Competitie
Vergeet 22 mei en Smoorverliefd. Als er op dit filmfestival een Vlaamse film is die de verwachtingen wél weet in te lossen (en in dit geval zelfs weet te overtreffen), dan is het Pulsar. De tweede langspeler van regisseur Alex Stockman is in essentie een film over liefde en paranoia. Matthias Schoenaerts zuigt de camera naar zich toe als de obsessieve, rusteloze protagonist Samuel, een jongeman die strijd levert tegen een onzichtbare indringer en misschien vooral tegen zijn eigen demonen. Zijn sociaal isolement in zijn elektromagnetisch fort wordt met de minuut tastbaarder. Het resultaat is een bevreemdende artistieke trip die de val van intellectuele zelfbevrediging weet te ontlopen.
3 Backyards volgt de belevenissen van enkele bewoners van een voortdurend zonovergoten wijk in Amerika. Een blik op de duisternis die schuilgaat in de perfecte voor- en achtertuintjes is na American Beauty niet nieuw maar schrijver/regisseur Eric Mendelsohn creëert een opvallend visuele en auditieve kijkervaring. De opdringerige, vals-sprookjesachtige dwarsfluitmuziek en de overheersende geluidseffecten dreigen vlug op de zenuwen te werken maar na verloop van tijd raken de afzonderlijke elementen op elkaar afgestemd. Opvallend is ook hoe de camera door de scènes glijdt en we als kijker voyeurs worden. Mendelsohn creëert op de cruciale momenten een beklemmende sfeer en krijgt hulp van zijn uitstekende cast; met Elias Koteas en Edie Falco op kop.
Het Ierse All Good Children is een visuele parel maar stelt inhoudelijk bitter weinig voor. Na de dood van hun moeder verhuizen de jonge broers Dara en Eoin naar het Franse platteland waar ze intrekken bij hun tante. Dara sluit al snel vriendschap met Bella, de roodharige dochter van de Engelse buren. Wanneer het prepuberale meisje Dara begint te negeren, blijkt hij zijn emoties niet altijd onder controle te hebben. De jonge Jack Gleeson (die ogen!) en Imogen Jones (dat haar!) trekken goed hun plan in de debuutfilm van Alicia Duffy die in bepaalde scènes bewijst over meer dan genoeg talent te beschikken om ooit een heuse topfilm te maken. Ze zal dan een gestoffeerder scenario moeten schrijven want haar All Good Children is een te magere reflectie op brandende kinderliefde.
In Cyrus begint een zichzelf overtreffende John C. Reilly een relatie met Marisa Tomei. Haar 21-jarige zoon is de sta-in-de-weg. Authentieke, frisse en geestige cinema is het resultaat vooral dankzij een zoveelste topprestatie van John C. Reilly die uitblinkt als ongewone romantische held.
Tien opeenvolgende winters bewandelt het regiedebuut van Valerio Mieli het romantische sukkelstraatje waar Camilla en Silvestro niet uit geraken. Dieci Inverni is een kleine, spontane film over twee jonge mensen die overduidelijk voor elkaar gemaakt zijn, maar om uiteenlopende redenen niet tot bij elkaar geraken. Het leven staat hen in de weg. Isabella Ragonese en Michele Riondino acteren fris van de lever en naar Italiaanse begrippen erg ingetogen. Dat is meteen ook de grote kracht van de film. Mieli komt met eenvoudige, immer herkenbare scènes die voor zich spreken. Dieci Inverni is een onopgesmukte film over liefde en liefdesverdriet, gemaakt door een regisseur met een groot hart. Isabella Ragonese en Michele Riondino vormen met al hun kleine kantjes, koppigheid en dwarse opvattingen het mooiste filmkoppel van het festival.
Die Fremde, de Duitse inzending voor de Oscars van volgend jaar, is een pijnlijk realistisch drama over een jonge Turkse vrouw die met haar zoontje van haar agressieve man wegvlucht, en haar familie in een spagaat gedwongen ziet tussen hun liefde voor haar en de traditionele waarden van de Turkse gemeenschap. De minimalistische aanpak, het rauwe realisme, de delicate koorddans tussen waardigheid en waarden, en de intense vertolking van hoofdrolspeelster Sibel Kekilli (bekend van Gegen die Wand) maken van Die Fremde een terechte winnaar van de Grote Prijs voor Beste Film.
Get Low was een van de meest verwachte films van het festival en ontgoochelen deed hij niet. Robert Duvall speelt een zonderling die al tientallen jaren als kluizenaar in het bos woont. In de stad doen de gruwelijkste verhalen over hem de ronde. Om zijn bizarre leven af te sluiten, wil hij een overlijdensfeest geven. Zoiets als een begrafenis maar zonder dat hij dood is. Bill Murray en Lucas Black zijn de organisatoren van dat feest. Op Get Low is weinig aan te merken. De fotografie is prachtig. De acteurs zijn uitstekend op dreef, de muziek is de perfecte aanvulling op de beelden en het ongewone verhaal is altijd geloofwaardig. Om een instant klassieker te zijn, mist de film een vleugje genie en poëzie maar met ‘heel straf’ kan een filmliefhebber ook leven.
De films van de Noorse regisseur Bent Hamer zijn vaste prik geworden in Gent. Na Kitchen Stories en O'Horten zijn de verwachtingen dan ook hooggespannen. Jammer dus dat Home for Christmas teleurstelt. De prent verhaalt over een groepje los met elkaar verbonden mensen in een fictief stadje in Noorwegen en hun belevenissen op kerstavond. Melancholie ruimt algauw baan voor meligheid en de gortdroge humor kan niet blijven boeien. Home for Christmas kent goeie scènes en leuke momenten (het bezoek van de Kerstman) maar Hamer vervalt uiteindelijk in goedkoop sentiment en gemakkelijke symboliek (een vluchtelingenkoppel dat een kind krijgt in een hut in het bos).
The Housemaid was een van de hoogtepunten in Cannes dit jaar. De topfavoriet in Gent won de prijs voor de beste muziek. De topfilm van Sang-soo Im is een remake van de gelijknamige Zuid-Koreaanse klassieker uit 1960. Het titelpersonage is een jonge vrouw die als huismeid aangeworven wordt door een yuppie gezin. De echtgenote van de stinkend rijke zakenman is hoogzwanger. Ze ligt tonrond op de bank te suffen. Terwijl zij aftelt tot de bevalling houdt de nieuwe meid zich bezig met de opvoeding van haar dochtertje en gaat ze ’s nachts gewillig in op de seksuele avances van de man des huizes. Wanneer de meid zwanger blijkt te zijn, gaan de poppen aan het dansen. The Housemaid is op zijn Koreaans zeer strak vormgegeven. Het vlijmscherpe scenario is maatschappijkritisch, grappig en verrassend.
Vorig jaar won Open Your Eyes, een brave Israëlische film over een joodse homo. Shahada is een Duitse film over een islamitische homo. Shahada is een kansloze deelnemer. De mozaïekfilm volgt drie moslims die elk op hun manier zwaar gezondigd hebben tegen hun geloof. Er zijn goede momenten, maar de film kreunt onder zijn eigen gewicht. Het is te serieus, te belerend en jammerlijk schematisch opgebouwd.
Silent Souls (Ovsyanki) was na de goede ontvanst in Venetië een outsider in de competitie. De tweede film van de Russische regisseur Aleksei Fedorchenko duurt amper 75 minuten en vertelt het intrigerende verhaal van twee leden van het al lang uitgestorven Merja volk. Fedorchenko brengt een pakkende ode aan hun streek en hun voor westerlingen wat bizarre rituelen. De jongere vrouw van Miron is overleden. Hij wil haar ritueel begraven en vraagt Aist om hem daarbij te helpen. De twee mannen van weinig woorden doen wat hoort: de overledene wassen en haar voorbereiden op het uitvaartritueel. Eén van de tradities van de Merjas is dat tussen het moment van het overlijden en de begrafenis alle intieme details over de dode onthuld worden. De lange autorit naar de plek waar ze zal verbrand worden, is het ideale moment om uitgebreid terug te blikken op haar leven. Silent Souls is bevreemdend mooi en poëtisch. De kracht die uitgaat van de eeuwenoude tradities straalt indirect af op de film die dankzij de weelderige fotografie ook visueel zeer bekoort. Ondanks het droevige verhaal is er best eens te grimlachen. Silent Souls is een vette cinefiele kluif voor wie houdt van lang aangehouden shots en films die veel te raden laten.
De Zweedse gangsterfilm Snabba Cash – een verfilming van Jens Lapidus' roman - verrast geen seconde wat geenszins betekent dat het een zwakke film is. In tegendeel zelfs. Net omdat hij alle traditionele gangsterfilmelementen bevat, is hij zo onweerstaanbaar. De jonge economiestudent JW neemt binnen een drugskartel de rol op van financieel adviseur, een beetje zoals Tom Hagen in The Godfathersaga. Hij krijgt de plechtige belofte dat hij enkel advies moet geven, daarna zijn geld casht en de gangsters nooit meer terug ziet. Ooit al een filmgangster geweten die zijn woord houdt? Natuurlijk loopt het anders. De personages zijn menselijk, geloofwaardig en kwetsbaar zodat het nagelbijten is tot de finale shout-out. Afgaande op zijn rol lijkt voor de charismatische Joel Kinnaman een glorieuze toekomst weggelegd. Snabba Cash in binnenkort te zien in de Belgische bioscopen. Liefhebbers van het genre zullen zich geweldig amuseren.
Tender Son – The Frankenstein Project is uitstekende, academisch verzorgde cinema uit Hongarije. De titel verraadt waar de film over gaat. De kwaliteit zit in de uitgepuurde mise-en-scène en en de minimalistische vertolkingen. Het is knap hoe regisseur Kornél Mundruczo – die zelf ook de hoofdrol speelt – een gevoel van hoop creëert. Ijdele hoop dat het gevoelloze monster toch geen monster is... Het is traag, strak geconstrueerd en intelligent zodat Tender Son ook enigszins afstandelijk en kil overkomt. Ontegensprekelijk is dit een knap staaltje cinema. Wie last heeft van het gebrek aan menselijkheid heeft de film echt niet begrepen.
Drie jaar na zijn brutale, gitzwarte debuutfilm Ex Drummer kiest Koen Mortier ervoor om in zijn tweede langspeler wat meer sereniteit in de bouwen. In 22 mei neemt de regisseur ons mee naar een soort onwezenlijk vagevuur, waar de slachtoffers van een zelfmoordaanslag de bewakingsagent van het getroffen winkelcentrum met schuldvragen bestoken. Toegegeven, visueel scheert de film hoge toppen. De slow motion-beelden van de explosie, de grauwe ruïnes van de plaza en de surrealistische undergroundscènes creëren een sombere microkosmos die de aanzwellende angst en onmacht van de personages alleen maar intenser maakt. Het verhaal is helaas andere koek: de interne logica is ver te zoeken, de belevenissen van de personages lijken er bruusk met de haren bij gesleurd, en hun persoonlijke motieven hangen al helemaal met haken en ogen aan elkaar. Ook het acteerwerk kan maar zelden overtuigen, en de keuze voor Gunter Lamoot als comic relief in deze helse odyssee is zelfs te pijnlijk voor woorden. Een vreselijk gemiste kans, want het talent en de middelen waren aanwezig.
Avant-premières
Zo zien we ze graag: Another Year, de nieuwste depri-parel van Mike Leigh is een ingetogen, realistisch en tragikomisch portret over eenzaamheid, oud worden, alcoholisme en teleurstellingen. Jim Broadbent en Ruth Sheen zijn uitstekend als het gelukzalige koppel dat lijdzaam moet toezien hoe enkele van hun vrienden zichzelf verliezen in drank en zelfmedelijden. Lesley Manville steelt de show als de hypernerveuze Mary die wanhopig deel wil uitmaken van de familie en verder zijn er knappe vertolkingen van Peter Wight en Imelda Staunton in een hartverscheurende bijrol. We werden er misschien niet vrolijk van ("het leven is slecht en het wordt niet beter"; hoorden we een collega opperen.) Another Year is een van de absolute hoogtepunten van het festival.
De Eenzaamheid van de Priemgetallen is de verfilming van de gelijknamige Italiaanse bestseller. De regie was in handen van Saverio Constanzo, de man die eerder het religieuze drama In memoria di me maakte en debuteerde met Private, een straffe film over het Palestijns-Israëlisch conflict. De filmversie van de Eenzaamheid van de Priemgetallen is een zinderend drama met de kracht van een allesverwoestende emotionele tornado. Constanzo springt als een bezetene heen en weer in de tijd en schetst aan een adembenemend tempo de neergang, isolatie en geestelijke verarming van zijn personages. La solitudine dei numeri primi is machtige cinema van een topcineast.
Een sciencefictionkomedie waarin promiscue tieners, space cookies en absurde complottheorieën over het einde van de wereld het verhaal aanstuwen spreekt tot de verbeelding. Dat Kaboom niet zou uitblinken in subtiliteit, lag binnen de lijn van de verwachtingen. Maar ook ‘cheesiness’ heeft zijn grenzen: van karakterontwikkeling is nauwelijks sprake, de productiewaarden zijn bedroevend laag (denk de Power Rangers, maar dan zonder kleren), de ‘geestige’ oneliners missen veelal hun doel, en het gros van de dialogen is ronduit zwak. Hoewel overduidelijk een parodie op het genre actiethrillers waarin een sluitende verhaallijn en geloofwaardigheid ver te zoeken zijn, geeft de belachelijke plotafwikkeling deze dubieuze film finaal de doodsteek. Een briljant slechte film.
In The Kids Are Allright ontmoeten de tienerkinderen van het lesbokoppel Julianne Moore en Annette Bening hun biologische vader/spermadonor. Wat volgt is een zalige opeenvolging van verrassende situaties. Julianne Moore was waarschijnlijk nooit beter. The Kids Are Allright is een razend intelligente, knuffelbare crowdpleaser. Meer nog: het is een van de beste films van 2010.
De Turkse Italiaan Ferzan Ozpetek maakte met Mine Vaganti zijn beste film tot nu toe. Zijn warmbloedige familiekroniek is lekker traditionele cinema in goede betekenis van het woord. Een stevig verhaal, sterke vertolkingen, een fijne cinematografie en knappe muziek. De patriarch van een oerconservatieve succesrijke familie van pastamakers in Lecce krijgt het hard te verduren wanneer zijn oudste zoon tijdens een business diner aankondigt dat hij homo is. Papa krijgt het van de schok aan zijn hartRiccardo Scamarcio (bekend van Mio fratello è figlio unico en Romanzo criminale) speelt de pannen van het dak als homo die klaar is om uit de kast te komen maar dat door omstandigheden niet kan. Hij krijgt prachtig weerwerk van Nicole Grimaudo als de pittige tante wiens hart langzaam ontdooit. Mine Vaganti bewijst dat moderne cinema niet per se flitsend of ingewikkeld hoeft te zijn om te bekoren. Een goed, recht uit het hart verteld verhaal is meer dan genoeg.
Is het een zegen of een vloek de zoon van Nobelprijswinnaar literatuur Gabriel Garcia Marquez te zijn? Wat mag je verwachten als die zoon samenwerkt met Alfonso Cuaron, Alejandro Gonzalez Inarritu en Guillermo Del Toro? Het is nog niet gedaan met hoge verwachtingen scheppen: de hoofdrollen in Mother and Child worden gespeeld door Naomi Watts, Annette Bening en Samuel L. Jackson. Dat kan haast niet misgaan. Toch wel! Hoe straf Watts ook nu weer is, ze verzuipt mee in Garcia’s tranendal. Een zondvloed aan trauma’s en verdrongen gevoelens net de mozaïekvertelling die nochtans uitstekend begint. Watts is het eerste duur zo indrukwekkend dat je haar al ziet staan met de Oscar. De vijf kwartier die volgen zijn er te veel aan.
Een van de toptitels en een heuse publieksmagneet tijdens de voorstellingen was Never Let Me Go; Mark Romaneks sluimerende drama over drie jongeren – twee meisjes en een jongen – die na hun opvoeding in een mysterieuze Britse school in het reine moeten komen met hun lotsbestemming. Meer vertellen zou zonde zijn en hoewel het scenario van Alex Garland vrij vroeg het geheim van de film begint prijsgeeft, blijf je als kijker toch gekluisterd aan het scherm. Dat heeft ook te maken met de uitstekende vertolkingen van Carey Mulligan, Andrew Garfield en Keira Knightley. Die laatste bewijst dat ze meer kan dan in korsetten rondlopen. Wat we wel nog kwijt willen is dat Never Let Me Go raakt aan verschillende genres en dat de veronderstelling dat dit een oer-Brits kostuumdrama over de moeizame jeugd van jongvolwassenen is wel eens fout zou kunnen zijn. Die elementen zijn aanwezig maar de film onthult een verhaal dat veel donkerder, actueler en grimmiger is dan je aanvankelijk zal vermoeden.
Potiche is niet zijn allerbeste maar Ozonfans kunnen zich laven aan de zalige costuums, heerlijke decors, abrupte plot- en stijlwendingen en vooral aan de meer dan voortreffelijke cast (Deneuve op kop). Potiche is een piekfijn uitgewerkte komedie van de betere soort. Let ook op Jérémie Rénier in een opmerkelijke en bijzonder geslaagde bijrol.
Le Quattro Volte is zo’n film die het radicaal monotone en het immer cyclische tot kunst probeert te verheffen. Het verdict is tweeledig: regisseur Michelangelo Frammartino slaagt er met wonderbaarlijke natuurbeelden en langgerekte statische shots dan wel in om je mee te sleuren in zijn bucolische microkosmos - die bevolkt wordt door een oude herder, geiten, een assertieve hond (die de mooiste scène uit de film op zijn palmares mag schrijven) en een spar -, anderzijds valt er in zijn ‘natuurdrama’ hoegenaamd niets te beleven. Het resultaat is een arthouse-film die vervaarlijk balanceert op de grens tussen lyrische intimiteit en artistiekerige nonsens. (Ter info: in het Hongaarse drama Hukkle uit 2002 werd enkel gehikt, in deze film wordt er enkel gehoest, geblaft en gemekkerd…)
Thomas Vinterberg slaat ongennadig hard toe in Submarino, het verhaal over twee broers die elkaar na een traumatische gebeurtenis in hun jeugd uit het oog verliezen. Hun levenspad is bezaaid met Vinteriaanse obstakels en moeilijkheden. Submarino is er eentje voor kijkers met een sterke maag en een groot incasseringsvermogen want de Deense regisseur last geen moment rust in. Wanneer de broers elkaar terugvinden en de film een climax bereikt, hebben de twee genoeg meegemaakt om zeven maal zeven maal zeven levens te vullen. Submarino is een meesterwerk waar een normaal mens een paar dagen minder goed van eet en slaapt.
Woody Allen maakt geen slechte films (Hollywood Endig is de uitzondering die de regel bevestigt). Hij maakt briljante, ‘gewoon’ goede of films die wel ok zijn. You Will Meet a Tall Dark Stranger behoort tot de laatste categorie. Het ligt niet aan de topcast – Anthony Quinn, Naomi Watts, Josh Brolin, Antonio Banderas, Freida Pinto, Ewen Bremner – want die is in vorm. Het ligt ook niet het aan het verhaaltje. Huwelijken die op springen staan, ontrouw, jongere minnaressen, waarzegsters die goede raad geven: Woody heeft al eerder uit dat vaatje getapt. Het zijn de grappen die veel minder goed zijn dan we van de grootmeester gewend zijn. Te zelden ontlokt hij een echte schaterlach, te vaak een milde grimlach. Gemma Jones en Lucy Punch wegen bovendien te licht om een film van dit kaliber te dragen. In positieve zin onthouden we dat Naomi Watts altijd, overal en in ieder genre een indrukwekkende verschijning is.
Dat Nederlanders niet meteen meesters zijn als het over de realisatie van horror gaat bewijst nogmaals Zwart Water. Hoewel al aangekocht voor een Amerikaanse remake is dit een allesbehalve originele en ronduit schabouwelijk geacteerde griezelprent. Maar nog meer dan door de opdringerige, ergerlijk dramatische muziek en de irritante, zwak uitgevoerde shockeffecten faalt Zwart Water door het verhaal en de onbedoeld hilarische dialogen (een Vlaamse politieagent die aan de angstige Nederlandse hoofdfiguur vraagt of "van den haas gepoept is"). Beschamend zwakke film.
In Winter’s Bone, de tweede speelfilm van de onafhankelijke Amerikaanse cineaste Debra Granik, begeeft een onbevreesd tienermeisje zich op glad ijs. Terwijl ze haar noodlijdende familie bij elkaar probeert te houden, gaat ze op eigen houtje achter haar vermiste drugsdealende vader aan. Tijdens haar zwerftocht komt ze in aanraking met allerlei louche onderwereldfiguren, meth-smokkelaars, misdadigers en outlaws. Winter’s Bone is een sereen portret van een bergdorpje in Missouri waar de tijd is blijven stilstaan. Het is het verhaal van een jonge heldin die er dankzij haar fierheid, hoop en vastberadenheid in slaagt het hoofd boven water te houden in een verzwelgende poel van verderf. De opzettelijk groezelige cinematografie, het immer dreigende ‘oog om oog, tand om tand’-sfeertje, het verstillende sociaal-realisme en de levensechte acteerprestaties (de krachtige vertolking van de 19-jarige protagoniste Jennifer Lawrence op kop) maken van Winter’s Bone de ideale festivalfilm. De hypertraditionele opbouw, de nauwelijks uitgewerkte secundaire verhaallijnen, en de licht frustrerende catharsis na de strak aangehouden spanningsboog willen we dan wel door de vingers zien.
World Cinema
American Grindhouse is een heerlijk eerbetoon aan de groezelige geschiedenis van de Amerikaanse exploitation-cinema, een verzamelnaam voor lowbudgetfilms die seks, drugs, geweld en/of horror cultiveerden. Op een doortastende doch luchtige manier fietst de film door alle subgenres heen, van de ontstaansperiode met Tod B...rownings Freaks als culminatiepunt, over nudie-cuties en blaxploitation, tot en met de huidige lichting grindhouse-hommagefilms (American Gangster, Grindhouse). Een zeer vermakelijke documentaire waar de liefde voor het genre van af spat.
Lekker klassiek is het Franse L’Arbre et la Fôret, een film van het regisserende duo Olivier Ducastel en Jacques Martineau dat eerder Crustacés et Coquillages en het bekendere Drôle de Félix maakte. Hun laatste werk is geen komedie maar een kleine familiekroniek waarin heel veel gepraat wordt. De film speelt zich grotendeels af in het door bossen omringde landhuis van Frédérick, de pater familias. Hij bleef afwezig op de begrafenis van zijn eigen zoon. Zijn andere zoon en zijn kleindochter stellen zich daar ernstige vragen bij en verwachten een verklaring. Die krijgen ze ook en de uitleg is niet wat ze verwacht hadden. Frédéricks verblijf in een Duits concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft tientallen jaren later nog meer invloed op zijn dagelijkse leven dan zelfs zijn dichtste familieleden kunnen vermoeden. Ducastel en Martineau behandelen hun moeilijke thema op een heel serene, ingetogen manier. Ze hebben met Guy Marchand de ideale hoofdrolspeler in huis gehaald. Op de achtergrond spelen Sabrina Seyvecou en Yannick Renier erg sterke bijrollen.
In Armadillo bijt documentairemaker Janus Metz Pedersen zich zes maanden vast in het spoor van een groep jonge Deense soldaten tijdens hun eerste missie in Afghanistan. De troepen worden gestationeerd in een militaire basis in de zuidelijke provincie Helmand, op minder dan een kilometer van de Taliban. Het resultaat van de krachttoer is een authentieke, nerveuze documentaire die een ontluisterend beeld schetst van de extreme fysieke en psychologische omstandigheden in het epicentrum van een zinloze oorlog. Met ware doodsverachting begeven de makers zich mee op het slagveld, waar de kogels langs de camera’s zoeven, de lijken zich opstapelen en de paranoia en het cynisme bij de soldaten zienderogen toeneemt. Armadillo is een visueel verbluffende, existentialistische afdaling in de chaotische geesten van enkele door het noodlot bijeengebrachte strijdmakkers. De film, die heel wat controverse uitlokte in Denemarken, werd op het afgelopen filmfestival van Cannes bekroond met de Grand Prix de la Semaine de la Critique.
Au Revoir Taipei (Yi ye Taibei) is de lichtvoetige, knuffelbare debuutfilm van Arvin Chen. Hij jongleert behendig met de clichés van de Aziatische gangsterfilm en de Europese liefdesfilm. De verlegen Kai gaat iedere avond naar een boekhandel waar hij Frans leert uit een cursus die hij bij het vertrek netjes terug in het rek zet. Zijn liefje is naar Parijs vertrokken en Kai wil haar achterna reizen. Geld voor een ticket heeft hij niet. Zijn vader wil het hem niet geven dus zit er voor hem niets anders op dan een klusje te klaren voor de plaatselijke maffiabaas. Au Revoir Taipei speelt zich af gedurende één nacht waarin de arme Kai via de telefoon gedumpt wordt door zijn lief, zijn carrière als gangster een slechte start neemt en hij blind blijft voor de liefde van het mooie – wel bereikbare – meisje uit de boekenwinkel. Arvin Chen hanteert een excentrieke kleurenpalet dat verraadt dat je zijn film niet al te serieus moet nemen. De gangsters hebben een hoog Coen-gehalte met hun knaloranje kostuums en hun absurde conversaties. Het is dan wel licht verteerbaar en onschuldig maar de jonge hoofdpersonages – Kai en Susie – veroveren stiekem een plaatsje in ons filmhart. Ze geven de film een hartslag. Het speelse gemak waarmee Chen van de verschillende genres één organisch, evenwichtig, vlotlopend komisch en verhaal maakt, verraadt een groot talent.
Jack Cardiff was in 2001 de eerste cinematograaf in de geschiedenis van de Academy Awards die een ere-Oscar in ontvangst mocht nemen. Cameraman: The Life & Work of Jack Cardiff is een waardig eerbetoon geworden aan de nederige ‘meester van licht en kleur’, wiens carrière maar liefst 7 decennia overspande. Inzichtelijke interviewfragmenten met o.a. Martin Scorsese, John Mills en Charlton worden zorgvuldig afgewisseld met anekdotische lardering van Cardiff zelf, pionier van het Technicolor-procedé en fotografieleider van grote klassiekers als The African Queen, The Red Shoes en Black Narcissus. Een must-see voor elke cinefiel.
Kernwapens zijn slecht. Dat is de boodschap die Lucy Walker wil meegeven met Countdown to Zero, een geëngageerd maar vooral belerend pleidooi voor een totale nucleaire ontwapening. Om duidelijk te maken waar iedereen het eigenlijk over eens is, laat de cineaste een hele reeks internationale politici en deskundigen opdraven. Walker schuift enkele reële bedreigingen naar voor, maar komt voor het overige niet veel verder dan een historisch overzicht van de verspreiding van de atoombom, een karrenvracht cijfers en een opeenstapeling van hypothesen. Wanneer alles in stelling is gebracht om de informatie te gaan analyseren, rollen de eindcredits over het scherm. Conclusie: bespaar u de moeite en het geld, en lees een goed boek over geopolitiek.
De ongewone relatie tussen een vader en zijn 12-jarige dochter is de as van het Canadese Curling, de nieuwe film van Denis Côté. Het verhaal speelt zich af in de winter in een stadje in Québec. De vader werkt als klusjesman in de plaatselijke bowlinghal en het motel. Het sneeuwt, is bitter koud en het motel heeft zelden gasten. De bewoners zijn bijna letterlijk afgesneden van de buitenwereld. Het hippe, kleurrijke Montréal is mijlen ver weg. Dat laatste speelt in de kaart van de vader die zijn dochter zo veel mogelijk afschermt van de kwalijke invloeden van onze moderne maatschappij. Een moeder is niet meer in de buurt. Hij geeft het meisje zelf les. Het is niet overdreven te stellen dat er werkelijk niets gebeurt in Curling. Het is een minimalistisch portret over een man die de weg kwijt is, over zijn dagelijkse bezigheden en de voorzichtige strijd die zijn dochter voert om toch deel uit te mogen maken van de wereld. Emmanuel Bilodeau en Philomène Bilodeau zijn ook in het echte leven vader en dochter. Hun breekbare vertolkingen passen perfect bij dit trage drama waarin de weinige gebeurtenissen nauwelijks een rimpeling zijn in hun bestaan. Terwijl het verhaal op het eerste gezicht voortkabbelt zonder doel, krijgt de vader steeds meer inzichten en krijgt de film meer en meer body. Curling is geen hapklare brok, het is ook niet de beste film die ooit in Québec is gemaakt, maar hij bevestigt het unieke talent van de bijzondere regisseur die ook Nos Vies Privées maakte.
Persoonlijk drama, ziekte, ongeluk, pijn, verdriet, depressie en hopeloosheid zijn de hoofdingrediënten van de Turkse mozaïekfilm Five Cities (Bes Sehir). Ondanks de trage opbouw en de loodzware onderwerpen is het een bekijkbare, bij momenten zelfs zeer aangename film. Regisseur en scenarist Onur Ünlü volgt vijf personages die elk hun portie ellende op het bord krijgen. Een politieagent ziet zijn liefde onbeantwoord door een verkoopster in een snoepwinkel. Een straatventer is hopeloos verliefd op een andere verkoopster in diezelfde snoepwinkel, maar hij slaagt er niet in haar aandacht te trekken. Een elfjarig jongetje heeft last van zijn ademhaling en moet fysieke inspanningen vermijden. Het is zijn droom deel te kunnen nemen aan het regionale schoolkampioenschap volksdansen, maar dan moet hij uren kunnen huppelen en springen. Dan is er nog de eenzame leraar van de dorpsschool. Met erg knappe vondsten en de introductie van een aantal magisch-realistische elementen haalt Ünlü de zwaarmoedigheid uit zijn droevige verhaal. Fivies Cities toont hoe mooi donker kan zijn.
De documentaire Hugh Hefner: Playboy, Activist and Rebel is een informatieve, leuk gemaakte, interessante maar ook erg eenzijdige kijk op het leven van Playboy-bedenker en Bunny-bejaarde Hugh Hefner. Hij wordt net niet heilig verklaard en hoewel we ons natuurlijk kunnen vinden in Hefners pleidooi voor vrije meningsuiting bleven we toch een beetje op onze honger. Wie is Hef nu echt? Toegegeven; zijn volharding om Afro-Amerikaanse artiesten kansen te geven op televisie in een tijd dat zoiets controversieel was, siert hem; maar we hadden graag meer inzicht gekregen in de persoonlijkheid van een man voor wie oprechte liefde immer van korte duur is. De psychologie van Hefner wordt grotendeels genegeerd en zijn tegenstanders worden in korte interviews neergezet als oerconservatieve puriteinen. Dit is een aangename, vlug te verteren documentaire die elke warmbloedige man zal doen dromen van een bezoekje aan het beruchte Playboy-mansion maar weinig meer dan dat.
In Tsjechië werd Kawasaki's Rose (Kawasakiho ruze) een grote hit. De film van Jan Hrebejk heeft het over collaboratie met het communistische regime, een onderwerp dat begrijpelijker wijs nogal gevoelig ligt. Wanneer een beroemde psychiater een prestigieuze onderscheiding krijgt, bijt zijn schoonzoon zich vast in zijn verleden. Hij heeft een schijthekel aan zijn schoonpa en doet er alles aan om diens status als moedige verzetsheld tegen de communisten aan diggelen te slaan. Persoonlijke wraak is geen edelmoedig motief, maar geeft de schoonzoon de energie om te gaan spitten in het verleden van de topwetenschapper. Wat hij ontdekt is niet fraai. De makers hebben er goed aan gedaan een groot verhaal – collaboratie en verraad in een totalitair regime – te vertellen in de vorm van een kleinschalig familiedrama. Een scenarist verbrandt zich al snel de vingers aan dergelijke politiek geladen onderwerpen. Kawasaki’s Rose is een bescheiden drama – in de stijl van het Argentijnse Cordero de Dios – over een familie die uit elkaar valt wanneer kwalijke geesten uit het verleden opduiken. De integere, gevoelige en zuivere manier waarop het onderwerp benaderd wordt, verdient veel lof. Weinig spectaculaire maar heel degelijke cinema is het resultaat. Zeker kijken als deze film ooit uitgezonden wordt op Canvas.
Little Rock is een stadje in Californië waar niets gebeurt. De twee jonge Japanse toeristen (broer en zus) die er per toeval belanden, overnachten in het plaatselijk motel en hopen de volgende dag hun reis verder te zetten richting San Francisco. Het uiteindelijke doel is Manzanar waar meer dan honderdduizend Japanners gevangen zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Little Rock is een onafhankelijke Amerikaanse film met een niet mis te begrijpen boodschap over de Amerikaanse maatschappij en over de houding van Amerikanen tegenover buitenlanders. Tegelijkertijd is het een ontnuchterend portret van een stadje waarvan er daar duizenden zijn, een bijna onzichtbaar stipje op de landkaart. Het fijne aan Littlerock is dat regisseur en scenarist Mike Ott straffe personages heeft gecreëerd die hij gecontroleerd buiten de lijntjes laat kleuren. Het Japanse meisje ziet een verlengd verblijf in Littlerock best zitten, gecharmeerd als ze is door de aandacht van de jonge mannen. Haar fanatiekste aanbidder is Cory, een wat slome gast die het ooit hoopt te maken als fotomodel of acteur of kunstenaar, het maakt niet uit, als hij maar weg kan. Hoofdrolspeler Cory Zacharia speelt min of meer zichzelf. Hij groeide op in de buurt van Littlerock, overleefde dankzij de voedselbonnen die zijn familie kreeg en wacht al zijn hele leven op een kans een nieuw leven te beginnen. Littlerock is alvast een goede start voor een jonge gast die het wil maken in de cinema. De droge humor, knappe fotografie en de offbeat personages maken dit een filmpje waar je langzaam van gaat houden. Knap werk dat poëtische somberheid combineert met een ontwapenende eerlijkheid.
Geef mannen een bal en ze zijn blij. Of ze nu tien zijn of honderd en tien, of ze nu dikke pensen hebben of alle dagen werken aan hun sixpack, het maakt geen moer uit. Het Deense Oldboys is een complexloze komedie over een elftal vijftig- en zestigplussers dat de illusie in stand houdt dat ze een voetbalploeg vormen. Vagn Bendtsen is hun niet zo moeilijk te kloppen doelman. Zijn voornaamste kwaliteit is dat hij iedere week trouw komt opdagen dus mag hij blijven spelen van de coach. Andere hobby’s dan voetbal heeft hij niet. Zijn gsm rinkelt alleen wanneer zijn bezorgde moeder hem belt. Aan zijn deprimerende bestaan komt onverwacht een einde wanneer hij met zijn ploeg vertrekt naar Zweden om daar een match te spelen tegen een club van gepensioneerde agenten. Bij een tussenstop aan een tankstation vertrekt de bus zonder hem. Vagn krijgt een lift van de gast die net op de moment het tankstation overvalt. Samen zetten ze de achtervolging op de bus in. Oldboys is een bijzonder eenvoudige maar uitzonderlijk grappige en efficiënte buddy- en roadmovie. Het debuut van Nikolaj Steen – broer van de briljante actrice Paprika Steen – biedt pretentieloos vertier aan een razend hoog tempo. De gortdroge vertolking van de op Alan Alda-lijkende Kristian Halken is om in te lijsten. Oldboys is altijd verrassend,
De jongerenjury bekroonde het Zweedse Pure (Till Det Som ar Vackert). Het debuut van de Zweedse theatermaakster Lisa Langseth is een heel klassiek drama over de 20-jarige Katarina, een jonge vrouw die helemaal open bloeit wanneer ze een baantje krijgt als receptioniste in de concertzaal in Göteborg. Music soothes the savage beast, of zoiets. Katarina woont in een trieste buitenwijk van de stad, haar moeder drinkt en haar lief is een leeghoofdige sukkel in vergelijking met de hoogopgeleide, elegante, belezen collega’s op haar nieuwe werk. Een stevige identiteitscrisis ligt op de loer. De dirigent van het orkest heeft dat door en richt zijn pijlen op de jonge, frisse en labiele prooi aan de receptie. Lisa Langseth vertelt het oeroude verhaal op zo’n sublieme manier dat je mond openvalt. In ieder shot vindt ze de perfecte balans tussen visuele pracht en lyrische uitdrukkingskracht. Elk beeld is een schilderijtje zonder te vervallen in loze mooifilmerij. Haar film is visueel zo sterk opgebouwd dat zelfs de eenvoudigste close-up een enorme dramatische impact krijgt. Het statische concertgebouw met de prachtige rode zeteltjes en majestueuze ornamenten is een personage op zich. Het verwelkomt en omarmt Katarina in het begin, spuwt haar emotieloos uit aan het eind. Hoofdrolspeelster Alicia Vikander hoeft niet eens zo veel te doen om indruk te maken. Pure is de ideale Engelse titel voor dit krachtige psychologische portret van een zoekende jonge vrouw. Langseth heeft cinema tot zijn puurste vorm herleid: die waarin beeld, licht, geluid, decors, montage, dialogen en vertolkingen elkaar tot in het oneindige versterken en een onverbreekbaar geheel vormen. Een absolute voltreffer.
In R maakt een jonge Deense delinquent kennis met de bikkelharde logica die binnen de gevangenismuren regeert: één van obscure deals, pragmatische erecodes en brutaal geweld. Het enorme inlevingsvermogen van hoofdrolspeler Johan Philip Asbæk, de levensechte figuranten, de rauwe opnames op locatie, de intense muzikale score, de claustrofobische cameravoering en de bij wijlen massieve mokerslagen die worden uitgedeeld, maken van R een authentieke, ziekmakende gevangenisfilm die wel nog even blijft nazinderen. Alleen de grillige afwikkeling van de plot vormt een kleine smet op het blazoen van dit anders uitstekend speelfilmdebuut van partners in crime Tobias Lindholm (de schrijver van Submarino) en Michael Noer.
Een van de meest bevreemdende films was Rubber; het verhaal over een moorddadige autoband. Al in de absurde openingsscène kondigt regisseur Quentin Dupieux zijn compleet banale film aan; waarin alles zonder reden of logica verloopt. De makers slagen er in om de autoband een - psychopathische - persoonlijkheid mee te geven; brengen "hem" met een veelheid aan visuele grapjes tot leven maar de vele, schijnbaar eindeloze montages van de door het zand rollende band gaan algauw vervelen. Hoe leuk het ook is om te zien hoe de band dankzij psychische krachten dieren en mensen uit elkaar laat spatten; na tien keer wordt het trucje toch repetitief. Rubber is zelfbewust, idioot en een beetje pretentieus maar ook best wel grappig. Wie bereidt is om mee te gaan in de onzinnige chaos kan hier misschien een leuke kijkervaring uit halen. Waarom? "No reason".
Schemer is een spannende, zeer goed geconstrueerde Nederlandse films van Hanro Smitsman. Het scenario is geïnspireerd door de moord op de 16-jarige Nijmeegse Maja Bradaric in 2003. Zij werd schijnbaar zonder reden door haar eigen vrienden om het leven gebracht, een zaak die in Nederland de nodige ophef maakte. De film bekijkt de verbijsterende feiten vanuit het standpunt van de zes jonge hoofdpersonages. Zij brengen een zomer door zoals tieners dat in heel Europa doen. Ze lummelen en drinken, flirten, dansen, zwemmen, barbecueën, alles waar je niet moe van wordt en zolang ze het amen doen, is het ok. Naarmate de zomer vordert, raakt de donkerharige Jessie steeds meer geïsoleerd. De eigenzinnige en onvoorspelbare tiener plooit niet voor de groepsdruk. Ze ergert haar vriendinnen door zich de avances van hun vriendjes wel te laten gevallen. Ze beschadigt het ego van diezelfde vriendjes door hen eerst aan te trekken en dan weer brutaal af te stoten. De moord zelf is in Schemer naar het tweede plan verwezen. Smitsman onderzoekt de motieven van de vijf vrienden. Hij wil weten waarom honderd procent normale, doorsnee 15-jarigen een moorddadig complot smeden, het koelbloedig uitvoeren en achteraf doen alsof er niets gebeurd is. Zijn opdracht is geslaagd want hij schetst een geloofwaardig psychologisch kader waarin de dergelijke misdaad mogelijk is. Hoe licht en onbenullig de redenen van de daders ook lijken, Smitsman maakt ze inzichtelijk en begrijpelijk zonder ze goed te praten. Door dezelfde situatie telkens vanuit het standpunt van een ander personage te bekijken, toont hij hoe de kleine ergernissen en frustraties zich ophopen, beginnen te gisten en de moord onafwendbaar wordt. Een gerechtspyscholoog had niet beter kunnen verwoorden wat er zich in de hoofden van de daders heeft gespeeld dan Smitsman. De jonge cast levert uitstekend werk. Matthijs van de Sande Bakhuyzen (Het Leven uit een Dag), Robert de Hoog (Skin) en Melody Klaver (Oorlogswinter) maken indruk maar alle aandacht gaat naar de verbluffende Gaite Jansen die Jessie speelt. In een scène kan ze zowel de ijskoude manipulatieve, liegende, treiterende bitch spelen als de onzekere, naar aandacht hunkerende tiener. Ze speelt met de camera alsof ze nooit iets anders gedaan heeft en vult het scherm. Jansen speelt met een gemak en een ongedwongenheid die alleen pure natuurtalenten hebben. Ze doet vlotjes over wat ze in geweldige tv-serie In Therapie zo magistraal deed: de kijker bij het nekvel pakken en hem niet meer loslaten. Door de rauwe, niet vergoelijkende manier waarop de zes tieners geportretteerd worden, is Schemer een harde film die ongenadig hard raak treft en een waarheid vertelt die niet iedereen graag zal horen. In Nederland draait Schemer enkel in kleine bioscopen. De multiplexen hebben geen trek in deze film die het heeft over de absurde zinloosheid van geweld...
Positieve discriminatie op het Filmfestival van Gent is zeker verdedigbaar. Bestaat er immers een mooiere gelegenheid om Vlaamse films voor te stellen aan het publiek? Het festival opende voor het tweede jaar op rij met werk van eigen bodem. Na voltreffer De Helaasheid Der Dingen vorig jaar ging de eer deze keer naar Smoorverliefd. Een slecht idee want de derde film van Hilde Van Mieghem is met voorsprong de aller slechtste Vlaamse film van 2010. Smoorverliefd is een romantische komedie over vier vrouwen van verschillende leeftijden, gespeeld door Veerle Dobbelaere, Wine Dierickx, Marie Vinck en Aline Van Hulle. Hun problemen om eerst de ware te vinden en later te houden, zwanger te raken, schreeuwend klaar te komen of een eerste zoentje te krijgen, staan centraal. Jan Decleir, Huub Stapel, Koen De Bouw, Kevin Janssens, Koen De Graeve en Stef Aerts zijn de mannen van dienst. Aan grote namen geen gebrek, aan raffinement en komische timing tragisch genoeg wel. Het is goed van Hilde Van Mieghem dat ze haar vrouwen over seks laat praten, maar de dialogen lopen zo stroef en zijn zo geforceerd vrijpostig dat ze gênant worden in plaats van grappig of cool. Ze weet ook wel waar ze visueel heen wil met haar film en er zitten goede vondsten in maar Van Mieghem heeft geen maat kunnen houden en de overload aan gimmicks, trouvailles en effectjes wordt op den duur erg vermoeiend. De irritante voice-over heeft geen toegevoegde waarde, de knipogen naar Woody Allen zijn veel te doorzichtig en flauw en de meeste grappen gaan de mist in door een manifest gebrek aan scherpte, originaliteit, frisheid en dosering. Bovendien speelt niet één acteur of actrice op niveau. Zelfs Wine Dierickx en Koen De Graeve gaan reddeloos ten onder terwijl Marie Vinck maar een schim is van de sexy, jonge vrouw die ze in deze film had kunnen zijn. Koen De Bouw loopt er bij alsof hij liever in de stromende regen nog een prei had geplant voor Groene Vingers. Echt erg wordt het wanneer Van Mieghem op het einde een aantal plottwists en partnerwissels serveert die kant noch wal raken. Met een verhaal dat geen seconde geloofwaardig is, geen sikkepit romantische chemie bevat, pijnlijk humorloos blijkt en gedragen wordt door de zwakste collectieve acteerprestaties in Vlaanderen ooit, is de kwalificatie bagger niet ver af. Na De Kus en Dennis van Rita bestond al redelijk wat twijfel over Van Mieghems kwaliteiten als regisseur. Smoorverliefd neemt die niet weg. Haar volgende project is de verfilming van Tom Lanoye’s roman Sprakeloos. Kan dat goed komen?
Het Zweedse Sound of Noise is een van de meest originele, intelligente, gewaagde, spannende, jonge, ironische en publieksvriendelijke conceptfilms ooit. Zes drummers plannen een ware aanslag op de stad. Ze vormen daarmee de eerste groep muziekterroristen uit de wereldgeschiedenis. Het brein van de groep is de blonde Sanna. Zij wil chaos en wanorde creëren door een avant-gardistische symfonie in vier delen uit te voeren met omgevingsgeluiden. Politieagent Amadeus Warnebring moet hen zien te klissen. Hij is de enige a-muzikale telg uit een familie van muziekgenieën. Zijn vader is componist, zijn broer een gevierde dirigent. Zelf haat hij muziek. De makers van Sound of Noise mikken voluit op alternatief vertier en plezier. Dat het slim en ontzettend hip is, geldt als aardige bijkomstigheid. Het is telkens weer uitkijken naar de gestoorde manier waarop de terroristen nu weer zullen toeslaan. Voor hun eerste aanslag gebruiken ze de medische instrumenten in een operatiekamer. Het resultaat is hilarisch. Ook hun bankoverval en de aanval op het plein voor het concertgebouw is zeer vindingrijk en amusant. Het beste bewaren ze voor het laatst. Sound of Noise neemt fijn de hysterie over terrorisme in de zeik en maakt zich vrolijk over klassieke muziek met hoofdletter K en M. Het komt echt niet vaak voor dat een scenario waar intellectuele mannetjes jarenlang aan geschaafd hebben zo’n gemakkelijke, commerciële en steengoede film oplevert die zonder probleem in prime time op VTM of BNN zou kunnen uitgezonden worden. Het slimme denkwerk uit zich in de talrijke fijne details en het perfecte evenwicht tussen ernst en humor. Nu maar hopen dat dit Zweedse pareltje een Belgische en Nederlandse distributeur vindt want deze film verdient een reusachtig publiek.
Vijf jaar geleden was Joves, de vorige film Carles Torras te zien op het Filmfestival van Gent. Na zijn wankele, zeg maar rampzalige, debuut had geen weldenkend mens er nog geld op ingezet dat Torras ooit een tweede film zou maken. Maar zie: de Catalaan is terug met het 78-minuten durende Trash, een film die zijn naam niet gestolen heeft. Trash is beter dan Joves, dat is niet zo moeilijk, maar stelt even goed niets voor. Centraal staan twee zussen: Clara en Susana. Het vriendje van Clara is een rockgitarist die het doet met haar beste vriendin. Terwijl Susana hoogzwanger thuis zit, doet haar man het tijdens een zakenreis in Roemenië met geblondeerde hoeren. De moeder van Susana en Clara heeft borstkanker, leert wiet roken en wordt verliefd op een medepatiënte. Clara zelf wordt verkracht door haar beste vriend terwijl ze na een wild avondje drugs en alcohol uitgeteld op bed ligt. Ja, een mens maakt wat mee in het leven. is niet simpel. Met de eendimensionale personages is identificatie onmogelijk en de hopeloze opeenstapeling van clichés en voorspelbare situaties ontneemt al snel de zin om verder te kijken. Carles Torras weet hoe hij mooie vrouwen in beeld moet brengen, daarmee is het positiefste gezegd. Trash is zo mislukt dat zelfs de kans dat hij bij ons in een videotheek belandt onbestaand is. Gelukkig maar.
De rest
Door al dat rode loper-gepalaver over de abominabele openingsfilm Smoorverliefd kreeg die andere openingsfilm (die in de Vooruit het startsein mocht geven) veel te weinig aandacht. Zonde want Exit Through the Gift Shop is een bescheiden, vermakelijke aanrader. Deze bijwijlen erg grappige documentaire lijkt aanvankelijk een relaas over street-art te worden maar ontpopt zich tot een interessante karakterstudie over een aan grootheidswaanzin lijdende man. Acteur Rhys Ifans praat het geheel aan elkaar en het is niet de excentrieke kunstenaar - Banksy - maar wel de geschifte documentairemaker zelf die het onderwerp is van de film. Realiteit en fictie lijken zich met elkaar te vermengen en de prent mondt uit in een scherpe, zwartkomische kritiek op de uit de hand gelopen celebrity-cultuur. De vraag stelt zich: is talent echt nodig om het te maken in de wereld? Of volstaat een grote mond en een gargantuesk ego?
Ondanks de enthousiaste, uitzinnige hoofdrol van Andy Serkis als punkrocker Ian Dury stijgt Sex & Drugs & Rock & Roll (en dat met zo'n titel) niet boven de middelmaat uit. Regisseur Mat Whitecross bombardeert zijn film met animaties, geschifte camerabewegingen en oorverdovende songs maar het resultaat beklijft nooit, de nevenpersonages zijn grijze muizen op de achtergrond en alle pogingen om "anders" te zijn worden teniet gedaan door een braaf scenario dat alle clichés van de biopic omarmt; de problematische relaties met vrouwen; het trauma uit de jeugd; verslavingen... Serkis gaat voluit maar de film is een gemiste kans.
De Deense productie Berik van de Nieuw-Zeelandse regisseur Daniel Joseph Borgman is op het Filmfestival van Gent verkozen tot Beste Europese Kortfilm. De film, die eerder dit jaar de Grand Prix Canal+ wegkaapte op de Semaine de la Critique in Cannes, is hierdoor meteen ook genomineerd voor de prijs voor Beste Kortfilm van de European Film Academy. Berik handelt over een door radioactieve straling misvormde, blinde man in Oost-Kazachstan. Op een dag krijgt hij onverwacht bezoek van een jongetje met een voetbal. Met zijn aandoenlijke personages, ingetogen beeldvoering en melodieuze gezangen laat deze kleine film zien hoe wederzijds begrip kan ontstaan door een speling van het lot. Andere uitschieters in de Europese Kortfilmcompetitie waren de Duitse inzending Nach den Jahren, de Frans-Italiaanse coproductie Tre Ore, en de Vlaamse kortfilm Slechts op bezoek van Lydia Rigaux waarin een jonge knaap praatjes maakt met de bewoners van een appartementsgebouw aan het Rabot in Gent.
Na het fantastisch eigenwijze Les triplettes de Belleville uit 2003 was het dit jaar uitkijken naar de tweede animatiespeelfilm van de Fransman Sylvain Chomet. L'illusionniste is een persoonlijk en charmant eerbetoon geworden aan Jacques Tati, op deze festivaleditie de centrale figuur in de sectie Het Geheugen van De Film. Chomet leverde echter niet het verwachte meesterwerk af. Ondanks de wondermooie animatie, de talloze visuele spitsvondigheden en de prachtige, tot in de puntjes gestileerde setting (Edinburgh in de jaren vijftig), gaat L'illusionniste gebukt onder een erg slappe verhaallijn (overigens zonder dialoog). Ook de humor pakt niet: in plaats van ‘Tatiaanse satire’ krijgen we een voorspelbare cartooneske variant voorgeschoteld. Adorable mais sans plus.
Pianomania is een waanzinnige, intieme documentaire over een virtuoze pianostemmer, Stephan Knüpfer, die wereldberoemde concertpianisten helpt in hun zoektocht naar de perfecte klank. De man sleutelt net zo lang aan de hamertjes en de snaren tot stemming, klankkleur en amplitude de artiest kunnen bekoren. Indien nodig worden daartoe zelfs geluidsreflectoren, tennisballen en boormachines ingezet. Pianomania is een film die passie, engelengeduld, obsessie en toewijding een gezicht geeft. Verplichte kost voor liefhebbers van pianomuziek.
Balans / Sterk maar weinig verrassend
De organisatoren van het grootste en belangrijkste filmfestival van het land zetten de tering naar de nering.
Editie 2010 was opvallend kleinschaliger dan de voorbije jaren. Zo waren er minder bekende gasten dan gebruikelijk. Dat is geen ramp want hun praatje voor de film beperkt zich meestal toch maar tot “Ik ga niet te veel vertellen over de film / Het was een unieke ervaring / Ik werkte met uitzonderlijk getalenteerde mensen / Gent is een mooie stad.” Catherine Deneuve was er wel en dat zal Vlaanderen geweten hebben. Heel even was zij de koningin van Vlaanderen.
Het grote aanbod van Nederlandstalige producties was opvallend. Moeten we daar nu zo blij mee zijn? De vier Vlaamse en drie Nederlandse films waren niet allemaal goed. Hilde Van Mieghem opende feestelijk met haar romantische komedie Smoorverliefd en tekende meteen het absolute dieptepunt van deze jaargang. Enkel de Nederlandse thriller Zwart Water deed haar concurrentie aan. De wetenschappelijke discussie welke van de twee nu werkelijk de aller slechtste is, kan enkel beslecht worden aan de toog. Schemer daarentegen is wel een topper. En Waar de Sterre Bleef Stille Staan, Pulsar, 22 Mei en R U There hebben hun goede tot zeer goede momenten maar kunnen in hun geheel niet overtuigen.
De inkrimping van het filmbudget was het duidelijkst merkbaar in de programmatie van de sectie World Cinema die merkelijk minder avontuurlijk en cinefiel getint was. Er waren nauwelijks films uit het Midden-Oosten, Afrika en Latijns-Amerika. De filmfans die naar Gent kwamen om vooral titels te zien die geen reguliere release zullen krijgen, bleven een beetje verweesd achter. Ze waren er wel, die heerlijke verrassingen: het Noorse R, het Taiwanese Au Revoir Taipei, het Québecois Curling, het Deense Oldboys, het Tsjechische Kawasaki’s Rose en het Zweedse Sound of Noise.
Ronduit gemakzuchtig en tegenvallend was de keuze voor Jacques Tati in de sectie Geheugen van de Film. Tati is ontegensprekelijk een van de invloedrijkste cineasten ooit, maar over de Fransman zijn al zo veel boeken geschreven en documentaires gemaakt dat het festival niets nieuws over hem heeft gebracht.
Eén van de hoogtepunten van het filmfestival was de druk bijgewoonde Q&A-sessie met de Britse regisseur Paul Greengrass. Greengrass, bij het grote publiek vooral bekend van The Bourne Supremacy, The Bourne Ultimatum en Green Zone, ging in gesprek met Knack Focus-hoofdredacteur Patrick Duynslaegher en beantwoordde achteraf ook vragen van een belangstellend publiek. Een uitgebreid verslag van de Q&A leest u hier.
Meer dan ooit was Gent een avant-première festival dat koos voor zekerheid. Van de dertien competitiefilm waren er elf al aangekocht door een Belgische distributeur. Ze draaien later gewoon in de Belgische bioscopen. Er zaten toppers bij – Cyrus, The Housemaid, Snabba Cash en Die Fremde – maar erg spannend is het niet en het gaat een beetje in tegen het idee dat je op een filmfestival unieke films kan zien.
Veel avant-premières dus. Wie kan klagen als daar zo veel sterke titels bijzitten? De verdrietige personages van Mike Leighs Another Year spoken nog weken rond in het hoofd, The Kids Are Allright is een van de beste Amerikaanse komedies van het jaar, het Italiaanse Mine Vaganti is Ferzan Ozpeteks (La finestra di fronte, Harem Suaré en Haman) beste film tot nu toe, Winter’s Bone is indrukwekkende Amerikaanse onafhankelijke cinema, Thomas Vinterberg mept zijn publiek knock-out met Submarino net als Saverio Constanzo met zijn verfilming van de bestseller La Solitudine Dei Numeri Primi. Dan vergeten we bijna dat ook nieuwe van François Ozon, Woody Allen en Sofia Coppola te zien waren.
Ook dit jaar stond het festival in het teken van de filmmuziek en nergens werd dat majestueuzer duidelijk dan tijdens de overweldigende World Soundtrack Awards waarbij componisten van internationale faam en het Vlaams Radio Orkest het beste van zichzelf gaven. Tijdens het concert van John Barry schitterde de componist (door ziekte) in afwezigheid, Tim Robbins kwam zijn band voorstellen en het plaatje werd vervolledigd met documentaires over Georges Delerue, Michael Nyman en de filmmuziek van Spartacus van Alex North.
Editie 2010 geeft een dubbel gevoel. De meeste films waren goed maar het had allemaal wat verrassender en gedurfder gemogen.
Matthias Van Wichelen
[KADERTEKST END]