De trol, die zijn oorsprong in Scandinavische volksverhalen en legendes vindt, werd algauw opgemerkt door fantasyschrijvers die het wezen in allerlei vormen en gedaanten opvoerden in sprookjes, mythes en heldendichten. Zo herinneren we ons uit onze kinderjaren dat Paulus De Boskabouter het altijd aan de stok kreeg met bruine trollen met bultige neuzen en ook de Hobbit Bilbo had niet lang na zijn vertrek uit Hobbiton een aanvaring met enkele reuzen.
In films doken ze tot voorheen minder frequent op, maar daar komt ongetwijfeld binnenkort verandering in. Na het succes van The Lord Of the Rings-trilogie en de Harry Potter-films is het u vergeven als u zich niet meer kan herinneren dat het fantasy-genre voor 2001 amper als een volwaardige, laat staan lucratieve bron voor een film werd beschouwd. De weinige films die zich eerder hadden gewaagd aan een afdaling in een wereld vol orks, heksen, tovenaars, goblins en eenhoorns werden nu niet meteen beschouwd als waardevolle uitingen van de zevende kunst.
Films als Legend, Labyrinth en The Dark Crystal waren en zijn nog steeds dappere pogingen om geloofwaardige fantasy-werelden te creëren maar de technologische beperkingen van die tijd lieten niet altijd toe dat die werelden en hun personages volledig konden worden gerealiseerd (al zijn deze films zeker de moeite waard; voor iedereen die ook maar enigszins interesse heeft voor het genre).
Heel even doken er enkele trollen op in Ron Howards fantasy-epos Willow, maar in die prent leken ze eerder op overdadig harige mensapen (en eentje transformeert uiteindelijk in een tweekoppige, stop-motion draak) dan op de natuurgedrochten uit folklore.
Puisterige trol
En wat te denken van de aanwezigheid van trollen in horrorfilms? In een poging om een graantje mee te pikken van het succes van Gremlins verscheen in 1986 de film Troll in de zalen. Het resultaat is een ronduit bedroevende, compleet van de pot gerukte, infantiele monsterfilm waarin een klein blond meisje bezeten raakt van een puisterige trol.
Allerlei handpoppen en dwergen in pakken duiken op als “trolachtigen” en een paddenstoel zingt etherische muziek terwijl de trollen hun eigen themaliedje grommen. Het waren ongetwijfeld paddenstoelen van een andere soort die de filmmakers verorberden bij het maken van deze prent. En toeval of niet: een personage heet Harry Potter en een van de producenten is er nog steeds van overtuigd dat J.K. Rowling bij hem de mosterd is komen halen voor haar Harry Potter-boeken.
Vreemd genoeg werd Troll een cultfilm in de kringen van griezelliefhebbers en dus kon een vervolg niet uitblijven. Het abominabele Troll 2 is zo mogelijk nog slechter dan het eerste deel en het is al te belachelijk dat er niet eens trollen voorkomen in de film. Dwergen in jutezakken zijn “goblins” en we herinneren ons vooral de gigantische hoeveelheden groen slijm die in de film werden geproduceerd... en geconsumeerd. Uiteindelijk volgde er nog een Troll 3... over moorddadige planten. Tja, what's in a name?
Dat een wansmakelijk stukje cinema als Troll 2 überhaupt bekendheid geniet is vooral te danken aan de naar verluidt uitstekende documentaire Best Worst Movie over hoe het verder is gegaan met de cast en crew. En in tegenstelling tot de film die het onderwerp is van de documentaire zijn de meeste critici hier wel lovend over.
Dat trollen een kwalijke reputatie hebben op het witte doek hebben we nu wel bewezen. Hoog tijd dus om hun imago op te krikken. Was de trol in de toiletten in de eerste Harry Potter-film nog een verdienstelijke poging, dan bleek de trol in de Mijnen van Moria in The Fellowship Of The Ring het echte werk: een uitstekende interpretatie van het trol-zijn. De trollen in de Rings-films zijn analfabete bruten; stevige doch domme worstelaars die het eerder van hun kracht dan van hun weinig ontwikkelde intellect moeten hebben.
Fauna en flora
En nu is er dus Trollhunter (of Trolljegeren, voor wie de originele titel verkiest). Deze low-budget mockumentary gaat verder op het pad dat door The Blair Witch Project werd ingeslagen en toont een montage van enkele “gevonden videotapes” waarop te zien is hoe enkele jonge filmmakers in Noorwegen in het kielzog van een trollenjager dolle avonturen beleven.
De film is lang niet perfect (enkele plotwendingen en personages zijn overbodig, het nachtelijke dwalen door de bossen en de shaky-cam hebben we nu wel gezien) maar de creativiteit van scenarist/regisseur André Øvredal werkt aanstekelijk. Het verhaal mag dan weinig om het lijf hebben; de scènes waarin de trollen uit het woud tevoorschijn komen en de personages te lijf gaan zijn uitstekend. Met het ongetwijfeld lage budget in gedachten zijn de effecten bijzonder geslaagd en de diversiteit in het uiterlijk van de trollen – die in de film als een deel van de lokale fauna en flora worden gezien – mag geprezen worden.
Øvredal bewijst dat griezelen niet altijd goor of bloederig hoeft te zijn. Zijn film is grappig, inventief, soms puberaal en zit vol kwajongensachtige humor. Het is geen grote cinema maar de populariteit van de film op diverse festivals is terecht en verdiend.
Wat vooral opvalt is dat de trollen niet worden afgeschilderd als bloeddorstige monsters maar wel als eeuwenoude berg- en bosbewoners die vooral met rust willen worden gelaten. Met de verfilming van The Hobbit in productie en de laatste Harry Potter binnenkort in onze zalen lijkt het er voorlopig niet op dat de trollen enige rust zullen krijgen. Maar op Troll 4 zitten we alvast niet te wachten.
The Troll Hunter (Trolljegeren) speelt vanaf 12 mei in de Nederlandse en 27 juli in de Belgische bioscopen. De film was te zien op het 29ste Brusselse International Festival van de Fantastische Film.