Paul Greengrass is bij het grote publiek vooral bekend als regisseur van zijn drie explosieve actiethrillers met Matt Damon in de hoofdrol: de laatste twee Bourne-films, The Bourne Supremacy en The Bourne Ultimatum, en het recente Green Zone, een film over de zoektocht naar massavernietigingswapens in Irak.
Hoewel deze blockbusters qua budget en productie in schril contrast staan met zijn vorige films, zoals United 93 en Bloody Sunday, loopt er onmiskenbaar een rode draad doorheen Greengrass’ filmografie. Elk van zijn films laat zich kenmerken door een sterke maatschappijkritische ondertoon, een zeker politiek engagement, en een hyperrealistische cameravoering. Wat meer is: dankzij zijn commerciële succes beschikt Greengrass over de middelen om ook die kleine, persoonlijke films te blijven maken.
Beginjaren
Greengrass’ filmcarrière begint al op de middelbare school, wanneer hij samen met een vriend geanimeerde horrorfilmpjes maakt met enkele oude poppen en een Super 8mm camera. Na zijn studies aan de Universiteit van Cambridge schrijft hij zich in voor de Granada Television School, waar hij 10 jaar lang aan onafhankelijke documentaires werkt voor het ITV-actualiteitenmagazine World in Action.
In 1989 regisseert Greengrass zijn eerste fictiefilm, Resurrected, over een Britse soldaat die achtergelaten wordt op de Falklandeilanden na de oorlog met Argentinië. In de eerste helft van de jaren negentig trekt de Britse regisseur zijn sociaal-politiek engagement door in een reeks tv-films, waaronder Open Fire (over een politiek schandaal rond een politieagent die beschuldigd wordt van moord), The One That Got Away (over een militaire operatie tijdens de Eerste Golfoorlog), en The Fix (over een gokschandaal in het Engelse voetbal).
Documentairestijl
Pas op het einde van de jaren negentig verdient Greengrass zijn eerste strepen in het reguliere bioscoopcircuit, als regisseur van The Theory of Flight, een drama over een vrouw met de ziekte van Charcot (met Kenneth Branagh en Helena Bonham Carter), en als coscenarist van Omagh, een film over de IRA-bombardementen in de gelijknamige Noord-Ierse stad. Zijn grote doorbraak komt er in 2002 met de release van Bloody Sunday, een historisch oorlogsdrama waarvan Greengrass zowel het scenario als de regie in handen neemt.
In zijn intussen typerende documentairestijl reconstrueert Greengrass de gebeurtenissen van die bloedrode zondag op 30 januari 1972, toen het Britse leger tijdens een vreedzame demonstratie in het Noord-Ierse Derry veertien ongewapende activisten doodschoot. Bloody Sunday won 19 internationale filmprijzen, waaronder de Gouden Beer op het Filmfestival van Berlijn 2002 (een gedeelde eerste plaats met Hayao Miyazaki's Spirited Away), een BAFTA Award voor beste fotografie en belichting, de publieksprijs van het Sundance Film Festival 2002, en de British Independent Film Awards voor beste regisseur en beste acteur (James Nesbitt).
Bloody Sunday bracht Greengrass in het vizier van Hollywood. In 2004 trok Universal Pictures hem aan voor de regie van The Bourne Supremacy, de sequel op Doug Limans verfrissende bioscoophit The Bourne Identity uit 2002. Daarna kwam alles in een stroomversnelling, en regisseerde Greengrass achtereenvolgens United 93 (waarvoor hij een Oscarnominatie kreeg), The Bourne Ultimatum en Green Zone.
Bush-politiek
Terugblikkend op zijn laatste vier films onderstreept Greengrass dat de Bush-politiek daarin de rode draad heeft gevormd. Met de twee Bourne-sequels wou de regisseur de populaire franchise en het hoofdpersonage dichter bij de politieke realiteit van respectievelijk 2004 en 2007 brengen: “Na The Bourne Identity verwachtte iedereen uiteraard onderhoudende sequels, maar ik wou die films ook op een integere manier maken. Toen ik aan The Bourne Supremacy begon te werken, had ik eerlijk gezegd geen vertrouwen in een goede afloop. Om op korte termijn met veel geld je doel te bereiken, moet je op het vertrouwen en de maturiteit van de acteurs, de producenten, de distributeurs en de filmstudio kunnen rekenen, maar je moet het schip wel zelf durven sturen. Anders ben je de speelbal van de andere mensen rond tafel. Universal stelde zich echter welwillend op en het vertrouwen was er heel snel.”
Greengrass blikt met plezier terug op zijn samenwerking met Matt Damon, en wordt zelfs even filosofisch over zijn métier als filmmaker: “Naast een uitstekende acteur is Matt Damon erg loyaal en schrikt hij er niet voor terug om dieper te graven in zijn personages. Filmmakers stellen zich soms de vraag wie de beste acteur is. Maar dat is verkeerd. De juiste vraag is: wie is de beste acteur voor míj als regisseur?”
Mysterieus ruimteschip
“Regisseren is eigenlijk een synthese maken van de tools die je ter beschikking hebt. Je moet een evenwicht zoeken tussen de camerastandpunten en de acteerprestaties. Ergens in het midden ligt de filmtaal en de interpretatie ervan. Een film is een soort mysterieus ruimteschip. Je kan pas tot een symbiose komen als je als regisseur ook van achter de camera durft komen en de ruimte voor de camera leert verkennen. Regisseren draagt bovendien een interessante paradox in zich. Als je aanpak werkt, is het heel verleidelijk om hetzelfde nog eens opnieuw te proberen. Als je aanpak mislukt, dan moet je de opportuniteit voor iets nieuws te baat nemen en durven veranderen.”
Het is in die context dat Greengrass een lans breekt voor authenticiteit in de cinematografie: “Bloody Sunday was ouderwets en geïnspireerd door mijn achtergrond als documentairemaker, maar de techniek was zeer herkenbaar. Ook The Bourne Ultimatum is herkenbaar voor zijn tijd. Onze cultuur is de laatste 7 jaar enorm gehomogeniseerd. Dat voel je zowel in politiek, film als televisie. Het is precies die eenheidsworst die het publiek doet smachten naar authenticiteit.”
Authenticiteit
“Toen we The Bourne Ultimatum maakten, vroegen we ons af hoe we trouw konden blijven aan de anti-establishment ondertoon van de franchise. Mijn antwoord daarop was dat we filmlocaties moesten opzoeken waar je onmogelijk met een grote crew kan werken. Waar je telkens slechts met een tiental mensen op de set kan, waardoor je gedwongen wordt om te doen alsof je aan een kleine film werkt. Dat was voor mij de kern van authenticiteit, en dat voel je als kijker in de lange actiesequenties in Waterloo, Tangiers en New York City. Tegenwoordig is dat idee helaas een cliché geworden. Misschien moet ik wel met iets nieuws op de proppen komen. Ik zal mijn films maken zoals John Ford (lacht).”
Helemaal lyrisch wordt Greengrass als het over zijn stokpaardjes gaat: de nerveuze handcamera en de fast cutting-techniek. “De essentie van iets te maken dat snel aanvoelt, is het naar een plaats brengen waar het snel gaat maar traag aanvoelt. Dat is volgens mij de reden waarom mensen van The Bourne Supremacy en The Bourne Ultimatum houden. Je moet de voet op het gaspedaal durven zetten, maar tegelijk kiezen voor een accuraatheid die zodanig is dat mensen op een aangename manier de details kunnen lezen.”
Whiplashen
“Als het lukt, krijg je een paradoxale ervaring op het grote scherm die aanslaat bij het publiek. Het is ‘whiplashen’ met perfecte focus. De nerveuze cameravoering en snelle montage worden tegenwoordig te vaak en te slecht gebruikt. Je kan niet zonder meer het tempo blijven opvoeren zonder dat het oog de betekenis van de beelden kan absorberen.”
“Tegenwoordig denken veel filmmakers dat je een strak tempo kan creëren door alles snel na elkaar te monteren. Het tegendeel is waar. Dergelijke slechte montages maken de actiescènes niet alleen onoverzichtelijk, maar werken ook vertragend. De montage moet vloeiend aanvoelen en niet drukkend. Het gaat erom het juiste ritme te vinden, en dat is middenin de actie.”
“Als regisseur moet je voortdurend die moeilijke zone opzoeken tussen beheersing en het verliezen van de controle. Dezelfde principes gelden voor het aanwenden van muziek in films. Het is de wet van afnemende meeropbrengsten: als je naar een climax toewerkt, moet je ook durven landen. Dat is cruciaal bij actiefilms. Net als in het dagelijks leven moet je in een film het gevoel hebben dat je de ‘sonische rivieren’ binnengaat.”
Na The Bourne Supremacy kon Greengrass zijn eigenzinnige invalshoek verzilveren in de daaropvolgende Hollywoodproducties, maar de regisseur beseft tegelijk heel goed dat er aan zijn aanpak ook inherente limieten zijn: “9/11 en de Amerikaanse invasie in Irak waren de grote thema’s van mijn laatste twee films. Het wordt erg moeilijk om in de nabije toekomst een thema te vinden met dezelfde intensiteit. Ik zie wel in een uitdaging weggelegd in de grenzen van de westerse consumptiemaatschappij.”
Oorlogsdrama
Wellicht zal Greengrass zich de komende jaren vooral toeleggen op They Marched Into Sunlight, een film waarvoor hij zelf het scenario schreef. Het oorlogsdrama, dat ergens in 2013 in de bioscoop verwacht wordt, focust op het verzet tegen de Vietnamoorlog aan de Amerikaanse universiteitscampussen in 1967 nadat 61 VS-soldaten sneuvelden in een hinderlaag van de Vietcong.
De geruchten dat hij ook zou betrokken worden bij de door James Cameron geproduceerde 3D-remake van Fantastic Voyage, een avontuurlijke sciencefictionfilm uit 1966, veegt Greengrass van tafel: “Een vergadering of een gesprek is tegenwoordig blijkbaar al genoeg om het hele internet in rep en roer te zetten. Ik heb nooit gezegd dat ik die film zal regisseren.”