PLUK DE NACHT

Met vallende sterren film kijken

Leslie Boon
Iedere zomer is er tien dagen drukke bedrijvigheid op Het Stenen Hoofd, een puntje land in het IJ in Amsterdam, op een steenworp afstand van het Centraal Station. Dan wordt daar het Pluk de Nacht filmfestival gehouden. De regels zijn simpel: de films zijn minder bekend, entree is gratis, vertoning is na zonsondergang en, belangrijk, rechtstreeks onder de sterrenhemel.

Deze editie van Pluk de Nacht (koosnaampje Pluk) duurde van 5 tot en met 15 augustus. Regen kan een groot spelbreker zijn voor een openluchtfestival – zeker in Nederland, waar augustus net zo nat kan zijn als februari. Op de middag voor de voorstelling van de animatiefilm Mary and Max, als de editie van 2010 halverwege is, regent het zo pijpenstelen dat je zelfs onder een luifel niet meer droog zit. Jurriaan Esmeijer, een van de oprichters, reageert niettemin nonchalant. ‘Ik denk dat we het vanavond wel droog hebben.’

Er wordt niet verwacht dat mensen bij buien regenpakken aantrekken en doorkijken terwijl regen klatert op hun capuchons. In een overdekte tent kan de film ook worden vertoond. Het filmdoek zelf, ongeveer twintig meter breed en tien meter hoog, strakgespannen tegen containers, kan gelukkig wel tegen een paar druppels.

Bij de voorstelling op donderdag, This American life van documentaire-maker Ira Glass, is de hemel wel mooi helder. Het is ook erg druk. De strandstoelen zijn allemaal snel bezet. De banken bij de barretjes ook.

Lege plaatsen worden op z’n Nederlands geclaimd met jassen en tassen. Vragen of je ergens bij kunt zitten, is net zo nutteloos als water naar de zee dragen. Moet je maar op tijd komen. En daar zit natuurlijk wat in.

Veel mensen anticiperen op het plaatsgebrek. Tafels veranderen in zitplaatsen, bezoekers nemen fauteuils van thuis mee, en sommigen hebben lades uit kastjes meegenomen en verticaal in de grond geplant. Sommige mensen kletsen liever rondom vuurkorven op plaatsen waarvandaan je de film niet kunt zien.

Staan kan gelukkig altijd nog. Gelukkig is het publiek sociaal. Niemand gaat zonder op te letten pal voor een ander staan, wat je bij concerten nogal eens meemaakt.

Vallende sterren
Tijdens de voorstelling van This American life brengt het publiek diverse keren een langgerekt ‘Woooo’ voort. Dat geluid heeft niets met een spannende scène te maken, maar met het feit dat deze avond veel vallende sterren te zien zijn (brokjes komeet Swift-Tuttle vallen in de dampkring).

Pluk de Nacht werd in 2003 opgericht door een groep vrienden die gepassioneerd filmfestivals bezochten. Daar ontstond het idee om mooie festivalfilms extra aandacht te geven via een eigen festival. Het ging om films waarvan ze het zonde vonden dat ze verdwenen na hun eenmalige vertoning.

Esmeijer: ‘De sfeer die om filmfestivals hangt, links-elitair, moeilijk, ingewikkeld, zorgt er misschien voor dat je niet de films ziet die bijzonder zijn en een groot publiek kunnen bereiken. Dat werd nog niet gedaan, dus dachten wij: dat gaan wij doen.’ Op de festivals schoten ze regisseurs aan en ze wilden hen helpen.

Dus werd een terrein gehuurd, Het Stenen Hoofd, een pier vlakbij het Centraal Station van Amsterdam, en het festival was geboren. De pier is ongeveer een eeuw oud en werd vroeger gebruikt als aanlegplaats voor marineschepen. De gemeente Amsterdam gaf het terrein een paar jaar geleden een culturele bestemming.

Jurriaan Esmeijer puzzelt met de organisatie ieder jaar driftig over de indeling van het terreintje. Het filmdoek heeft al talloze keren ergens anders gestaan. ‘Je wilt dat het niet te druk wordt, dat mensen de film goed kunnen zien, maar ook dat mensen aan de zijkant een beetje in afzondering kunnen drinken en kletsen.’

Nieuwe dingen
De Plukganger wordt op zijn minst geacht een beetje nieuwsgierig te zijn naar films die soms zelfs ingewijde cinemagangers weinig zullen zeggen. In de zesde editie van Pluk waren te zien: Louise Michel van het duo Kervern en Delephine, Autumn Ball van Veiko Õunpuu, Morphia van Alexei Balabanov. In deze zevende editie staan onder meer geprogrammeerd Bibliothèque Pascal van Szabolcs Hajdu, Copacabana van Marc Fitoussi en The Unloved van Samantha Morton.

Pluk lijkt met zijn aanpak kritiek te leveren op de keuzes van de filmdistributeurs. Esmeijer ziet dat niet zo. ‘Van het filmaanbod krijg je maar een taartpuntje te zien. Daar kunnen de distributeurs ook niet veel aan doen. Ik vind het filmlandschap bij ons juist prettig. Voor alles is een plek, als je bereid bent ernaar te zoeken. In bioscopen heb je mooi aanbod van commercieel tot arthouse. Op festivals kun je nieuwe dingen ontdekken.’

Met films die Pluk toont, is vaak iets aan de hand, legt hij uit. Ze zitten tussen genres in en zijn zodoende lastiger te verkopen. ‘Je merkt wel dat je aan het vissen bent in een bepaalde vijver,’ zegt Esmeijer. ‘Je hebt soms een film op een festival die origineel en anders is, en dan plotseling daar een succes wordt. Dan zie je een jaar later een paar van dat soort films. Aan de vertonerskant valt op dat iets in een feestelijke setting leuk is om te kijken, en die setting zie je terug op andere festivals.’

Het festival is altijd gratis geweest en wil dat graag blijven. Geld komt binnen via subsidies, sponsors en bierverkoop. ‘Dit festival kan gratis blijven dus waarom zou je dat dan niet doen? Het legt zoveel makkelijker uit dat niemand eraan verdient. We zijn immers een stichting.’

Rammelend beamertje
Het meeste geld gaat in de film en de projectie zitten. Pluk streeft naar net zo’n projectie en geluid als in de bioscoop. ‘Als je een laken hebt hangen met een rammelend beamertje leidt dat te veel af,’ zegt Esmeijer. De geluidskwaliteit is inderdaad opmerkelijk goed en het beeld is overal op het terrein goed zichtbaar.

Om de kosten te drukken, worden veel spullen geleend en ook weer uitgeleend. Dat werkt samenwerking in de hand. Het festival werkt bijvoorbeeld samen met het Klik animatiefestival en Rooftop, een soortgelijk festival in New York, maar dan op een dak. Esmeijer denkt dat toevalligerwijs niemand elkaar in de weg zit. ‘Je kunt elkaar dan helpen, ook omdat spullen duur zijn.’

Het festivalelement zit hem ook in de ambitie om meer te bieden dan een filmvertoning alleen. Er is beeldkunst, er zijn workshops (in deze editie bijvoorbeeld geeft onlinetekenaar XKCD tekenles), en Pluk probeert ook het beste van de onlinecinema te tonen.

Esmeijer: ‘Vroeger keken we tv. Daarna had je het er op je werk nog over. Dat heb je niet meer want er is zoveel aanbod. Dan is het leuk om hier met zijn allen ergens naar te kijken en daarbij stil te staan.’