate. Het gemakkelijkst herkenbaar zijn de referenties naar All About Eve en A Streetcar Named Desire in Oscarwinnaar Todo Sobre Mi Madre (1999).
Zijn filmografie bevat echo's van Billy Wilder, Rainer Werner Fassbinder, Vincente Minnelli, Nicholas Ray, John Cassevetes en Douglas Sirk. Almodóvar citeert en herinterpreteert scènes van zijn helden. Hij verweeft ze op een heel natuurlijke manier in zijn eigen, rijke beeldtaal. Je moet geen filmgeschiedenis gestudeerd hebben en al die verwijzingen herkennen om zijn films te kunnen volgen of waarderen. Almodóvar legt een extra laagje zoals Tarantino en Ozon dat op hun eigen manier doen.
Terug naar het verhaal. Pepi wordt opgeschrikt door de deurbel. Een norse politieagent (Félix Rotaeta) heeft bedenkingen bij de marihuanaplanten op Pepi’s vensterbank. In een poging hem gunstig te stemmen doet ze hem een interessant voorstel. In ruil voor seks – nu, meteen – doet hij alsof hij niets gezien heeft. Er is maar een extra voorwaarde: het moet anaal want Pepi wil haar maagdelijkheid bewaren. Naar dat laatste heeft de flik geen oren. Hij verkracht Pepi die meteen zint op wraak.
Trauma’s
De agent is de eerste in een reeks verkrachters die hun slachtoffer met een seksueel trauma achterlaten. Ze duiken ook op in Laberinto de Pasiones, Matador, Kika en Hable con Ella. De omstandigheden waarin ze hun feiten plegen verschillen. In het geval van Hable con Ella kan zelfs lang en breed gediscussieerd worden over de vraag of Benigno wel een verkrachter is. De drie andere gevallen laten geen enkele twijfel: de autoritaire mannen dringen hun wil bruut en lomp op aan vrouwen.
De patriarchale figuren symboliseren de verfoeilijke machos ibéricos die vrouwen net goed genoeg achten om kinderen te baren, te koken en de afwas te doen, het liefst in stilte. Mannen hebben het in Almodóvars films ontzettend moeilijk om hun gevoelens voor vrouwen op een normale, volwassen manier te uiten. In Atame kidnapt de geobsedeerde geesteszieke Antonio Banderas Victoria Abril – een aan drugs verslaafde pornoactrice – in de hoop dat zij verliefd op hem wordt.
In Pepi is de verkrachting het startpunt van een komedie vol onverwachte plotwendingen. Na een Joan Miróachtige tussentitel roept Pepi de hulp in van haar vrienden die spelen in een underground rockbandje. Ze vraagt hen de agent in elkaar te rammen. Als beloning krijgen ze al haar marihuanaplanten. Verkleed als een groepje foklorezangers pakken ze de agent ongemeen hard aan. Terwijl de man kermend de slagen en schoppen verwerkt, schuurt Pepi – die vanop een afstandje toekijkt – zich bloedgeil tegen een muur. Uit de volgende scène blijkt dat ze niet de verkrachter gemolesteerd hebben maar diens tweelingsbroer. Het arme slachtoffer deelt een appartement met zijn broer en zijn schoonzus Luci (Eva Siva).
De eerste tien minuten zetten de toon voor de rest van de film en voor de rest van zijn loopbaan. Wat hij tot nu toe getoond heeft, zal hij zijn hele leven blijven herhalen. De belangrijkste personages zijn vrouwen, mannen zijn rotzakken of emotioneel impotent.
Mooi lelijk
Al even markant is de armetierige visuele stijl. Dat hij over een minimaal budget beschikte, verklaart een hoop maar niet alles. De meeste shots zijn fel over- of onderbelicht. De extreme camerastandpunten maken een amateuristische indruk en hij maakt beginnersfouten tegen de continuïteit. Allemaal bewuste keuzes. Dat de toen 31-jarige debutant wel degelijk zijn vak kent en ook op technisch vlak een crack is, bewijzen de feilloos belichte en perfect gekadreerde reclamespotjes in het midden van de film.
Pepi is een spuuglelijke film. Dit is nog niet de man van Kika, Volver of Hable con Ella. Maar hij wist op voorhand perfect waar hij op esthetisch vlak met zijn film heen wilde. In zijn vroege films is 'mooi lelijk is ook prachtig' zijn lijfspreuk. Daarop volgt de kitschperiode die een hoogtepunt bereikt met Kika. La Flor de Mi Secreto leidt de verzadigde periode in.
Pepi is een bruuske stijlbreuk met de brave, traditionele Spaanse films uit de jaren zeventig. Het moest allemaal anders. Ruiger, eigenzinniger en markanter. Het grensverleggende karakter van zijn eerste films is nauwelijks te overschatten.
Als stillist was hij ten tijde van Pepi volleerd. Als scenarist stond hij minder ver. Zelfs rekening houdend met zijn bedoeling om ook verhaaltechnisch revolutionair te zijn is Pepi even goed nog een puinhoop. De film bestaat uit een onevenwichtige, schijnbaar willekeurig gerangschikte opeenvolging van straffe, vaak erg grappige, soms studentikoze en puberale scènes. Omdat het tempo zo verschroeiend hoog ligt en de humor erg aanstekelijk werkt, is er geen tijd om stil te staan bij de ongerijmdheden en het pis-kak-strontgehalte van de film.
Dat de personages zo vlak en leeg zijn, stoort evenmin. Ze leven toch in het hier en nu dus is hun verleden niet belangrijk. Almodóvar portretteert in Pepi zijn eigen leefwereld: die van nachtelijk Madrid in 1980. Hij wil een sfeer oproepen, een tijdsbeeld schetsen. Wie Pepi, Luci en Bom zijn is minder belangrijk dan wat ze doen. Ze doen alles dat god verboden heeft.
Zelfreflectie
In het flinterdunne verhaal krijgt de 16-jarige Bom een hete sadomasochistische relatie met de 40-jarige burgertrut Luci. De vonk springt over wanneer Bom Luci beplast. Luci bevrijdt zichzelf uit haar troosteloze, seksloze huwelijk met een man die haar behandelt als zijn eigen moeder. Dat is exact het tegenovergestelde van waar ze naar snakt. Ze trouwde met een flik in de hoop dat die haar regelmatig een flink pak slaag zou geven...
Terwijl Luci neusketels eet en zich gedwee plooit naar de onmogelijke eisen van haar jonge minnares wordt Pepi eerst schrijfster en later filmmaakster. Een tweede en derde voorbeeld van de zelfreflectie die zo eigen is aan Almodóvar. Pepi schrijft een roman die ‘Pepi, Luci, Bom y otras chicas del montón’ heet. Daarin beschrijft ze alles dat tot op dat moment gebeurd is in de film. Wat later verfilmt ze diezelfde avonturen. Een boek over de film. Een film gebaseerd op het boek dat gebaseerd is op de film. Almodóvar draait in rondjes.
Zelfreflectie dus. Dat is de neutrale term. Navelstaarderij zou ook kunnen. Almodóvar refereert niet alleen naar andere films, hij doet het ook – en nog ferventer – naar zichzelf en naar zijn eigen films. Hij recycleert locaties, openingssequenties, verhaallijnen en muziek. Wanneer schrijfster Marisa Paredes zich in La Flor de Mi Secreto afvraagt of haar boeken wel deugen, vraagt de meester zich af of zijn eigen werk wel iets waard is. Alle schrijvers, tv-makers, (theater)acteurs en regisseurs zijn een afspiegeling van zichzelf. Denk ook aan de regisseurs in Los Abrazos Rotos en La Mala Educacion.
In Pepi heeft hij een cameo als ceremoniemeester op een waanzinnig feest. Hij kondigt met veel aplomb de Erectiones Generales aan. De man met de grootste lul wordt verkozen tot Koning van de Avond en mag met iemand uit het publiek doen wat hij wil. De broeksriemen gaan los, de broek zakt tot op de enkels, de jury haalt het meetlint boven.
Vroeger of later komen Almodóvars belangrijkste personages op een podium terecht. De levende flamencolegendes Joaquín Cortés en La Flor de mi Secreto dansen in La Flor de mi Secreto. Penélope Cruz begeleidt zichzelf op de gitaar in Volver, Caetano Veloso zorgt voor een emotioneel breekpunt in Hable con Ella met zijn versie van het oeroude La Paloma. Gael Garcia Bernal is indrukwekkend als zingende travestiet in La Mala Educacion. Paradoxaal genoeg zijn mensen op een podium naakter, weerlozer en echter dan in het dagelijkse leven.
De performances zijn naadloos geïntegreerd in de plot van de films. Ze stuwen het verhaal vooruit en geven de personages reliëf. Dat laatste is absoluut het geval wanneer de minderjarige Bom met haar band een furieuze ode brengt aan Luci. ‘Murciana Marrana’ heet het liedje. Vrij vertaald is dat iets als ‘zeug uit Murcia’. De melodie is catchy en aanstekelijk, de tekst uitermate vernederend. Bom veegt muzikaal de vloer aan met Luci. Perfecter kan de relatie tussen een dominatrix en een onderdanige niet weergegeven worden.
Sodom en Gomorra
Madrid is de plaats van actie. De stad is voor Almodóvar wat New York is voor Woody Allen. Hij is geboren in Calzada de Calatrava in het stoffige Castilla-La Mancha. Pas op zijn zestiende kwam hij naar de Spaanse hoofdstad. De metropool speelt een dominante rol in zijn films. Madrid is de plaats waar het gebeurt, waar gefeest en geëxperimenteerd wordt, waar artiesten elkaar ontmoeten en stimuleren, waar mensen een nieuw leven kunnen beginnen. Almodóvars personages verlaten de stad ook nooit zonder een heel goede reden. In La Flor de Mi Secreto omdat de moeder helemaal gek wordt, in Volver omdat de tante sterft, in Todo Sobre Mi Madre om de moeder/vader te zoeken. Naar de stad komen of de stad verlaten is een thema op zich. De brave Luci komt uit Murcia, een stad in het zuidoosten van Spanje. Ze woont al jaren in Madrid zonder de stad echt te kennen. Pas wanneer ze door Pepi en Bom op sleeptouw wordt genomen, gaan haar ogen open.
Wat ze ziet is een hedendaags Sodom en Gomorra. Waarom Almodóvar zo ver gaat? Wel, omdat het mocht. Na veertig jaar censuur was alles weer toegelaten. De ontlading was enorm. In al zijn enthousiasme en dadendrang vergeet hij maat te houden. De adrenaline stroomt, de woede en frustratie moeten er uit. Dat de slinger al eens te ver doorslaat is hem vergeven.
Almodóvar breekt lustig Franco’s heilige huisjes af. Heropbouwen is niet aan de orde. Heilig onder Franco waren het traditionele gezin: mama + papa + kindje. De twee gezinnen In Pepi in de film die aan dat profiel beantwoorden, zijn doodongelukkig. Het ene koppel (de agent + Luci) zit seksueel op een dood spoor, het andere bestaat uit een vrouw met een baard en een verdoken homo die naar mannelijke prostituees gaat als zijn vrouw niet thuis is. De katholieke kerk zal Almodóvar keihard tackelen in Entre Tenieblas. Stierenvechten speelt een belangrijke rol in Matador waarin het hoofdpersonage impotent blijkt.
De personages in Pepi vormen niet echt een dwarsdoorsnede van de Spaanse maatschappij. Almodóvars enige doel is te tonen dat ze bestaan, dat er homo’s, lesbo’s, travestieten en perverse pubers zijn in Spanje. Hij haalt hen uit hun isolement en stelt hen centraal in zijn film.
Pepi, Bom en de leden van de rockband vertegenwoordigen het nieuwe, vrijgevochten Spanje. De agent is de Franco-figuur, de man die houdt van orde en discipline en niet kan omgaan met de nieuwe vrijheid. Luci verpersoonlijkt de twijfelende, onbesliste generatie. Ze proeft van de geneugten van het nieuwe Spanje, maar hangt nog sterk vast aan de zekerheden van het oude regime waarin alles voor haar geregeld werd en ze zelf niet moest nadenken. Wanneer haar man haar aan het eind van de film eindelijk het gruwelijke pak slagen geeft waar ze zo lang naar snakte, keert ze terug naar hem. De vrijheid is nog niet definitief verworven, het democratische proces is nog pril en fragiel. Almodóvar lijkt er rekening mee te houden dat Spanje een stap terug zou kunnen zetten in plaats van een stap vooruit.
Pepi, Luci, Bom y otras chicas del montón lijkt een kladversie van Almodovars latere werk. De verfijning en de sterkere vertolkingen ontbreken nog, maar de film zit barstensvol met zijn stokpaardjes. In alles dat volgt zullen ze terug te vinden zijn: zelfreflectie, citaten uit andere films, holebi’s, Madrid, antiklerikalisme, driedubbele bodems, podia, de visuele flair, autoritaire mannen - misbruikte vrouwen en een vurige passie. Vooral wanneer hij minder in vorm is – La Mala Educacion en Los Abrazos Rotos bijvoorbeeld – geven die bekende elementen het gevoel dat hij steeds dezelfde plaat draait. Bij iedere sterke film – Matador, Hable con Ella, Todo Sobre Mi Madre – voelen ze heerlijk vertrouwd en herkenbaar aan.
REEKS (10) - DE EERSTE KEER
In de reeks “De eerste keer” (her)bekijken we regiedebuten van regisseurs die het achteraf gemaakt hebben.