CAMERA OBSCURA

Zwartwitboeven versus kleurenboeven

Universal (Blast of Silence)
De op voetmassage verkikkerde kleurenboef Jules uit Pulp Fiction zou denk ik niet zo onder de indruk zijn van Johnny Bannion, Tony le Stephanois of Frankie Bono. Net zo min zouden zij erg van Jules opkijken. De laatste drie gangsters hebben wel de tijd in hun voordeel. Zij waren zwartwitte gangsters en ogen daarmee nog een stuk cooler dan mannen als Jules.

De bajes, het geld, de harde mores, de reputatie, de rijkdom (soms), het spelletje met de politie (vaak). Dat is in de gauwigheid het leven van Johnny Bannion in The Criminal (1959). Ik denk toch dat je geen vent bent als je niet iets voelt voor zo'n heetgebakerde, charismatische kerel als Bannion. Altijd brutaal, anderen te snel af, bereid het hoogste spel te spelen.

Explosief
Regisseur Joseph Losey wilde niets meer dan een harde en realistische misdaadfilm maken. Het ging hem om schetsen te geven van de ups en downs van dat leventje. Toen was nog niet negen op de tien films in de videotheek zo. Vandaar dat de film niet gehinderd wordt door enige vorm van kopieergedrag.

Die oorspronkelijkheid zie je terug in een ongewoon verhaal, waarbij je drie films voor de prijs van een krijgt: een overval, een gevangenisschets, en een gangsterromance. De verhaallijnenliefhebber zal het script warrig vinden. De film zit ook boordevol achterhaalde acteermaniertjes uit die tijd, zoals het demonstratief achteruit vallen na een kaakslag.

De film maakt veel goed met Stanley Baker, die Johnny Bannion speelt. Bannion is een explosief soort gangster. Je wilt niet met hem in een ruimte zitten. Twee gangsters komen in de cel met als doel hem af te tuigen maar het is alleen maar Bannion die aftuigt. Bannion zou prima een Colombiaanse cocaïnemaffia-imperium hebben kunnen leiden als hij wat later was geboren.

Inbraakklassieker
Tony le Stephanois uit Du Rififi chez les hommes (1955) is een ander soort cool gangstertype. Hij hoest, oogt introvert, en imponeert zonder wat te doen. Als hij een wenkbrauw ophaalt, deins je achteruit. Als iemand hem ontraadt om naar een club te gaan vlak voor het plegen van een kraak, antwoordt hij met:‘Ik moet het doen.’

Maar Tony is niet alleen rustig. Zoals wanneer Tony zijn overspelige ex-vriendin een lesje wil leren. Woorden heeft hij niet nodig. Een riem voldoet. Zijn smeuïge karakter, hoe karikaturaal ook, maakt de film veel interessanter dan een gemiddelde misdaadfilm.

Cool zijn als gangster kenmerkt zich kennelijk door kakelvers uit de gevangenis een kraak op te zetten. Dat hebben Le Stephanois en Bannion gemeen. Niks even uit zicht blijven, ze wachten beiden nog geen dag.

Le Stephanois heeft drie helpers om een juwelier te kraken. De operatie verloopt soepel en de buit is enorm. Maar concurrentgangster Grutter komt achter de roof. Hij is bereid het spel heel hard te spelen.

Du Rififi chez les hommes staat bekend als dé inbraakklassieker aangezien daar voor het eerst aan een stuk zo’n dertig minuten inbraak werd getoond zonder muziek. Opmerkelijk verschenen er talloze Rififi’s, tot en met twee keer een Rififi in Amsterdam. Het is toch lastig voor te stellen dat je nu een Pulp Fiction in Amsterdam zou gaan zien. Ze zouden toch alleen maar hamburgers eten.

Jules Dassin, de regisseur, dikte de boel lekker aan met steegjes, straatjes, jazzbars, morsige types. Dit was het Parijs van 1955. Of misschien is dit gangsterkitsch. Hoe dan ook ben ik voor dit soort sfeer enorm gevoelig en ik moet er niet aan denken hoe de Hollywood-remake van volgend jaar eruit zal zien.

Coolheidswaarde
De derde coole gangster moet wel een type uit een Melville-film zijn, zou je zeggen. Niemand rustte zijn gangsters uit met een hogere coolheidswaarde dan regisseur Jean-Pierre Melville. Keuze genoeg. Alain Delon als Jef Costello in Le Samouraï, Jean-Paul Belmondo als Silien in Le Doulos, Richard Crenna als Simon in Un Flic, Roger Duchesne als Bob in Bob le Flambeur.

Ik kies toch voor Frankie Bono uit het onbekende meesterwerkje Blast of Silence uit 1961. Frankie Bono is een rustige en ervaren huurmoordenaar uit Cleveland, die in New York een klusje komt doen. Hij moet een zekere Traiano omleggen.

Het echte leven van een huurmoordenaar blijkt saai. Hij schaduwt zijn slachtoffer, bezoekt feestjes, onderhandelt met zijn wapenleverancier, poetst zijn wapen, slentert door de stad, verveelt zich kapot.

Waar Bannion en Le Stephanois nog tot het einde aan toe blijven jagen op de poet, krijgt Frankie Bono last van een innerlijk stemmetje. Dat praat hem grandioos in de put. Als het dan toevallig Kerst is, raakt Bono de kluts helemaal kwijt.

Interessant aan de film vond ik de uitzonderlijk mooie bijrol van ‘Big Ralph’, de rattenliefhebber, en het Robert De Niroïaanse acteerwerk van Allen Baron. Barons blikken, uitbarstingen, koele loopjes, zijn zó De Niro. Dat kan natuurlijk alleen maar andersom zijn. Toen Blast of Silence uitkwam was De Niro achttien. Hoeveel van Baron zit in De Niro?

De reden dat de film Baron als gegoten zit, is omdat hij zelf het script schreef en regisseerde. Hij was pas zesentwintig en kreeg wat geld van een paar lokale New Yorkse producers om ‘een keiharde misdaadfilm' te maken. Maar veel geld was het niet. Zodoende nam hij zelf de honneurs waar van de hoofdrol.

De film sloeg amper aan en Baron werd later regisseur van tv-shows zoals Love Boat en Charlie's Angels. Iedereen moet natuurlijk geld verdienen. Niettemin is het erg zonde, dat verspilling van talent.

Vooral het chaotische einde maakt indruk. Baron maakt daarbij gebruik van een echte orkaan. Het doet denken aan hoe Coppola gebruik maakte van een door een storm verwoeste set in Apocalypse now.

Tegenwoordig wordt niets nagelaten om van gangsters vriendelijke, charmante jongens te maken. Hoe dreigend ook Jules de Bijbel citeert, hij blijft vooral sympathiek. Denk ook aan de ongelooflijk menselijke huurlingen van In Bruges, of het vrolijke moordstelletje in Mr. & Mrs. Smith. Met wroeging hebbende bikkels als Frankie Bono is dat allemaal begonnen.


REEKS (3) - CAMERA OBSCURA
In deze reeks bespreekt Bob van der Sterre elke aflevering een aantal thematisch gelinkte films. Hoe aparter, ouder en obscuurder, hoe liever hij ze heeft.