In zijn laatste film Carnage manoeuvreert regisseur Roman Polanski (78) zijn camera anderhalf uur lang doorheen een New Yorks appartement, waarin vier acteurs verbaal vuurwerk ontsteken. In zijn debuut Knife in the Water deed hij het zelfs met een acteur minder. De locatie: een zeilboot.
Toen Roman Polanski in 1962 Knife in the Water (oorspronkelijke titel: Nóz w wodzie) regisseerde, was hij 29 jaar. Het was zijn eerste langspeelfilm en meteen ook zijn laatste in Polen, tot hij er in 2001 terugkeerde om een stukje van The Pianist op te nemen. Dat Polanski na de release van Knife in the Water het aanbod kreeg om de film opnieuw op te nemen in Amerika, zegt iets over de impact van de prent. Die won prijzen op het filmfestival van Venetië en was de eerste Poolse kanshebber op een Oscar voor beste buitenlandse film.
Polanski zou het aanbod om in Amerika te gaan werken eerst afwimpelen. Hij belandde in Frankrijk, daarna in Engeland en maakte pas vijf jaar later de grote oversteek met The Fearless Vampire Killers, waarin hij zelf met veel succes de rol van Alfred speelde, de klungelige assistent van de op vampiers jagende professor Abronsius.
Naamloze lifter
Aanvankelijk zou Polanski ook één van de hoofdrollen spelen in Knife in the Water, maar volgens de producenten van de film bleek hij fysiek toch niet echt geschikt voor de rol van non-conformistische spierbundel. De rol ging naar de charismatische Zygmunt Malanowicz, maar Polanski sprak vreemd genoeg wel de stem van de jonge, naamloze lifter in. Die duikt aan het begin van de film plotseling in het midden van de weg op, zodat hij bijna overreden wordt door de aanstormende Peugeot van een bourgeois-koppeltje.
Voor die eerste confrontatie tussen de drie hoofdrolspelers van het verhaal is er de niet onbelangrijke openingsscène, waarin Polanski het koppeltje al scherp portretteert. Andrzej (Leon Niemczyk) is de betweterige man die met zijn vrouw Krystyna (Jolanta Umecka) een dagje uit zeilen gaat. Krystyna rijdt, maar na een tijdje neemt Andrzej het stuur over. Zijn vrouw mag rijden, jazeker, maar even maar, want echt goed doet ze het niet. Een vrouw aan het stuur: er zijn grenzen.
Andrzejs machismo komt pas echt goed uit de verf in confrontatie met de jonge lifter die zich dus roekeloos voor de auto gooit. Dat hij wel dood had kunnen zijn, lijkt hem niet te deren. Het leven is aan de durvers. De lifter zou niet meer kunnen verschillen van de chauffeur. Hij is jong, vrank en vrij. Andrzej is de oudere intellectueel, de man met de pijp, de man van de woorden, het kompas, de landkaarten, de oneliners die hij in boeken heeft gelezen.
Enige kapitein
Dat Polanski die twee tegengestelde archetypes samen op boat trip stuurt, moet wel voor vuurwerk zorgen. Er is namelijk nog een tweede contrast: dat tussen rijk en arm. Terwijl de lifter zijn hele hebben en houden letterlijk meezeult in één rugzakje, is er de intellectueel die naast een auto ook nog eens een eigen boot heeft. Je moet de film in zijn historische context plaatsen om te beseffen wat Polanski hiermee wil zeggen Een eigen boot! In het communistische Polen van de jaren zestig!
Vreemd genoeg is het lang wachten tot er echt iets gebeurt. De spanning tussen Andrzej en de lifter bouwt zich maar langzaam op. Polanski is een geduldig regisseur die rustig zijn kaarten op tafel plooit. Er is wat verbaal heen-en-weer gepingpong en er zijn kleinere en grotere incidenten. Zo laat Andrzej geen gelegenheid onbenut om aan de lifter duidelijk te maken dat hij de enige gezagvoerder op het schip is.
Hij commandeert zijn passagier inderdaad zoals een kapitein zijn matroos, duwt hem steeds in een onderdanige positie. Elk spelletje mondt uit in een machtsstrijd, of het nu gaat om een potje koken, een spelletje mikado, het besturen van de boot of het leggen van een zeemansknoop.
De lifter heeft het voordeel van zijn imposante fysieke verschijning. Hij is groot, stevig, gespierd en heeft meer lef dan de verfijndere Andrzej. Zonder angst kruipt hij tot boven in de mast of goochelt hij met zijn indrukwekkend zakmes. Als een fallussymbool knipt hij dat te pas en te onpas open. Zijn brede borstkas glimt in de zon. Hij is net warrig en sjofel genoeg om aantrekkelijk te zijn voor vrouwen.
Menage a trois
Het is duidelijk dat de twee mannen zich willen bewijzen. Waarom? Omdat het mannen zijn en natuurlijk ook om de aandacht te krijgen van de vrouw in dit vreemde menage a trois. Polanski brengt Krystyna nogal vlak in beeld. We weten niet echt wat voor soort vrouw ze is. De ene keer ligt ze duidelijk onder de knoet van haar man; de andere keer snauwt ze hem af. Ze kiest partij voor hem, maar voelt zich fysiek duidelijk tot de lifter aangetrokken.
Krystyna moet vooral mooi zijn. De lifter bespiedt haar, maar zij doet geen enkele moeite om haar naaktheid te verbergen. Ze speelt de rol van onderdanige huisvrouw vlekkeloos, maar je merkt dat er vuur in haar smeult dat in de nabijheid van de lifter alleen maar aanwakkert. Het moment dat ze in vuur en vlam schiet is onvermijdelijk.
Polanski is een meester in de kleine ruimte. Als voetballer zou hij de dribbelende aanvaller zijn die zwierig beweegt in de zestien meter. Dat doet hij in Carnage, maar dat deed hij ook al in Knife in the Water. Filmen op water is sowieso een heikele onderneming, maar Polanski moet met de in die tijd logge camera’s heen en weer op een relatief klein zeilschip. Van nerveuze, snelle schoudershots is gelukkig geen sprake. Elk shot is statisch en rijzig, op voorhand bedacht en tot in het kleinste detail uitgekiend.
Opvallend zijn de shots van hoog in de mast. Polanski’s cameraman Jerzy Lipman klom daarvoor helemaal naar boven en werd aan de mast vastgesjord. Polanski schiet bovendien schitterende beelden op zee van de ondergaande zon of weidse vergezichten. Die helpen het verhaal niet echt vooruit, maar drijven de onderhuidse spanning wel op.
Machtsverhoudingen
Dat de pukkel op een bepaald moment wel moet openbarsten is duidelijk. Zowel de titel van de film als de veelvuldige close-ups van het mes verraden dat het voorwerp er iets mee te maken heeft. Toch vloeit er geen druppel bloed in Polanski’s debuutfilm. Er wordt niemand neergestoken.
Ondanks het gebrek aan actie wordt het de laatste twintig minuten toch nog spannend. De drie personages veranderen van positie. De machtsverhoudingen verschuiven wanneer één van de personages overboord valt en al dan niet verdrinkt. Polanski speelt dan handig met de begrippen verantwoordelijkheid en schuld. Vooral Krystyna maakt daar gebruik van. Terwijl de mannen de hele film de spierballen rollen, is haar geslepenheid misschien wel effectiever.
Heel Knife in the Water speelt zich af in en op het zeilschip, behalve de openingsscène en het slotbeeld. Dat is lekker dubbelzinnig. Het echtpaar dat in de auto weer naar huis rijdt, is niet hetzelfde als het echtpaar dat naar het zeiltochtje uitkeek. De verandering is meer dan een rimpel op het water. Ook hier valt de parallel met Carnage op. Op het einde van de film is er iets fundamenteels veranderd in het leven van de personages.
REEKS (20) - DE EERSTE KEER
In de reeks “De eerste keer” (her)bekijken we regiedebuten van regisseurs die het achteraf gemaakt hebben.