THE THING

Ballengraaiers op het ijs

(C) Universal (C) Universal (C) Universal (C) Universal

Zijn filmisch curriculum is rijk en divers, maar John Carpenters beste films behoren toch tot het horrorgenre. Hij varieert en wisselt af: van het misleidend rustige, bloedloze Halloween, tot het met effecten overladen The Thing. Carpenters verfilming van John W. Campells boek uit 1951 maakt ook vandaag nog indruk.

Campells boek Who Goes There? was het treurige lot beschoren dat het al meteen in de schaduw kwam te staan van de eerste verfilming ervan: het sfeervolle, subtiele The Thing From Another World van Howard Hawks uit 1951. Het boek inspireerde, met de strijd tegen het communisme op de achtergrond, ook Invasion of the Body Snatchers uit 1956 (en een versie uit 1978) en dus ook Carpenters klassiek geworden film uit 1982.

De vraag welke versie nu de beste is - die van Hawks of die van Carpenter - is snel beantwoord: het zijn twee verschillende films, met een eigen aanpak en een eigen invalshoek. Die van Hawks bleek succesvoller, die van Carpenter verwierf maar moeizaam de status die de film nu heeft. De release in 1982 viel op verschillende vlakken tegen: gevestigde critici knapten af op de exorbitante speciale effecten en bovendien had de film af te rekenen met ernstige concurrentie. Twee weken eerder was Steven Spielberg’s E.T. in de zalen verschenen en The Thing ging samen met Ridley Scott’s Blade Runner in première.

Kritiek
Die samenloop van omstandigheden zorgde voor een faliekant openingsweekend, met een opbrengst van goed 3 miljoen dollar, en dat voor een prent die 15 miljoen had gekost – weliswaar minder dan de 28 miljoen van Blade Runner, maar méér dan de 10 miljoen van E.T. De flauwe ontvangst voor The Thing was ironisch, want het was Carpenters eerste samenwerking met de grote productiemaatschappij Universal.

De kritiek deed Carpenter pijn omdat de film hem zo na aan het hart lag. Maar The Thing bleek een sleeper nog voor die term was uitgevonden. Een beetje zoals het ding uit het verhaal zelf, bekroop ook de film loom en langzaam het publiek. De waardering voor de prent kwam pas met de jaren: met heruitzendingen op televisie, in het videocircuit en later zelfs middels een hele franchise: een roman, een comiccyclus bij Dark Horse, een videogame en binnenkort zelfs een heuse prequel, geregisseerd door de Nederlander Matthijs van Heijningen Jr.

Ballengraaiers
The Thing is een echte mannenfilm, vol ruige baarden, bonkige kerels, driftig drinken – maar dus ook zonder logica of talent voor nadenken. Had scenarist Bill Lancaster (zoon van Burt) een vrouw in het team wetenschappers gezet (wat oorspronkelijk ook de bedoeling was, maar ze werd zwanger) dan was de film misschien wel helemaal anders verlopen. Misschien is wat daar op de Zuidpool gebeurt wel typisch mannelijk: de paranoïde angst om controle over de situatie te verliezen, het onophoudelijke haantjesgedrag om de touwtjes in handen te hebben.

Het archetype van die cowboyachtige macho is zonder twijfel Carpenters fetisjacteur Kurt Russell, die helikopterpiloot R.J. MacReady speelt. Zijn lont is nog kleiner dan zijn geduld. Handelen gebeurt voor denken. Of misschien is het wel die vreselijke cabin fever of hutkoorts die het stelletje kaartende ballengraaiers tot waanzin drijft. Hoe valt hun onvoorzichtige gedrag anders te verklaren? 

Tijdens de loop van het verhaal doen de hoofdrolspelers alles wat tegen de logica indruist maar blijkbaar ook toen al tot de geplogenheden van het genre behoorde. In een situatie waarin iedereen verdacht is, wandelen ze de helft van de tijd alleen doorheen hun kamp. Dat is niet slim, aangezien de vijand nagenoeg onzichtbaar is: een na tweeduizend jaar uit het ijs ontwaakte buitenaardse entiteit die meteen de gestalte en gedaante van zijn gastheer kan overnemen.

Dat brengt natuurlijk de nodige paranoia en achterdocht met zich mee en die culmineert in een ijzingwekkend spannende scène waarin MacReady het bloed van zijn kompanen één voor één controleert. Carpenter pakt die scène meesterlijk aan en bewijst dat hij in grootste vorm (zie ook Halloween) de absolute maître van de spanningsboog is.

Somberheid
Hoewel Carpenter voor The Thing in zee was gegaan met Universal, hield hij zelf strak de touwtjes in handen. Hij wilde en kreeg een naargeestig, deprimerend einde, waarin niet duidelijk is of de held van het verhaal gered zal worden of niet. Naar verluidt filmde Carpenter wel degelijk een shot waarin MacReady door een helikopter wordt opgepikt, maar liet hij dat zelfs in de gebruikelijke test screenings niet aan het publiek zien.

Droefheid, chagrijn en treurnis hangen als dichte mist over The Thing. De dagen van de wetenschappers in kou en ontbering maken de boel er niet vrolijker op. Carpenter maakt gretig van die doemsfeer gebruik. Het is een somberheid die ook over andere van zijn films hangt.

Transformatiescène
Maar The Thing werd ook en vooral bekend door de extatische effecten die de toen nog piepjonge Rob Bottin uit zijn mouw schudde: de zogenaamde transformatiescènes waarin de parasiet gedood wordt halverwege de overname van zijn gastheer. De scènes met de gemuteerde honden, het hoofd op spinnenpoten en de reanimatie zijn klassiekers.

Rob Bottin was ten tijde van The Thing nog maar 23 jaar, maar had al een resumé om u tegen te zeggen. Hij had onder meer meegewerkt aan King Kong (1976), Piranha (1978), The Fog (1980) en The Howling (1981), maar in The Thing ging hij helemaal over de rooie. De effecten zijn zelfs nu nog meesterlijk en verbluffend. Op persoonlijk vlak schraapte hij het onderste uit de kan, in die mate zelfs dat hij overwerkt in het ziekenhuis belandde, en een deel van het werk over moest laten aan Stan Winston.

Sommige regisseurs rijpen film per film en werken langzaam naar hun beste werk toe. Andere regisseurs beginnen zo beloftevol dat het na een aantal films alleen maar bergaf gaat. Ze vallen in herhaling, verzwakken, geraken zonder inspiratie. Dat laatste kan je Carpenter niet verwijten: hij is zichzelf blijven uitvinden, in verschillende genres, in diverse stijlen. Maar helaas zit hij nu aan de dalende kant van de parabool. Zo goed als Halloween, The Fog of The Thing wordt het nooit meer. 


REEKS (115) - KLASSIEKER
In deze rubriek snuffelen we elke editie langs grote, kleine en vergeten filmklassiekers.