De tijd van duffe, saaie, bladzijde-voor-bladzijde verfilmingen ligt gelukkig al een tijd achter ons. Regisseurs met klasse en durf spelen hun visueel talent uit en weken er de woorden mee los van papier. Ze zijn niet slaafs en niet tegendraads. Ze doen iets met het boek, zonder de sfeer en toon ervan te veranderen.
Dat heeft Mark Romanek goed in de oren geknoopt. De sobere maar sfeervolle manier waarop hij de geweldige roman Never Let Me Go van Kazuo Ishuguro (schrijver van The Remains Of The Day) aanpakt, is precies de goede. Romanek is niet aan zijn proefstuk toe. In het gemillimeterde One Hour Photo, met Robin raskomiek Robin Williams als fotografische psychopaat, bewees hij al dat hij naast videoclips voor Janet Jackson, Madonna of David Bowie ook talent heeft op het grote scherm.
Rust en kalmte
Als regisseur legt Romanek een rust en kalmte aan de dag die de wenkbrauwen doet fronsen. Is dit de man die ooit de remakes van The Omen (2006) en The Wolfman (2010) ging regisseren? De ingetogenheid waarmee de man filmt, echoot naar de rust en kalmte waarmee Ishugoro schrijft: die van een naar Engeland uitgeweken Japanner. Er staat geen adjectief teveel in het boek. Elke komma dient een doel. De regisseur volgt getrouw de driedelige structuur van het boek, dat zich uitstrekt van 1978 over 1985 tot 1994. Een klassiekere, degelijkere opbouw bestaat niet.
Wie de roman van Ishiguro niet gelezen heeft, geniet het meest van de film. Die opent in de wat troosteloze kostschool Hailsham. We maken kennis met Kathy, Ruth en Tommy, drie kinderen die tot elkaar veroordeeld lijken. Hailsham kent zijn eigen regels en wetten. Dagelijkse hygiëne lijkt buitenproportioneel belangrijk. De speeches van directrice Miss Emily benadrukken steeds maar weer hoe speciaal en uitzonderlijk de kinderen zijn.
Wat is er met hen aan de hand? Waarom denken ze dat achter het hek dat de kostschool omzoomt, de gevaarlijke buitenwereld op de loer ligt? Romanek laat zich niet verleiden tot een Shamalyaanse truc, waarbij hij in één ruk het gordijn wegtrekt en het geheim onthult. Integendeel: hij laat de waarheid voorzichtig doorsijpelen, op een rustige en volstrekt aannemelijke manier. Alledaagsheid typeert de beste sciencefiction. De illusie van de werkelijkheid verblindt.
Weerhaakjes
Dat betekent dat Never Let Me Go geen emotionele splinterbom is die plotseling in je hart ontploft. Romanek plant kleine weerhaakjes in je hart. Daar lijk je als toeschouwer wel tegen gewapend, tot het er teveel zijn en de pijn feller wordt. Films die heimelijk onder de huid kruipen, blijven langer hangen dan films die zich er manipulatief inwringen. Een mooi voorbeeld is de scène waarin de kinderen een rollenspel spelen waarbij ze doen alsof ze op restaurant zitten. De gruwelijkheid van die scène dringt pas met terugwerkende kracht tot je door, wanneer je de volle impact ervan begrijpt.
Never Let Me Go laat zich niet op één thema vastpinnen. Er is de onvoorwaardelijke vriendschap tussen de drie in grauwe kleuren gehulde kostschoolkinderen, maar die wordt zwaar op de proef gesteld wanneer Ruth en Tommy een koppel vormen, terwijl van in het begin duidelijk is dat uitgerekend beste vriendin Cath een boontje voor de jongen heeft. Maar het drietal laat elkaar toch niet los, houdt koppig vast aan de wereld die ze het beste kennen.
De film gaat over meer dan vriendschap of liefde. Een belangrijk thema vormt het bevrijdende karakter van kunst, een van de weinige uitingen die de mens onderscheidt van dier of machine. Een belangrijk gesprek in de film draait over het belang van kunst en hoe kunst iets over jezelf zegt, hoe het je ziel blootlegt. Wie of wat zijn Ruth, Tommy en Cath? Cath geeft zelf aan het begin van de film middels een voice over één belangrijke tip: wij zijn géén machines. Wat wel?
Never Let Me Go is een boeiende, prikkelende sciencefictionroman over een wereld die nooit bestaan heeft, maar evengoed had kunnen bestaan of misschien ooit kan bestaan. Een cruciale medische ontwikkeling in de jaren vijftig heeft immers de levensverwachting van mensen opgevoerd tot ver boven de honderd jaar. Tegelijkertijd moeten er offers gebracht worden. Het noopt de film tot morele dilemma’s en belangrijke ethische vragen.
Echt vrolijk word je van dit sober, nostalgisch gefilmd naturalistisch noodlotsdrama niet, waarin de hoofdpersonages hun uiteindelijke doel niet kunnen ontlopen. Figuurlijk niet en letterlijk niet. Daarom misschien dat ze ook geen enkele moeite doen om aan de krakende machinerie van hun leven te ontsnappen. We dienen elk ons doel. We sterven allemaal.
Onzichtbare magie
Alles van waarde is weerloos. De beroemde versregel van Lucebert vat de essentie van de filmversie van Norwegian Wood perfect samen. Hij slaat op Toru, Midori en Naoko, de drie jonge hoofdpersonages die gevangen zitten in een fatale liefdesdriehoek.
Weerloos is ook regisseur Tran Anh Hungs interpretatie van Murakami’s beroemde debuutroman die altijd al onverfilmbaar beschouwd werd. De fans van het boek hebben hun messen geslepen, zijn eigen fanbase zal raar opkijken wat hij tapt uit een ander vaatje.
De Vietnamees-Franse filmvirtuoos maakte zichzelf onzichtbaar en stelde zijn talent ten dienste van het verhaal. Zijn film is opvallend klassiek opgebouwd met een begin, midden en slot. Een voice-over geeft extra informatie waar nodig. Dit is heldere, poespasvrije, westers ogende cinema met een natuurlijke flow. De regisseur schreef zelf het scenario. Hij weerde consequent alle elementen die de kijker kunnen afleiden van de essentie.
Die verhaaltechnische soberheid wordt hem wel eens aangerekend. Norwegian Wood is braver en minder verrassend dan de films uit zijn Vietnam-trilogie: L’Odeur de la Papaya Verte, Cyclo en A La Verticalité de l’Eté. Spectaculaire ingrepen – die zijn eigen genialiteit moeten bewijzen – zitten er niet in maar de strakke hand van een begenadigd filmmaker is duidelijk zichtbaar in de perfecte beheersing en dosering.
Breekpunt
Norwegian Wood gaat over liefde, lust, depressie, verlies, onbereikbaarheid, verwerking, seksuele frustratie en de dood. Lekker is dat. Wanneer Toru Watanabe als dertiger de Beatles-song Norwegian Wood hoort, denkt hij terug aan zijn studentenjaren in Tokio aan het eind van de jaren zestig. De ijverige, gesloten student komt er opnieuw in contact met Naoko, het lief van zijn beste vriend Kizuki die een paar jaar eerder onverwacht zelfmoord pleegde. Bij elkaar vinden Toru en Naoko steun om de dood van hun vriend eindelijk te aanvaarden en te verwerken.
Hun leven gaat verder maar is niet meer zoals vroeger. Stapje voor stapje komen ze dichter bij elkaar. Die ene nacht samen – die hun hoogtepunt had moeten zijn – blijkt het breekpunt.
Naoko kraakt finaal en laat zich opnemen in een psychiatrische instelling ver weg van Tokio. Terwijl Naoko op het platteland werkt aan haar mentale herstel, bouwt Toru in Tokio een nieuw sociaal leven op. Na de ontmoeting met Midori – sexy, onafhankelijk, zelfbewust, grappig en bereikbaar – zijn er ineens twee vrouwen in zijn leven.
Maar hoe gaat het liedje van The Beatles? “I once had a girl, or should I say, she once had me.” Toru heeft geen van beiden. Naoko is letterlijk en figuurlijk ver weg maar niet ver genoeg om geen schaduw te blijven werpen op Toru's liefdesleven.
Beeldenpracht
Tran Anh Hung heeft het verdriet, de trauma's en de onmacht gevat in een verbluffende beeldenpracht. Norwegian Wood is een visueel juweel. Director of photography Lee Ping Bin werkte eerder mee aan Millennium Mambo, Three Times en In the Mood for Love. Met zijn tweede samenwerking met Hung (na A La Verticalité de l’Eté) bereikt hij ongekende hoogten.
De beelden zijn meer dan alleen maar mooi. De onwerkelijke schoonheid en puurheid van het natuurdomein waar Naoko in haar zelfgekozen isolement zit, contrasteren fel met de benepen ruimtes in Toru's leefwereld in Tokio. De fluwelen, vaak extreme close-ups verkleinen de afstand tot de personages. Ze komen akelig dichtbij, zijn bijna aanraakbaar. Kiko Mizuhara en Reika Kirishima zijn mooie vrouwen, Kenichi Matsuyama een fotogenieke vent. De camera houdt van hen.
De visuele krachttoer versterkt de dramatische impact van de wrange liefdeshistorie. Terwijl Naoko en Toru blijven worstelen, draait de planeet verder. Na de lente komt de zomer, na de herfst de winter. Naoko verblijft op een wonderlijke plek die er in ieder seizoen oogverblindend mooi uit ziet. Ze merkt het niet. De natuurpracht zet de vergankelijkheid van de mens en de liefde in de verf.
De gesublimeerde schoonheid op de achtergrond conflicteert met de wreedheid van het menselijke drama op de voorgrond. Hoe mooier de beelden, hoe pijnlijker de kijkervaring. In die paradox zit de magie en het genie van Hungs Norwegian Wood.
Eenvoud
Het succes van de roman La solitudine dei numeri primi (De eenzaamheid van de priemgetallen) is grotendeels te danken aan de eenvoud van het werk. Schrijver Paolo Giordano is eigenlijk doctor in de natuurkunde. Hij schreef zijn boek met dezelfde accuraatheid als een fysische vergelijking. Alles klopt, er staat geen woord teveel. Zijn zinnen zijn loepzuiver en kwikzilver. De verhaallijn loopt chronologisch. Dat betekent niet dat het verhaal eenvoudig of kinderachtig is; wel integendeel. Het verhaal heeft genoeg lagen om te blijven boeien.
Vreemd genoeg werd die heldere van a tot z structuur helemaal door elkaar gegooid voor de verfilming. Daar werd met torenhoge verwachtingen naar uitgekeken. La solitudine dei numeri primi, het boek, was immers eerst in Italië en later in de rest van de wereld een groot succes. In Italië won het alle grote prijzen. Er zijn op dit moment meer dan dertig vertalingen in omloop.
Giordano stond zelf mee in voor de adaptatie van zijn roman. In interviews achteraf weet hij nooit zeker of dat wel een goed idee was. Enerzijds was het zijn manier om definitief met de materie af te rekenen; anderzijds minimaliseert hij ook zijn rol als coscenarist. Het was van meet af aan duidelijk dat het niet zijn film zou worden, maar wel die van regisseur Saverio Costanzo (In memoria di me). Giordano sukkelde met de structuur. Hij schreef zeker vijftien verschillende versies van het scenario. Hij puzzelde en schoof; schrapte en herschreef. Hij ontdekte al snel dat je als romanschrijver zowel scenarist als regisseur als producent bent. Als filmschrijver is dat niet het geval.
Loepzuiver
Wie de roman niet las, beweert dat La solitudine dei numeri primi een warrige, slecht gestructureerde film is die je nauwelijks kan volgen. Wie de roman wel las, beweert eigenlijk hetzelfde. Misschien kijken die critici met verkeerde ogen naar een film die eerder indrukken wil weergeven dan een verhaal van naaldje tot draadje uitleggen. Costanzo is geen realist die filmt wat hij ziet. Hij is een expressionist die op gevoel speelt.
Het helpt natuurlijk niet dat hij alle chronologie overboord gooit. Niet alleen vertelt hij de verhalen van hoofdrolspelers Mattia en Alice door elkaar (zoals in het boek), maar hij springt ogenschijnlijk lukraak naar drie verschillende momenten in de tijd, van 1984 tot 2008. De drie versies van Mattia en Alice lijken ook uiterlijk niet op elkaar. De jonge Alice heeft bijvoorbeeld een stevige krullenbol, terwijl de volwassen versie stijl haar heeft. Dat kan natuurlijk, maar echt veel houvast geeft het de toeschouwer niet.
Anders dan het loepzuivere boek vertelt de film geen afgrond verhaal. Wat je te zien krijgt zijn fragmenten uit twee levens. Zo kan het natuurlijk ook. Niet alles hoeft verteld, getoond of uitgelegd te worden. De basis blijft behouden: Mattia is het jongetje dat altijd voor zijn mentaal gehandicapt zusje moet zorgen, haar op een bepaald moment letterlijk uit het oog verliest, en naderhand uitgroeit tot een sociaal gehandicapte wiskundeknobbel. Alice is het meisje dat na een banaal ongeluk door het leven mankt en met anorexia kampt.
In het boek wordt duidelijk aangegeven dat zij tweelingpriemgetallen zijn: ze bevinden zich in een rij getallen vlak naast elkaar, maar zullen nooit raken. Lees: hoe goed ze ook bij elkaar passen, hoe graag ze elkaar ook zien, hoe onvermijdelijk hun lot ook verbonden is, ze zullen nooit samenzijn.
Verstild eindbeeld
Het boek eindigt dan ook in mineur. Giordano veranderde dat deprimerende einde in de filmversie. In een mooi, verstild eindbeeld komt de aanraking er wel, zij het zeer voorzichtig. Maar net als in Never Let Me Go zijn ook de personages uit La solitudine dei numeri primi poppen aan touwtjes. Er gebeurt veel met ze, maar welke beslissingen hebben ze eigenlijk zelf in de hand?
De filmversie eindigt optimistischer dan het boek, maar dat is geen reden tot onbezorgd juichen. De levens van Mattia en Alice zijn grotendeels in treurnis gehuld. Actrice Alba Rohrwacher (Caos calmo, en tientallen andere recente Italiaanse films) benadert het breekbare beeld het beste als de volwassen Alice: de scènes waarin ze graatmager, uitgemergeld naakt is, zijn echt pijnlijk om te zien.
Anders dan in het boek wordt de theorie over de priemgetallen slechts en passant vertelt, tijdens een huwelijksscène die niet eens rechtstreeks op Mattia en Alice betrekking heeft. In eerste instantie lijkt de regisseur daarmee onrecht te doen aan het hoofdthema van de film – eenzaamheid – maar wie verder nadenkt, ziet dat hij hiermee de focus juist vergroot: zijn we niet allemaal eenzaam? Zelfs in een huwelijk?
Regisseur Saverio Costanzo kiest voor mooi in beeld gezette scènes. Hij is maniëristisch, barok, overvloedig. Als de emoties hoog oplaaien, dan barst een onweer los. Maskers en verkleedpartijen zijn een belangrijk motief. Geen stijlmiddel is hem vreemd. De regisseur is de tegenpool van de schrijver: gezwollen tegenover eenvoudig, pathetisch tegenover zuinig, associatief tegenover chronologisch. La solitudine dei numeri primi is een boek dat je moet lezen, maar een film die je moet ondergaan.
Duidelijker kan het onderscheid tussen beide kunstvormen niet gesteld worden.
Norwegian Wood speelt vanaf 4 mei in de Belgische bioscopen. Never Let Me Go speelt nog in een aantal zalen. La solitudine dei numeri primi verscheen op dvd bij Homescreen.