Verreweg het belangrijkste onderwerp in de eerste presidentenfilms is het land zelf. Presidenten zijn de mythische figuren die daarin figureren. De eerste president zien we al in de ‘eerste, echte film’ van de cinema, The Birth of a Nation (D.W. Griffith, 1915). President Lincoln is een bleke man met donkere ogen. Met witte zakdoekjes wordt hij toegejuicht tijdens het toneelstuk Our American Cousin. Dankzij een van de meest laconieke bodyguards ooit in de geschiedenis van de mensheid kan John Wilkes Booth hem van achteren besluipen en neerschieten. Indrukwekkend, want zonder afleidende close-ups en bombastisch trompettengeschal. Deze beelden zijn van amper zestig jaar na de moord zelf.
Vijftien jaar later speelde Walter Huston, een charismakanon uit de jaren dertig, Abraham Lincoln in opnieuw een film van D.W. Griffith. Op zijn zachtst gezegd is de make-up van jonge Lincoln niet helemaal geslaagd: hij oogt als een huishoudster. Maar zijn latere Abe is een stuk interessanter. Een heldhaftige en in en in goede vent. Het is het echte startschot van de presidentenfilm.
In The Young Lincoln (1939) krijgen we voor het eerst een cliché te zien dat nog vaker nagevolgd gaat worden: de rechtschapen president. Met woorden weet Lincoln honderden opgehitste mannen zo ver te krijgen dat ze hun plannen om iemand op te hangen gaan bijstellen. Henry Fonda speelde hierna nog vele heldhaftige rollen maar zelden beter dan deze.
De film was nog niet toe aan het ‘ontmaskeren’ van een president. Integendeel, in deze film is Lincoln iemand van bijna goddelijke redelijkheid en wijsheid. Of het allemaal echt is gebeurd, is ook maar een detail.
In Alexander Hamilton (1931) zien we een portret van een interessante insider die diende onder George Washington. Hij stuurde de Amerikaanse economie een federale kant op. De film is voor de begrippen van 1931 modern door niet een ‘held’ te willen portretteren, maar zich te focussen op wat er werkelijk gaande was.
Romantische presidenten
De epische films vol strijd en duels maken plaats voor biografische films met meer karakterschetsen. De geschetste presidenten zijn romantisch en rechtschapen. Er wordt veel teruggekeken naar de negentiende eeuw.
Een goed voorbeeld hiervan is Abe Lincoln In Illinois (1940, John Cromwell), waarbij de progressieve Lincoln en conservatieve Douglas debatten voeren op een binnenplaatsje. Rondom hen flakkeren toortsen. Boegeroep en gejuich was heel normaal. Werd er nu nog maar zo gedebatteerd tussen Obama en Romney; we zouden zowaar gaan kijken.
Een biografisch portret van een president die het echte duel niet schuwde, Andrew Jackson, zien we in The President’s Lady (1953). We zien Chalton Heston als Jackson worstelen om zijn ‘illegale’ huwelijk met de getrouwde Rachel Robards geaccepteerd te krijgen. Zo zien we leiders graag: moedig, ook in persoonlijk opzicht.
Ook dramatisch is de gedwongen aftocht van president Andrew Johnson (die Lincoln opvolgde) in Tennessee Johnson (1942). Johnson wilde een toegeeflijk beleid ten opzichte van het zuiden na de burgeroorlog, maar kwam in conflict met Republikeinse hardliners, die hem tot aftreden dwongen.
En in 1944 zien we Woodrow Wilson zeggen in de film Wilson: ‘Ik ben een schoolleraar, ik wil geen gouverneur worden.’ Dat zei hij in 1910. In 1912 werd hij gekozen als president.
Hij was misschien wel een van de aardigste Amerikaanse presidenten, die in 1919 de Nobelprijs voor de vrede won voor zijn idealistische manier van het promoten van de Volkerenbond. ‘De meest idiote speech in de geschiedenis van politiek… hij meent wat hij zegt.’ Vijf Oscars kreeg deze film, die behoort tot de betere films in het presidentengenre, met een al even sympathieke hoofdrol van Alexander Knox.
Het zijn ook maar mensen
En toen kwam 1963, de moord op Kennedy, en dat veranderde de visie op politiek totaal. De toon werd vrijwel meteen een stuk cynischer. In 1974 kwam daar nog het Watergate-schandaal bij, waar All the President’s Men (1976) over gaat. Hierna kon je presidenten niet meer serieus portretteren als koningen die naar een ondergaande zon staren en mijmeren over de diepere betekenis van de Amerikaanse vlag (George Washington in The Flag (1927)).
In Dr. Strangelove (1964) en Being There (1979) wordt het ambt van presidentschap bespot als nooit eerder in de geschiedenis. Deze fictieve presidenten zijn slachtoffers van hun eigen dwaasheid en het cynisme van de mensen om hen heen. Weg is het heroïsche element van de jaren dertig en veertig.
Complottenfilms van de jaren zeventig, zoals Parallax View, Cadaveri Eccelenti of Three Days of the Condor, kun je nauwelijks los zien van de politieke ontwikkelingen in de VS. In complotfilm Executive Action (1979) wordt uitgelegd hoe de moord op Kennedy was gepland. Het gortdroge cynisme van de film is mistroostig. Deze film wordt apart besproken in Planeet Cinema.
Politiek cynisme op zijn ergst wordt blootgelegd in de films Best Man (1964) en Advise and Consent (1962). Vooral de laatste is fraai. Meer hierover in deze aflevering van Camera Obscura.
Films over echte presidenten zoeken in deze periode dan ook naar een toon: de een kritisch, de ander gezellig. Er is ook samenhang. Presidenten blijken maar mensen van vlees en bloed te zijn.
De acteur Hal Holbrook lijkt hiervan een personificatie. Hij speelde Lincoln in de jaren zeventig in de miniserie Lincoln (1974). Hij wordt beschouwd als een van de beste Lincolnvertolkers ooit. Maar hij speelde twee jaar later ook Deep Throat in All the President’s Men.
Tv-series in deze tijd zijn vooral gezellig. Eleanor en Franklin werden in 1976 vereeuwigd in een tv-serie van 240 minuten, in een film die overkomt als kostuumfilm. Nog eens 180 minuten werden in 1977 besteed aan Eleanor and Franklin in zijn jaren als president.
Sunrise at Campobello (1960) is een sentimentele familiefilm waarin we zien hoe Franklin D. Roosevelt worstelt met het krijgen van polio op veertigjarige leeftijd. Wel een leuke rol van de charismatische Ralph Bellamy.
Er is in deze periode zelfs een presidentiële soap gemaakt – een tegenwicht voor mensen die het politieke cynisme beu zijn. De tv-serie Backstairs at the White House (1979) gaat over het dagelijkse leven van mensen die werkten in het Witte Huis. Zo zit een spoorloos dochtertje van een van de werknemers ineens te dineren met president William Howard Taft. Ook hier zien we de menselijke kant van diverse presidenten, in een periode van Taft tot Eisenhower.
Een beetje tussen het kritische en het gezellige in zit Give ‘em hell, Harry! (1975). In deze one-man-show is James Whitmore als Truman anderhalf uur aan het woord. Niet verwonderlijk dat er heimwee was naar karakters als Truman in een tijd van minder rechtlijnige presidenten. De film staat hier op Youtube.
Een film die meer bij vorige perioden thuis lijkt te horen, is 1776 (1972). Dankzij deze goed gespeelde film herinneren we ons dat er ook verlichte, filosofische leiders zijn geweest aan de andere kant van de oceaan, namelijk president John Adams, opvolger van George Washington en een van de leiders van de onafhankelijkheid.
Kritiek en entertainment
Een scherper realisme trekt in de jaren tachtig de cinema in en dat zie je ook terug in de presidentenfilms. Er zijn meer details en er is meer realisme. Het genre biedt meer variatie dan ooit.
Of Spielbergs geschiedenisromantiek nu waar is of niet, Amistad (1997) kostte een slordige 40 miljoen dollar en is in gedetailleerd opzicht een mijlpaal. Als de violen ontbraken hadden, zou Anthony Hopkins, die ex-president John Quincy Adams speelt, nog echter klinken. De enige film waar president Martin van Buren in een film te zien valt.
Oliver Stone bespreekt zonder terughoudendheid de moord op John F. Kennedy in J.F.K. (1991). Bovendien schetst hij een niet al te fraai beeld van president Nixon (wederom Anthony Hopkins, 1995). Deze films die destijds een nieuwe stap in het genre zetten – feitelijk en opiniërend tegelijk – worden in Planeet Cinema apart besproken.
Eveneens niet al te fraai is het portret van Bill Clinton in Primary Colors. Dit verhaal is gebaseerd op de gelijknamige onthullende bestseller van ‘Anonymous’. In 1998 – dus toen Clinton nog in het witte huis zat – kroop John Travolta in zijn huid. De film is niet als schandaalfilm de geschiedenis ingegaan; daarvoor was Jack Stanton (de overbodige alias van Clinton) een te charmant karakter.
Steeds meer fictieve presidenten dienen als decoratiemateriaal in actiefilms. Niet allemaal zijn even gelukkig, zoals Bill Pullman in Independence Day (1996). Ook al klimt hij zelf in een F-16 in een strijd tegen de aliens, hij blijft toch meer een autoverkoper. Ook Harrison Ford als president James Marchall in Air Force One (1997) is verre van legendarisch.
Anders is dat met Andrew Shepard (Michael Douglas) in The American President (1995). Dit is de ideale president: moedig, romantisch, geestig, verliefd. Voortreffelijk spel van de hoofdrolspelers. ‘We kusten in de servieskamer. En toen moest hij Libië aanvallen.’ Een formulefilm, dat is waar, maar ook een treffende satire op hoe de Amerikaanse media tegenwoordig werkt.
De adviseur van deze president, Martin Sheen, is zelf president in de tv-serie West Wing (president Josiah Bartlet). Hij deed dit zeven seizoenen lang, van 1999 tot en met 2006. De serie is een soort extreme versie van The American President: een lang incrowd-verhaal van hoe het ambt presidentschap er in de praktijk uitziet.
Toch verschijnen er ook in deze periode nog een paar ellenlange biografische films van presidenten. In 1988 verscheen Gore Vidals biografie van Lincoln; een tv-serie van 180 minuten. Ook zo’n monsterproductie (480 minuten) was de tv-miniserie George Washington. Verder nog gemiddelde tv–films als Truman (1995) met Gary Sinise en Rough Riders (1997) met Tom Berenger als Theodore Roosevelt.
Spannende reconstructies en zombies
In de jaren nul worden films nog realistischer, nog ‘echter’, bijna documentaire-achtig. Gereconstrueerde feiten dienen de spanning. Biografieën verdwijnen.
Een goed voorbeeld hiervan is Thirteen Days (2000). Deze realistische schets van de Cuba-crisis in 1962 is geen groot drama en ook geen Kennedy-show. Hij is hier uitgebeend tot feitenfigurant. Wat gepast is voor een van de spannendste momenten in de wereldgeschiedenis.
De Kennedy’s waren op het witte doek nog nooit zo goed neergezet. Bruce Greenwood (John) en Steven Culp (Robert) tillen de film ver uit boven de gemiddelde politieke film. De enige dissonant is de aanwezigheid van Costner. Het is bevreemdend om de Jim Garrison van J.F.K. ineens naast Kennedy te zien staan als adviseur.
Ook zoiets was de bedoeling in The Day Reagan Was Shot (2001), alleen lukt het daar minder goed. De acteurs zijn minder goed, de toon is niet spannend genoeg.
Reagan is ook een bijfiguur in L’Affaire Farewell (2009), een spannende reconstructie van een spionage-affaire tussen Russen, Fransen en Reagan. Historisch interessant, Moskou in de jaren tachtig, en een ongelooflijk verhaal. Fred Ward doet wel zijn best maar echt Reagan wordt hij niet.
Ten slotte is er nog de reconstructie van hoe men in Washington tot de tweede golfoorlog besloot, in een frisse combinatie met een biografie van George W. Bush: W. (2008) van Oliver Stone, die ook apart wordt besproken in Planeet Cinema.
En ook in deze jaren weer veel Lincolnfilms. Lincoln en cinema blijken al decennia een prima duo, maar dan is het toch verrassend dat er zelfs in de jaren tien een ware Lincoln-hype is.
Een combinatie van een reconstructie (het oneerlijke proces van de moeder van een van de samenzweerders) en een Lincolnfilm is The Conspirator (2010) van Robert Redford. Behoorlijk obligaat rechtbankdrama maar historisch gezien wel immens gedetailleerd.
En wat zou je anders in deze cinematijden verwachten dan een president als vampierjager en zombieslachter? In Abraham Lincoln vs Zombies (2012) onthooft Lincoln talloze zombies met een zeis. Er zit een zekere presidentiële trots in hoe Lincoln kogels jaagt door mensen die door de zombies zijn gebeten. In Abraham Lincoln: Vampire Hunter (2012) is Lincoln een knappe jonge vent die een boom – en later vampieren – doorklieft met een slag.
Dan verschijnt volgend jaar nog Lincoln van Steven Spielberg, een potentieel magnum opus van de presidentenfilms. Het zou me verbazen als Spielberg binnen drie uur klaar is met zijn verhaal. Het is aan Daniel Day-Lewis om alle andere Lincolns te doen vergeten.
Vergeten presidenten
Afgezien van deze presidenten zijn er nog talloze vergeten presidenten die nog verstoft liggen te wachten op een biopic.
Wie kent bijvoorbeeld de presidenten van de negentiende eeuw zoals James K. Polk (beste onbekende president), Zackary Tayler (ex-oorlogsheld faalt als politicus), Franklin Pierce (charismatisch, maar geen beslisser), James Buchanan (slechtste president ooit), Andrew Johnson (werd afgezet door Congres), Rutherford B. Hayes (naïeve intellectueel), James Garfield (neergeschoten), Chester Arthur (laconieke dandy), Grover Cleveland (eerlijke president, vetoëde alles), William McKinley (eerste mediabewuste president, ook neergeschoten), of William Taft (haatte zijn positie)?
Veel presidenten waren verkeerde mannen op de verkeerde plaats. Een voorbeeld van het tegendeel was Theodore Roosevelt. Hij was een van de meest dynamische presidenten ooit aan het begin van de twintigste eeuw, een echte leider ‘oude stijl’, geen gladde manager maar een persoon vol tegenstrijdigheden. Toch is er nauwelijks een film over hem te vinden. Kom op, Hollywood!
THEMA - AMERIKAANSE PRESIDENTEN
Planeet Cinema focust de hele maand november en december op films waarin Amerikaanse presidenten een belangrijke rol spelen.