Hoe is het in godsnaam zover kunnen komen? Hoe kan het dat iemand na een jarenlange carrière in Hollywood zo over de schreef gaat? En waarom zijn de goudhaantjes van weleer – met Tom Cruise op kop – slechts schaduwen van zichzelf geworden; verguisd door de media en hun fans? Hun persoonlijkheden zijn belangrijker geworden dan hun prestaties op en rond het witte doek. Het lijkt erop dat de mensen in hun entourage; de mensen die verantwoordelijk zijn voor hoe wij de sterren zien, cruciale fouten maakten in hun pr.
Mad Mel
Toen Cruise zichzelf begon te verkopen verdween de breed glimlachende superster vol heldenmoed en met het hart van goud en in de plaats kregen we een grijnzende, maniakale Scientology-dwerg die zijn mening als de Enige Waarheid ziet. Toegegeven, van Mad Mel wisten we altijd al dat hij ze niet allemaal op een rijtje heeft (de manier waarop folterscènes een flink aantal van zijn films kruiden, het bloedbadspektakel van The Passion of the Christ, “freeeeeeeeeeedom!”); maar dat hij zo door het lint kon gaan had niemand verwacht.
De ironie is ons niet ontgaan. In 1990 dook Gibson op aan de zijde van Robert Downey Jr. in Air America. Downey Jr., toen al een beruchte bad boy in Tinseltown, werd tijdens de promo-interviews voor de film naast Gibson geplaatst. Zijn imago zou er ongetwijfeld beter door worden als de mensen zagen dat Downey Jr. het zo goed kon vinden met een ster als Gibson.
Anno 2010 zijn de rollen genadeloos omgedraaid. Ooit genegeerde kerels als Downey Jr. en Mickey Rourke voeren grote blockbusters en prijsuitreikingen aan en worden door fans op handen gedragen. De tijd van de superster die straffeloos zijn gang kan gaan is voorbij; in deze door paparazzi en YouTube vormgegeven tijden zijn het de mannen die mea culpa's slaan die de show stelen.
Het grote werk
Het begon ooit anders. Gibson studeerde acteren in Australië en dook er op in diverse theaterproducties. Zijn filmcarrière begon al meteen nadat hij was afgestudeerd. Als het titelpersonage in George Millers Mad Max zette hij een iconische antiheld neer en de bal, zoals dat dan heet, ging aan het rollen. Hij combineerde rollen op het toneel met gastrollen op de televisie en werkte samen met landgenoot en regisseur Peter Weir voor Gallipoli. Een tweede en derde Mad Max; meer werk met Peter Weir (The Year of Living Dangerously) én een remake van Mutiny on the Bounty met Anthony Hopkins volgden.
Gibson was klaar om zijn succes in Amerika te beproeven en met Lethal Weapon – waarin hij de suïcidale Martin Riggs vertolkte – was niet alleen een bijzonder winstgevende actiefranchise geboren maar was Gibson in een oogwenk wereldberoemd. En terecht; Martin Riggs is een waanzinnig personage, een losgeslagen politieagent die de dood van zijn vrouw niet kan verwerken en daarom de meest geschifte uitdagingen aangaat om toch maar zelf in de strijd om te komen.
Daarna ging het alleen maar bergop: Lethal Weapon 2 en 3, Hamlet en Maverick zijn slechts enkele titels die in het begin van de jaren '90 op Gibsons CV prijkten. Ondertussen begon hij ook films te produceren en te regisseren. In The Man Without a Face dook hij zelf op als een verminkte man die een vriendschap vormt met een jongen. Wat in het boek waarop de prent gebaseerd is weinig verbloemd staat omschreven als een pedofiele relatie werd in de film vakkundig en subtiel omgetoverd in een oprecht ontroerende mentor-leerling relatie en het resultaat is een zacht, onopvallend maar degelijk debuut.
Het bleek slechts een oefening voor het grote werk in 1995. Braveheart is een monster van een film; vol epische veldslagen, massascènes, emotioneel geweld en een hartverscheurende, keiharde finale die op ondergetekende toen hij de film als dertienjarige in de bioscoopzalen zag diepe indruk achterliet. Wat niet eerder was gelukt kon toen opeens wel: filmliefhebberij ging plotsklaps over meer dan slechts een genre (in het geval van deze schrijver: griezelfilms) en Braveheart opende een wereld vol genres, mogelijkheden, personages en verhaallijnen.
De film leverde Gibson een Oscar voor Beste Regie én Beste Film op, maar toonde ook zijn neiging tot brutaal geweld. Handen en hoofden vliegen in het rond, vrouwen worden als eigendom heen en weer gesleurd en stroppen worden hard aangetrokken rond nekken die knappen als twijgjes. De film kondigde tevens Gibsons vermeende haat voor de Britten aan (omdat Gibson in zijn films wel een aantal Britten in de pan heeft gehakt; zie ook The Patriot).
Nu hij de smaak van het regisseren goed te pakken had doken andere projecten op: het lang aangekondigde en nog steeds in Development Hell sluimerende Fahrenheit 451 en een theaterproductie van Hamlet met Robert Downey Jr. Beiden gingen niet door (Hamlet viel in het water omdat Downey opnieuw aan de drugs zat) en het duurde tot 2004 vooraleer Gibson opnieuw met een project naar buiten kwam.
Megalomane ode
The Passion of the Christ is een megalomane ode aan het passieverhaal die eerder omwille van het gruwelijke geweld en de volgens diverse groeperingen antisemitische inhoud in de pers kwam en niet zozeer om de kwaliteit. Passion is een schizofreen project; enerzijds uitstekend in beeld gebracht en een persoonlijke triomf voor de regisseur, anderzijds een controversieel, beangstigend werk dat Gibsons radicale katholieke overtuigingen blootlegt.
Aan de oppervlakte blijft de horror van het lijdensverhaal nazinderen (hompen vlees worden uit Jezus' lichaam weggerukt) maar het zijn de schor lachende, lelijke Romeinen; het bijna misvormde gepeupel; de bezeten kinderen die Judas achtervolgen en het demonische monster dat naast Judas opduikt die onder de huid kruipen. Gibsons voorstelling van Satan is een tweeslachtige gedaante en het zijn de Farizeeërs (en niet Pilatus die als een getormenteerde heerser in beeld komt) die Jezus aan de schandpaal nagelen. In bijna elke scène gaat de regisseur-acteur te ver en het is in deze film dat de zaden van Gibsons persoonlijke problemen ontspruiten.
Sinds 2002 is Gibsons ster tanende. Hij heeft net zijn – tot in 2010 – laatste film als hoofdrolspeler afgewerkt (Signs) en verdere grote projecten blijven uit. In het verleden waren er al opstootjes over alcoholisme, rijden onder invloed en homofobe uitspraken maar net na de release van Passion is het hek helemaal van de dam. Het ene na het andere schandaal volgt zich op. Gibsons vader ontkent de Holocaust (in een interview waarin Gibson hiermee wordt geconfronteerd verandert de aimabele, gekscherende ster opeens in een rancuneuze, bittere en angstaanjagend dreigende tegenstander; over zijn vader mag niet worden gepraat) en in 2006 breekt de dam voorgoed.
Permanente deuk
Gibson wordt dronken achter het stuur gearresteerd en pakt de agenten keihard aan. Als hij hoort dat een van de agenten joods is spuwt hij dat de joden verantwoordelijk zijn voor alle oorlogen in de wereld. Wat volgt is een arrestatie, een strijd tegen alcohol, een heleboel verontschuldigingen en een permanente deuk in zijn carrière.
In datzelfde jaar komt ook Gibsons voorlopig laatste film als regisseur in de zalen: Apocalypto. De prent verhaalt over een jongeman uit een Maya-dorp die wordt ontvoerd door een andere stam en moet ontsnappen uit de klauwen van de mensen offerende, gewelddadige overheersers. Het resultaat is niet het idiote Passion 2-project waar voor wordt gevreesd maar een oerdegelijke, pretentieloze en knap gerealiseerde achtervolgingsfilm. Foto's achter de schermen onthullen Gibson met een bijna lachwekkend lange baard en een waanzinnige blik in de ogen maar het eindresultaat is een dijk van een film die bewijst dat de man zijn persoonlijke problemen kan overstijgen.
Apoocalypto ten spijt wordt Gibson verzwolgen door het “dronken achter het stuur”-verhaal. Zijn carrière raakt in het slop en hij verdwijnt nagenoeg volledig uit het publieke leven. De roddelpers blijft hem echter volgen. Ze schrijven uitvoerig over hoe Gibson zijn vrouw Robyn (met wie hij zesentwintig jaar getrouwd was en waarmee hij zeven kinderen heeft) voor de jongere Oksana aan de kant schuift. Hij krijgt zelfs een kind met zijn nieuwe vlam. Over films en toekomstige projecten wordt met geen woord gerept.
In 2010 is het tijd voor Gibsons comeback. En hoewel zijn leeftijd duidelijk vat op hem begint te krijgen – de man die ooit als eerste (in 1985) door People magazine als Sexiest man Alive werd verkozen is nu echt een man van middelbare leeftijd geworden – krijgt hij overwegend positieve kritiek voor zijn hoofdrol in de actiethriller Edge of Darkness. Het tij lijkt te keren; er staan een paar films op stapel en er duikt zelfs een nieuw regieproject op: een film over Vikingen in de oude taal van de gevreesde Noormannen én met Hollywoods huidige nummer een Leonardo DiCaprio in de hoofdrol.
Vernietigende tapes
En dan gaat het opnieuw, onherroepelijk mis. De vernietigende tapes duiken op; de discussie of de tapes echt zijn en het al dan niet terechte vermoeden dat Oksana een sluw spel speelt (ze was eerder ook al getrouwd met Timothy Dalton) staan in de schaduw van de geleden schade. Gibsons zorgvuldig opgebouwde terugkeer naar Tinseltown valt als een kaartenhuisje in elkaar.
Zijn volgende, afgewerkte project The Beaver (in een regie van Jodie Foster) over een manisch-depressieve man die via een handpop begint te communiceren lijkt nu eerder wrang en misplaatst dan grappig en interessant (en als de film nog enigszins geld oplevert zal het vooral door ramptoeristen zijn die het cliché dat er niet zoiets bestaat als slechte publiciteit alle eer aandoen).
Nog erger is het dat Leonardo DiCaprio zich heeft teruggetrokken uit de Vikingenfilm en Gibsons vaste agent (een man die de acteur dertig jaar lang vertegenwoordigde) is onlangs gestorven, waarna het agentschap Gibson omwille van zijn uitspattingen prompt de deur wees.
Hoe de vork ook precies in de steel zit, het mag duidelijk zijn dat Gibson een getroebleerde man is. Racist, jodenhater, alcoholist, manisch-depressief, zelfdestructief,... het zijn woorden die een man kraken. En of hij er nu zelf volledig voor verantwoordelijk is, zich kan blijven verschuilen achter de drankduivel of zijn zelf bedachte alter ego Björn (de naam die hij aan zijn agressieve “ik” gaf tijdens een interview op de Britse televisie); het is nooit hoopgevend om vanaf de zijlijn te zien hoe iemand ten onder gaat.
Tijdens de bandopnames horen we hoe Gibson – het wanhopige, gevaarlijke geblaf van een hond in het nauw – brult dat hij geen vrienden heeft en in die eenzaamheid schuilt misschien het grootste probleem. Hij denkt alleen te staan, krijgt slechts steun van een handvol getrouwen in Hollywood (Whoopie Goldberg nam het voor hem op in een talkshow) en… zijn ex-vrouw Robyn, die hem probeert te overtuigen om naar zijn geboorteland Australië terug te keren. Om er te bezinnen en alle heisa te ontvluchten.
Het blijft afwachten of Gibson opnieuw uit dit dal zal opklimmen. Justitie onderzoekt de aantijgingen van huiselijk geweld en laatst reed hij zijn auto in de prak. De problemen houden voorlopig niet op voor Mad Mel; en het lijkt erop dat Gibson meer dan eens zijn oerschreeuw “Freeeeeeeeedom” zal laten weergalmen voor zijn calvarietocht ten einde loopt.