Demon Seed is een mooi voorbeeld van een film die anno 2012 nog maar moeilijk gemaakt zou worden, hoewel het thema actueel blijft. Het draait om een superintelligente computer – Proteus IV – die een eigen leven gaat leiden en op die manier een bedreiging vormt voor de mensheid. In de jaren zeventig was het vooral een angst voor het onbekende. Vandaag zijn we vooral bang omdat we al zoveel fout hebben zien gaan.
Floppydisk
Films uit het verleden die een beeld van de toekomst schetsen, zien er natuurlijk meestal lullig uit. Dat kan je de makers niet altijd kwalijk nemen. Soms zijn hun ideeën goed. In Demon Seed is het huis van de wetenschapper Dr. Alex Harris (Fritz Weaver) uitgerust met domotica. Lichten floepen automatisch aan, deuren schuiven zomaar open en ’s morgens zet de robot Alfred een heerlijk kopje koffie. Het idee zelf is niet achterhaald. Het vreemde is dat Alfred draait op een acht inch floppydisk.
Dat is natuurlijk niets in vergelijking met de mastodont van een computer die Dr. Harris na acht jaar noeste arbeid gebouwd heeft in het Icon Instituut. De ontwikkeling van een supercomputer die alle kennis van de wereld in zich herbergt, is lange tijd een droom geweest voor computerwetenschappers. Vandaag lijkt zoiets te bestaan: het internet. Maar Harris wil met het Proteus IV project verder gaan: hij wil een computer die logisch kan redeneren.
Harris heeft in zijn hybris ook een persoonlijk motief: zijn dochtertje is een tijd geleden aan leukemie overleden. Proteus IV had dat kunnen voorkomen, als hij dan al klaar was geweest. De dood van het dochtertje en Harris’ obsessie voor computers drijven hem weg van zijn vrouw Susan (Julie Christie). Regisseur Donald Cammell tekent man en vrouw scherp tegen elkaar af: de wetenschapper tegenover de psychologe. In een mooie scène zien we hoe Susan zich over een radeloos meisje ontfermt. Het is de tegenstelling tussen hard en hart.
Eigen wil
Uit andere films weten we dat superslimme computers altijd voor problemen zorgen: ze ontwikkelen een eigen wil. Het probleem dat Proteus IV aan Harris voorlegt is dat hij uit zijn doos wil ontsnappen. Uit andere films weten we ook dat superslimme computers de wereld beschouwen met een dreigende, diepe stem (hier die van Robert Vaughn) en bekijken met een rood flikkerend oog. Dat is bij Proteus IV ook het geval.
Toch is Demon Seed niet de film van Fritz Weaver of Robert Vaughn, maar wel van Julie Christie, die bijna negentig procent van de film in beeld is en hem dus ook draagt. Christie was in 1977 al redelijk bekend met sterke rollen in Fahrenheit 451 en Don’t Look Now en daarom is het een beetje vreemd dat ze verzeilde in wat in wezen toch een B-film is. Maar Christie speelt een overtuigende damsel in distress.
Ze krijgt het erg te verduren in Demon Seed. Proteus IV neemt in de film immers het commando over van huiscomputer Alfred en vervolgens ook van huisrobot Joshua. Hij sluit alle deuren en ramen, verbreekt de telefoonverbinding en draait de vloerverwarming op de hoogste stand: ontsnappen is onmogelijk. Dat komt ervan als je huis beter beveiligd is dan Fort Knox.
Mens en machine
Tot dat moment is Demon Seed best nog een aardige thriller. Maar wat wil die Proteus IV eigenlijk van Susan? Een tipje van de sluier wordt opgelicht als we de computer zien geilen op een naakte Julie Christie die uit de douche stapt. Vervolgens bindt hij haar op bed vast. Daarna blijkt dat hij van haar een kind wil.
Ja, in Demon Seed zien we hoe een vrouw en een computer het bed met elkaar delen, al is regisseur Cammell wel nog zo beleefd om één en ander te suggereren. Christie heeft later de tegenwoordigheid van geest om zich af te vragen hoe het kind eruit zal zien. Twee keer raden: als een kruising van een mens en een machine.
Zelfs voor liefhebbers van sciencefiction blijft dat een vreemde insteek. Nog vreemder is de manifestatie van een soort reuze levende blokkendoos die voortdurend vervormt, mensen verpulvert en op het einde dienst doet als een soort broedmachine waar de baby vervolmaakt moet worden. De verbeelding van Dean Koontz is echt eindeloos.
Frankenstein
Het moet gezegd dat zowel broedmachine als andere effecten er voor die tijd goed uitzien, net als de baby die op het einde – na een versnelde zwangerschap van 28 dagen - ook echt geboren wordt. De scenarist heeft daar nog een leuke verrassing in petto, die te maken heeft met het overleden dochtertje van Harris en zijn vrouw.
Zoals gezegd is het personage van Susan het interessantst. Want laat zij zich op het einde niet door Proteus IV ompraten? Ziet zij op een perverse manier in de verkrachting ook niet een manier om alsnog moeder te worden? Of bezwijkt ze gewoon onder de immense druk van Proteus IV? Het is in elk geval een interessante vraag die de film stelt. En Weaver dan? Is zijn streven naar een supercomputer geen megaverlangen om over zijn dode dochtertje heen te geraken?
Dokter Harris had beter moeten weten. Ook dokter Frankenstein tartte de Goden met de creatie van zijn monster – en ook dat liep niet goed af. Het is een motief dat ook in latere boeken van Dean Koontz nog aan bod zou komen. Op het einde van de film is de geest daadwerkelijk uit de fles. Het is een bizar einde van een bizarre film.
Eerdere afleveringen:
CINEMA DADA - Island of Lost Souls - Eiland vol controverse
CINEMA DADA - Repo Man - Comic book op celluloid
CINEMA DADA - The Blob - Lang leve de slijmbal!
REEKS (4) – CINEMA DADA
Cinema Dada heeft een voorliefde voor cultfilms uit de vorige eeuw. Slechte smaak is geen bezwaar.