DE EERSTE KEER

Tremors – Wormen aan het buffet

Tremors: de teugels losjes in de handen. (c) Universal Tremors: meer tot de jaren tachtig dan tot de jaren negentig. (c) Universal Tremors: odd couple als hoofdpersonages. (c) Universal Tremors: survivalexpert Burt Gummer. (c) Universal

Hollywood als wielerploeg: als metafoor is het zo gek nog niet. De kopmannen met snelle benen en verschroeiende demarrages gaan voor de blockbusters. De werkmieren kruipen in de schaduw. Er moeten ook mindere koersen gereden en gewonnen worden. Misschien met minder talent, maar met des te meer panache. En soms, dan treden ze op het voorplan, de mindere goden.

Een kopman kan je regisseur Ron Underwood niet  noemen. Hij is geen Spielberg of Scorsese; geen Fincher of Nolan. De bergen die hij in zijn carrière beklom waren niet zo steil. Underwood is de man van het voorzichtig vals plat. Hij regisseerde meer dan honderd educatieve filmpjes voor hij zich aan fictie waagde. Met zijn kinderprogramma’s voor ABC won hij meteen een Emmy Award.

Underwood debuteerde op het grote scherm met de horrorkomedie Tremors (1990), een goed foute film die zo sympathiek in elkaar steekt, dat je de mindere punten meteen vergeet. De film is een pretentieloze ode aan de monsterfilms uit de jaren vijftig zoals The Thing (1951), The Beast From 20.000 Fathoms (1953), Gojira (1954), Them! (1954) en Tarantula (1955). Underwood verstaat de kunst om de teugels losjes in handen te houden: hij respecteert de formule, maar niet te strak.

Schaar en lijm
Wie Tremors vandaag bekijkt, moet goed voor ogen houden dat de film in 1990 in de zalen verscheen. Dat lijkt niet zo lang geleden, maar toen Jurassic Park medio 1993 de eerste blockbuster vol digitale effecten werd, veranderde het filmische landschap en zeker dat van de monsterfilm. Het verschil is eenvoudig: de reuzenwormen uit Tremors zijn bij wijze van spreken met schaar en lijm in elkaar geknutseld; die uit de sequel zes jaar later tonen de scherpe tanden in CGI. Het zijn twee films aan de andere kant van een breuklijn.

Underwood zou die sequel (en de twee volgende, én de televisieserie) niet meer zelf regisseren. Tremors werd een sleeper hit en lanceerde zijn carrière naar hogere echelons – althans in de jaren negentig. Underwood regisseerde onder meer City Slickers (met Billy Crystal en Jack Palance), Heart and Souls (met Robert Downey, Jr.), Speechless (met Michael Keaton en Geena Davis) en zelfs de remake van de originele Mighty Joe Young uit 1949.

De koning van de kermiskoers ging daarna geen klassieker rijden. Dat klinkt respectloos, maar dat is het niet want Underwood legde zich in de nieuwe eeuw vooral toe op televisie. Hij regisseerde afleveringen van topreeksen als Monk, Boston Legal, Heroes en Castle. Dat doet hij kundig en goed. Alleen: als zijn naam op de begingeneriek verschijnt, zijn er maar weinig kijkers die het daar warm of koud van krijgen.

Dat is wel jammer, want Underwood is zeker geen grijze muis die regisseren als bandwerk beschouwt. In Tremors druipt de liefde voor het medium film van het scherm. Er zit passie in de film, Schwung, energie, humor, vakkennis, maar nooit op het protserige af. Als Underwood met zijn camera het standpunt van de worm inneemt en op die manier door het woestijnzand glijdt en glibbert, weet je dat hij niet pretendeert het warme water uit te vinden. Het hoort tot de regels van het spel, de clichés van het genre. Underwood weet wat zijn publiek wil en bedient hen graag.

Eén lang buffet
Technisch gezien behoort Tremors met zijn budget van amper 11 miljoen dollar meer tot de jaren tachtig dan tot de jaren negentig. De film is meer Gremlins dan Jurassic Park. De toon is luchtig en licht. De humor wint het van de horror. Hoe kan dat ook anders met zo’n odd couple als hoofdpersonages? Kevin Bacon was destijds nog maar 32 en vooral bekend van lichte, komische rollen. Fred Ward, toen al 48, was eigenlijk veel bekender. Hoe dan ook: het klikt tussen de twee en dat merk je. Zoals het in een buddy movie hoort kibbelen ze wat af zonder elkaar echt te kunnen missen.

De meest memorabele rol uit de film is nochtans voor Michael Gross, die in de jaren tachtig een cultstatus verwierf als pa Steven in de geweldige tv-serie Family Ties van Gary David Goldberg en met Michael J. Fox in een glansrol. Gross had net, na zeven seizoenen, de allerlaatste aflevering van Family Ties ingeblikt, toen hij op de set van Tremors stond als survivalexpert Burt Gummer, en zou ook nog opdraven in alle sequels.

De trillingen waar de film zijn titel aan ontleent, worden voor het eerst waargenomen door seismologie Rhonda LeBeck (Finn Carter), een mooie, jonge actrice die haar carrière begonnen was in de eeuwig lopende CBS-soap As the World Turns. De trillingen zijn niet afkomstig van aardbevingen, maar al snel ontdekken de inwoners van het oude mijnwerkersstadje Perfection dat er bloeddorstige reuzenwormen in de woestijn van Nevada verscholen zitten.

De reuzenwormen eten en vreten alles: van mensen tot auto’s tot caravans. De makers houden de oorsprong van de wormen (althans in het origineel) opzettelijk vaag. Is het gedrocht afkomstig van radioactieve mutatie? Betreft het een buitenaards wezen? Een prehistorisch dier? Alle mogelijke clichés passeren tijdens de film wel de revue in een mooie knipoog naar de monster mash uit de jaren vijftig. De enige zekerhuid luidt: het dier is er en het heeft honger. De vallei is één lang buffet.

Wormpje
Het is niet zo zeker wie juist de held uit Tremors is en hoe die de vijand kan verslaan. In eerste instantie lijken dat de klusjesmannen Val en Earl (Bacon en Ward), maar hun vaardigheden liggen toch meer bij het omheinen van een stuk woestijn of het legen van een beerput dan bij het inmaken van een monster. Seismologie Rhonda? Zij heeft haar inbreng. Maar het is toch vooral wapenfreak Burt die indruk maakt wanneer hij zijn heel arsenaal aan wapens bovenhaalt en leeg knalt op het monster dat liefkozend “wormpje” wordt genoemd.

Wormpje was het geesteskind van Tom Woodruff Jr. en Alec Gillis. Beide effectengoeroe’s hadden op dat moment al een indrukwekkende dierentuin bij elkaar getemd: Woodruff had meegewerkt aan Terminator en Aliens, Star Trek en Pumpkinhead; Gilles aan Friday the 13th en Cocoon. Recent nog werkten ze samen aan de ontwerpen van de aliens uit Skyline.

Woodruff en Gillis evolueerden mee met de tijd. Ze ruilden latex en schuimrubber voor computers en blue screens. Maar hun wormen uit Tremors zijn lekker old school in elkaar gedraaid. Er valt geen spoortje CGI te bekennen. In Tremors werken ze nog volledig volgens het WYSIWYG-principe: je krijgt wat je ziet. De campy wormen (die in de sequels de naam “Graboid” krijgen) zijn mechanische constructies die met verf en slijm doordrenkt zijn. Ze zijn eerder lomp dan lenig, eerder gezapig dan gevaarlijk. Hoewel: tussen hun scherpe tanden wil je toch niet belanden. De worm blijft, zo weet een personage in de film, “de grootste zoölogische ontdekking van de eeuw”.

Uiteindelijk is het no-brainer Val die weet hoe de laatste Graboid verslagen moet worden. De man zonder plan heeft eindelijk een idee. Zo eindigt Tremors op een positieve noot. De worm is dood. De echte held staat op en krijgt op de koop toe zijn prijs. Zo hoort het in een lekkere, leeghoofdige creature feature die zich op een keerpunt in de filmische geschiedenis bevindt. Na Tremors werden de effecten beter, maar het toontje ernstiger. Of dat een positieve evolutie is, laten we hier maar in het midden.


REEKS (15) - DE EERSTE KEER
In de reeks “De eerste keer” (her)bekijken we regiedebuten van regisseurs die het achteraf gemaakt hebben.