LEIDS FILM FESTIVAL

Wrong - Eerbied voor het idiote

Op 26 oktober ging op het Leids Film Festival de Frans-Amerikaanse productie Wrong in Nederland in première. De reacties waren gemengd. Voor me zat een man luidkeels te schateren. Maar naast hem zaten drie dames met een strak gezicht. ‘De film was gewoon te idioot,’ zei er een.

Misschien vergis ik me, maar ik ben bang dat filmhuizen de mening van deze dames zullen delen. Ik vermoed dat Wrong de cinema zal verlaten via de achterdeur. De film is immers voor het doorsnee arthousepubliek te maf en voor het doorsnee commerciële filmpubliek te weinig toegankelijk.

De vraag die na het kijken van Wrong bij mij opkwam: waarom mogen arthousefilms niet idioot zijn? En zeker zo’n film als Wrong, die het komediegenre de broodnodige zuurstof biedt.

7:60
Het eerste shot breekt meteen met de toon van een doorsnee arthousefilm. Een brandweerman is op de snelweg aan het poepen terwijl hij een krantje leest. Nonchalant staren medebrandweermannen hem aan. Achter hen is een busje uitgebrand.

We springen vervolgens over naar de hoofdpersoon, Dolph Springer, die wakker wordt als zijn wekker 7:60 aangeeft. Hij staat op en merkt dat zijn hond weg is. Hij verlaat zijn woning slechts in zijn kamerjas gekleed en ziet zijn overbuurman staan. Hij vraagt of hij de hond heeft gezien.

Hier gaat Wrong al de ‘verkeerde’ kant op. Je verwacht al een type passage waarin burgerlijkheid op de hak wordt genomen. Maar hier maant de buurman Dolph steeds dichterbij te komen want hij vindt het anders ‘geen normaal gesprek’. Buurman Mike luistert even en vertelt dan ineens dat hij zijn huis achterlaat en weg gaat. ‘Ik ben zo blij dat ik deze boel achter me kan laten.’ ‘Waar ga je dan heen?’ ‘Weet ik niet, ik ga rijden, ik zie wel.’ Wat is dit? Deze eerste beste bijrol kaapt het drama.

Het absurdisme gaat verder. Dolph rijdt door de buurt, roepend naar zijn hond, knijpend in een plastic eendje. Hij keert onverrichterzake terug en voert op tien meter afstand een telefoongesprek met Victor, zijn tuinman. Die moet hem iets laten zien. Ze lopen naar de tuin. ‘De palm is veranderd in een spar. Dit heb ik nog nooit meegemaakt.’

Onprettig gestoord meisje
En zo rijgen de bizarriteiten zich aaneen. Dolph op zijn werk – waar het klimaat op zijn zachtst gezegd nogal vochtig is. Dolph die boeken te lezen krijgt van zenmeester Master Chang – overigens geen Chinees (Wlliam Fichtner, het enige bekende gezicht in de film). Detective Ronnie die mirakels verricht met een drol van de hond.

Er komt ook een dame voor in het verhaal – maar uiteraard gaat ook dit niet zoals je gewend bent. Dolph belt een pizzalijn; niet om een pizza te bestellen maar om te klagen over de flyer, waarop je een haas op een motor ziet. ‘Het lijkt me dat als de haas op de motor zit hij helemaal geen voordeel heeft aan het feit dat hij een haas is.’

Het meisje aan de andere kant van de lijn leeft met hem mee en stuurt een gratis pizza. Een typische leuke filmromance? Het knappe, prettig gestoorde meisje versus de zielige, onbegrepen man? Nou nee. Ze is meer onprettig gestoord. Het droommeisje als terreurzaaier. Ze stoort hem alleen maar tijdens zijn meditaties.

David Lynch van de komedie
Langzamerhand ontstaan meer mysterieuze dingen. Waarom ziet Emma geen verschil tussen Victor en Dolph? Waarom sterft Victor en leeft hij later weer? Waarom die passage achterwaarts? Hoe zit het met die Master Chang en zijn kidnaphobby? De palmboom? De agent die steeds expres iets niet doet? De buien op het werk? Waarom reist Mike naar de woestijn?

Zoveel om over na te denken; niet voor niets is regisseur Quentin Dupieux door iemand ‘De David Lynch van de komedie’ genoemd; want zoals ooit Queneau’s romans volstonden met onzichtbare mathematische structuren, zo lijkt er ook iets geheimzinnigs aan de hand te zijn met dit script. Is er bijvoorbeeld sprake van een symmetrisch verhaal? De film begint en eindigt met buurman Mike. De dood en het weer levend raken van Victor lijken dan ook iets logischer. Het kind halverwege?

Voor een criticus lastig terrein. Het samenvatten van ‘thema’s die behandeld worden’ is makkelijker dan speculeren over fantasierijke denkkronkels van een artiest. Je kunt het absurdisme en surrealisme noemen, maar dat is wel erg makkelijk. Het is niet makkelijk verklaarbaar, je kunt er geen voldoendes voor geven, en zelfs al zou het uitlegbaar zijn, is het maar de vraag of die uitleg interessanter is dan het uiteindelijke resultaat.

In zekere zin is de film ook wél makkelijk uit te leggen: iedereen doet iets ‘verkeerd’, maar wat echt vreugde geeft, is de inventiviteit waarmee al deze defecte karakters in een bizar verhaal gelast zijn.

Verkeerd is misschien ook de schepper, immers veel meer bekend onder zijn muzikale alter ego, Mr. Oizo, wiens elektronisch muziek al even grenzeloos vernieuwend is. Positif, Flat Beat, Straw Anxious, Gay Dentists; wat je ook luistert, nooit maakt hij een track die je van te voren kunt voorspellen. Uit de maat lopend, ineens van langzaam naar snel; allemaal taboes in de dancewereld. Je kijkt je ogen uit dat iemand die muziekproducer is, en dus geen ervaren regisseur of scriptschrijver, zo’n uitgebalanceerde film kan maken. Dubbeltalenten bestaan dus soms toch.

▶ Bekijk op YouTube