Het bekroonde raciale drama In The Heat of the Night, gesitueerd in het bolwerk van bandeloos racistische Mississippi, herbergt zo’n charismatische eenling. Hoofdrolspeler Virgil Tibbs gespeeld door de zwarte acteur Sydney Poitier botst frontaal met racisten in het naargeestige stadje Sparta. Maar iedereen die hem niet om zijn inhoud, maar om zijn huidskleur beoordeelt ervaart zijn kalme woede.
Poitier is een zelfbewuste zwarte Amerikaan, in 1963 liep hij mee met Martin Luther King in de burgerrechtenmars naar Washington. In 1964 werd hij de eerste zwarte acteur die de Oscar voor beste acteur won (Lilies of the Field). Het zou bijna 40 jaar duren voordat Denzel Washington in Training Day (2001) zijn prestatie zou evenaren.
Canadese creatievelingen weten goed raad met de Amerikaanse droom die voor sommigen meer op een nachtmerrie lijkt. In muziek en film weten zij gevoelige snaren te raken bij hun buren: Neil Youngs Alabama, een aanklacht tegen een racistische staat en The Band met hun weergaloze Amerikaanse plattelandse epos, The Weight.
Onrustbarend beeld
De Canadese Regisseur Norman Jewison (The Cincinnati Kid, The Thomas Crown Affair) weet evengoed met het broeierige In The Heat of the Night een authentiek en onrustbarend beeld van racisme in Mississippi neer te zetten. Hij is dank verschuldigd aan zijn cinematograaf Haskell Wexler, vele scènes van deze klassieker lijken rechtstreeks weggelopen uit het oeuvre van kunstschilder Edward Hopper: desolate, eenzame beelden uit een Amerikaans landschap zwanger met onheil.
Maar vooral Poitier en zijn tegenspeler Rod Steiger als Chief Gillespie schitteren in deze beklemmende thriller, terecht bekroond in 1968 als beste film. De Oscarceremonie werd in dat jaar uitgesteld vanwege de moord op Martin Luther King (4 april, 1968), zeker wrang vanwege de inhoud van In The Heat of the Night, een portret van een doortastende zwarte die racisten wil overtuigen van zijn kwaliteiten als mens. De film werd bekroond met vijf oscars, waaronder Steiger voor beste acteur en Stirling Silliphant voor zijn spaarzame, explosieve scenario.
In de zinderende hitte van de nacht, na de moord op een machtige industrieel, is een goedgeklede, zwarte vreemdeling op familiebezoek in het stadje. De vreemdeling Virgil Tibbs wacht op een trein terug naar het noorden, maar wordt zuiver vanwege zijn huidskleur voor de moord ingerekend. Tibbs wordt in de gevangenis voor het eerst geconfronteerd met het vleesgeworden racisme Chief Gillespie, een kauwgum knauwende, snel pratende redneck.
Virgil is een intelligente rechercheur uit Philadelphia gespecialiseerd in moordzaken. Hij wordt meteen beledigd door Gillespie (Rod Steiger). “Virgil, That’s a funny name for a niggerboy from Philadelphia. What do they call you up there?” Virgil, woedend, antwoordt met de legendarische Hollywood zin: “They call me Mister Tibbs.”
Kauwritme
De excellerende Rod Steiger als Gillespie voegt een nieuwe dimensie toe aan het kauwen van gum, zo virtuoos dat het begeleiding van het Sparta Symfonie Orkest verdient, als dat zou bestaan. Hij kauwt dat het een lieve lust is en als zijn wenkbrauwen fronsen en zijn mond even stil valt houden zijn onderdanen angstig hun adem in, maar dan hervindt hij zijn kauwritme en cadans en iedereen haalt opgelucht adem.
Virgil wordt snel vrijgelaten en uitgedaagd om de moordzaak te helpen oplossen. Het is evident voor Gillespie dat hij te maken heeft met een bekwame rechercheur getuige Tibbs’ vergaande kennis van forensische zaken. Zij werken, in een sfeer van racisme en vijandelijkheid, moeizaam samen.
De focus van de film volgt nauw de relatie tussen deze twee tegenpolen, maar het is een relatie die steeds verandert om tenslotte uit te komen bij schoorvoetend wederzijds respect. Het contrast tussen Gillespie en Tibbs is schril, het zijn twee op hol geslagen botsautootjes, subliem aan elkaar gewaagd.
Opmerkelijk is dat Steiger fysiek erg op de aartsracist Archie Bunker uit de tv-serie All in the Family (1971-79) lijkt. Archie werd gespeeld door Carroll O’Connor die later in de zeer succesvolle spin-off tv-series van In The Heat of the Night (1988-1995) ook de rol van Chief Gillespie zou spelen.
In 2009 kreeg Sydney Poitier het presidentiele medal of freedom uit handen van een andere succesvolle zwarte landgenoot, President Barack Obama. Noemenswaardig is het feit dat Poitier al in 1967 de komst van Obama voorspelde in het lichtvoetige raciale drama Guess Who’s Coming to Dinner: daarin spreekt hij met de blanke vader van zijn verloofde over de toekomstige rol van zijn kinderen in de Amerikaanse maatschappij.
Eloquente aanklacht
Na de grimmige apotheose van In The Heat of the Night weet Gillespie de mens Tibbs los van zijn huidskleur te waarderen. Wanneer hij Tibbs naar het station begeleidt, zou men instinctief kunnen denken aan het befaamde Amerikaanse lied geschreven door sociale activist Woody Guthrie: This Land is Your Land, This Land is My Land.
Gillespie knikt vaarwel, maar als hij in de priemende ogen van zijn zwarte landgenoot kijkt, zou hij evengoed de laatste regel van dat lied kunnen parafraseren: “Vooruit Mr Tibbs - This land was made for me AND you.”
In the Heat of the Night is niet alleen een monumentale klassieker, dankzij Steigers kauwgum, Poitiers kalme woede en het inzicht van een bevlogen Canadees is het evenzeer een eloquent aanklacht tegen racisme.
REEKS (116) - KLASSIEKER
In deze rubriek snuffelen we elke editie langs grote, kleine en vergeten filmklassiekers.