Nadine Labaki (1974) volgde audiovisuele studies aan de Sint-Jozef Universiteit te Beiroet. Met de kortfilm 11 Rue Pasteur, waarmee ze afstudeert, valt ze in 1998 meteen in de prijzen op de Biënnale van de Arabische Cinema te Parijs. Sinds 2001 leert men haar in het Midden-Oosten in eerste instantie kennen dankzij de regie van diverse muziekvideo’s. Voor haar videoclips voor de Libanese artieste Nancy Ajram is ze in het verleden reeds meermaals gelauwerd.
Als ze in 2004 de kans krijgt om deel te nemen aan het Festival de Cannes Résidence schrijft ze het script van haar eerste langspeelfilm Caramel. Deze romantische komedie gaat tijdens Cannes’ Quinzaine des Réalisateurs editie 2007 in première.
De film is meteen een succes. Hij komt uit in meer dan 40 landen en wordt overal goed onthaald. Het forum dat Labaki dankzij Cannes kreeg, legde haar geen windeieren. In 2011 stelt ze er haar tweede prent Et Maintenant On Va Oú? in de sectie Un Certain Regard voor. Op het Internationaal Film Festival van Toronto 2011 wordt de film bekroond met de Publieksprijs. In ons land was Et Maintenant On Va Oú? in het voorjaar van 2012 te zien in de bioscoopzalen, op Cinema Novo in Brugge en in Namen tijdens het Internationale Festival voor Franstalige Films.
Typisch voor beide Arabisch gesproken langspeelfilms van Labaki is dat ze de Libanese context benadert vanuit het oogpunt van de vrouw. Ze speelt niet alleen zelf in beide films mee maar werkt telkens met veel niet-professionele acteurs en actrices. Zo schept ze een band met haar cast, wat de natuurlijkheid van het spel en het verhaal verhoogt.
Deze werkwijze biedt de kijker het gevoel mee te stappen in de Libanese samenleving en door de ogen van vrouwelijke protagonisten mee te kunnen leven, voelen en ageren. Toch maakt ze naar eigen zeggen geen nietszeggende chick flicks maar schetst ze een genuanceerder beeld van het Midden Oosten dan hoe de regio doorgaans in de media komt.
Vrouwensalon in Beiroet
Bij aanvang van de Libanese film Caramel wordt de titelkeuze meteen verklaard. Mooie close ups brengen in een gelige waas het kleverige snoepgoed en de bereidingswijze van karamel in beeld. Toch ben je niet in een snoepwinkel of patisserie beland maar in een schoonheidssalon in Beiroet. Karamel gebruikt men er immers als epilatiemateriaal.
Het grootste deel van deze bitterzoete prent speelt zich af in dit in pasteltinten badende salon. Vijf Libanese dames ontmoeten er elkaar quasi dagelijks en delen er lief en leed. Jamale gaat er de strijd tegen de veroudering aan. Kapster Rima worstelt er met haar seksuele voorkeur. Schoonheidsspecialiste Nisrine is moslim en staat op trouwen. Layale verbergt er haar verhouding met een getrouwde man. Zij is dé specialiste in het epileren. Het leven van overbuur en naaister Rose staat in het teken van haar dementerende zus Lili. Meteen wordt duidelijk dat vrouwen daar met dezelfde dingen bezig zijn als eender waar in de wereld.
Labaki schetst naast de intieme sfeer in het beautysalon ook het leven van elk van deze vrouwelijke personages buiten deze microkosmos. Zelf zegt ze over haar film dat haar sensuele en verleidelijke hoofdpersonages worstelen met de hypocrisie van het traditionele Oosterse systeem en het Westerse modernisme.
Naast het scenario en de regie nam Labaki ook de rol van de bloedmooie Layale voor haar rekening. Op de acteerprestaties in het algemeen valt overigens niets aan te merken. De geslaagde situatiehumor maakt van het kijken naar Caramel een aangename verpozing en schetst een realistisch beeld van het leven midden in het naoorlogse Beiroet.
Humoristische fabel
Nadine Labaki’s tweede langspeelfilm is in tegenstelling van haar debuut minder realistisch opgevat en gaat ook dieper. Dit keer speelt het verhaal zich ook niet meteen in het hedendaagse Libanon af maar refereert ze naar de context van haar eigen jeugd. Ze groeide zelf op ten tijde van de Libanese burgeroorlog die van 1975 tot 1990 woedde.
In een fictief niet nader genoemd dorp, op een wankele brug na afgesloten van de buitenwereld, wonen enkele katholieke en moslimgezinnen al jaren relatief vredig samen. Als gevolg van die isolatie ontvangen de inwoners weinig nieuwsberichten. Enkel twee jongens gaan op regelmatige basis met hun motorfiets boodschappen doen in de omliggende regio om voor kranten en gegeerde producten te zorgen.
Hilarisch is de scène waarin na veel gezweet en gepalaver een televisie wordt geïnstalleerd. De mannen reageren enthousiast over het vrouwelijk schoon op het scherm. Wanneer in het nieuws gewag wordt gemaakt van religieuze onrusten in de nabije regio, besluiten de vrouwen van het dorp de gemoederen van hun mannen te bedaren door hen af te sluiten van alle mogelijke berichtgeving over het groeiende conflict in de buurt.
Zo willen ze voorkomen dat hun kleine gemeenschap zich in twee kampen verdeelt. Daarvoor zijn ze bereid alles in de strijd te gooien: mirakels veinzen, Oost-Europese danseressen ter verstrooiing inhuren, de gastronomische grenzen van het hasj exploreren, niets is hen teveel.
Mooi is het om te zien hoe Nadine Labaki muzikale intermezzo’s verweeft met het sterke en volhardende karakter van de ondernemende maar gevoelige en zorgzame vrouwen van het dorp. De originele muziek die deze scènes ondersteunt, is bovendien geschreven door Labaki’s man, Khaled Mouzannar, waar ze ook al mee samenwerkte voor Caramel.
Et Maintenant On Va Où overstijgt het lokale onderwerp omdat Labaki focust op het universele en actuele thema van de dreiging van religieuze conflicten. Met de vraagstelling in de titel vraagt ze zich af wat dit gevaar betekent voor een land en welk toekomstbeeld dit biedt aan zijn volk. Door het charmante vrouwelijke verzet neemt Labaki doelbewust geen politiek standpunt in, wat haar boodschap zeer toegankelijk maakt voor de woelige regio waarin ze leeft alsook voor de Westerse cinema.
Hoewel Labaki haar scenario’s telkens met de hulp van mannen schreef, valt op dat ze een natuurtalent is in het vertellen van verhalen. Ze houdt er van om de humor en de tragiek van het leven met elkaar te verzoenen. Daar slaagt ze wonderwel in door originele en ongewone diepgang toe te voegen aan op het eerste gezicht weinig om het lijf hebbende films. Dat is een meevaller voor de cinefiele meerwaardezoeker.