CAMERA OBSCURA

Drie zieke presidenten

Advise and Consent: genadeloos eerlijk portret van de Washingtonse politiek (c) Columbia Advise and Consent (c) Columbia The Best Man (c) United Artists The President's Analyst (c) Paramount

President Sarkozy is dankzij La Conquête (2011) nu ook vereeuwigd in een speelfilm. Het is niet de eerste keer dat we een film zien van een president, maar er zijn een paar politieke films waar ze echt op hun plaats zijn. Het beste werk stamt uit de jaren zestig uit de VS.

Het mooie van Advise and Consent (1962) is dat je een genadeloos eerlijk portret krijgt van de Washingtonse politiek. De smerige spelletjes tussen Republikeinen en Democraten over het begrotingstekort in de VS krijgen een gezicht als je Advise and Consent ziet.

Het punt in deze film is dat er een Secretary of State moet worden aangewezen door de Democratische partij. De president wil Robert Leffingwell, de eigenzinnige zuidelijke senator Cooley beslist niet. Cooley heeft akelig veel azen in zijn mouw en de strijd om de benoeming loopt totaal uit de hand.

Het ergste is dat nagenoeg alles van het oorspronkelijke boek van Alan Drury is gebaseerd op waargebeurde politieke drama’s. Zo is het drama van Leffingwell gebaseerd op de verhoren van Alger Hiss. Het afpersincident met Brig Anderson is ook gebaseerd op feiten. Diverse karakters zijn gemodelleerd naar politieke beroemdheden: Roosevelt, McCarthy, Taft.

Dolk in de rug
Onder regie van Otto Preminger wordt het politieke drama in twee uur tijd reuze spannend opgebouwd. Henry Fonda als de omstreden Leffingwell steelt niet de show – dat is Charles Laughton, die nog naast Clark Gable speelde op Mutiny on the Bounty. Hij schmiert nog voordat het schmieren is uitgevonden als senator Sean Cooley van South-Carolina.

De naamloze president (Franchot Tone) oogt eerlijker dan menig president uit moderne films: hij plooit je een lach om de mond als hij moet, hij duwt je een dolk in de rug als het uitkomt. De vicepresident – een alleraardigste, nederige man – is een politiek decorstuk voor hem. ‘Met jezelf verwonderen kun je geen beleid maken’, bijt de leider de vicepresident toe.

De rol is goed gespeeld, in badjas op een groot schip mensen de les lezend, maar wat je mist is een beetje onvoorspelbaarheid in het karakter. Als je denkt aan recente presidenten zie je ook een persoon met zwakheden. Deze president is te bedacht.

Preminger lapte heel wat taboes aan zijn laars in zijn film. Zo is het portret van de senatoren behoorlijk cynisch. Ze bezoeken feestjes en zagen aldoor aan de stoelpoten van de anderen. In de Senaat vallen ze in slaap. Eén omstreden idee van Preminger – een rol voor Martin Luther King jr. – lukte niet. De dominee bedankte ervoor.

Dilemma
Het is niet gek als je Advise & Consent verwart met The Best Man (1964). Ook hier politiek cynisme op zijn smerigst; ook hier Henry Fonda aan wie een affaire kleeft; ook hier een zieke president. De correspondence dinner uit Advise & Consent lijkt sprekend op een feestje rondom de primary’s in deze film.

De president in deze film heeft wel een naam: Hockstader; hij is doodziek en op zoek naar een opvolger. Hij heeft een voorkeur voor de oprechte William Russell (Fonda’s karakter). Maar is die niet te vriendelijk? ‘Wees een heilige in je eigen tijd. Macht is geen speeltje dat we aan lieve kinderen geven. Het is een wapen. Een vent neemt het en gebruikt het.’

Hockstaders protegé neemt het op tegen de volkse Joe Cantwell (Cliff Robertson), die in het spel om de macht niet aarzelt om va banque te gaan. De smerigste, platste trucs zijn toegestaan in zijn ogen. En dat gaat de president ook wel weer wat ver.

Hockstader heeft presidentiële allure, maar ook zijn karakter mist wat rafelrandjes. Wat voor verhaal schuilt er achter deze vent? Het ligt trouwens niet aan Lee Tracy als president want zijn charismatische vertolking is ongetwijfeld een van de beste presidentenrollen ooit.

Het script van Gore Vidal schetst scherp het dilemma van iedere politicus: blijf je trouw aan idealen of ga je op in pragmatisme. ‘Een voor een vernietigen deze kleine misstanden je karakter’, verzucht Russell. Je moet de film eigenlijk twee keer zien om alle dialogen op waarde te kunnen schatten.

Vidal schreef het toneelstuk al in 1960. Voor de film werd Russells acteur, Melvyn Douglas, vervangen, Lee Tracy bleef. Hoe zou Douglas dit houterige spel van Fonda aanschouwd hebben? Saillant detail is dat Ronald Reagan werd geweigerd voor de film omdat hij ‘niet presidentieel genoeg’ zou zijn.

Hersenpijn
The President’s Analyst uit 1967 is een beetje vreemde eend in de bijt hier. Geen drama maar een komedie, geen politieke steekspellen, maar een president met hersenpijn. En wel een president, maar ook weer niet, want hij komt niet in beeld in de film.

Psycholoog Sidney Schaefer ziet een verzoek van de geheime dienst om de president te behandelen in eerste instantie als een mooie vermelding op zijn cv. Dat blijkt niet echt de bedoeling. En dan blijkt dat niet de president begint door te draaien, maar Schaefer zelf, die geen slaap meer krijgt.

Verwacht geen film als Analyze This, hier geen melige gesprekken over de jeugd van de president. Een beeld tussen de regels door krijg je wel. Met zijn oproepen op de onmogelijkste momenten komt hij over als een hystericus eerste klas. Plastic charme aan de buitenkant, een ongelooflijke tobber aan de binnenkant. Géén man die je wilt laten beslissen over oorlog en vrede.

De film ontvouwt zich onverwacht als paranoiakomedie en is een pareltje in de jaren zestig-films van Hollywood. Niet alleen zitten allerlei spionnen achter Schaefer aan – hij heeft ook nog twee geheime diensten (CEA en FDR) die hem willen koud maken, en ondertussen elkaar ook.

The President’s Analyst is zo hilarisch, cynisch en onvoorspelbaar dat het eigenlijk een mirakel is dat de film zo onbekend is gebleven. Geslaagde bijrollen, originele scènes, leuke James Coburn, speelse cameravoering, hoog tempo, fraai plot en heerlijke zwarte humor.

Desalniettemin sloot regisseur Theodore J. Flicker zijn loopbaan af met maar drie films op zijn palmares. Deze film verraadt veel talent dat er helaas niet uit mocht komen.


REEKS (9) - CAMERA OBSCURA
In deze reeks bespreekt Bob van der Sterre elke aflevering een aantal thematisch gelinkte films. Hoe aparter, ouder en obscuurder, hoe liever hij ze heeft.